Table of Contents

    Deze webpagina belicht de aanvragen van bankfinanciering door ondernemingen, met een bijzondere aandacht voor de beslissingen van de kredietinstellingen op die aanvragen.

    Die informatie is afkomstig uit de SAFE-enquête. Die Survey on Access to Finance of Enterprises (SAFE) evalueert twee keer per jaar de toegang tot financiering voor kmo’s.

    Financieringsaanvraag

    Van de kmo’s voor wie de banklening relevant is, verklaart 33,4 % dat ze effectief een kredietaanvraag ingediend hebben bij een kredietinstelling. In Nederland dient slechts 16,6 % een aanvraag in, wat overeenkomt met een aandeel minder dan de helft zo groot als het percentage van de Belgische respondenten. Van de kmo’s die geen aanvraag indienden, deed een meerderheid dat omdat ze al over voldoende interne middelen beschikt (43,5 %). 3,7 % heeft geen aanvraag ingediend uit angst voor een mogelijk weigering. Die laatste indicator is in 2020 voor de eerste keer opnieuw gestegen na 3 opeenvolgende jaren gedaald te zijn (3,8 % in 2017; 3,1 % in 2018 en 3,0 % in 2019). In Duitsland, Frankrijk, Nederland liggen die percentages respectievelijk op 4,3 %, 2,8 % en 5,6 %.

    Voor een kredietlijn, de op één na meest relevante financieringsvorm voor Belgische kmo’s, dient 27,8 % een aanvraag in. Daarentegen heeft 50,8 % van de ondervraagde bedrijven dat niet gedaan omdat ze al over voldoende interne middelen beschikten. Tegelijk heeft 3,8 % geen aanvraag ingediend omdat ze een weigering vreest.

    Uitkomst financieringsaanvraag

    Driekwart (77,2 %) van de kmo’s die voor de deelname aan de SAFE-enquête een banklening aanvroegen, kreeg het volledige aangevraagde bedrag. Iets meer dan 7 % van de Belgische respondenten van de SAFE-enquête geeft aan dat ze in 2020 met een kredietweigering geconfronteerd werden, ongeveer twee keer zoveel dan in 2019. In Nederland is een gelijkaardige trend te zien: daar gaat het weigeringspercentage van 13,9 % in 2019 naar 25,8 % in 2020, het hoogste weigeringspercentage gerapporteerd in het kader van dat Europese onderzoek. De weigeringsgraad in Nederland, die significant hoger ligt in vergelijking met andere EU-landen, kan worden verklaard door verschillende specifieke kenmerken die inherent zijn aan de Nederlandse markt. Het hogere weigeringspercentage schrikt de Nederlandse kmo’s wel niet af om hun aanvraag in te dienen (zie hierboven). Duitsland en Frankrijk zagen hun weigeringsgraad dalen tot respectievelijk 3,3 % en 3,1 %, die cijfers zitten bij de laagste in de EU.

    Wat de aanvragen van een kredietlijn betreft, werd 76,6 % volledig goedgekeurd in België. Het weigeringspercentage stijgt naar 9,1 % in 2020, 1,7 procentpunt meer dan in 2019, wat in de buurt ligt van dat van Frankrijk (8 %). In Duitsland is er een zeer lage weigeringsgraad (3,6 %) terwijl de weigeringsgraad in de Nederland bij kredietlijnen opnieuw relatief hoog ligt: 18,1 %.

    De antwoordcategorie “Weet niet/NVT” is niet opgenomen in de grafiek ten voordele van de leesbaarheid.

    Laatst bijgewerkt
    9 september 2021