Prijzen - Analyse van de prijzen: 2012 INR kwartaalverslag 1

Prijzen - Analyse van de prijzen: 2012 INR kwartaalverslag 1

Uitgever
Instituut voor de nationale rekeningen
Auteur(s)

Instituut voor de nationale rekeningen

Publicatiedatum

Table of Contents

    In dit verslag wordt het verloop van de consumptieprijzen in België, in het eerste kwartaal 2012, onderzocht. Zoals bepaald in de wet van 8 maart 2009 werd deze taak van prijsobservatie en prijsanalyse toevertrouwd aan de FOD Economie voor rekening van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR).

    Er wordt aandacht besteed aan de totale inflatie en aan het prijsstijgingstempo en de bijdrage tot de inflatie van elk van de vijf grote productgroepen: energiedragers, bewerkte en niet-bewerkte levensmiddelen, diensten en tenslotte industriële, niet-energetische goederen. Voor elke productgroep wordt eerst de inflatie in België toegelicht en wordt het verloop van de consumptieprijzen vervolgens vergeleken met dat in de buurlanden.

    De geharmoniseerde consumptieprijsindex (GICP), die opgesteld wordt conform de Europese methodologie, vormt veruit de belangrijkste gegevensbron voor het verslag. Naast het gebruik van de GICP, werd de analyse uitgebreid met detailgegevens van de nationale consumptieprijsindex of met andere statistieken van officiële instanties (IMF, EC, …).

    Zoals elk jaar, werd ook in 2012 het gewichtenschema voor het geharmoniseerd indexcijfer der consumptieprijzen aangepast1. Dergelijke aanpassingen hebben tot doel het gewichtenschema in overeenstemming te brengen met de meest recente ontwikkelingen in het consumptiepatroon en komen aldus de representativiteit van de GICP ten goede. Sinds 2011 vindt deze bijwerking in België plaats op basis van de meest recente versie van de Nationale Rekeningen. Vanaf 2012 dienen alle lidstaten van de Europese Unie het gewicht van de GICP-getuigen in hun respectieve consumptiekorven, conform deze methodologie aan te passen. Nederland en Frankrijk pasten de Europese Richtlijn al eerder toe, Duitsland doet dit vanaf 2012, hetgeen een (geringe) impact kan hebben op de Duitse inflatie2.

    Voor de gewichten van de vijf grote productgroepen binnen de GICP in België vonden de volgende verschuivingen plaats: het belang van zowel de bewerkte als de niet-bewerkte levensmiddelen in de consumptiekorf ging iets omlaag (beide met -0,4 procentpunt). Ook het gewicht van de niet-energetische, industriële goederen werd dit jaar verder teruggebracht tot 28,1 % (-0,4 procentpunt). Het belang van de productgroepen diensten (+0,6 procentpunt) en energie (+0,7 procentpunt) nam daarentegen toe tot respectievelijk 39,2 % en 11,7 %.

    Binnen deze vijf productgroepen werden ook aanpassingen doorgevoerd. De voornaamste wijzigingen worden hierna opgesomd. Bij de energiedragers nam het belang van vloeibare brandstoffen (+0,3 procentpunt) en van gas (+0,5 procentpunt) toe. Daar tegenover staat dat brandstoffen voor wegvervoer een kleiner ge-wicht hebben gekregen (-0,3 procentpunt). Bij de bewerkte levensmiddelen viel het gewicht van tabak terug (-0,2 procentpunt), terwijl bij de onbewerkte levensmiddelen het gewicht van groenten werd verlaagd (-0,3 procentpunt). Bij de diensten kregen verpleging in het ziekenhuis (+0,9 procentpunt), sociale bescherming (+0,8 procentpunt) en financiële diensten (+0,7 procentpunt) een groter gewicht, en werden woninghuur en pakketreizen minder belangrijk (beide -0,5 procentpunt). Bij de niet-energetische industriële goederen nam het belang van kleding toe (+0,6 procentpunt), bij verschillende andere producten ging het gewicht er daarentegen lichtjes op achteruit.

    De Raad van Bestuur van het INR heeft dit verslag goedgekeurd op 20 april 2012 en het Wetenschappelijk Comité voor prijsobservatie en -analyse verleende op 25 april 2012 een gunstig advies.

    Laatst bijgewerkt
    15 januari 2018