Aerosols nemen in de winkelrekken een belangrijke plaats in. Het gaat daarbij om spuitbussen van voedingsproducten, cosmeticaproducten, technische producten (verf, smeermiddelen, …), enz.
Het gebruik van aerosols brengt gevaren mee, want het zijn houders onder druk en ze kunnen bij verhitting openbarsten.

Bovendien bevatten veel houders ontvlambare stoffen. Een verkeerd gebruik van deze aerosols (evenals een gebruik waarvoor het product niet werd ontworpen) houdt een ernstig risico in en kan brand, verwondingen of zelfs de dood veroorzaken.

Reglementering over de veiligheid van aerosols

De aerosols moeten aan veiligheidsvoorschriften beantwoorden om op de markt te worden gebracht. Deze vereisten worden in de volgende reglementeringen beschreven:

De Richtlijn (EU) 2016/2037 van 21 november 2016 verhoogt de maximaal toelaatbare druk van aerosols met niet-ontvlambare drijfgassen tot 15 bar. Deze reglementering zal vanaf 12 februari 2018 van toepassing zijn.

Verplichtingen voor de fabrikant

Een Aerosol is een geheel, bestaande uit een eenmaal te gebruiken houder van metaal, glas of kunststof die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder druk opgelost gas bevat, al dan niet samen met een vloeistof, een pasta of een poeder, en die voorzien is van een uitlaatinrichting waardoor de inhoud naar buiten kan komen als vaste of vloeibare in een gas zwevende deeltjes, of als schuim, pasta of poeder, of in vloeistoffase.

De specifieke reglementeringsbepalingen gelden voor aerosols waarvan de houders een capaciteit hebben hoger dan 50 ml en lager dan of gelijk aan:

  • 1.000 ml in het geval van een metalen houder;

  • 220 ml in het geval van een geplastificeerde of blijvend beschermde glazen houder, of een kunststof houder die bij barsten geen splinters kan veroorzaken;

  • 150 ml in het geval van een onbeschermde glazen houder of een kunststof houder die bij barsten splinters kan veroorzaken.

Om een aerosol op de markt te brengen, moet de fabricant:

  • een risicoanalyse uitvoeren om de risico’s van zijn product te bepalen (met inbegrip van het ontvlammings- en drukrisico, en de risico’s bij inademing van het product onder normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden);
  • de aerosol ontwerpen, vervaardigen en testen, rekening houdend met de resultaten van deze analyse;
  • de nodige specifieke verklaringen over het gebruik ervan opstellen;
  • zijn product op goed zichtbare, leesbare en onuitwisbare wijze etiketteren.

Etikettering van de aerosols en gevaarsymbolen

De fabrikant moet ten minste de volgende aanduidingen op de aerosols aanbrengen:

  • naam en adres of het gedeponeerde merk van degene die verantwoordelijk is voorhet in de handel brengen;
  • het symbool van overeenstemming, het teken „З” (omgekeerde epsilon);
  • de identificatie van het productielot;
  • het nominaal volume van de inhoud in de vloeibare fase en de aanduiding van de nominale totale capaciteit van de houder;
  • de vermelding "Bevat x massaprocent ontvlambare bestanddelen" wanneer een aerosol ontvlambare bestanddelen bevat, maar zelf niet als "ontvlambaar" of "zeer licht ontvlambaar" wordt beschouwd;
  • de gebruikswaarschuwingen met aanduiding voor de gebruiker van de specifieke gevaren van het product, zoals:
  • Types aerosols

    Aanduidingen

    Alle aerosols

    "Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting."
    "Verwijderd houden van warmte, hete oppervlakken, vonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen - niet roken."
    "Ook na gebruik niet doorboren of verbranden.”
    "Tegen zonlicht beschermen."
    "Niet blootstellen aan temperaturen boven 50°C."
    De aerosols als consumentenproduct "Buiten bereik van kinderen houden."
    Volgens de ontvlambaarheid van de aerosol(*)
    Niet-ontvlambaar "Waarschuwing"
    Ontvlambaar

    "Waarschuwing"
    "Ontvlambare aerosol"
    "Niet in een open vuur of op andere ontstekingsbronnen spuiten."

    inflammable

    Zeer licht ontvlambaar

    "Gevaar"
    "Zeer licht ontvlambare aerosol"
    "Niet in een open vuur of op andere ontstekingsbronnen spuiten."

    inflammable

    (*) De aerosols worden in functie van hun ontvlambaarheid ingedeeld volgens de criteria van de verordening (EG) 1272/2008, CLP genoemd (Classification, Labelling and Packaging of substances and mixtures) en met de relevante vermeldingen en waarschuwingen geëtiketteerd.

Voor alle informatie over het CLP verordening kunt u de bevoegde Belgische overheid contacteren, met name de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.

De nuttige terminologie van de CLP voor het op de markt brengen in België is ter informatie in een drietalige tabel (PDF, 23.29 KB) opgenomen. 

Sinds 1 juni 2017 moeten alle op de markt gebrachte aerosols (die unieke substanties of mengsels bevatten) volgens de CLP worden geëtiketteerd. Alleen de pictogrammen in een witte ruit met een rode rand mogen op de houders worden aangebracht. De producten gemarkeerd met de voormalige symbolen in het oranje en zwart mogen dus niet meer worden verkocht!

Laatst bijgewerkt
21 februari 2018

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Kwaliteit & veiligheid

    Werelddag van de metrologie: revolutionaire maatstaven

  2. Consumentenbescherming
    Mededinging
    Kwaliteit & veiligheid
    Ondernemingen
    Energie
    Online

    Jaarverslag van de FOD Economie

  3. Consumentenbescherming
    Kwaliteit & veiligheid

    Speelgoed met zachte vulling en pailletten