Table of Contents

    Belgische kmo’s kunnen zich op verschillende manieren laten financieren. Een onderneming kan bijvoorbeeld hun toevlucht nemen tot leningen, zoals door een lening aan te gaan bij een kredietinstelling of een handelskrediet bij een leverancier. Een onderneming kan ook middelen aantrekken door haar eigen vermogen te vergroten, bijvoorbeeld door de uitgifte van nieuwe aandelen of door risicokapitaal aan te trekken.

    Relevantie en gebruik van verschillende financieringsvormen bij Belgische kmo’s

    Naast de traditionele banklening kunnen kmo’s ook gebruik maken van andere financieringsvormen om kapitaal te bekomen. In 2020 is een kredietlijn de meest gebruikte financieringsvorm met 34,8 % van de Belgische kmo’s. De banklening, waar 24,8 % van de kmo’s gebruik van maakte, staat op een tweede plaats maar is wel relevant voor het hoogste aantal kmo’s. Een lening is relevant voor 59,6 % van de ondernemingen, terwijl een kredietlijn voor 51,9 % relevant is. Het percentage kmo’s dat een financieringsvorm relevant vindt, is de optelsom van drie antwoordcategorieën: gebruikt, relevant maar niet gebruikt en relevant maar weet niet of gebruikt.

    Een blik op de cijfers bij onze buurlanden toont dat ook daar de banklening en kredietlijn de populairste kredietvormen zijn. Leasing is in Duitsland ook een zeer populaire financieringsbron: het is relevant voor 56,3 % van de Duitse kmo’s (nummer 1 op vlak van relevantie, vóór lening en kredietlijn) en 29,3% heeft er gebruik van gemaakt. Ter vergelijking: in België is het voor 40,1 % van de kmo’s relevant en wordt het gebruikt door 18,7 %, wat het de 3e meest relevante en gebruikte vorm van financiering in ons land maakt.

    Subsidies en een gesubsidieerde leningen worden in 2020 vaker gebruikt door Belgische kmo’s dan tijdens de voorgaande periode: een stijging van 6,3 naar 8,7 %. Vermoedelijk is die stijging te wijten aan de ondersteuningsmaatregelen voor ondernemingen tijdens de coronacrisis. In onze buurlanden is dezelfde trend zichtbaar. Het gebruik ging van 9,2 naar 20,3 % in Duitsland, van 7,5 naar 19,3 % in Frankrijk en van 1,5 naar 3,3 % in Nederland.

    Kapitaalinvesteringen vinden voornamelijk plaats via investeerders met durfkapitaal of business angels. In België wordt financiering door de uitgifte van aandelen slechts door 1,6 % van de kmo’s aangewend terwijl het relevant is voor 16,9 %. Het geringe gebruik kan deels verklaard worden doordat kmo’s minder vertrouwen hebben om een bevredigend resultaat te behalen bij risicokapitaalinvesteerders of business angels dan bij banken. Kleine en middelgrote ondernemingen verklaren in 74 % van de gevallen dat ze overtuigd zijn dat ze de financiering zullen krijgen bij banken, waar dat bij durfkapitaalinvesteerders zakt tot 29,4 %. In onze buurlanden zijn kmo’s ook terughoudender ten opzichte van externe investeerders en is kapitaalinvestering de minst gebruikte vorm van externe financiering.

    Omvang en bestemming van kredieten

    De meerderheid van de leningen die Belgische ondernemingen aangaan of onderhandelen liggen tussen de 25.000 en 100.000 euro (28,4 %). Er is wel een trend om steeds hogere leningen aan te gaan. In 2015 hadden micro-leningen (<25.000 euro) nog een aandeel van bijna 15,3 % terwijl dat in 2020 minder dan 9 % is. Het belang van de hoogste categorie, leningen met een omvang van meer dan 1 miljoen euro, is daarentegen gestegen van 11,6 % in 2015 naar 18 % in 2020. De hoogte van de lening varieert wel sterk met de grootte van de ondernemingen: middelgrote ondernemingen (50-249 werknemers) lenen voor een hoger bedrag dan micro-ondernemingen (2-9 werknemers).

    Als het gaat over de bestemming waarvoor het externe kapitaal gebruikt wordt, blijkt dat het kapitaal voornamelijk wordt besteed aan vaste activa, alsook aan voorraden en werkkapitaal. Dat is ook bij de kmo’s uit onze buurlanden het geval. 28 % van de Belgische kmo’s valt terug op hun krediet om hun vast kapitaal te financieren tegenover 24,7 % die het gebruiken om hun voorraden en werkkapitaal te financieren. Extern kapitaal wordt in mindere mate gebruikt voor de aanwerving en opleiding van werknemers (8,1 %). De respondenten kunnen meerdere antwoorden selecteren.

    Laatst bijgewerkt
    6 september 2021