Table of Contents

    In 2019 wordt ongeveer 1,6 GW aan windmolens operationeel op de Belgische Noordzee en ongeveer 2,3 GW in 2020. Bevoegd minister voor de Noordzee, Philippe De Backer, heeft met het Marien Ruimtelijk Plan 2020-2026 het kader uitgetekend voor een bijkomende windmolenzone van 281 km² (aan de grens met Frankrijk), bovenop de 225 km² eerste windmolenzone die reeds bestaat (aan de grens met Nederland).

    Bij de goedkeuring door de regering van het verminderde steunniveau voor de laatste 3 windmolenparken, te bouwen tegen 2020, werd op initiatief van ministers De Backer en Marghem tevens de beslissing genomen om vanaf 2020 nieuwe hernieuwbare energieprojecten op de Noordzee voortaan te gaan tenderen, zoals dat ook in de buurlanden gebeurt en overeenkomstig de Europese staatssteunregels.

    Daartoe werd door het Belgische parlement op 4 april 2019 een wet aangenomen (bekrachtigd door de Koning op 12 mei 2019) waarin de algemene principes van de concurrerende inschrijvingsprocedure worden vast gelegd. Door middel van dat nieuwe wettelijk kader beoogt België de verbintenissen op Europees niveau en in het kader van het Klimaatakkoord van Parijs na te komen. Dat wettelijke kader moet de federale regering dan ook toelaten de vooropgestelde 4 GW aan offshore windenergie (inclusief reeds operationele of geplande windparken) in het Interfederaal Energiepact te realiseren tegen uiterlijk 2030. Daarnaast wordt met de nieuwe wet beoogd om tegen een zo laag mogelijke maatschappelijk kost een zo groot mogelijk aandeel aan bijkomende offshore elektriciteitsproductiecapaciteit uit hernieuwbare energiebronnen te realiseren na 2020.

    Er wordt beoogd om de kost van ondersteuning voor de ontwikkeling van toekomstige offshore elektriciteitsproductie aanzienlijk te verlagen door:

    • de organisatie van concurrerende inschrijvingsprocedures ,
    • het in de markt zetten van grotere kavels en;
    • voorstudies ten laste van de administratie waarvan de resultaten ter beschikking worden gesteld aan potentiële inschrijvers.

    De winnaar van de concurrerende inschrijvingsprocedure, aan wie de domeinconcessie wordt verleend, verkrijgt toelating om gebruik te maken van de betrokken kavels met het oog op de bouw en de privatieve exploitatie van offshore elektriciteitsproductie-installaties en verkrijgt zodoende automatisch en onverwijld alle nodige vergunningen verleend.

    Met de keuze voor een concurrerende inschrijvingsprocedure als basis voor het toekennen van domeinconcessies wordt de realisatie van de volgende viervoudige doelstelling nagestreefd tegen 2030 (Cf. memorie van toelichting bij het wetsvoorstel inzake de concurrerende inschrijvingsprocedure):

    1. Capaciteit hernieuwbare windenergie (min. 1,75 GW);
    2. Maximaal geleverde energie op het net (in GWh);
    3. Minimale kosten voor de consument (direct of indirect);
    4. Energienet ondersteunende diensten (balancering, stockage,…).

    Perspectief van concurrerende inschrijvingsprocedure

    Na de fase van de voorstudies, die ten laste van de overheid worden verricht (en de transmissie-aspecten door de netbeheerder), wordt bij ministerieel besluit de locatie, omvang en het aantal kavels bepaald die het voorwerp zullen uitmaken van een concurrerende inschrijvingsprocedure (de belangrijkste conclusies van de voorstudies zullen in principe als bijlage bij dat besluit worden gepubliceerd).

    Uiterlijk voor het einde van de fase van de voorstudies worden bij koninklijk besluit de voorwaarden en de criteria inzake ontvankelijkheid en toekenning bepaald.

    Laatst bijgewerkt
    20 juni 2019

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Energie

      Publieksbevraging rond het ontwerp van Nationaal Energie- en Klimaatplan (2021-2030)

    2. Energie

      Diesel en benzine in tankstations van goede kwaliteit

    3. Energie

      Analyse van het energieverbruik van huishoudens in België