Oprichtings- en stopzettingspercentages

De oprichtings-, stopzettings-, en groeipercentages zijn respectievelijk het aantal oprichtingen, stopzettingen en verschillen inzake kmo's in verhouding tot het aantal btw-plichtige kmo's die actief waren op 31 december van het vorige jaar. De turbulentiegraad komt overeen met de som van de oprichtings- en stopzettingspercentages van kmo's. Naast oprichtingen en stopzettingen kan het aantal kmo's ook variëren wanneer een onderneming van grootteklasse verandert.

De economische activiteitensector van de onderneming is afkomstig uit de Belgische versie 2008 van de nomenclatuur van economische activiteiten van de Europese Gemeenschap (NACE-BEL). Deze nomenclatuur splitst het universum van de economische activiteiten op zodat aan iedere onderneming een NACE-BEL-code kan worden toegekend.

Het aantal kmo's neemt sinds 2010 gestaag toe, meer bepaald tijdens de laatste vijf jaar (2016-2020), toen de groeicijfers meer dan 30.000 eenheden bedroegen. Die groei is vooral te danken aan het feit dat de jaarlijkse oprichtingen sinds vijf jaar boven 90.000 zijn terwijl de jaarlijkse stopzettingen al tien jaar bijna 60.000 bedragen.

Wat 2020 betreft, bedraagt de jaarlijkse verhoging van het aantal kmo’s uitzonderlijk meer dan 40.000 eenheden (40.145). Die sterke stijging is het gevolg van een daling van de stopzettingen (van -69.405 tot -64.333) die gepaard ging met een lichte stijging van de oprichtingen (+103.723 tot +104.459). De daling in 2020 van deze stopzettingen is vooral het gevolg van de verschillende steunmaatregelen voor ondernemingen in moeilijkheden (moratorium op faillissementen, uitbreiding van het overbruggingsrecht voor de zelfstandigen, uitstel, vermindering of vrijstelling van sociale bijdragen…). Tot slot, in 2020, is het saldo van de categoriewijzigingen tussen kmo’s en grote ondernemingen uitzonderlijk positief voor kmo’s (+19).

De jaarlijkse percentages blijven relatief stabiel tussen 2016 en 2020: het jaarlijks groeipercentage stijgt van slechts +4,2 % tot +4 % als gevolg van het bijna stagnerende jaarlijks oprichtingspercentage (van 10,5 % naar 10,4 %) en stopzettingspercentage (6,4 %). Niettemin blijven al die jaarlijkse percentages hoger dan in voorgaande jaren. De turbulentiegraad bereikte daarentegen zijn maximum in 2014, namelijk 19,1 %, met de samenvoeging van 8 % stopzettingen en 11,1 % oprichtingen grotendeels te wijten aan de btw-plicht van advocaten.

In 2020 deden oprichtingen van kmo’s zich voornamelijk in het Vlaams Gewest voor waar er 67.018 (64,2 %) werden opgericht. In het Waalse Gewest (22,5 %) waren dat er 23.528 en 11.182 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (10,7 %). De resterende 2.731 oprichtingen (2,6 %) omvatten kmo’s die in het buitenland zijn gevestigd of geen adres hebben. De meeste van die nieuw opgerichte kmo's hebben geen loontrekkend personeel (+97.799; 93,6 % van het totaal).

Op het gebied van groei wordt het grootste deel van de toename veroorzaakt door de oprichtingen die plaatsvonden in Vlaanderen (+28.916; 72 %) tegenover +8.537 in Wallonië (21,3 %), +2.374 in het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest (5,9 %). Het saldo van +318 oprichtingen wordt verdeeld tussen kmo’s zonder adres en in het buitenland gevestigde kmo's (0,8 %). De groei van het aantal kmo’s doet zich voornamelijk in ondernemingen zonder werknemer (+40.304 tegenover +990 in kmo’s met 1 tot 9 werknemer(s) en vooral -1.149 in kmo’s met 10 tot 249 werknemers die in aantal afnemen).

De kmo-stopzettingen zijn nog steeds groter in Vlaanderen (38.471; 59,8 %) dan in Wallonië (15.315; 23,8 %) en in het Brussel-Hoofdstedelijk Gewest (7.889; 12,3 %). De meeste stopzettingen hebben betrekking op kmo’s zonder werknemers (61.994; 96,4 %).  

In 2020 concentreren de kmo-oprichtingen zich in acht sectoren (85.527; 81,9 %) waarvan de belangrijkste zijn:

  • de gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten (20.041; 19,2 %)
  • de handel (17.992; 17,2 %)
  •  de bouwnijverheid (16.146; 15,5 %)

Ook de kmo-stopzettingen zijn geconcentreerd in die acht activiteitsectoren (53.085; 82,5 %) waarin de sectoren voornamelijk terugkomen in:

  • de handel (12.706; 19,8 %)
  • de gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten (11.094; 17,2 %)
  •  de bouw (9.092; 14,1 %).

Op het gebied van groei heeft de sector van de gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten in 2020 de grootste stijging met +9.583 kmo’s in tegenstelling tot de horecasector die met slechts +803 kmo’s de laagste groei genereert.

In 2020 is het kmo-groeipercentage in Vlaanderen hoger (+4,7 %, hoger dan +3,3 % in Wallonië en +2,1 % in Brussel-Hoofdstad) omwille van een hoger kmo-oprichtingspercentage in Vlaanderen (10,9 %) dan in Wallonië (9 %) en een lager kmo-stopzettingspercentage in Vlaanderen (6,2 %) dan in het Brussels Gewest (7,1 %). Daarentegen is het kmo-oprichtingspercentage in Brussel (11,1 %) hoger dan in Vlaanderen en is het kmo-stopzettingspercentage in Wallonië lager (5,9 %) dan in Vlaanderen.

Het oprichtings-, stopzettings- en groeipercentage zijn hoger voor kmo’s zonder werknemers (respectievelijk 11,9 %, 7,5 % en +4,9 %). Tot slot, wat de sectoren betreft, komen de hoogste kmo-groeipercentage voor in:

  • de administratieve en ondersteunende diensten (+5,2 %)
  • de gespecialiseerde wetenschappelijke en technische activiteiten (+4,9 %)
  • de bouw (+4,7 %)
  •  andere dienstenactiviteiten (+4,5 %)

 In de horeca is het groeipercentage daarentegen slechts +1,3 %.

Overlevingsgraad in de periode 2015-2020

De statistieken over de overlevingsgraden van btw-plichtige ondernemingen zorgen voor een opvolging van alle primo btw-plichtigen gedurende de vijf jaar na de start van hun activiteiten. Als een onderneming onderhevig is aan een schrapping en daaropvolgende hernieuwde onderwerping aan de btw, dan wordt ze in het jaar van haar eerste schrapping verwijderd. Primo btw-plichtigen zijn hier van toepassing op alle ondernemingen die voor het eerst in 2015 onderworpen worden aan btw. De overlevingsgraad in T + X geeft, uitgedrukt in percentage, het aandeel van d primo btw-plichtigen die nog tijdens het eerste referentiejaar (2020) actief zijn. De beschrijvende variabelen (gewest, omvang en sector) zijn die gerelateerd aan de onderneming op 31 december 2015, namelijk aan het jaar van eerste onderwerping aan de btw.

Van de ondernemingen primo btw-plichtig in 2015 waren er in 2020 nog 64,5 % actief. De ondernemingen in Vlaanderen hebben een overlevingsgraad op vijf jaar die hoger ligt dan die in de twee andere gewesten (65,7 % tegenover 63,8 % in Wallonië en 61,2 % in het Brussels Gewest). Kmo's zonder loontrekkend personeel hebben de laagste overlevingsgraad op vijf jaar (63,3 %) terwijl de ondernemingen met werknemers een overlevingsgraad op vijf jaar hebben van minimaal 78 %. Wat betreft de acht voornaamste sectoren komen er drie groepen naar voren:

  1. de sectoren die ieder jaar 10 % van hun ondernemingen verliezen om te komen tot een overlevingsgraad op vijf jaar van bijna 50 % (horeca en handel)
  2.  de sectoren die het eerste jaar 10 % tot 15 % van hun ondernemingen verliezen, dan een vertraging van verlies optekenen om uiteindelijk te komen tot een overlevingsgraad op vijf jaar van iets boven 60 % (de activiteiten van administratieve en ondersteunende diensten en de andere dienstenactiviteiten)
  3.  de sectoren die een overlevingsgraad op vijf jaar hebben van iets minder dan 70 % (bouw, verwerkingsindustrie, informatie en communicatie, gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten).

Ten slotte, als vergelijking tussen jaren, hebben de ondernemingen opgericht in 2009 en 2013 een overlevingspercentage van vijf jaar dat iets lager ligt (respectievelijk 62,4 % en 62,3 %) dan in 2011 en 2015 (64,5 %).

Laatst bijgewerkt
5 mei 2022