Table of Contents

    Oprichtings- en stopzettingspercentages

    De oprichtings-, stopzettings-, en groeipercentages zijn respectievelijk het aantal oprichtingen, stopzettingen en verschillen inzake kmo's in verhouding tot het aantal btw-plichtige kmo's die actief waren op 31 december van het vorige jaar. De turbulentiegraad komt overeen met de som van de oprichtings- en stopzettingspercentages van kmo's. Naast oprichtingen en stopzettingen kan het aantal kmo's ook variëren wanneer een onderneming van grootteklasse verandert.

    De economische activiteitensector van de onderneming is afkomstig uit de Belgische versie 2008 van de nomenclatuur van economische activiteiten van de Europese Gemeenschap (NACE-BEL). Die nomenclatuur splitst het universum van de economische activiteiten op zodat aan iedere onderneming een NACE-BEL-code kan worden toegekend.

    Sinds 2014 groeit het aantal kmo's gestaag, maar sinds 2023 vertraagde die groei duidelijk: de toename bleef beperkt tot 25.651 eenheden in 2023 en 18.748 in 2024 terwijl die tijdens de periode 2019-2022 meer dan 40.000 eenheden bedroeg.

    Die groei is vooral te verklaren door het hoge aantal oprichtingen, met meer dan 100.000 eenheden per jaar, terwijl de jaarlijkse stopzettingen onder 80.000 eenheden lagen tot 2022.  

    Toch waren 2023 en 2024 recordjaren voor stopzettingen, met respectievelijk 88.521 en 94.523 kmo’s die hun activiteiten stopten. Dat is het gevolg van de vertraging van de Belgische economie door de vele crises die Europa doormaakt, met name de oorlog in Oekraïne.

    In 2023 en 2024 lagen de jaarlijkse percentages voor oprichtingen (respectievelijk 10 % en 9,7 %) en groei (respectievelijk 2,2 % en 1,6 %) onder het gemiddelde van de periode 2016-2022. De jaarlijkse percentages voor stopzettingen (7,8 % in 2023 en 8,1 % in 2024) en turbulentie (17,8 %) waren hoger dan die van 2015 tot 2021.

    Het turbulentiepercentage van 2023 en 2024 blijft daarentegen lager dan de bereikte maxima in 2014 (19 %) en in 2022 (18,7 %). De piek in 2014 is grotendeels te verklaren door de btw-plichtigheid van advocaten en de piek in 2022 door de btw-plichtigheid van gezondheids-werkers die prestaties verrichten die geen therapeutisch doel hebben.

    In 2024 deden oprichtingen van kmo’s zich voornamelijk in het Vlaamse Gewest voor, waar er 70.703 (62,4 %) werden opgericht. In het Waalse Gewest (22,9 %) waren dat er 25.976 en 14.405 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (12,7 %). De resterende 2.191 oprichtingen (1,9 %) omvatten kmo’s die in het buitenland zijn gevestigd of geen adres hebben. De meeste van die nieuw opgerichte kmo's hebben geen loontrekkend personeel (107.038; 94,5 % van het totaal).

    Het grootste deel van de toename van het aantal kmo’s vond plaats in Vlaanderen (+12.099; 64,5 %), tegenover +3.992 in Wallonië (21,3 %) en +3.642 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (19,4 %). Kmo’s zonder adres en kmo’s gevestigd in het buitenland kenden slechts een groei van 985 eenheden. Het aantal kmo’s stijgt voornamelijk bij ondernemingen zonder werknemer (+20.782). Het aantal kmo’s met 1 tot 9 werknemers dalen daarentegen met 2.389 eenheden.

    De stopzettingen van kmo’s zijn in 2024 nog steeds groter in Vlaanderen (58.438; 61,8 %) dan in Wallonië (22.587; 23,9 %) en in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest (10.242; 10,8 %). De meeste stopzettingen hebben betrekking op kmo’s zonder werknemers (91.826; 97,1 %).  

    In 2024 concentreren de kmo-oprichtingen zich in negen sectoren (94.576; 83,5 %) waarvan de belangrijkste zijn:

    • de gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten (21.991; 19,4 %)
    • de bouwnijverheid (15.653; 13,8 %)
    • de handel (15.538; 13,7 %).

    Ook de kmo-stopzettingen zijn geconcentreerd in die negen activiteitensectoren (79.907; 84,5 %) waarin de sectoren voornamelijk terugkomen in:

    • de handel (17.759; 18,8 %)
    • de gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten (16.655; 17,6 %)
    •  de bouw (13.302; 14,1 %)

    In termen van groei is de handel de enige sector in 2024 die daalt met -2.562 kmo’s.

    In 2024 is het kmo-groeipercentage in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hoger (3,1 %) dan in Vlaanderen (1,6 %) en in Wallonië (1,4 %). Dat komt door een hoger kmo-oprichtingspercentage in Brussel-Hoofdstad (12,1 %) dan in Vlaanderen (9,6 %) en Wallonië (8,8 %). Daarentegen is het kmo-stopzettingspercentage in Brussel-Hoofdstad (8,6 %) iets hoger dan in Vlaanderen (8 %) en in Wallonië (7,6 %).

    De oprichtings-, stopzettings- en groeipercentages zijn hoger voor kmo’s zonder werknemers (respectievelijk 11 %, 9,4 % en 2,1 %).

    Tot slot worden de hoogste groeicijfers voor kmo's aangetroffen in de volgende sectoren:

    • de menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (6,2 %)
    • de administratieve en ondersteunende diensten (3,5 %)
    • de informatie-- en communicatiesector (2,9 %)
    • de wetenschappelijke en technische activiteiten (2,3 %)

    De handel kent echter een negatief groeipercentage van 1,4 %.

    Overlevingsgraad

    De statistieken over de overlevingsgraden van btw-plichtige ondernemingen zorgen voor een opvolging van alle primo btw-plichtigen tijdens de vijf jaar na de start van hun activiteiten.

    Als een onderneming onderhevig is aan een schrapping en daaropvolgende hernieuwde onderwerping aan de btw, dan wordt ze in het jaar van haar eerste schrapping verwijderd. Primo btw-plichtigen zijn hier van toepassing op alle ondernemingen die voor het eerst tijdens 2009-2019 onderworpen worden aan btw. De overlevingsgraad tot vijf jaar geeft, uitgedrukt in percentage, het aandeel van de primo btw-plichtigen die nog vijf jaar na het oprichtingsjaar actief zijn. De beschrijvende variabelen (gewest, grootte, en sector) zijn die gerelateerd aan de onderneming op 31 december, namelijk aan het jaar van de eerste onderwerping aan de btw.

    In 2024 was 63,5 % van de primo btw-plichtige ondernemingen in 2019 nog actief, wat lager is dan de overlevingsgraad na vijf jaar van de primo btw-plichtigen in 2015 (64,5 %) en 2017 (65 %).

    De primo btw-plichtigen van 2019 hebben een hogere overlevingsgraad na vijf jaar in Wallonië (65,7 %) dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (62,8 %) en in Vlaanderen (62,7 %). Daarentegen daalde de overleving na vijf jaar van de primo btw-plichtigen tussen 2009 en 2019 in Vlaanderen slechts van 64,7 % tot 62,7 % tegenover een stijging van 57,9 % tot 62,8 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van 58,4 % tot 65,7 % in Wallonië.

    De primo btw-plichtigen zonder werknemer van 2019 hebben de laagste overlevingsgraad na vijf jaar (62 %), terwijl diegenen met werknemers na vijf jaar een overlevingsgraad hebben van minstens 80 %. De overlevingsgraad na vijf jaar van primo btw-plichtigen tussen 2009 en 2019 is nauwelijks verbeterd, van slechts 60,5 % tot 62 %, in tegenstelling tot 1 tot 9 werknemers, waar op tien jaar tijd de overlevingsgraad is toegenomen van 76,7 % tot 80,6 % en van 10 tot 49 werknemers van 82,5 % tot 88,7 %.

    Vier profielen van de negen voornaamste sectoren komen naar voren:

    1. de sectoren die na vijf jaar een overlevingsgraad rond 70 % hebben (gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten, de menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening)
       
    2. de sectoren die het eerste jaar 10 % van hun ondernemingen verliezen, dan een vertraging van verlies optekenen om uiteindelijk te komen tot een overlevingsgraad rond 65 % na vijf jaar (bouwnijverheid en industrie)
       
    3. de sectoren met een overlevingsgraad boven 60 % na vijf jaar (informatie en communicatie, administratieve en ondersteunende diensten, andere dienstenactiviteiten en horeca)
       
    4. een sector met een overlevingsgraad lager dan 60 % na vijf jaar (handel)

    In vergelijking met 2009 is de overlevingsgraad na vijf jaar van de primo btw-plichtigen van 2019 aanzienlijk verbeterd voor de volgende sectoren:

    • de horeca (van 54,6 % tot 62 %)
    • de informatie- en communicatiesector (van 49,6 % tot 62,8 %)
    • de menselijke gezondheidszorg en de sociale sector (van 59,1 % tot 67 %)

    Die overlevingsgraad na vijf jaar verslechterde daarentegen in de volgende sectoren:

    • de industrie (van 69,1 % tot 64,1 %)
    • de bouwnijverheid (van 70,8 % tot 63,4 %)
    • de handel (van 65,9 % tot 54,5 %)
    • andere dienstenactiviteiten (van 66,5 % tot 61,1 %)
    Laatst bijgewerkt
    8 december 2025