Table of Contents

    Deze rubriek verduidelijkt de definities van termen en concepten die gebruikt worden in “Kmo’s en zelfstandigen in cijfers” en noemt de bronnen waarop de studie gebaseerd is.

    Definitie van de concepten

    De kmo's

    In België bestaat er geen eenduidige definitie voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). De Europese Commissie heeft echter in aanbeveling 2003/361/EG een Europese definitie van de kmo's opgenomen. Een Europese definitie maakt het mogelijk om op basis van gemeenschappelijke regels vast te stellen welke bedrijven recht hebben op steunmaatregelen voor kmo's.

    De definitie is gebaseerd op drie criteria:

    • het aantal werknemers
    • de jaaromzet (exclusief btw) of 
    • het jaarlijkse balanstotaal

    Volgens de Europese Commissie zijn kmo's ondernemingen die

    • minder dan 250 mensen in dienst hebben,
    • beschikken over
      • ofwel een omzet van minder dan of gelijk aan 50 miljoen euro;
      • ofwel een balanstotaal van niet meer dan 43 miljoen euro.

    Op die criteria worden drempelwaarden toegepast om een onderscheid te maken tussen drie categorieën van kmo's. Tabel 1 geeft een overzicht van de categorieën en de criteria waarop ze gebaseerd zijn.

    Tabel 1. Definitie van de kmo's en categorieën volgens de Europese Commissie

    Categorie

    Aantal werknemers

    Omzet

     

    Balanstotaal

    Micro-onderneming

    < 10

    ≤ 2 miljoen euro

    OF

    ≤ 2 miljoen euro

    Kleine onderneming

    < 50

    ≤ 10 miljoen euro

    ≤ 10 miljoen euro

    Middelgrote onderneming

    < 250

    ≤ 50 miljoen euro

    ≤ 43 miljoen euro

    Naar aanleiding van een openbare raadpleging in 2018 buigt de Europese Commissie zich momenteel over de noodzaak om de definitie te herzien.

    Aangezien de omzetgegevens of het balanstotaal niet altijd beschikbaar zijn, hanteert het Kmo-observatorium van de FOD Economie veelal het criterium van het aantal werknemers om een kmo te definiëren. De structurele statistieken van Eurostat, het Europees bureau voor statistiek, gebruiken ook enkel het aantal werknemers om de grootte van een onderneming te bepalen. En in navolging van de Europese Commissie gaat ook de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) ervan uit dat een kmo aan verschillende voorwaarden moet voldoen in termen van tewerkstelling en omzet. Maar omdat het enkel over informatie over de tewerkstelling beschikt, houdt het enkel rekening met dit criterium om kmo's te identificeren.

    In de eerste edities van de Boordtabel van kmo’s en zelfstandige ondernemers, de papieren voorganger van de Kmo’s en zelfstandigen in cijfers, werd de term kmo gebruikt om bedrijven met minder dan 50 werknemers aan te duiden. Om verwarring met de definitie van de Europese Commissie te voorkomen, wordt de term kmo sinds de editie van 2018 uitsluitend gebruikt voor bedrijven met minder dan 250 werknemers. Gezien het belang van die kleine structuren in België wordt echter bijzondere aandacht besteed aan bedrijven met minder dan 50 werknemers. In 2018 had 99,3% van de Belgische bedrijven minder dan 50 werknemers in dienst. In deze studie wordt een bedrijf met minder dan 50 werknemers een kleine kmo genoemd. De kleine kmo's omvatten de categorieën micro-onderneming en kleine onderneming. Het Kmo-observatorium hanteert dezelfde drempels voor het aantal werknemers als de Europese Commissie om de verschillende categorieën van kmo’s te definiëren (tabel 2).

    Tabel 2. Definitie van de kmo's en categorieën volgens het Kmo-observatorium

    Categorie

    Aantal werknemers

    Micro-onderneming

    0 tot 9

    Kleine onderneming

    10 tot 49

    Middelgrote onderneming

    50 tot 249

    Zelfstandige ondernemers

    De zelfstandige ondernemer is een persoon die zijn/haar zelfstandige activiteit uitoefent in de juridische vorm van een eenmanszaak (zelfstandige natuurlijke persoon) of een vennootschap (rechtspersoon).

    Elke natuurlijke persoon die, in België, een beroepsactiviteit uitoefent zonder daarbij gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst of statuut, wordt beschouwd als zelfstandige Hij/zij oefent zijn/haar werk uit zonder enige relatie van ondergeschiktheid. De zelfstandige geniet een eigen sociaal statuut en een specifieke socialezekerheidsregeling. Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) beheert de sociale zekerheid van de zelfstandige ondernemers en publiceert daarover statistieken.

    Volgens Eurostat is een zelfstandige ondernemer ofwel de enige eigenaar ofwel de mede-eigenaar van een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid die geen rechtspersoon is, waarvoor hij werkt. Oefent hij ook een andere betaalde beroepsactiviteit uit in hoofdberoep, dan wordt hij beschouwd als een werknemer.

    Ambachtslieden

    Sinds juni 2016 definieert de wet een ambachtsman of -vrouw als "een natuurlijk persoon of een rechtspersoon actief in de productie, de transformatie, de reparatie, de restauratie van voorwerpen, de levering van diensten waarvan de activiteiten in essentie betrekking hebben op manuele aspecten, op een authentiek karakter, en die een zekere kennis ontwikkelen gericht op kwaliteit, traditie, creatie of innovatie".

    De wettelijke erkenning van het statuut van ambachtsman of -vrouw moet worden aangevraagd bij de FOD Economie. Daarbij moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan:

    1. ingeschreven zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen
    2. minder dan 20 werknemers hebben
    3. een activiteit uitoefenen die in overeenstemming is met de wettelijke definitie van het statuut van de ambachtslieden
    4. de Commissie Ambachtslieden zal ook rekening houden met de manuele aspecten van het werk en de knowhow

    Statistische bronnen

    De gegevens die in deze studie worden geanalyseerd, zijn vooral afkomstig van overheidsinstellingen en worden desgevallend aangevuld met andere informatiebronnen.

    Statbel

    Als Belgisch statistiekbureau verzamelt, produceert en verspreidt Statbel cijfers over de Belgische economie, de Belgische maatschappij en het Belgische grondgebied. Statbel maakt deel uit van de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie.

    De databanken van Statbel die deze publicatie voornamelijk gebruikt, gaan over btw-plichtigen en faillissementen.

    De bron van de databank van de btw-plichtigen is het ondernemingsregister DBRIS van Statbel dat de ondernemingsgegevens uit de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) en de gegevens van de btw-aangiften van de ondernemingen die onderworpen zijn aan de FOD Financiën, bundelt.

    Activiteiten vrijgesteld van btw komen dan ook niet voor in die databank. Vaak gaat het om activiteiten van sociale, culturele of medische aard (artsen of verpleegkundigen) of sommige financiële activiteiten, en over ondernemingen met een omzet onder 25.000 euro. Ook buitenlandse ondernemingen moeten zich kenbaar maken als zij in België handelingen uitvoeren die onder het Btw-Wetboek vallen. Zij worden bijgevolg eveneens in de databank opgenomen.

    De databank bevat het aantal btw-plichtigen alsook het aantal oprichtingen en stopzettingen van btw-plichtige bedrijven. Het aantal oprichtingen komt overeen met de som van de nieuwe btw-plichtigen, de ondernemingen die dit statuut voor het eerst verwerven, en de opnieuw-btw-plichtigen, de ondernemingen die reeds eerder aan de btw onderworpen waren. De stopzettingen wijzen op het einde van de btw-plicht, wat niet noodzakelijk een stopzetting van de activiteit of een faillissement inhoudt. Voor de statistieken van de databank over de faillissementen gebruikt Statbel gegevens uit het Belgische ondernemingsregister. Die informatie wordt aangevuld met de aangiften van de handelsrechtbanken. De populatie omvat alle ondernemingen die onderworpen zijn aan het faillissementsrecht. Een bedrijf is failliet wanneer het langdurig insolvent is en zijn handelskrediet aan het wankelen is gebracht. Beide voorwaarden moeten vervuld zijn.

    De statistieken over de btw-plichtigen en de faillissementen zijn beschikbaar per bedrijfssector. De sectoren worden opgesplitst volgens de NACE-BEL nomenclatuur, de Belgische versie van de Statistische indeling van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap.

    De bedrijven kunnen ook worden ingedeeld naar grootte. De grootte van een onderneming wordt gedefinieerd op basis van het aantal werknemers die ingeschreven zijn bij de RSZ. De grootteklassen die in de databank van de btw-plichtigen worden gebruikt, maken het mogelijk een onderscheid te maken tussen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, zoals gedefinieerd door het Kmo-observatorium.

    Tot slot is het mogelijk om de gegevens te analyseren op basis van de rechtsvorm van de ondernemingen en de locatie van de hoofdzetel van de onderneming.

    Voor de gegevens over de digitalisering van bedrijven organiseert Statbel jaarlijks een enquête over het gebruik van ICT en e-commerce in bedrijven.

    De steekproef beperkt zich tot bedrijven die ten minste twee werknemers in dienst hebben. Alle sectoren van economische activiteit worden geanalyseerd, met uitzondering van de landbouw, het openbaar bestuur, de activiteiten van de huishoudens als werkgever en de extraterritoriale activiteiten (respectievelijk de secties A, O, T en U volgens de NACE-code rev. 2.). De gegevens over de micro-ondernemingen gaan dus over ondernemingen met twee tot negen werknemers voor dat specifieke deel.

    Statbel organiseert ook jaarlijks een enquête over het gebruik van ICT bij huishoudens en personen, waarnaar deze studie verwijst. Die enquête is gekoppeld aan de arbeidskrachtenenquête van Eurostat: ze is dus gericht op dezelfde populatie (toelichting in onderstaande paragraaf Eurostat).

    Eurostat en de Europese Commissie

    De SBA-factsheets, die jaarlijks door de Europese Commissie worden gepubliceerd, analyseren de situatie van de kmo's in de 28 lidstaten van de Europese Unie en in sommige partnerlanden. De fiches geven een overzicht van de Small Business Act voor elke lidstaat. Daarnaast worden ook enkele recente economische tendensen voorgesteld en wordt de aandacht gevestigd op de belangrijkste beleidsmaatregelen van de nationale en regionale overheden voor kmo's. De SBA-factsheets schuiven ook een schatting naar voren van het aantal bedrijven, de werkgelegenheid en hun toegevoegde waarde met behulp van een methodologie die internationale vergelijkingen vergemakkelijkt.

    De SBA-factsheet 2019 bevat ramingen voor het jaar 2018. Die ramingen zijn gebaseerd op gegevens van de enquête over de structuur van ondernemingen (SBS) voor de periode 2008-2015.

    De becijferde gegevens van de SBA-factsheets gaan over de “niet-financiële bedrijfseconomie” die de industrie, de bouwsector, de handel en de diensten omvat (NACE 2008 secties B tot J, L, M en N). Ze houden geen rekening met de ondernemingen uit de sectoren landbouw, bosbouw en visserij en de diensten die normaal gezien geen deel uitmaken van de markteconomie, zoals onderwijs en gezondheidszorg.

    De schattingen gaan over verschillende categorieën van bedrijven, gedefinieerd op basis van het aantal werknemers. De categorieën van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen komen overeen met die van het Kmo-observatorium. Er wordt geen rekening gehouden met de omzet of het balanstotaal, die in de officiële Europese definitie van een kmo wel gehanteerd worden.

    De statistieken van Eurostat hebben het voordeel dat ze geharmoniseerd zijn in de verschillende landen. Het is dus mogelijk om ze te vergelijken. Het nadeel is echter dat die gegevens regelmatig verschillen van de gegevens die de nationale overheden zelf publiceren.

    Deze studie maakt ook gebruik van de resultaten van de Europese arbeidskrachtenenquête (EAK- EU). Dat  is een steekproefenquête onder huishoudens die driemaandelijkse resultaten oplevert over de arbeidsmarktparticipatie van mensen van 15 jaar en ouder en mensen die niet langer actief zijn. Eurostat coördineert de enquête in de 28 lidstaten van de Europese Unie en in sommige andere landen. In België verzamelt en verwerkt Statbel die gegevens.

    In België werd de methodologie van de enquête in 2017 verbeterd. Door die wijzigingen kunnen de resultaten voor 2017 niet worden vergeleken met gegevens van voorgaande jaren.

    De index van de digitale economie en de digitale samenleving (Digital Economy and Society Index - DESI) is een samengestelde index die een samenvatting geeft van relevante indicatoren voor de digitale prestaties van Europa en de ontwikkeling van het digitale concurrentievermogen van de EU-lidstaten volgt.  De index wordt opgesteld op basis van gegevens van Eurostat. De EU Startup Monitor is een initiatief van de Europese Commissie om gegevens over start-ups en scale-ups te verzamelen. De gegevens van de EU Startup Monitor 2018 werden van februari tot mei 2018 verzameld in een online enquête die rechtstreeks was gericht op de stichters en de werknemers van niveau C van de start-ups, in samenwerking met van tal van medewerkers uit het werkveld, verenigingen van start-ups en verschillende actoren uit het ecosysteem. Voor dat onderzoek werd de term start-up gedefinieerd op basis van volgende criteria:

    • leeftijd (minder dan tien jaar)
    • innovatie (op het vlak van het product of het bedrijfsmodel)
    • groei (intentie om het aantal werknemers en/of geëxploiteerde markten te verhogen)

    Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

    De statistieken van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) tonen de evolutie van de tewerkstelling in de Belgische privésector. Hoewel de RSZ alle werkgevers in de privésector inventariseert, beschikt zij niet over gegevens over de zelfstandigen en de bedrijven zonder werknemers. Die laatste categorieën zijn echter ook kleine en middelgrote ondernemingen.

    De gegevens van de RSZ die in deze studie worden gebruikt, gaan over drie kerncijfers:

    • het aantal werkgevers
    • het aantal tewerkgestelde werknemers
    • het aantal ingenomen werkposten

    De statistiek van het aantal werknemers telt op het einde van het kwartaal de ondernemingen die minstens een loontrekkende werknemer hebben die is aangesloten bij de RSZ. Ondernemingen zonder loontrekkenden worden dus niet meegerekend. De verdeling van het aantal werkgevers volgens kmo-categorieën wordt gegeven in de online statistieken van de kleine en middelgrote ondernemingen.

    De statistieken van de actieve werknemers op de laatste dag van het kwartaal, zowel de aanwezige werknemers als de werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst geschorst maar niet beëindigd werd (ziekte, zwangerschapsverlof, verlof enz.). Wanneer een werknemer aan het einde van het kwartaal meerdere gelijktijdige arbeidscontracten uitvoert, wordt hij of zij slechts één keer meegeteld.

    De statistieken van de ingenomen arbeidsplaatsen registreren het aantal werknemers dat in dienst is bij elke werkgever aan het eind van een kwartaal. Werknemers die aan het einde van een kwartaal bij meer dan één werkgever in dienst zijn, worden ook meer dan één keer meegeteld. Het verschil tussen het aantal arbeidsplaatsen en het aantal ingenomen arbeidsplaatsen is uitsluitend toe te schrijven aan die werknemers met verschillende banen.

    De grootte van het bedrijf van de werkgever in die statistieken is afhankelijk van het aantal arbeidsplaatsen. De RSZ hanteert verschillende grootteklassen van werkgevers om micro- en kleine bedrijven te analyseren.

    De opsplitsing volgens sectorale groep gebeurt volgens het paritair comité dat door de werkgever wordt vermeld. Een werkgever valt theoretisch slechts onder één paritair comité, dat bepaald wordt in functie van zijn hoofdactiviteit.

    Naast de werkgelegenheidsstatistieken verstrekt de RSZ het Kmo-observatorium ook geaggregeerde gegevens over het gebruik van de maatregel eerste aanwervingen. Die maatregel maakt deel uit van de taxshift en is op 1januari 2016 in werking getreden. De kwartaalgegevens gaan over het aantal werkgevers dat van die maatregel gebruikmaakt, per sector en per gewest.

    Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid

    De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) is een openbare instelling die de uitwisseling van gegevens tussen verschillende sociale zekerheidsinstellingen in België centraliseert. Zo kunnen onder meer de RSZ, de RSVZ, de RVA, het RIZIV en de FOD Sociale Zekerheid via een beveiligd computernetwerk en onder strikte voorwaarden toegang krijgen tot de informatie in hun respectieve databanken. De KSZ is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bescherming van de privacy en de veiligheid van de gegevens bij die uitwisselingen. Hij stelt ook bepaalde informatie ter beschikking van de politieke autoriteiten en onderzoekers.

    De gegevens in het onderdeel “diversiteit” van de rubriek Zelfstandigen in België zijn afkomstig van de studie Ondernemerschap en diversiteit - Een studie naar de herkomst van de zelfstandige in België (februari 2019) van de FOD Economie. Die is gebaseerd op de databank Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming van de KSZ. Het gaat dus om administratieve gegevens over de gehele populatie en niet op een steekproef.

    Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen

    Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) beheert de sociale zekerheid van de zelfstandige ondernemers. Het beschikt over twee verschillende databanken: één met btw-plichtige personen (natuurlijke personen) en één met aangesloten vennootschappen (rechtspersonen). De gegevens in Kmo’s en zelfstandigen in cijfers zijn afkomstig van de eerste databank. Het zijn de statistieken van personen die onder het sociale statuut van zelfstandige vallen (bestuurders van vennootschappen zijn inbegrepen in die cijfers).

    De personen die onder dat statuut vallen, zijn de natuurlijke personen die onder het sociale statuut van zelfstandige vallen door de uitoefening van een beroepsactiviteit als zelfstandige of als helper (hoedanigheid). De helper is een natuurlijke persoon die de zelfstandige bijstaat of vervangt bij de uitoefening van zijn activiteit, zonder dat hij gebonden is door een arbeidsovereenkomst. Het betreft vaak, maar niet noodzakelijk, een familielid.

    Die twee groepen worden verder onderverdeeld volgens de aard van de activiteit. De aard van de activiteit geeft aan of zij hun beroep uitoefenen als hoofdberoep, bijberoep of na de pensioenleeftijd. Als de zelfstandige activiteit de enige bron van inkomsten is, wordt de werker beschouwd als een zelfstandige in hoofdberoep. Zelfstandigen in bijberoep oefenen tegelijk en hoofdzakelijk nog een andere beroepsactiviteit uit.

    Die gegevens kunnen gerangschikt worden per bedrijfstak die overeenstemt met de belangrijkste groepen van de nomenclatuur van het sociale statuut van de zelfstandigen. Die codering van beroepen verschilt van de NACE-BEL 2008 activiteitscodes.

    De databank van belastingplichtigen bevat met name statistieken over het aantal belastingplichtigen, starters en stoppers. Het totale aantal belastingplichtigen omvat de zelfstandigen en actieve helpers in het vierde kwartaal van het jaar in kwestie. Een zelfstandige die zijn activiteiten in het vierde kwartaal heeft stopgezet, wordt dus beschouwd als actief in dat jaar. De starters zijn belastingplichtige zelfstandigen en helpers die hun beroepsactiviteit in de loop van het jaar in kwestie zijn begonnen. Dat kan een eerste aansluiting zijn of een hervatting van een activiteit. Een zelfstandige of een helper kan dus twee keer worden meegerekend in de starterspopulatie als hij een activiteit begint, minstens een kwartaal inactief is en die activiteit in hetzelfde jaar nog hervat. De stoppers en helpers zijn de belastbare zelfstandigen die hun beroepsactiviteit in de loop van het jaar in kwestie stopzetten.

    Het RSVZ beheert sinds kort de Commissie voor vrijstelling van bijdragen. Die commissie kan zelfstandigen een tijdelijke vrijstelling van betaling van de sociale bijdragen toekennen, als zij in moeilijkheden verkeren. Het RSVZ beschikt ook over statistieken over het bedrag van de sociale bijdragen die door de zelfstandigen betaald werden. Die taken vielen vroeger onder de verantwoordelijkheid van de FOD Sociale Zekerheid.

    Tot slot verstrekt het RSVZ het Kmo-observatorium gegevens over de status van student-zelfstandigen. Ze zijn beschikbaar sinds 1 januari 2017. Die status en de eerste resultaten van het gebruik ervan worden in de rubriek "Zelfstandigen in België" besproken.

    Het ambachtenregister (FOD Economie)

    Het ambachtenregister is de databank waarin de hoofdkenmerken staan vermeld van de personen (natuurlijke of rechtspersonen) die een wettelijke erkenning hebben gekregen (naam, adres, activiteitensector ...).

    De economische sector van de ambachtsman/-vrouw is afkomstig van een nomenclatuur van economische activiteiten eigen aan het ambachtenregister. Die nomenclatuur splitst het universum van de economische activiteiten op in 17 rubrieken (hout, keramiek, muziek, papier, steen, voedingsproducten, glas ...). De toekenning van de economische sector vindt plaats op het moment van de wettelijke erkenning.

    Laatst bijgewerkt
    26 juli 2021