Table of Contents

    In België is de principebevoegdheid over hernieuwbare energie toegekend aan de gewesten. Dit principe wordt evenwel afgezwakt doordat de gewesten hun materiële bevoegdheid slechts uitoefenen binnen de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en bijgevolg niet over de zeeruimte. Conform het internationale zeerecht vallen zeeruimten onder de bevoegdheid van de federale overheid.

    De minister van Energie van de federale regering kent de volgende vergunningen toe :

    1. een domeinconcessie 

      De basis is het koninklijk besluit van 20 december 2000 (BS 30.12.2000). Het definieert de procedure en de voorwaarden voor het geven van domeinconcessies. De criteria om te oordelen over de relevantie van een project zijn met name het al dan niet optimale gebruik van een begrensd openbaar domein dat bestemd is voor diverse, soms concurrerende, aanwendingen en het gebruik van de best beschikbare technologie.
    2. een vergunning voor bekabeling in zee 

      De basis is het koninklijk besluit van 12 maart 2002. Het bepaalt de nadere regels voor het leggen van elektriciteitskabels die in de territoriale zee of het nationale grondgebied binnenkomen of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale rijkdommen en andere niet-levende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder de Belgische rechtsmacht vallen.

    3. een domeinconcessie voor hydro-elektrische energieopslag 

      De basis is het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en de exploitatie van installaties voor hydro-elektrische energie-opslag in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht.

    In het koninklijk besluit van 20 december 2000 (BS 30.12.2000) dat de procedure en de voorwaarden voor het toekennen van een domeinconcessie definieert, was oorspronkelijk geen afgebakende zone voorzien voor het inplanten van energieparken.

    Omwille van de hoge activiteitsgraad in het Belgische zeegebied en de noodzakelijke veiligheidsvoorschriften zijn duidelijke afspraken noodzakelijk om de verdere ontwikkeling van de windmolenparken mogelijk te maken. Daarom werd op de Ministerraad van 19 december 2003, voor het duurzame beheer van de Noordzee, aan de ministers bevoegd voor Energie en de Noordzee opdracht gegeven om een afbakening te voorzien voor de inplanting van energieparken offshore. De zone werd gecreëerd in mei 2004.

    Om zichthinder te voorkomen werd deze zone voor het grootste deel voorzien buiten de 12 mijlszone en dus in internationale wateren in de Belgische Economische Zone (BEZ). 

    Onder impuls van de toenmalige minister van de Noordzee werd op een aantal ministerraden in 2003 en 2004 een “masterplan Noordzee” goedgekeurd dat samen met de in 2008 uitgevaardigde mededeling “Routekaart naar maritieme ruimtelijke ordening: werken aan gemeenschappelijke principes in de EU” van de Europese Commissie de basis vormde voor een mariene ruimtelijke planning in de Belgische Noordzee. 

    Het koninklijk besluit van 20 maart 2014 stelt het huidige marien ruimtelijk plan vast waarbij de zone gecreëerd in mei 2004 voor de windmolenparken definitief is afgebakend.

    De eerste offshorewindmolens

    Momenteel worden alleen aanvragen ingediend voor elektriciteitsproductie door windturbines. Andere technieken voor de exploitatie van zee-energie worden bestudeerd, maar bevinden zich nog in een experimenteel stadium of in een demonstratiefase. In België zijn onderzoeksprojecten lopende om bedrijfszekere productie van elektriciteit mogelijk te maken op basis van golfenergie.

    Momenteel zijn volgende federale vergunningen vereist:

    • een ministerieel besluit voor de toekenning van een domeinconcessie door de AD Energie;
    • een ministerieel besluit voor de toekenning, als gevolg van een milieueffectenstudie, van een vergunning door de FOD Leefmilieu voor de bouw van het windmolenpark, de bekabeling en de exploitatie ervan;
    • een ministerieel besluit voor de toekenning van een vergunning voor bekabeling in zee door de AD Energie;
    • een wegvergunning voor ondergrondse bekabeling.

    In de onderstaande tabel wordt de stand van zaken weergegeven voor de verschillende concessiehouders en de details van hun windmolenpark (situatie op 31.12.2015).

    Name project Status

    Turbines

    Total capacity

    C-Power

    Operational

    Built in 3 phases – Phase 1 (start 2009) with 6 x 5 MW turbines & phase 2

    with 24 x 6, 15 MW turbines (started in October 2012) & phase 3 with 24 x 6,15 MW turbines (started in September 2013).

    Bathymetry 12 to 27,5 m

    Distance to the shore: 30 km

    Foundations  Phase 1: Gravity Based

    Foundations  Phase 2 & 3: Jacket

    Operational May 2014

    Turbines: 3 MW

     S4

    325,5 MW

     

     

    300.000 families

    Northwind

    (used to be Eldepasco)

    Operational May 2014

    Turbines: 3 MW

    Bathymetry: 16 to 29 m.

    Distance to the shore: 37 km

    Foundations: Monopile
    72

    216 MW

     

    250.000 families

    Belwind

    55 turbines operational since December 2010 (first phase).

    second phase: 2014

    Turbines: 3 MW

    Bathymetry: 15 to 37 meter.

    Distance to the shore: 46 kilometer – 52 kilometer

    Foundations: Monopile

    110

     

    55

    330 MW

    165 MW

     

    160.000 families

    Rentel

    Planning 2017-2018

    Concession and environmental permit granted

    48

    288-312 MW

    Norther/North Sea

    Power

    Planning 2016-2017

    Concession and environmental permit granted

    The bathymetry varies between 14 to 30. Distance to the shore : 21 km.
    100

    300 MW

    300.000 families
    Seastar

    Planning 2017-2018

    Concession and environmental permit granted
    41 246 MW
    Mermaid

    Planning2018

    Concession granted
    49-73 449-490 MW

     

    Innoverende projecten op basis van spitstechnologieën

    Deze baanbrekende projecten worden in het bijzonder gekenmerkt door

    • het hoge aantal geplande windmolens,

    • de grote afstand van de kust en

    • de aanzienlijke diepte die nodig is om de fundamenten voor de masten te kunnen leggen.

    Het zijn dus zeer ambitieuze en innoverende projecten.

     

    Toekomst

    Er wordt verwacht dat toekomstige projecten een opmerkelijke technische ontwikkeling zullen doormaken:

    • een hogere masthoogte of

    • een grotere rotordiameter voor meer werkingsuren per jaar,

    • een stijging van het eenheidsvermogen van de windmolens en tot slot

    • een mogelijke toename van de vestigingsdichtheid in termen van MW per km2.

    Een standaardwindturbine had een vermogen van 2 à 3,6 MW.

    De huidige standaard in zee bedraagt 6 à 7 MW. Terwijl de densiteitsreferentie in 2004 9 à 10 MW per km² bedroeg, kan met de optimaliseringssoftware van de windturbineparken deze referentiewaarde op termijn worden overschreden. Er wordt dus beter gebruikgemaakt van de beschikbare ruimte, met een verhoogde elektriciteitsproductie per oppervlakte-eenheid.

    Algemeen en onafhankelijk van elke technische of kostenbeperking voor de eindgebruiker en met de huidige beschikbare kennis wordt geraamd dat de bij KB begrensde zone een geïnstalleerd vermogen kan hebben van meer dan 2000 MW. (koninklijk besluit van 17 mei 2004, gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 februari 2011 en door het KB Marien Ruimtelijk Plan)

    Op termijn zou dit een productie van ruimschoots 6,6 TWu moeten opleveren, waardoor zonder C02-uitstoot kan worden voldaan aan ongeveer 7% van het bruto Belgische elektriciteitsverbruik en dus ook onze broeikasgasemissie kan afnemen. Dit is belangrijk voor onze Europese doelstellingen voor 2020.

     

    Laatst bijgewerkt
    15 januari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Energie

      Wist u dat de prijzen van aardolieproducten geplafonneerd zijn?

    2. Energie

      Oproep tot indiening van blijken van belangstelling

    3. Energie

      Het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas - Wijziging van tarieven vanaf 01.02.2019