Table of Contents

    Deze webpagina schetst de verwachtingen van kmo’s rond financiering. In tegenstelling tot de webpagina over financieringsvormen, gaat deze webpagina over toekomstige financieringsaanvragen.” . Ze belicht de wensen van ondernemingen over hun toekomstige ontwikkeling . De vragen naar de gewenste financieringsvormen, de gewenste bedragen en de belangrijkste belemmeringen voor de financiering komen uit de gemeenschappelijke versie van de SAFE-enquête door de ECB en EC.

    Gewenst type externe financiering

    Belgische kmo’s willen hun financiering vooral uit bankleningen halen (70,4 %). Leningen van andere bronnen (niet-bancair krediet), zoals overheidssubsidies of handelskrediet, genieten de voorkeur van slechts 17,1 % van de kmo’s. Belgische kleine en middelgrote ondernemingen hebben ook een grote voorkeur voor schuldfinanciering ten opzichte van financiering door de inbreng van nieuw kapitaal (4,8 %). Ook in onze buurlanden beschouwen kmo’s kapitaalinbreng niet als een favoriete financieringsbron. Vooral in Frankrijk, waar dat type financiering slechts voor 2,2 % van de ondervraagden de voorkeur heeft.

    Gewenste bedragen

    Om hun ambities te kunnen concretiseren, streeft een kwart van de Belgische kmo’s naar een bedrag tussen de 250.000 en 1 miljoen euro. Dat is  hoger dan het gemiddelde van 20 %  in de periode 2015-2020. 42,5 % van de kmo’s zou graag een financiering van ten minste 250.000 euro verkrijgen tegenover 34,2 % een jaar eerder. Dat aan de steekproef meer grotere ondernemingen deelnamen kan  die stijging mogelijk verklaren. Immers, hoe groter de onderneming, hoe meer geld ze nodig heeft voor haar ontwikkeling. Het aandeel van microkredieten, zijnde kredieten lager dan 25.000 euro, blijft rond 13 % hangen. Ter vergelijking: dat percentage bedraagt in Nederland 15,1 %, in Duitsland 10,7 % en in Frankrijk 11,6 %.

    Hindernissen naar externe financiering

    Iets meer dan de helft van de Belgische kmo’s geeft aan dat ze geen obstakels ondervinden om hun ontwikkeling te financieren. Een minderheid van ondernemingen geeft echter aan dat ze door diverse struikelblokken worden gehinderd: het gebrek aan borgen of garanties is voor 11 % van de kleine en middelgrote ondernemingen een aanzienlijke hinderpaal, terwijl 4,1 % de administratieve lasten als een belemmering ziet. In onze buurlanden is het gebrek aan borgen of garanties ook een belangrijke hindernis, met 10,6 %, 11,6 % en 9,9 % van de kmo’s uit respectievelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland die aangeven dat ze ermee te maken hebben. Duitse kleine en middelgrote ondernemingen hebben het minste problemen met de toegang tot financiering: 57,6 % geeft aan geen hindernissen te ondervinden. Op Europees niveau is er een verband tussen de grootte van de onderneming en de waargenomen belemmeringen. Grotere ondernemingen ondervinden minder vaak obstakels dan kleinere ondernemingen. Die resultaten gaan wel enkel over ondernemingen die schuldfinanciering als gewenste financieringsvorm zien (zie hierboven).

    Evolutie van toegang tot financiering

    Onderstaande grafiek onthult de manier waarop kmo’s de omstandigheden voor de toegang tot financiering ervaren. Het geeft het verschil weer tussen het aantal ondernemingen dat een verbetering waarneemt en het aantal ondernemingen dat een achteruitgang waarneemt in de afgelopen zes maanden, in procentpunten. Die berekening wordt gedaan voor drie indicatoren: de toegang tot publieke financiële hulp, de bereidheid van banken om krediet te verlenen en de bereidheid van investeerders om de onderneming te ondersteunen. De indicatoren over de toegang tot publieke financiële hulp en de bereidheid van investeerders om te investeren is echter van toepassing op een kleinere substeekproef van de SAFE-enquête en moeten dus met enige nuance geïnterpreteerd worden.

    In 2020 zijn er meer Belgische kmo’s die een achteruitgang van de bereidheid van banken om krediet te verlenen vaststellen (17,8 %) dan Belgische kmo’s die een vooruitgang vaststellen (12,5 %): een verschil van -5,2 procentpunt. Dat is het enige negatieve nettoresultaat tussen die twee variabelen in België tussen 2015 en 2020. In Nederland ervaren de ondernemingen een sterkere achteruitgang (nettoresultaat van -13,9 procentpunten), terwijl Duitse en Franse kmo’s een verbetering van de kredietvoorwaarden rapporteren. De toegang tot publieke financiële hulp, waaronder garanties, en de bereidheid van investeerders om te investeren in de ondernemingen zijn in het laatste jaar beide licht gedaald volgens de Belgische kleine en middelgrote ondernemingen: een nettodaling van respectievelijk -2,8 en -0,7 procentpunt.

    Laatst bijgewerkt
    9 september 2021