Table of Contents

    De antwoorden op de vragen over de gevolgen van de brexit worden overgenomen uit verschillende nationale (federale, gewestelijke ...) en internationale bronnen. Zij hebben betrekking op de situatie na het einde van de overgangsperiode (vanaf 1 januari 2021). De FOD Economie stelt alles in het werk om de teksten van zijn website zo snel mogelijk aan te passen. Bij twijfel primeert de authentieke bron van de informatie.

    Vervoer over de weg

    De Europese vervoersondernemingen mogen hun communautaire vervoersvergunning voortaan blijven gebruiken op Brits grondgebied voor de volgende goederentransporten :

    • vervoer van elke EU-lidstaat naar het VK en omgekeerd;
    • transito door het VK van elk transport met laad- of losplaats in een EU-lidstaat;
    • cabotagevervoer volgens de regel van “2 op 7”: aansluitend op een vervoer van een EU-lidstaat naar het VK zijn maximum 2 binnenlandse ritten toegelaten binnen de 7 dagen na het lossen van de goederen in het VK.

    Voor de bovenvermelde transporten zijn de ECMT-vergunning en de daarbij horende boorddocumenten dus niet nodig in het Verenigd Koninkrijk.

    Omgekeerd mogen de Britse vervoersondernemingen hun Britse vergunning voor internationaal vervoer voortaan gebruiken voor :

    • vervoer van het VK naar elke EU-lidstaat en omgekeerd;
    • transito door de EU van elk transport met laad- of losplaats in het VK;
    • maximum twee ritten met laad- en losplaats op EU-grondgebied, toegelaten binnen de 7 dagen na het lossen van de goederen die zij hebben vervoerd van het VK naar een EU-lidstaat; maximum een van die ritten mag bestaan uit een binnenlandse rit in een EU-lidstaat.

    In het geregeld personenvervoer tussen de EU en het VK blijft een gelijkaardig stelsel van internationale lijnvergunningen als vóór de Brexit behouden.

    Wat het ongeregeld personenvervoer betreft zal het busvervoer onder de Interbusovereenkomst vallen. Dat houdt in dat quasi al het ongeregeld vervoer verder kan worden verricht onder dekking van een communautaire vervoersvergunning. Het EU-reisblad moet echter worden vervangen door het Interbus-reisblad.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 

    De Britse chauffeur moet eerst controleren of zijn getuigschrift van vakbekwaamheid in de Europese Unie geldig is. Sinds 1 januari 2021 zijn de door het Verenigd Koninkrijk of een in het VK erkend opleidingscentrum verleende getuigschriften van vakbekwaamheid niet meer geldig in de EU27. Chauffeurs die:

    • Britse onderdanen zijn, maar in dienst van een in de Europese Unie gevestigde onderneming, of
    • EU-onderdanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, maar in dienst zijn van een in de EU gevestigde onderneming,

    moeten de opleiding voor beroepschauffeurs volgen in de EU27-lidstaat waar het bedrijf dat hen in dienst heeft, gevestigd is. 

    Er is voortaan ook  een bestuurdersattest vereist voor een Britse vrachtwagenchauffeur die werkt voor een Europese vervoersonderneming die internationaal vervoer verricht.  In België geldt die verplichting ook in het nationaal vervoer. Vanaf de intrekkingsdatum zijn de door het Verenigd Koninkrijk uitgereikte rijbewijzen niet langer door de lidstaten erkend op grond van deze wetgeving. De erkenning van door derde landen afgegeven rijbewijzen wordt niet geregeld door het Europese recht, maar door het internationale recht en de nationale wetgeving van de lidstaten. Het Verdrag van Wenen inzake het wegverkeer van 1968 of het Verdrag van Genève van 1949 is van toepassing in de ondertekenende lidstaten.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Nee, sinds 1 januari 2021 zijn de getuigschriften van vakbekwaamheid die door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk of door het VK gemachtigde instanties zijn verleend, niet langer geldig in de EU-27.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Luchtvervoer

    Sinds 1 januari 2021 wordt het Verenigd Koninkrijk als een derde land beschouwd voor de Europese Unie. Bijgevolg zullen de luchtvaartbetrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie moeten worden geregeld in nieuwe overeenkomsten die nog moeten worden vastgelegd.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Om in het bezit te zijn van een geldige EU-exploitatievergunning moet een onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • haar hoofdvestiging hebben in een lidstaat van de Unie;
    • voor meer dan 50 % in handen zijn van lidstaten en/of onderdanen van lidstaten; en
    • effectief gecontroleerd worden door lidstaten en/of onderdanen van lidstaten.

    Indien niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan doordat het Verenigd Koninkrijk een derde land is geworden, dan is de exploitatievergunning die door een bevoegde EU-autoriteit is verleend niet langer geldig.

    Bovendien zijn de exploitatievergunningen die door de Britse burgerluchtvaartautoriteit aan luchtvaartmaatschappijen zijn verleend niet langer geldige EU-exploitatievergunning sinds 1 januari 2021. (informatie om een exploitatievergunning te krijgen in België)

    Bron: Europese Commissie

    De door de Britse autoriteiten verleende certificaten worden sinds 1 januari 2021 niet meer als zodanig erkend als dat niet is voorzien in een bilaterale overeenkomst met de Britten. De door de Britse autoriteiten verleende certificaten voldoen echter nog steeds aan de regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), zodat deze vliegtuigen zonder probleem tot het Europese luchtruim zullen worden toegelaten. Hetzelfde geldt voor vliegtuigen die het Britse luchtruim binnenkomen en waarvan de certificaten door België worden verleend via het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Ja, de Belgische luchtvaartmaatschappij moet ervoor zorgen dat haar luchtvaartpersoneel aan de EU-certificeringseisen voldoet door certificaten die door het Verenigd Koninkrijk zijn verleend over te dragen aan een EU-autoriteit zoals de Belgische burgerluchtvaartautoriteit, zijnde het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

    Meer informatie over hoe u uw UKCAA-pilotenlicentie kunt overdragen naar een BCAA-licentie en hoe u uw UKCAA-maintenance engineerslicentie kunt overdragen naar een BCAA-licentie.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Zeevervoer

    Het recht van de Europese Unie voorziet in een reeks rechten voor passagiers, met inbegrip van scheepspassagiers. Die rechten hebben betrekking op

    • informatie;
    • terugbetaling en omboeking;
    • schadeloosstelling;
    • hulp en zorgverlening;
    • het recht op beroep; en
    • de bijzondere rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Sinds 1 januari 2021 wordt het Verenigd Koninkrijk als een derde land beschouwd voor de Europese Unie. Er zijn dus enkele wijzigingen nodig in het verrichten van diensten op het zeevervoer.

    Zeevervoer binnen de Unie en handel met derde landen

    In verordening (EEG) nr. 4055/86 is het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen vastgelegd:

    • 'onderdanen van lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan in die van degene voor wie de diensten worden verricht.'; en
    • 'onderdanen van lidstaten die buiten de Unie zijn gevestigd' en 'scheepvaartondernemingen die buiten de Unie zijn gevestigd en worden gecontroleerd door onderdanen van een lidstaat worden gecontroleerd, indien hun schepen in een lidstaat zijn geregistreerd overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat'.

    Personen en ondernemingen die na 31 december 2020 niet langer aan deze criteria voldoen, zullen niet langer van die verordening profiteren, met name wat betreft de niet-discriminerende behandeling van internationale zeeverbindingen.

    Cabotage

    Overeenkomstig artikel 1, lid 1, van verordening (EEG) nr. 3577/92 is de mogelijkheid om binnen de lidstaten van de EU zeevervoerdiensten te verrichten (cabotage in het zeevervoer) voorbehouden aan communautaire reders (zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van de verordening). Sinds 1 januari 2021 mag wie niet voldoet aan de voorwaarden om als een communautaire reder te worden beschouwd geen zeevervoerdiensten meer verrichten in het kader van deze verordening, tenzij de nationale wetgeving de toegang tot cabotage toestaat voor schepen die onder de vlag van een derde land varen.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk als zodanig heeft geen gevolgen voor de erkenningen die de Commissie overeenkomstig artikel 4 van verordening (EG) nr. 391/2009 heeft verleend aan organisaties in de zin van artikel 2, onder c), van die verordening. Overeenkomstig artikel 8 van verordening (EG) nr. 391/2009 moeten erkende organisaties echter regelmatig (ten minste om de twee jaar) door de Commissie worden beoordeeld, in samenwerking met de lidstaat die de betreffende erkenningsaanvraag heeft ingediend. Dat geldt ook voor organisaties die oorspronkelijk door de bevoegde lidstaat werden erkend en nu zijn erkend op grond van artikel 15 van verordening (EG) nr. 391/2009. Sinds 1 januari 2021 kan het Verenigd Koninkrijk niet meer deelnemen aan de beoordelingen van de organisaties die oorspronkelijk door het VK werden erkend. Aangezien het om een substantiële vorm gaat, overweegt de Commissie de nodige en passende maatregelen te nemen om een beoordeling mogelijk te maken overeenkomstig de bepalingen van die verordening.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Krachtens richtlijn 2009/16/EG moeten de lidstaten buitenlandse schepen laten inspecteren door ambtenaren van de havenstaatcontrole om erop toe te zien dat de staat van de schepen en hun uitrusting voldoet aan de eisen van de internationale verdragen en dat de schepen worden bemand en geëxploiteerd in overeenstemming met het internationaal recht. Richtlijn 2009/16/EG voorziet ook in de controle op de naleving van een aantal op het recht van de Unie gebaseerde eisen, met name de controle van het krachtens richtlijn 2009/20/EG vereiste verzekeringscertificaat. Lidstaten van de EU-27 zullen schepen uit het VK die EU-havens aandoen, blijven controleren, maar het krachtens richtlijn 2009/16/EG ingestelde havenstaatcontrolesysteem is sinds 1 januari 2021 niet langer van toepassing zijn op het VK. De relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie inzake havenstaatcontrole zal worden geregeld in het Memorandum van Overeenstemming van Parijs inzake havenstaatcontrole.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6 van richtlijn 1999/35/EG van de Raad moeten de staten van ontvangst in de zin van de richtlijn verplichte inspecties uitvoeren om de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen van en naar EU-havens te waarborgen. Hoewel deze schepen onderworpen zullen blijven aan dergelijke inspecties in de EU27-lidstaten van waaruit of waarnaar zij varen, is het Verenigd Koninkrijk sinds 1 januari 2021 niet langer verplicht om de in richtlijn 1999/35/EG bedoelde inspecties uit te voeren.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Sinds 1 januari 2021 wordt het Verenigd Koninkrijk als een derde land beschouwd voor de Europese Unie. Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van richtlijn 97/70/EG verbieden de lidstaten de exploitatie van vissersvaartuigen die onder de vlag van een derde land varen in de territoriale wateren of binnenwateren van de lidstaten dienst te doen of hun vangst in een van de havens van de lidstaten aan te landen, tenzij de administratie van hun vlaggenstaat heeft verklaard dat zij voldoen aan de technische voorschriften van die richtlijn. Bovendien is in artikel 7, lid 3, van richtlijn 97/70/EG bepaald dat vissersvaartuigen die die onder de vlag van een derde staat varen, onderworpen aan controle door die lidstaat om na te gaan of zij voldoen aan het Protocol van Torremolinos, zodra dat in werking is getreden.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Spoorvervoer

    Sinds 1 januari 2021 is de Europese spoorwegwetgeving niet langer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Als gevolg daarvan zijn vergunningen voor spoorwegondernemingen, veiligheidscertificaten, machinistenvergunningen enzovoort die door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk zijn verleend, niet langer geldig.

    Deze situatie heeft vooral betrekking op Eurostar, dat reeds de nodige maatregelen heeft genomen om elke onderbreking van zijn dienstverlening na de brexit te voorkomen, door op Frans grondgebied een nieuwe maatschappij op te richten die voldoet aan de eisen van de Europese spoorwegwetgeving.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Of u nu zaken doet met het Verenigd Koninkrijk of niet, uw onderneming kan rechtstreeks of onrechtstreeks een weerslag van de brexit ondervinden. Daarom nodigen wij u uit om de Brexit Impact Scan te doen. Aan de hand van een paar eenvoudige vragen ontdekt u welke gebieden van uw activiteit een weerslag dreigen te ondervinden en krijgt u advies om daarmee om te gaan.

    Brexit Impact Scan

    De FOD Economie stelt alles in het werk om de teksten van zijn site zo snel mogelijk aan te passen wanneer er iets verandert. In geval van twijfel of verschil primeert informatie die door de authentieke bron gepubliceerd werd. Aarzel niet om ons via info.eco@economie.fgov.be op de hoogte te brengen van afwijkingen die u zou vaststellen.

    Veelgestelde vragen door ondernemingen over goederen en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over douane en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over intellectuele eigendom en de brexit  Veelgestelde vragen door ondernemingen over diensten en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over beroepsmobiliteit en de brexit Veelgestelde algemene vragen over de brexit

    Laatst bijgewerkt
    27 oktober 2021