Een onderneming wordt als failliet beschouwd wanneer ze aanhoudend haar betalingen heeft gestaakt en het vertrouwen van haar schuldeisers heeft verloren (wankelen van het krediet). Een ontbonden vennootschap kan failliet worden verklaard tot 6 maanden na afsluiting van de vereffening. Niet alle stopzettingen van ondernemingen zijn faillissementen. Zo kan een onderneming bijvoorbeeld stopgezet worden wanneer de ondernemer beslist om zijn activiteit stop te zetten of als hij op pensioen gaat en geen overnemer vindt. Meer informatie rond stopzettingen vindt u op de pagina “oprichtingen en stopzettingen”.

In 2024 gingen 11.067 ondernemingen failliet, wat leidde tot het verlies van 29.245 banen. In 2023 ging het om 10.243 ondernemingen die 24.553 verloren banen veroorzaakten. Het gaat dus om een toename van 8 % en 19 % van respectievelijk de ondernemingen en het banenverlies tussen 2023 en 2024. De stijging van het aantal faillissementen en het banenverlies in 2022 en 2023 zet zich dus voort in 2024, zij het in mindere mate.

In 2024 gingen vier grote ondernemingen failliet. Ondernemingen met minder dan 250 werknemers, wat overeenkomt met de drempel die kleine of middelgrote ondernemingen (kmo’s) definieert, vertegenwoordigden dus 99,96 % van alle faillissementen (dat is 11.063 op het totaal van 11.067 faillissementen) en 88,17 % van het banenverlies. Ter vergelijking: in 2023 ging slechts één grote onderneming failliet en vertegenwoordigden kmo’s 91,89 % van het banenverlies. In 2022 betroffen alle geregistreerde faillissementen kmo’s. Bijgevolg vertegenwoordigden kmo’s toen het geheel van faillissementen en het daarmee gepaard gaande banenverlies.

De jaren 2020 en 2021 zijn in meer dan één opzicht uitzonderlijk en vertonen het laagste aantal faillissementen van de afgelopen tien jaar. Die krimp is vooral het gevolg van de beschermingsmaatregelen voor ondernemingen die in het kader van de gezondheidscrisis werden getroffen, met onder meer:

  • het moratorium op faillissementen,
  • het feit dat veel ondernemingsrechtbanken en griffies met een verminderde capaciteit werkten,
  • de steunmaatregelen voor ondernemingen op federaal, gewestelijk en lokaal niveau,
  • enz.

In deze rubriek worden twee verschillende, maar elkaar aanvullende benaderingen voorgesteld:

  • Een analyse van de verdeling van de faillissementen en het banenverlies : aan de hand van verschillende onderverdelingen wordt de evolutie van het aantal faillissementen bij kmo's en het resulterende banenverlies geïllustreerd, evenals hun relatieve aandeel in de totale bestudeerde populatie:
    • de grootte van de onderneming (micro-onderneming, kleine of middelgrote onderneming),
    • de bedrijfstak waarin de onderneming actief is,
    • het geografische gebied waar de onderneming gevestigd is,
    • het geslacht (man/vrouw) van de bestuurder(s) van de onderneming,
    • de rechtsvorm van de onderneming, en
    • de leeftijd van de onderneming.
  • Een evolutie doorheen de tijd: de pagina “Jaarlijkse en maandelijkse evolutie van de faillissementen en het banenverlies ” laat de opwaartse en neerwaartse trends van maand tot maand en van jaar tot jaar zien.
  • Een analyse van het faillissementspercentage: op deze pagina wordt het faillissementspercentage van btw-plichtige kmo's gepresenteerd volgens verschillende variabelen:
    • de grootte van de onderneming,
    • de sector waarin de onderneming actief is,
    • het gewest waar het hoofdkantoor is gevestigd, en
    • het geslacht van de bestuurder(s) die de onderneming leiden.

Er wordt ook een evolutief perspectief geboden. 

Methodologische opmerking

In het voorjaar van 2025 heeft Statbel een nieuwe methodologische wijziging doorgevoerd voor de registratie van banenverlies. 

Om de nieuwe berekeningsregels die gebruikt worden in de statistieken over faillissementen van ondernemingen te harmoniseren met de regels die gebruikt worden in de andere statistieken die Statbel publiceert (bv. bedrijvendemografie, btw-plichtige ondernemingen, enz.), wordt het aantal werkgevers in loondienst nu geschat op basis van de methode uit de ESR 2010-verordening, die gevolgd wordt door Eurostat, voor de volgende categorieën van ondernemingen:

  • Zelfstandig: 1 loontrekkende werkgever
  • Partnerschap en andere rechtsvormen: 2 loontrekkende werkgevers
  • Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: 1 loontrekkende werkgever wanneer er geen dienstverband is bij de RSZ

Bijgevolg werden de berekeningen en statistieken met terugwerkende kracht bijgewerkt, wat leidde tot een neerwaartse herziening van het aantal verloren banen.

Laatst bijgewerkt
18 november 2025