De controle op de zandontginning bestaat uit twee delen:

Controle op de activiteit

Elk ontginningsvaartuig dat in België actief is, moet een register aan boord hebben. Hierin noteert de kapitein van het ontginningsvaartuig alle relevante informatie over elke winning.

Sinds eind jaren 1990 gebruikt men een automatisch registreersysteem of EMS, ook wel “black box” genoemd, voor een bijkomende controle. In opdracht van de dienst Continentaal Plat zorgt Meetdienst Oostende van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen voor het beheer en de keuring van deze toestellen, alsook voor de verwerking van de geregistreerde gegevens. Zo kan worden nagegaan of de voorwaarden opgelegd in het concessiebesluit worden gerespecteerd.

Onaangekondigde controles op zee of in de havens zijn ook een mogelijkheid.

Op basis van de registers en het automatische registreersysteem worden de ontginningen in kaart gebracht.

Ontginningslocaties: ontgonnen volumes in miljoen m3 per zandbank (zone) op basis van de gegevens van de registers.

ontgonnen volumes in miljoen m3 per zandbank (zone) - 2019
Bron: Dienst Continentaal Plat
ontgonnen volumes in miljoen m3 per zandbank (zone) op basis van de gegevens van de registers. 2018-2015
Bron: Dienst Continentaal Plat

Ontginningslocaties: Gedetailleerde kartering van de ontginningshoeveelheden (in m3 per ha) op basis van de EMS-data.

De ontginningszones worden afgebeeld in het zwart, de gesloten deelgebieden in het rood en het habitatrichtlijngebied Vlaamse Banken in het groen.

Gedetailleerde kartering van de ontginningshoeveelheden (in m3 per ha) op basis van de EMS-data. 2019
Bron: Dienst Continentaal Plat
Gedetailleerde kartering van de ontginningshoeveelheden (in m3 per ha) op basis van de EMS-data. 2018-2015
Bron: Dienst Continentaal Plat

Controle op de impact van de ontginning op het mariene milieu

Jaarlijks worden verschillende meetcampagnes georganiseerd aan boord van de onderzoeksschepen RV Belgica en RV Simon Stevin om de gevolgen van de ontginning op het marien milieu na te gaan.

Drie instanties voeren dit onderzoek uit:

  1. de dienst Continentaal Plat,
  2. het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en
  3. de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noorzee (BMM – Departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen).
Onderzoeksschip RV Belgica
Huidig onderzoeksschip RV Belgica - © KBIN/OD Natuur
Nieuw onderzoeksschip RV Belgica
Nieuw onderzoeksschip RV Belgica - © Freire Shipyard/Rolls-Royce Marine AS
RV Simon Stevin
RV Simon Stevin © VLIZ - Decleer

 

De dienst Continentaal Plat maakt gebruik van een Kongsberg Maritime EM3002D multibeam sonar aan boord van de RV Belgica en van een Kongsberg Maritime EM2040 multibeam sonar aan boord van de RV Simon Stevin om een gedetailleerde kartering van de zeebodem te bekomen. Deze kaarten laten toe de impact van de ontginningen op de morfologie van de zeebodem te evalueren. Daarnaast biedt de sonar ook de mogelijkheid om de aard van de sedimenten op de zeebodem te bepalen. Na metingen op zee worden de gegevens onderworpen aan een grondige bewerking (correcties, controle en filtering van de gegevens) en verwerking. Na de verwerking van de bathymetrische gegevens, die informatie geven over de diepte, is het mogelijk de evolutie van de zeebodem in de zandwinningsgebieden nauwkeurig op te volgen. Op die manier is een evaluatie van de gevolgen van de ontginning mogelijk.

Naast de impact op de zeebodem wordt ook de biologische impact van zandontginning op het marien milieu nagegaan. Dit gebeurt in samenwerking met het ILVO. Tot slot bestudeert de BMM het ecosysteem van de Noordzee aan de hand van mathematische modellen (wiskundige formules). Als blijkt dat een model overeenkomt met de waarnemingen, dan kan men dit model gebruiken voor beheersdoeleinden en er bepaalde voorspellingen mee doen.

Laatst bijgewerkt
9 april 2020