Table of Contents

    Belgische kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) beschikken over een breed scala aan financieringsmechanismen. Elk van deze mechanismen speelt in op specifieke behoeften, afhankelijk van de ontwikkelingsfase van de onderneming, haar financiële structuur en groeistrategie. 

    Kmo’s kunnen gebruikmaken van schuldinstrumenten, zoals:

    • klassieke bankleningen verstrekt door kredietinstellingen, 
    • leverancierskrediet, een vaak gebruikte vorm van kortetermijnfinanciering in handelsrelaties. 

    Tegelijkertijd hebben kmo's de mogelijkheid hun eigen vermogen te versterken. Dat kan: 

    • via een kapitaalverhoging door de uitgifte van nieuwe aandelen, 
    • via externe kapitaalinbreng (in de vorm van private equity of durfkapitaal), vooral voor innovatieve bedrijven met een groot groeipotentieel. 

    Een strategische combinatie van die verschillende financieringsbronnen laat kmo’s toe om:

    • hun middelen te diversifiëren, 
    • hun afhankelijkheid van één enkele financieringsvorm te beperken,
    • hun financiële veerkracht te vergroten. 

    Die flexibiliteit is essentieel om hun concurrentievermogen te ondersteunen, productieve investeringen te bevorderen en hun langetermijnontwikkeling te begeleiden. 

    Om een representatief beeld van het volledige jaar te verkrijgen, wordt het jaargemiddelde berekend. De jaargemiddelden op deze pagina zijn gebaseerd op het gemiddelde van de twee enquêtes die in de loop van het jaar werden uitgevoerd.

     

    Relevantie en gebruik van verschillende financieringsvormen bij Belgische kmo’s

    Het aandeel kmo’s dat een financieringsvorm relevant vindt, is de optelsom van drie antwoordcategorieën van de SAFE: “gebruikt”, “relevant maar niet gebruikt” en “relevant maar weet niet of gebruikt”.

    In 2024 is een kredietlijn met 31,8 % van de kmo’s de meest gebruikte financieringsvorm (relevant voor 50,5 %). De banklening, waar 19,1 % van de kmo’s gebruik van maakte, staat op een tweede plaats maar is wel relevant voor het hoogste aandeel kmo’s (56,5 %). 

    Het valt op dat kapitaalinvesteringen relatief weinig gebruikt worden (0,6 %), terwijl factoring voor het minst aandeel ondernemingen relevant is (9,7 %). Toch wordt factoring gebruikt door de meerderheid van de kmo’s die deze financieringsvorm relevant vinden (7,1 %).  Mogelijk is dat een minder bekende financieringsvorm bij Belgische kmo’s.  

    Concluderend blijven bankleningen de voornaamste externe financieringsbron die door een ruime meerderheid van de ondernemingen als relevant wordt beschouwd.

    Toch werkt de stijging van de rentevoeten ontmoedigend voor 20,1 % van de bedrijven. Dat percentage blijft stabiel ten opzichte van 2023 en 2022, maar ligt aanzienlijk hoger dan in 2021, toen het op 9,0 % lag. 

    Andere vernoemde redenen zijn: 

    • te zware administratieve lasten 15,2 %) ,
    • gebrek aan beschikbare leningen (12,5 %) en
    • gebrek aan garanties (5,8 %). 
    Laatst bijgewerkt
    11 augustus 2025