Table of Contents

    Biodiesel wordt geproduceerd uit plantaardige olie geëxtraheerd uit koolzaad, zonnebloem, soja, palm, enz. Tot 30 juni 2018 mocht er maximaal 7 % (V/V) biodiesel aan fossiele diesel worden toegevoegd.

    Vanaf 23  juli 2018 zijn ook andere dieselproducten toegestaan, met hogere aandelen plantaardige of synthetische olie.

    Het gaat om de introductie van nieuwe brandstoffen die u onder bepaalde omstandigheden in dieselmotoren mag gebruiken. Op dit ogenblik garanderen autoconstructeurs in alle dieselmotoren enkel diesel die maximaal 7% volume biocomponenten (zgn. ) bevat (volgens de norm NBN EN 590:2013+A1). Voor andere dieselbrandstoffen moet de constructeur dat expliciet vermelden.

    Er is geen wettelijke verplichting voor het op de markt brengen. Het KB van 8 juli 2018 laat toe om vanaf 23 juli 2018 de nieuwe biodiesels (B10, B20, B30 en XTL) op de markt te brengen. De beschikbaarheid van de producten aan de pomp is afhankelijk van de individuele beslissing van elk brandstofverkooppunt.

    De Europese doelstelling inzake hernieuwbare energie in de transportsector in 2020 heeft aanleiding gegeven tot nieuwe Europese productnormen. Dat heeft geleid tot de invoering van de nieuwe dieselbrandstoffen. (Inmiddels werden de Europese doelstellingen voor 2030 vastgelegd: tegen 2030 moet het aandeel hernieuwbare energie stijgen tot 14 %, en wordt het aandeel van biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen beperkt tot maximaal 7 %, terwijl het aandeel van de tweede generatie biobrandstoffen vanaf 2025 moet toenemen).

    De nieuwe biodiesels mogen op de markt gebracht worden vanaf de datum van inwerkingtreding van het KB van 8 juli 2018, dus sinds 23 juli 2018. De beschikbaarheid van de producten aan de pomp is afhankelijk van de individuele beslissing van elk brandstofverkooppunt.

    De huidige diesel beantwoordt aan de dieselnorm NBN EN 590:2013+A1, en bevat maximaal 7% biocomponenten  (FAME) (diesel B7).

    FAME staat voor “Fatty Acid Methyl Esters”. Dat zijn vetzuren die ontstaan door een chemisch proces van plantaardige en dierlijke oliën (door transesterificatie) om biodiesel te maken. Hiervoor kunnen gebruikte frituurolie (UCO, Used Cooking Oil) of dierlijke vetten (niet voor dierlijk of menselijk gebruik geschikt, Tallow of talg) als basisgrondstof worden gebruikt.

    Diesel B10 is een nieuwe dieselbrandstof die tot 10 % biocomponenten bevat (FAME).

    De nieuwe diesel B10 beantwoordt aan een andere norm dan de huidige diesel B7. Diesel B10 beantwoordt aan de norm NBN EN 16734. Het aandeel FAME bedraagt maximaal 10 % i.p.v. 7 % in de huidige diesel B7 (EN 590). De regels voor gebruik en garantie in dieselvoertuigen zijn dan ook verschillend.

    De diesel B7 (EN 590) is algemeen aanvaard door alle automobielconstructeurs. Voor de B10-diesel moet de fabrikant expliciet aangeven of die compatibel is met uw voertuig. De nieuwe producten kunnen voortaan op de markt gebracht worden naast de bestaande diesel B7. De beschikbaarheid van de producten aan de pomp is afhankelijk van de individuele beslissing van elk brandstofverkooppunt.

    De nieuwe diesel B20 bevat maximaal 20 % biocomponenten FAME, de diesel B30 maximaal 30 %. Die producten zijn enkel bestemd voor gebruik in bedrijfswagenparken (een gedefinieerde groep voertuigen die op een gecontroleerde manier die brandstof gebruikt). Bijvoorbeeld een vloot bussen of vrachtwagens van een transportbedrijf dat beschikt over eigen bevoorradingsstations en onderhoudsinstallaties.

    Diesel XTL is een verzamelnaam voor paraffinische synthetische diesels. Ze hebben een lagere densiteit, een lager zwavel- en aromatengehalte, en het type A heeft een hoger cetaangetal dan diesel EN 590. Diesel XTL beantwoordt aan een andere norm dan de EN 590.

    Diesel XTL kan gemaakt worden uit uiteenlopende basisgrondstoffen, elk met een specifieke procestechnologie: met aardgas (GTL of "Gas To Liquid"), biomassa (BTL of "Bio To Liquid") of via het hydrogeneren van plantaardige olie (HVO of "Hydrogenated Vegetable Oil"). Diesel XTL kan dus biocomponenten bevatten.

    Neen. Het is niet de bedoeling dat diesel B7 verdwijnt. Over het algemeen hangt de beschikbaarheid van de andere producten bij de pomp af van de individuele beslissing van elk verkooppunt van brandstoffen.

    Ja. De diesel B7 (EN 590) mag volgens de norm biocomponenten bevatten, voor FAME is dit maximaal 7 %.

    B10: NBN EN 16734

    B20 & B30: NBN EN 16709

    XTL: NBN EN 15940

    Iedereen kan die normen verkrijgen. U kunt ze kopen bij het Bureau voor Normalisatie (NBN). Meer informatie op https://www.nbn.be

    De biocomponenten in de diesel B10, B20 en B30 zijn dezelfde die in de huidige diesel B7 (EN 590) worden gebruikt. Enkel de verhoudingen verschillen. De componenten die hiervoor in aanmerking komen, worden bepaald door de Europese richtlijnen en hun omzetting naar Belgische wetgeving. De componenten zijn van verschillende oorsprong zoals bv. zaden of noten. Ze worden, net zoals bij diesel B7, verwerkt en gebruikt als FAME (“Fatty Acid Methyl Esters”). Dat zijn vetzuren die ontstaan door een chemisch proces om van plantaardige en dierlijke oliën (door transesterificatie) biodiesel te maken. Daarvoor kunnen gebruikte frituurolie (UCO, used cooking oil) of dierlijke vetten (niet voor dierlijk of menselijk gebruik geschikt, Tallow Oil of talg) als basisgrondstof worden gebruikt.

    Dat kunnen dezelfde biocomponenten zijn maar ze zijn wel aanwezig in grotere verhoudingen. Maximaal 10 % voor B10, maximaal 20 % voor B20 en maximaal 30 % voor B30.

    Verschillende grondstoffen mogen worden gebruikt voor de productie van biobrandstoffen voor zover ze voldoen aan de duurzaamheidscriteria die door de Europese richtlijnen en de Belgische reglementering worden opgelegd. Het Europees parlement heeft op 14 juni 2018 beslist om het gebruik van palmolie voor biobrandstoffen in Europa vanaf 2023 geleidelijk aan af te bouwen.

    De producten zijn vrij verhandelbaar en kunnen uit alle landen komen en hier op de markt gebracht worden, zolang ze beantwoorden aan de Europese duurzaamheidsvereisten. Meer info op: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy/biofuels/sustainability-criteria.

    De beschikbaarheid aan de pomp is afhankelijk van de individuele beslissing van elk brandstofverkooppunt.

    Neen, er is geen verplichting. De nieuwe brandstoffen mogen op de markt gebracht worden vanaf de datum van inwerkingtreding van het KB, dus sinds 23 juli 2018. De beschikbaarheid aan de pomp is afhankelijk van de individuele beslissing van elk brandstofverkooppunt.

    Wat de officiële markering betreft, bepaalt de wet dat ten laatste op 12 oktober 2018 zowel de nieuwe brandstoffen als de bestaande voorzien zullen zijn van een nieuw (rechthoekig) label zoals bepaald door de Europese norm EN 16942. Tot dan blijven de huidige (ronde) labels van toepassing zoals voorzien in de productnormen. .

    Elk brandstofverkooppunt mag de commerciële markering vrij bepalen. Bij twijfel vraagt u best advies aan de brandstofverkoper.

    Meer info vindt u ook op www.fuel-identifiers.eu.

    De producten beantwoorden aan een Europese norm en kunnen dus ook in de andere Europese markten aanwezig zijn. Over de officiële markering bepaalt de wet dat ten laatste op 12 oktober 2018 zowel de nieuwe als de bestaande brandstoffen voorzien worden van een nieuw label zoals bepaald door de Europese norm EN 16942. Tot dan blijven de huidige labels van toepassing zoals voorzien in de productnormen. De commerciële markering wordt vrij bepaald door elk brandstofverkooppunt

    Enkel wanneer de automobielconstructeurs de nieuwe biodiesels in het voertuig toelaten, kunnen de nieuwe producten de huidige diesel B7 vervangen. In het algemeen garanderen de constructeurs in alle dieselmotoren diesel B7 (EN 590) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

    Een automobielconstructeur moet expliciet een brandstof in een voertuig toelaten, wat dus ook het geval is voor de nieuwe producten. Bij voertuigen ingeschreven vanaf oktober 2018 is informatie over de geschiktheid van de nieuwe brandstoffen meestal te vinden in het instructieboekje en/of vlakbij de brandstofdop of tankklep van het voertuig.

    Alvorens de nieuwe brandstoffen te gebruiken in voertuigen die geen informatie vermelden in de handleiding en/of vlakbij de brandstofdop of tankklep, wordt consumenten aangeraden om eerst bij hun garagist of concessiehouder te informeren over de geschiktheid van de nieuwe brandstoffen voor hun voertuig. De constructeurs garanderen voor alle dieselmotoren wel het gebruik van diesel B7 (EN 590) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

    Enkel wanneer de constructeurs de biodiesels B10 en XTL voor het voertuig toelaten, kunnen de nieuwe producten de huidige diesel B7 voor voertuigen vervangen. Die informatie kunt u in het instructieboekje en/of vlakbij de brandstofdop of tankklep van het voertuig raadplegen. We raden de consumenten aan om eerst hun garagist of concessiehouder te raadplegen. De constructeurs garanderen in alle dieselmotoren het gebruik van diesel B7 (EN 590) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

    De norm van de nieuwe producten diesel B20 en diesel B30 voorziet dat ze enkel bestemd zijn voor gebruik in bedrijfswagenparken, d.w.z. voor een specifieke groep voertuigen die op een gecontroleerde manier die brandstof gebruiken.

    U hoeft zich geen zorgen te maken, want de huidige diesel B7 blijft beschikbaar. De autoconstructeurs garanderen in alle dieselmotoren het gebruik van diesel B7 (EN 590) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

    Hoewel er na één keer tanken van B10 of XTL niet meteen een probleem hoeft te ontstaan, kunnen problemen bij herhaald tanken van de nieuwe biodiesel op de langere termijn niet worden uitgesloten. Bij een volgende tankbeurt is het dus aan te bevelen dat u opnieuw diesel B7 (EN 590) tankt.

    Uzelf. Op dit ogenblik garanderen constructeurs in alle dieselmotoren enkel diesel B7 (EN 590) die maximaal 7 % biocomponenten (FAME) bevat. Als consument is het steeds belangrijk om aandachtig te zijn om de geschikte brandstof te tanken die toegelaten is door de constructeur van uw voertuig.

    Bromfietsen en motorfietsen worden meestal op benzine en elektriciteit aangedreven. Enkele modellen hebben een dieselmotor. De constructeurs garanderen in alle dieselmotoren het gebruik van diesel B7 (EN590) die maximaal 7% biocomponenten bevat.

    Biobrandstoffen van de tweede generatie bevatten biocomponenten op basis van niet-voedingsgewassen en allerlei soorten plant-, dier- en restafval.

    Enkel brandstoffen die door de constructeur van een product of toepassing toegelaten zijn, kunnen worden gemengd.

    Componenten voor biodiesel moeten beantwoorden aan de Europese en Belgische duurzaamheidsvereisten. Daarnaast is hun plaats en rol ten opzichte van voedingsgewassen en landgebruik een aandachtspunt van de Europese Commissie die hier recent bijkomende beperkingen heeft opgelegd.

    Meer info op: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy/biofuels/sustainability-criteria.

    Technisch gezien is er geen tegenindicatie om de nieuwe brandstoffen te gebruiken voor verwarmingsdoeleinden, voor zover ze niet voor een lange periode worden gestockeerd. Bij een opslagperiode (gewoonlijk langer dan 1 jaar) kan de brandstof onderhevig worden aan de vorming van bacteriën door de aanwezigheid van moleculen van biologische oorsprong. Dat kan de brandstof minder geschikt maken.

    Wanneer een constructeur een van de nieuwe dieselbrandstoffen toelaat, moet hij aangeven of er effecten zijn op de prestaties.

    Het brandstofverbruik is vergelijkbaar met dat van de gangbare diesel bij normaal gebruik van de juiste brandstof in het voertuig. Eventuele verschillen zijn echter moeilijk aan te wijzen en los te koppelen van andere factoren die een invloed hebben op het verbruik, zoals het rijgedrag van de chauffeur, de bandenspanning, de verkeers- en weersomstandigheden, de staat en het reliëf van de weg, ...

    Om de geschiktheid na te gaan, raadpleeg eerst de handleiding van de fabrikant. Bij gebrek aan informatie is het aan te bevelen dat u de fabrikant of de officiële verdeler raadpleegt.

    Als gevolg van de introductie van de nieuwe producten werd de Programma-Overeenkomst aangepast, waarbij een structuur voor maximumprijzen voor elk product wordt voorzien. Die aanpassing treedt in voege vanaf 23 juli 2018. Net zoals bij de huidige brandstoffen, kunt u de maximumprijzen dagelijks raadplegen op de  website van de FOD Economie en op die van de Belgische Petroleumfederatie.

    De producten vallen binnen de maximumprijzen bepaald in het kader van de Programma-Overeenkomst waarbij de petroleummaatschappij of distributeur de uiteindelijke prijs aan de pomp bepaalt. Die mag niet hoger zijn dan de maximumprijs.

    De nieuwe biodiesels hebben een kleinere koolstofafdruk dan de huidige diesel B7. XTL heeft doorgaans betere verbrandingseigenschappen en emissiekarakteristieken, afhankelijk van de gebruikte procestechnologie.

    In de emissieregelgeving voor zware vrachtvoertuigen worden de motoren goedgekeurd op basis van brandstoftesten met diesel B7 (EN 590). Als constructeurs het gebruik van de nieuwe diesels in hun voertuigen willen toelaten, moeten ze aantonen dat dezelfde motoren volledig voldoen aan de emissieregelgeving, op basis van brandstoftesten met de nieuwe biodiesels.

    Dieselbrandstoffen en lage-emissiezones zijn twee totaal verschillende zaken. Het op de markt brengen van de nieuwe dieselbrandstoffen heeft geen rechtstreeks verband met de definitie van lage-emissiezones. Het omgekeerde geldt evenzeer. De voornaamste criteria voor toegang tot lage-emissiezones zijn het soort brandstof (benzine of diesel) en de classificatie van de voertuigen volgens de Europese emissienormen (Euronormen).

    Meer info vindt u op:

    Vlaanderen: www.vlaanderen.be/nl/natuur-en-milieu/lage-emissiezones-lez

    Wallonië: http://diantonio.wallonie.be/home/presse--actualites/publications/publication-presse--actualites-6.publicationfull.html

    Brussel: https://lez.brussels/nl

    Laatst bijgewerkt
    17 juli 2018