Aantal oprichtingen, stopzettingen en turbulenties

De oprichtings-, stopzettings-, en groeipercentages zijn respectievelijk het aantal oprichtingen, stopzettingen en verschillen inzake kmo's in verhouding tot het aantal btw-plichtige kmo's die actief waren op 31 december van het vorige jaar. De turbulentiegraad komt overeen met de som van de oprichtings- en stopzettingspercentages inzake kmo's. Naast oprichtingen en stopzettingen kan het aantal kmo's ook variëren wanneer een onderneming van grootteklasse verandert. 

De economische activiteitensector van de onderneming is afkomstig uit de Belgische versie 2008 van de nomenclatuur van economische activiteiten van de Europese Gemeenschap (NACE-BEL). Deze nomenclatuur splitst het universum van de economische activiteiten op zodat aan iedere onderneming een NACE-BEL-code kan worden toegekend. 

Het aantal kmo's neemt sinds 2009 gestaag toe, meer bepaald tijdens de laatste vier jaar (2016-2019), toen de groeicijfers meer dan 30.000 eenheden bedroegen. Deze groei is vooral te danken aan het feit dat de oprichtingen per jaar sneller stijgen (+63,7% tussen 2009 en 2019) dan de stopzettingen (+25,8% tussen 2009 en 2019). Wat 2019 betreft, stellen we een jaarlijkse verhoging van het aantal kmo's met +34.297 vast als gevolg van het aantal kmo-oprichtingen en -stopzettingen dat respectievelijk +103.723 en -69.405 bedraagt in combinatie met een saldo van categorieveranderingen van -21 kmo's. 

De jaarlijkse wijzigingspercentages zijn vrij stabiel tussen 2016 en 2019: het jaarlijkse groeipercentage daalt van +4,2% naar +3,5% als gevolg van een quasi stagnerend jaarlijks oprichtingspercentage (van +10,5% naar +10,6%) en een lichte verhoging van het jaarlijks stopzettingspercentage (van +6,4% naar +7,1%). Niettemin blijven al deze jaarlijkse wijzigingspercentages hoger dan in voorgaande jaren. De turbulentiegraad bereikte zijn maximum tijdens 2014, namelijk +19%, met de hoofdzakelijke samenvoeging van +8% stopzettingen en +11,1% oprichtingen grotendeels te wijten aan het feit dat advocaten btw-plichtig zijn geworden.

 In 2019 doen de kmo-oprichtingen zich voornamelijk voor in het Vlaams Gewest (+64.125 tegenover +24.427 in het Waals Gewest, +12.233 in het Brussels Gewest en +2.938 voor de categorie in het buitenland en de niet-toegekende). De meeste van deze nieuw opgerichte kmo's hebben geen loontrekkend personeel (+96.471, 93% van het totaal) en bevinden zich in drie activiteitensectoren: gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten (+39.526, 23,7% van het totaal), handel (+31.658, 19% van het totaal) en de bouw (+29.474, 17,7% van het totaal). 

Op het gebied van groei vindt het grootste deel van de toename ervan plaats in Vlaanderen (+24.574 tegenover +5.317 in Wallonië, +2.576 in Brussel en +1.830 voor de categorie in het buitenland en de niet-toegekende), in de ondernemingen zonder loontrekkend personeel (+32.106) binnen de sectoren gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten (+7.968) en in de bouw (+5.476). De groei in de handelssector moet wel genuanceerd worden en toont het verschil aan tussen oprichtingen en groei: door de talrijke stopzettingen (-28,336 kmo's) kent de handelssector in 2019 maar een kleine toename van 1.020 kmo's. 

De kmo-oprichtingsgraad is het hoogst in Brussel (+11,3% tegenover +10,8% in Vlaanderen en +9,6% in Wallonië) maar het hoogste kmo-groeipercentage doet zich voor in Vlaanderen (+4,1% tegenover +2,4% in Brussel en +2,1% in Wallonië) door een minder hoge kmo-stopzettingsgraad in Vlaanderen vergeleken met de andere gewesten (-6,8% tegenover -7,5% in Wallonië en -8,2% in Brussel). De oprichtings- en stopzettingsgraad alsook het groeipercentage zijn het hoogst bij de kmo's zonder loontrekkend personeel (respectievelijk +12,2%, -8,4% en +4,1%). De hoogste kmo-groeipercentages, tot slot, doen zich voor binnen de sectoren van de andere dienstenactiviteiten (+5,7%), de administratieve en ondersteunende diensten (+5,3%) en de informatie- en communicatietechnologieën (+5,1%). Het groeipercentage binnen de handelssector bedraagt daarentegen maar +0,6%. 

Overlevingsgraad in de periode 2014-2019

De statistieken over de overlevingsgraad van btw-plichtige ondernemingen zorgen voor een follow-up van alle primo btw-plichtigen gedurende de vijf jaar na de start van hun activiteiten. Als een onderneming geschrapt wordt als btw-plichtige en daaropvolgend opnieuw onderworpen wordt aan de btw, dan wordt ze in het jaar van haar eerste schrapping verwijderd. Primo btw-plichtigen zijn hier van toepassing op alle ondernemingen die voor het eerst in 2014 onderworpen worden aan btw. De overlevingsgraad in T + X geeft, uitgedrukt in percentage, het aandeel van deze primo btw-plichtigen die nog tijdens het eerste referentiejaar actief zijn. De beschrijvende variabelen (gewest, omvang en activiteitensectoren) zijn die gerelateerd aan de onderneming op 31/12/2014, namelijk aan het jaar van eerste onderwerping aan de btw. 

Van de ondernemingen primo btw-plichtig in 2014 was in 2019 nog 65,2% actief. De ondernemingen in Vlaanderen hebben een overlevingsgraad op 5 jaar die hoger ligt dan deze in de twee andere gewesten (66,6% tegenover 64,3% in Wallonië en 61,4% in Brussel). Kmo's zonder loontrekkend personeel hebben de laagste overlevingsgraad op 5 jaar (63,4%) terwijl de ondernemingen met werknemers een overlevingsgraad op 5 jaar hebben van minimaal 80,3%. Wat betreft de acht voornaamste activiteitensectoren komen er drie groepen naar voren: 1) de sectoren die ieder jaar 10% van hun ondernemingen verliezen om te komen tot een overlevingsgraad op 5 jaar van dichtbij 50% (horeca en handel), 2) de sectoren die het eerste jaar 10% van hun ondernemingen verliezen, dan een vertraging van verloren ondernemingen registreren om uiteindelijk te komen tot een overlevingsgraad op 5 jaar van iets boven 60% (de activiteiten van administratieve en ondersteunende diensten en de andere dienstenactiviteiten) en 3) de sectoren die een overlevingsgraad op 5 jaar hebben van iets minder dan 70% (bouw, verwerkingsindustrie, informatie en communicatie, gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten). 

Laatst bijgewerkt
31 mei 2021