Een onderneming wordt als failliet beschouwd wanneer ze aanhoudend haar betalingen heeft gestaakt en het vertrouwen van haar schuldeisers heeft verloren (wankelen van het krediet). Een ontbonden vennootschap kan failliet worden verklaard tot 6 maanden na afsluiting van de vereffening.

In 2021 gingen 6.533 ondernemingen failliet, wat heeft geleid tot het verlies van 17.786 banen.

Voor ondernemingen met minder dan 250 werknemers, de gebruikelijke drempel om van kleine en middelgrote ondernemingen te spreken, gingen 6.532 kmo's failliet, waardoor 17.379 banen verloren zijn gegaan.

Met een verschil van slechts 1 eenheid ten opzichte van het totale aantal faillissementen vertegenwoordigt die categorie van ondernemingen bijna alle in België geregistreerde faillissementen (99,98 %). Bovendien is 2021 97,7% van de banen verloren gaan door faillissementen van kleine en middelgrote ondernemingen, wat neerkomt op een verschil van 407 banen. Dit staat in schril contrast met 2020, toen kmo's ook 99,9% van de insolventies voor hun rekening namen, maar slechts 83% van het totale banenverlies.

De jaren 2020 en 2021 zijn in meer dan één opzicht uitzonderlijk en vertonen het laagste aantal faillissementen van de afgelopen tien jaar. Die krimp is vooral het gevolg van de beschermingsmaatregelen voor ondernemingen die in het kader van de gezondheidscrisis werden getroffen, met onder meer :

  • het moratorium op faillissementen,
  • het feit dat veel ondernemingsrechtbanken en griffies met een verminderde capaciteit werkten,
  • de steunmaatregelen voor ondernemingen op federaal, gewestelijk en lokaal niveau, enz.

In deze rubriek worden twee verschillende, maar elkaar aanvullende benaderingen voorgesteld:

  • Een analyse van de verdeling van de faillissementen en het banenverlies : aan de hand van verschillende onderverdelingen wordt de evolutie van het aantal faillissementen bij kmo's en het resulterende banenverlies geïllustreerd, evenals hun relatieve aandeel in de totale bestudeerde populatie. De grootte van de onderneming (micro-onderneming, kleine of middelgrote onderneming), de bedrijfstak waarin ze actief is, het geografische gebied waar ze gevestigd is, het geslacht (man/vrouw) van haar bestuurder(s), haar rechtsvorm en haar leeftijd zijn criteria die in deze analyse aan bod komen.
  • Een evolutie doorheen de tijd: de pagina Jaarlijkse en maandelijkse evolutie van de faillissementen en het banenverlies schetst de evolutie doorheen de tijd, zodat opwaartse en neerwaartse trends van maand tot maand en van jaar tot jaar kunnen vastgesteld worden.
  • Een analyse van het faillissementspercentage: op deze pagina wordt het faillissementspercentage van btw-plichtige kmo's gepresenteerd volgens verschillende variabelen: de grootte van het bedrijf, de sector waarin het actief is, het gewest waar het hoofdkantoor is gevestigd en het geslacht van de bestuurders die het bedrijf leiden. Er wordt ook een evolutief perspectief geboden. 

Methodologische opmerking

Een door Statbel ingevoerde methodologische wijziging in verband met de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen heeft geleid tot een herziening van de cijfers met terugwerkende kracht voor faillissementen en banenverlies.

De nieuwe vennootschapsvormen worden in februari 2022 in de faillissementsstatistieken opgenomen. Om de vergelijkbaarheid van de tijdreeksen te waarborgen, wordt de maatregel met terugwerkende kracht toegepast. Hoewel deze actualisering geen invloed heeft op het totale aantal faillissementen, brengt zij wel twee belangrijke wijzigingen in de tijdreeksen aan.

  • het aantal faillissementen onder zelfstandigen daalt in vergelijking met de oude methode. Sommige ondernemingen die deel uitmaakten van de categorie "zelfstandigen" worden volgens de nieuwe methode ingedeeld in de categorieën "NV", "Bvba", "CV” of "Andere";
  • Het totale aantal verloren banen neemt toe. Om het aantal banenverliezen voor werkgevers in loondienst te berekenen, gebruikt Statbel een internationaal erkende schattingsregel die door Eurostat wordt aanbevolen en die afhankelijk is van de rechtsvorm van de onderneming. Deze regel bepaalt dat er slechts één werkgever in loondienst is in het geval van zelfstandigen, terwijl dit aantal kan oplopen tot drie in het geval van vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. De herverdeling van het aantal faillissementen volgens de rechtsvorm leidt derhalve tot een toename van het totale aantal verloren gegane arbeidsplaatsen. Het totale verlies aan banen wordt berekend als het totaal van de 3 categorieën (verlies van voltijdbanen + verlies van deeltijdbanen + verlies van banen bij werkgevers in loondienst).
Laatst bijgewerkt
11 juli 2022