Table of Contents

    Bij een aardoliecrisis is het aanbod aan ruwe aardolie of aardolieproducten verstoord waardoor de distributie naar eindgebruikers in het gedrang komt.

    Hoe lang een aardoliecrisis aanhoudt, is afhankelijk van de oorzaak en de aangebrachte oplossingen.

    De aanleiding voor een internationale aardoliecrisis kan heel divers van aard zijn:

    • geopolitieke redenen (bijvoorbeeld een oorlogssituatie in een aardolieproducerende regio of land; bemoeilijking of blokkering van cruciale transportroutes (Straat van Hormuz)) ;
    • een incident in een aardolieproducerende of -verwerkende infrastructuur/installatie (bijvoorbeeld: aanslagen op de installaties van Abqaïq en Khurais in Saoedi Arabië) ;
    • natuurrampen (bijvoorbeeld de orkanen in de Verenigde Staten);
    • technische redenen (bijvoorbeeld belemmering van belangrijke transportroutes);

    Daarnaast kunnen nationale of lokale situaties (bijvoorbeeld sociale onrust, de lage waterstand van cruciale rivieren, een ongeval in een belangrijke raffinaderij) de bevoorrading lokaal bemoeilijken.

    Om de gevolgen van een aardoliecrisis (zoals in de jaren 70) te beperken, richtte de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) het Internationaal Energieagentschap (IEA) op.

    De regeringen van de meeste OESO-lidstaten hebben het Internationaal Energieprogramma aangenomen. De aangesloten lidstaten (dertig landen op heden):

    • voeren een gemeenschappelijk beleid rond het beheer van een aardoliecrisis. Dit beleid is gebaseerd op de aanleg van veiligheidsvoorraden, de inperking van de vraag en de wederzijdse solidariteit;
    • werken internationaal samen op het vlak van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie;
    • gaan de dialoog aan met de olieproducerende landen; en
    • houden toezicht op de internationale aardoliemarkt.

     

    Naast dit programma van het IEA heeft de Europese Unie (EU) een vergelijkbare regelgeving uitgewerkt om de bevoorradingszekerheid in de lidstaten van de Europese Unie te garanderen. Voor de landen die lid zijn van beide organisaties, zoals België, zijn dus beide reglementeringen van toepassing.

    Het IEA en de EU evalueren het crisisbeleid van de lidstaten regelmatig.

    APETRA (Agence de Pétrole – Petroleum Agentschap) beheert de Belgische veiligheidsvoorraden. APETRA geeft de voorraden vrij bij een internationale of nationale aardoliecrisis om de impact van de crisis op de maatschappij te beperken.

    Als lid van zowel het Internationaal Energieagentschap (IEA) als de Europese Unie (EU) beschikt België over veiligheidsvoorraden om te voldoen aan de verplichtingen van beide internationale instanties. De Belgische veiligheidsvoorraden kunnen ingezet worden

    • in een collectieve actie op initiatief van het IEA om het globale aardolieaanbod te verhogen;
    • om andere IEA- of EU-lidstaten te helpen of
    • als een eerste reactie op nationale of lokale problemen. 

    De veiligheidsvoorradenvoorraden komen minstens overeen met 90 dagen netto invoer van aardolie.

    De minimale hoeveelheid aan veiligheidsvoorraden die een land moet aanhouden, zoals vastgelegd door het Internationaal Energieagentschap en de Europese Unie bedraagt het equivalent van 90 dagen van de netto-invoer aan aardolie in het voorgaande jaar. Landen kunnen beslissen om meer veiligheidsvoorraden aan te houden.

    België voldoet aan deze 90-dagen-verplichting. Het volume varieert evenwel jaarlijks en komt grosso modo neer op 3,5 miljoen ton ruwe aardolie-equivalent.

    De veiligheidsvoorraden bestaan uit ruwe aardolie en geraffineerde producten (zoals bijvoorbeeld diesel).

    Lidstaten kunnen het beheer van hun veiligheidsvoorraden toevertrouwen aan aardoliebedrijven die op hun markt actief zijn en/of hen toevertrouwen aan een speciaal daartoe opgericht agentschap, zoals in België gebeurt.

    Voor het beheer van de veiligheidsvoorraden voorzien het Internationaal Energieagentschap (IEA) en de Europese Unie twee systemen:

    • in eigendom: de lidstaten kopen de voorraden van petroleumproducten aan;
    • als ticket: de lidstaten kopen het recht om overeengekomen producten aan te schaffen op het moment dat er een aardoliecrisis ontstaat. De tickets zijn commerciële overeenkomsten aangezien de producten fysiek in handen blijven van de aardolie-industrie.

    In België worden de veiligheidsvoorraden beheerd door APETRA (Agence de Pétrole – Petroleum Agentschap), een naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk.

    Dit beheer houdt onder meer in:

      • de aardolievoorraden aankopen en financieren;
      • contracten afsluiten voor de opslag van de voorraden;
      • de voorraden inspecteren op kwaliteit en kwantiteit en eventueel vervangen of aanvullen;
      • verzekeringen afsluiten;
      • enzovoort.

    APETRA werkt samen met de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, onder meer voor het uitwerken en actueel houden van het nationale aardoliecrisisbeleid en de rapportering naar internationale instanties. APETRA heeft nauwe banden met soortgelijke agentschappen in andere IEA-landen.

    APETRA (Agence de Pétrole – Petroleum Agentschap) is een naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk opgericht bij wet van 20 januari 2006, met de federale Staat als enige aandeelhouder.

    De activiteiten van APETRA worden gefinancierd door een bijdrage op de volumes motor- en verwarmingsbrandstoffen (benzine, diesel, gasolie-verwarming, lamppetroleum, jet fuel en zware stookolie) die in België worden verkocht.

    De FOD Economie berekent die bijdrage driemaandelijks en houdt daarbij rekening met de verschillende kostenelementen. De bijdrage fluctueert meer bepaald in functie van de internationale aardolieprijs en de rentevoet.

    De Belgische veiligheidsvoorraden liggen in België en in de buurlanden. Voor voorraden die in het buitenland liggen, zijn er afspraken met de overheden van de betrokken landen over de controle, rapportering en het overbrengen ervan naar België in het geval van een aardoliecrisis.

    Sinds de oprichting van het Internationaal Energieagentschap zijn de veiligheidsvoorraden drie maal ingezet in een internationaal gecoördineerde actie:

      • voorafgaand aan de Golfoorlog in 1991;
      • na de beschadiging van de boorplatformen en aardolie-infrastructuur in de Golf van Mexico door orkanen Katrina en Rita in 2005 en
      • in de context van de Libische burgeroorlog in 2011.

    Nationaal hebben onder meer Hongarije, Duitsland en Frankrijk de veiligheidsvoorraden aangesproken voor hun lokale markt. Dit na problemen met een aardoliepijpleiding, lage rivierstanden of sociale onrust. 

    Als internationaal een tekort aan aardolie dreigt, beslist de Governing Board van het Internationaal Energieagentschap (IEA) of er al dan niet sprake is van een aardoliecrisis. Daarnaast analyseert ze of een gecoördineerde actie nodig is en bepaalt de omvang, aard en duurtijd van een dergelijke actie. Wanneer tot een collectieve actie wordt overgegaan, levert ook België zijn bijdrage daaraan.

    Als de Europese bevoorrading van aardolieproducten in het gedrang dreigt te komen, kan ook de Europese Unie (EU) een aardoliecrisis uitroepen. Gezien de meeste lidstaten van de EU ook lid zijn van het IEA, zal de EU slechts bij hoogste uitzondering een unilaterale actie lanceren. Gewoonlijk volgt de EU de beslissing van het IEA. Beide instellingen werken nauw samen en de EU verdedigt het standpunt van de EU-lidstaten die geen lid zijn van het IEA.

    Bij nationale of lokale aanbod- of distributieproblemen beslissen de nationale overheden of het om  een aardoliecrisis gaat. In België beslist de federale ministerraad of een overheidsinterventie nodig is en de minister van Energie bepaalt de verdere praktische modaliteiten.

    Ja. Andere lidstaten van het Internationaal Energieagentschap en de Europese Unie kunnen hun veiligheidsvoorraden inzetten om België te helpen. Het omgekeerde geldt ook. Beide instellingen zijn gestoeld op het idee van internationale solidariteit.

    Wanneer er zich ergens ter wereld een gebeurtenis voordoet die een effect kan hebben op het aardolieaanbod op de mondiale oliemarkten of de oliemarkten van de lidstaten van het Internationaal Energieagentschap (IEA), komt het secretariaat van het IEA in een fase van waakzaamheid. Het volgt de gebeurtenissen van nabij op; evalueert de mogelijke impact ervan op het aanbod, houdt rekening met de situatie op de aardoliemarkten en voorraadniveaus van dat moment. Het IEA-secretariaat deelt die informatie met de lidstaten.

    Wanneer het event effectief tot een verstoring van het aardolieaanbod leidt, kan de Governing Board van het IEA beslissen om tot een collectieve actie over te gaan. De Europese Commissie vervult in dit proces de functie van tussenpersoon tussen het IEA en de EU-lidstaten die geen lid zijn van het IEA.

    Op Belgisch niveau volgt het Nationaal Oliebureau (NOB) de marktsituatie en eventuele verstoringen op. Het NOB heeft zicht op de beschikbare commerciële en veiligheidsvoorraden, de aardolieoperatoren en hun infrastructuur.

    Bij een dreigende aardoliecrisis adviseert het NOB de minister van Energie over het al dan niet inzetten van de  veiligheidsvoorraden, evenals over de manier waarop deze voorraden op de markt komen, de hoeveelheid en de interventieperiode. De minister neemt op basis van dit advies een beslissing, al dan niet na overleg binnen de ministerraad.

    APETRA (Agence de Pétrole – Petroleum Agentschap), de beheerder van de veiligheidsvoorraden in ons land, beschikt over voorraden ruwe aardolie en afgewerkte aardolieproducten. In mindere mate heeft ze aankooprechten op de voorraden van de aardolie-industrie (ook “tickets” genoemd).

    De APETRA-veiligheidsvoorraden zijn opgeslagen in België of dicht bij de Belgische grens en doorgaans in bulk vervoerbaar. 

    Ter voorbereiding op een eventuele aardoliecrisis heeft APETRA voorwaarden opgesteld voor de verkoop van haar veiligheidsvoorraden. Daarnaast heeft ze met haar potentiële kopers afspraken gemaakt en de logistieke keten geoptimaliseerd.

    APETRA (Agence de Pétrole – Petroleum Agentschap) beschikt niet over eigen logistieke middelen. In geval van aardoliecrisis verkoopt het agentschap de aardolieproducten uit zijn veiligheidsvoorraden aan de marktoperatoren, die verder voor de distributie zorgen zoals ze dat in normale marktomstandigheden doen.

    APETRA verkoopt hun dus de hoeveelheid die nodig is om de bevoorrading te verzekeren, in functie van de strategische beslissingen die daarover door de minister werden genomen.

    APETRA (Agence de Pétrole – Petroleum Agentschap) verkoopt haar veiligheidsvoorraden aan de marktprijzen die op het moment van de aardoliecrisis gangbaar zijn. Ze worden verkocht aan de operatoren die in normale omstandigheden het grootste deel van de aardoliemarkt bevoorraden.

    Veiligheidsvoorraden kunnen noch internationaal noch nationaal ingezet worden om louter hoge aardolieprijzen tegen te gaan.

    De aardolieoperatoren hebben de wettelijke verplichting om hun lopende contracten (onderlinge aan- of verkoop, transport, distributie naar eindgebruikers) te respecteren. Door de veiligheidsvoorraden in te zetten moet de bevoorrading zo goed mogelijk gegarandeerd zijn.

    Laatst bijgewerkt
    31 maart 2020