Table of Contents

    Huidige situatie

    Eind 2020 werd het laatste windpark in de oostelijke zone afgewerkt, waardoor er sindsdien een totaal geïnstalleerd vermogen van 2.263 megawatt operationeel is in het Belgische deel van de Noordzee.

    Offshoretender en toekomstige windparken in de Belgische Noordzee

    De federale regering zal een concurrerende inschrijvingsprocedure (tender) organiseren voor de toewijzing van domeinconcessies voor de bouw en exploitatie van offshore-installaties voor elektriciteitsproductie op basis van hernieuwbare energiebronnen in de “Prinses Elisabeth-zone” in het Belgische deel van de Noordzee. Met de wet van 12 mei 2019 heeft de Belgische wetgever immers beslist om nieuwe hernieuwbare energieprojecten in de Belgische Noordzee voortaan te gaan tenderen, zoals dat ook in de buurlanden gebeurt en overeenkomstig de Europese staatssteunregels. Voorafgaand aan die tender worden de nodige voorstudies worden uitgevoerd en de resultaten van de onderzoeken worden gecertificeerd en ter beschikking gesteld aan de kandidaat-inschrijvers (potentiële projectontwikkelaars) via een openbaar toegankelijke databank.

    De winnaar van de concurrerende inschrijvingsprocedure, aan wie de domeinconcessie wordt verleend, verkrijgt toelating om gebruik te maken van de betrokken kavels met het oog op de bouw en de private exploitatie van offshore-elektriciteitsproductie-installaties en verkrijgt automatisch en meteen alle nodige vergunningen.

    In het Marien Ruimtelijk Plan (MRP) 2020-2026 werd een bijkomend gebied in de Belgische Noordzee van 285 km² (aan de grens met Frankrijk) bestemd voor de bouw en exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Dat komt bovenop het bestaande gebied van 225 km² van de eerste (oostelijke) windmolenzone. De Prinses Elisabeth-zone, zoals gedefinieerd in het MRP 2020-2026, bestaat uit drie zones aangewezen voor de bouw en exploitatie van installaties voor de productie en opslag van hernieuwbare energie en transmissie van elektriciteit. De drie zones worden Noordhinder Noord (zone 2), Noordhinder Zuid (zone 3) en Fairybank (zone 4) genoemd (zie figuur 1). De te verdelen kavels liggen binnen die drie zones.

    In voornoemde wet van 12 mei 2019 werden de algemene principes van de concurrerende inschrijvingsprocedure vastgelegd. Door middel van dat nieuwe wettelijke kader beoogt België de verbintenissen op Europees niveau en in het kader van het Klimaatakkoord van Parijs na te komen. Dat wettelijke kader moet de federale regering dan ook toelaten de vooropgestelde 4 GW aan offshorewindenergie (inclusief de reeds operationele of geplande windparken) in het federaal regeerakkoord van 30 september 2020 te realiseren tegen uiterlijk 2030. De minister van Energie, Tinne Van der Straeten, en de minister van Noordzee, Vincent van Quickenborne hebben de handen in elkaar geslagen om van de tweede golf offshore een succes te maken.

    In opdracht van de Dienst Marien Milieu voert het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) eveneens natuurstudies uit die de impact van windparken op het mariene milieu onderzoekt.

    Daarnaast beoogt de nieuwe wet om tegen aan een zo laag mogelijke maatschappelijke kost een zo groot mogelijk aandeel aan bijkomende offshore-elektriciteitsproductiecapaciteit uit hernieuwbare energiebronnen te realiseren.

    Het doel is om de kost van ondersteuning voor de ontwikkeling van toekomstige offshore- elektriciteitsproductie aanzienlijk te verlagen t.o.v. de kosten voor het ontwikkelen van de ondertussen geïnstalleerde offshorewindprojecten, door:

    • de organisatie van concurrerende inschrijvingsprocedures
    • het in de markt zetten van grotere kavels
    • voorstudies
    • die ten laste van de overheid worden uitgevoerd en waarvan de resultaten ter beschikking worden gesteld aan potentiële inschrijvers

     

    Perspectief van de concurrerende inschrijvingsprocedure

    De locatie, omvang en het aantal kavels die het voorwerp zullen uitmaken van een concurrerende inschrijvingsprocedure worden via ministerieel besluit bepaald (de belangrijkste conclusies van de voorstudies worden als bijlage bij dat besluit gepubliceerd).

    Uiterlijk tegen het einde van de voorstudies, voorzien begin 2023, worden bij koninklijk besluit onder meer de voorwaarden en de criteria inzake ontvankelijkheid en toekenning van de domeinconcessie bepaald.

     

    Ligging van de zones voor de ontwikkeling van nieuwe offshore energieprojecten, genaamd ‘Prinses Elisabeth Zone’
    Ligging van de zones voor de ontwikkeling van nieuwe offshore energieprojecten, genaamd ‘Prinses Elisabeth Zone’ (Belgisch Staatsblad, 2019).
    Groene gebieden: Natura2000 gebieden,
    Geel gestippeld: zand- en grindwinningszones,
    Paars: scheepvaartroutes

     

    Voorstudies

    Voorafgaand aan de offshoretender worden de nodige voorstudies uitgevoerd en de resultaten van de onderzoeken worden gecertificeerd en ter beschikking gesteld aan de kandidaat-inschrijvers (potentiële projectontwikkelaars) via een openbaar toegankelijke databank.

    Via desktop- en veldonderzoeken wordt informatie verzameld over de omgevingscondities (bodem, wind en water) in de Prinses Elisabeth-zone. Dat informatiepakket bevat gedetailleerde informatie over het zeebodemoppervlak, de geologische ondergrond en de (mogelijke) aanwezigheid van objecten . Door het aanbieden van die informatie vermindert het risico en de gerelateerde kost voor de projectontwikkelaar aanzienlijk.

    Meer informatie over de voorstudies

    Aansluiting

    Voor de aansluiting van de toekomstige parken op het offshore-elektriciteitstransmissienet is voorzien dat de beheerder van het transmissienet (Elia) een uitbreiding zal bouwen van de Modular Offshore Grid.

    De netbeheerder is ook verantwoordelijk voor de versterking van het transmissienet op het vasteland (Ventilus- en Boucle du Hainaut-projecten) :

    Indicatieve planning

    De publicatie van de “eerste” oproep tot mededinging is voorzien in het najaar 2023, zodat de eerste nieuwe offshore-installaties voor elektriciteitsproductie op basis van hernieuwbare energiebronnen in de Prinses Elisabeth-zone operationeel worden in 2026-2027, waarbij De federale regering de ambitie heeft om de eerste windturbines te laten draaien in 2026.

    Daartoe worden eerst voorstudies uitgevoerd in 2020-2023 zullen worden de uitvoeringsbesluiten uiterlijk in worden afgekondigd. De naleving van de deadline 2025-2026 voor de indienststelling van het eerste windpark hangt in het bijzonder af van het verzekeren dat alle vergunningen voor de noodzakelijke versterking van het netwerk zijn verkregen.

    Tendering Princes Elisabethzone: indicatieve timing

    Volgende stappen

    In functie van de implementatie van de wet van 12 mei 2019 en de organisatie van de offshoretender worden volgende acties ondernomen:

    1. De ontwikkeling van een regelgevend kader in uitvoering van de wet van 12 mei 2019 met het oog op onder meer
      1. de identificatie van de percelen
      2. het verloop van de tenderprocedure
      3. de voorwaarden en procedure voor het verlenen van de verschillende vergunningen
      4. de voorwaarden voor het gebruik van percelen, enz.
      5. het vaststellen van de uiterste datum waarop elk onderdeel van de uitbreiding van het Modular Offshore Grid in gebruik moet zijn genomen
      6. het opzetten van een compensatieregeling voor de betrokken houders van een staatsconcessie, in het geval dat de uitbreiding van het Modular Offshore Grid geheel of gedeeltelijk niet in gebruik is op de vastgestelde datum, of indien van volledige of gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Net na ingebruikname.
         
    2. De voltooiing van een studie betreffende o.a. het verloop van de tenderprocedure, financiële criteria en te verkiezen financieringsregime
    3. Aanmelding bij de Europese Commissie in het kader van de Europese regels inzake staatssteun van de subsidieregeling, indien in een dergelijke regeling zou worden voorzien.
    4. Het uitvoeren van de verschillende voorstudies
    5. Het uitvoeren van milieustudies om onder meer de impact van toekomstige projecten op de Natura 2000-zone te beoordelen.
    6. Bevestiging dat de versterking van het transmissienet op land kan worden gerealiseerd binnen de beoogde timing.
    7. Bevestiging dat de uitbreiding van het Modular Offshore Grid kan worden gerealiseerd binnen de beoogde timing.

    De publicatie van de eerste oproep tot mededinging is voorzien in het najaar van 2023, zodat de eerste nieuwe offshore-installaties voor elektriciteitsproductie op basis van hernieuwbare energiebronnen in de Prinses Elisabeth-zone operationeel worden in 2026-2027, waarbij de federale regering de ambitie heeft om de eerste windturbines te laten draaien in 2026.

    Daartoe worden eerst voorstudies (4) uitgevoerd in 2020-2023 en worden de uitvoeringsbesluiten uiterlijk in 2022 afgekondigd. De naleving van de deadline 2026-2027 voor de indienststelling van het eerste windpark hangt eveneens af van de procedure voor het verlenen van vergunningen voor de projecten Ventilus en Boucle du Hainaut in het kader van de versterking van het transmissienet (zie hieronder).

    Nadat de milieueffectenrapporten werden opgesteld en de Natura 2000-studies afgerond zijn, kunnen de milieuvergunningen en Natura 2000-toelatingen voor de percelen worden aangevraagd. De publicatie van de eerste oproep tot mededinging vindt daarna plaats, aangezien de milieuvergunningen en Natura 2000-toelatingen mogelijk voorwaarden of maatregelen bevatten waarmee bij het uitbrengen van een bod rekening moet worden gehouden. Bovendien is het noodzakelijk om te verzekeren dat alle vergunningen voor de noodzakelijke versterking van het onshore netwerk verkregen zijn binnen het geplande tijdsbestek voordat een dergelijke oproep tot mededinging wordt georganiseerd.

    Laatst bijgewerkt
    11 mei 2021