Internationale octrooiaanvraag

Wil men ook buiten Europa octrooibescherming genieten, dan biedt het Octrooisamenwerkingsverdrag  (Patent Cooperation Treaty of PCT)

 vaak een efficiënte oplossing. Het grote voordeel is dat men slechts één aanvraag moet indienen die dan samen met een internationaal nieuwheidsverslag en, eventueel, een internationale voorlopige beoordeling van de overige octrooieerbaarheidsvoorwaarden wordt toegezonden aan de verschillende nationale of regionale octrooibureaus. De aanvraag wordt daarna in de aangewezen landen verder behandeld alsof het een nationale aanvraag was, dus volgens lokale procedures en regelgeving. Slechts de landen die lid zijn van het Octrooisamenwerkingsverdrag kunnen worden aangewezen in een internationale octrooiaanvraag. Dit verdrag wordt beheerd door de WIPO.

Deze procedure biedt nog voordelen. Zo kan men relatief makkelijk een prioriteitsdatum veilig stellen voor de verschillende landen waar men octrooibescherming wenst. Indien men internationale bescherming beoogt, valt dit systeem ook goedkoper uit. Een ander voordeel is dat men tot 30 maanden na de indiening van de internationale aanvraag kan wachten vooraleer te beslissen om – en in welke landen - de procedure op nationaal niveau verder te zetten. Dit betekent dus uitstel voor verdere procedure- en vertaalkosten. In de tussentijd kan men trouwens ook de nuttigheid van octrooiering verder evalueren, partners zoeken of een handelsstrategie plannen.

Procedure

De procedure verloopt in twee fasen. Eerst moet men een internationale aanvraag indienen bij een bevoegd nationaal of regionaal octrooibureau dat deze aanvraag zal verwerken. In deze internationale fase wordt ook een nieuwheidsonderzoek uitgevoerd en, indien aangevraagd, een niet-bindende beoordeling van de octrooieerbaarheidsvoorwaarden. De aanvraag en het nieuwheidsrapport worden, behoudens intrekking, na een periode van 18 maanden online gepubliceerd en zijn te raadplegen op de website van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (World Intellectual Property Organization-WIPO).

Vervolgens moet de indiener beslissen of hij in de verschillende aangewezen landen de nationale fase wenst verder te zetten. Hiertoe moet hij binnen een bepaalde termijn (gewoonlijk 30 maanden - voor het Europees Octrooibureau 31 maanden) na de datum van indiening een aantal formaliteiten vervullen, zoals het indienen van vertalingen en het betalen van taksen. Vanaf dan verloopt de procedure volgens lokale regels en procedures.

Via het Patent Cooperation Treaty kunt u geen Belgisch octrooi krijgen. In uw internationale aanvraag kunt u slechts een Europees octrooi aanduiden. Tijdens de 'nationale' procedure voor het Europees octrooibureau kunt u dan de gewenste Europese landen, waaronder eventueel België, aanduiden.

Praktisch…

U moet het aanvraagformulier bezorgen aan de Dienst voor de Intellectuele Eigendom of het Europees Octrooibureau (EOB).

Alleen een aanvrager met de Belgische nationaliteit of met woonplaats in België, kan een PCT-aanvraag bij de DIE indienen. Hij is niet verplicht zich door een deskundige te laten vertegenwoordigen. Dat is wel ten stelligste aan te raden.

Voor meer informatie zie de websites van het EOB en de WIPO.

Laatst bijgewerkt
15 januari 2018