De volgende vragen en antwoorden zijn van toepassing vanaf 1 december 2019.

Alle ondernemingen (handelaars, apothekers, dokters, advocaten, enz.) moeten de afronding toepassen op het totale bedrag van de verkoop die contant wordt betaald. Dat is enkel voor verkopen aan particuliere klanten waarbij de klant fysiek aanwezig is (dus niet voor verkoop op afstand bv.).

Ondernemingen kiezen er vrijwillig voor om al dan niet af te ronden voor andere betalingen dan die met contant geld. Als ze ervoor kiezen om af te ronden, dan moeten ze dat wel voor al hun particuliere klanten doen, ongeacht het gebruikte betaalmiddel.

De nieuwe verplichting tot afronding is van toepassing op alle ondernemingen, zoals bedoeld in boek VI van het Wetboek van economisch recht. Dat is elke natuurlijke- of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft.

Niet enkel ondernemingen in de gebruikelijke zin van het woord zijn dus voortaan verplicht om cashbetalingen af te ronden, maar ook vrije beroepen en alle personen, verenigingen, administraties,… die op regelmatige basis economische interacties hebben met consumenten.

Een gemeente die bijvoorbeeld een zwembad, bibliotheek of cultureel centrum uitbaat, wordt voor die activiteiten beschouwd als "onderneming". Dit is echter niet het geval wanneer deze gemeente de kosten voor het afleveren van een identiteitskaart aanrekent. Dat soort activiteit maakt deel uit van de opdracht van openbare dienstverlening en is niet van "economische" aard.

Ook verenigingen die regelmatig economische activiteiten beoefenen (bijvoorbeeld de verkoop van producten aan consumenten) worden beschouwd als onderneming. Het feit of die vereniging al dan niet een winstoogmerk heeft, verandert hier niets aan.

De verplichte afronding is niet van toepassing op verkoop tussen particulieren onderling of in het kader van b2b verkoop.

De onderneming moet het totaalbedrag dat de consument contant betaalt (munten en bankbiljetten) afronden.

Zij mag niet elke artikelprijs op een afrekening afronden.

Als de consument een enkel artikel aankoopt en contant betaalt, wordt het bedrag van de betaling ook afgerond, tenzij het minder is dan 5 cent. 

Een onderneming mag de afronding alleen maar toepassen voor betalingen waarbij de klant fysiek aanwezig is. Zij mag dus geen afronding toepassen bij verkopen op afstand of via het internet.

Ja.

Als een onderneming echter afrondt op niet-contante betaalmiddelen, moet ze dat toepassen op alle betaalmiddelen die ze voorstelt.

Bovendien moet ze haar klanten informeren door de volgende tekst duidelijk zichtbaar op te hangen: "Het totaalbedrag wordt altijd afgerond."

Alleen bankbiljetten en munten worden als contant geld beschouwd.

Betalingen met maaltijdcheques, ecocheques of een waardebon mogen niet worden afgerond, ook niet als de ondernemer heeft beslist om altijd af te ronden.

Nee.

De afronding wordt niet verplicht toegepast op overschrijvingen, want het is geen betaling in cash. Maar als de onderneming besliste de afronding op alle betaalwijzen toe te passen, wordt de betaling per overschrijving toch afgerond als ze plaatsvindt in de fysieke en gelijktijdige aanwezigheid van verkoper en consument (bv. via smartphone).

Nee.

Alleen het deel dat u contant betaalt (munten en bankbiljetten) moet worden afgerond.

De onderneming kan de afronding uitbreiden naar andere betaalmiddelen dan contant geld, maar in dat geval moet ze dat doen voor alle betalingen die de consumenten doen wanneer ze in de zaak zijn. Zij beslist of ze voor alle betaalmiddelen al dan niet afrondt.

Als dat het geval is, moet ze haar klanten duidelijk informeren door de volgende tekst op te hangen: "Het totaalbedrag wordt altijd afgerond."

Ja.

Een onderneming moet ook de prijs afronden van een artikel waarvan u de terugbetaling in cash vraagt.

Nee.

U kunt niet eisen om het juiste niet-afgeronde bedrag te betalen. Contant betaalde bedragen moeten altijd, en voor alle consumenten, worden afgerond.

A priori, neen.

Uit studies van het Prijzenobservatorium en van de Nationale Bank van België blijkt dat als gevolg van de toepassing van symmetrische afrondingen er geen of een verwaarloosbare weerslag zou zijn op de inflatie.

Het Prijzenobservatorium is verantwoordelijk voor het controleren of dat a priori wordt bevestigd in de jaren na de inwerkingtreding van de verplichte afronding.

Zie:
Gevolgen van de invoering in België van het principe van symmetrische afronding op 5 eurocent na voor de totale in de winkel betaalde bedragen

Het te betalen totaalbedrag in contanten dat eindigt op x,x1 euro of x,x2 euro wordt afgerond naar het lagere x,x0 euro. Voorbeeld: 12,92 euro wordt 12,90 euro.

Het te betalen totaalbedrag in contanten dat eindigt op x,x3 euro of x,x4 euro wordt afgerond naar het hogere x,x5 euro. Voorbeeld: 12,93 euro wordt 12,95 euro.

Het te betalen totaalbedrag in contanten dat eindigt op x,x6 euro of x,x7 euro wordt afgerond naar het lagere x,x5 euro. Voorbeeld: 12,97 euro wordt 12,95 euro.

Het te betalen totaalbedrag in contanten dat eindigt op x,x8 euro of x,x9 euro wordt afgerond naar het hogere x,(x+1)0 euro. Voorbeeld: 12,98 euro wordt 13,00 euro.

Contant betaald bedrag eindigend op :

Afronding

x,x1

x,x0

x,x2

x,x0

x,x3

x,x5

x,x4

x,x5

x,x5

x,x5

x,x6

x,x5

x,x7

x,x5

x,x8

x,(x+1)0

x,x9

x,(x+1)0

De afrondingsregel geldt voor alle betalingen, ongeacht de geleverde producten of diensten.

Ja.

De apotheker is een ondernemer zoals alle andere (verkopers, artsen, advocaten, enz.). Hij is dus ook verplicht om het totaalbedrag van de producten die hij aan u verkoopt en die u contant betaalt, zonder enig onderscheid, af te ronden.

Nee.

De afronding mag alleen worden toegepast in fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming. Dat is hier niet het geval.

De bank of bpost zijn niet de bestemmeling van het factuurbedrag; zij spelen slechts een intermediaire rol tussen de consument en de dienstverlener (verkoper) door de verschuldigde som over te schrijven.

Nee.

Ondernemingen zijn wettelijk verplicht om de bedragen die u contant betaalt, af te ronden. U hebt niet het recht om te weigeren dat ze het contante totaalbedrag op uw kassabon afronden.

Hetzelfde geldt als een onderneming heeft gekozen voor de uitbreiding van de afronding naar niet-contante betaalmiddelen.

Alleen de onderneming neemt die beslissing, die vanaf dat moment van toepassing is op alle betalingen die de consumenten doen wanneer ze in de zaak zijn. De onderneming is verplicht haar klanten te informeren door in haar zaak duidelijk de volgende tekst aan te brengen: " Het totaalbedrag wordt altijd afgerond".

De afronding kan alleen maar toegepast worden voor verkopen die plaatsvinden in fysieke aanwezigheid van de consument. De afronding is dus niet toegestaan voor verkopen op afstand of via internet (e-commerce).

Nee.

De stukken van 1 en 2 eurocent blijven een wettig betaalmiddel en worden niet afgeschaft.

Het afgeronde totaalbedrag kunt u nog altijd betalen met stukken van o.a. 1 en 2 eurocent.

Nee.

De stukken van 1 en 2 eurocent blijven een wettig betaalmiddel en worden niet afgeschaft.

U hoeft ze dus niet naar de bank te brengen.

Wil u het toch doen, dan helpt uw bankier hierbij.

Voor het inwisselen van eurobiljetten en euromunten kunt u ook terecht bij de loketten van de Nationale Bank in Brussel.

Zie: Omwisselen van euromunten en -biljetten

Ja.

De bank kan kosten in rekening brengen wanneer u muntstukken deponeert.

Voor het inwisselen van eurobiljetten en euromunten kunt u ook terecht bij de loketten van de Nationale Bank in Brussel. 

Zie: Omwisselen van euromunten en -biljetten

De stukken van 1 en 2 eurocent blijven geldig. Over een eventuele afschaffing van munten wordt op Europees niveau beslist.

Er werd nog geen enkele beslissing in die richting genomen. De nieuwe afrondingsregels die vanaf 1 december 2019 van kracht worden, veranderen daar niets aan.

Nee.

Een onderneming kan niet weigeren dat u met muntstukken van 1 en 2 eurocent betaalt.

Houd er evenwel rekening mee dat geen enkele onderneming verplicht is voor één betaling meer dan vijftig muntstukken te aanvaarden.

Nee.

Het is nooit toegelaten om kosten aan te rekenen voor cashbetalingen.

Ja, voor zover u betaalt met maximaal 50 muntstukken. Geen enkele onderneming is verplicht voor één betaling meer dan vijftig muntstukken te aanvaarden.

Ondernemingen mogen u altijd muntstukken van 1 en 2 eurocent teruggeven.

U kunt die niet weigeren. 

Nee.

Enkel cashbetalingen in het kader van een verkoop van een onderneming (of gelijkgesteld) aan een consument (particuliere klant) vallen onder de afrondingsregels.

De munten van 1 en 2 cent zijn erg duur om te produceren (grondstof, slaan, transport, enz.) en worden zeer weinig gebruikt. Veel consumenten laten ze in hun portemonnee of sparen ze thuis op.

Daarom moeten er voortdurend nieuwe munten van 1 en 2 cent worden geslagen.

De maatregel van 2014, waarbij de mogelijkheid werd ingevoerd om kastickets op vrijwillige basis af te ronden, was bedoeld om het gebruik van die munten van 1 en 2 cent te verminderen. Dat heeft echter niet tot het verhoopte resultaat geleid, aangezien het aantal ondernemingen dat afrondt, beperkt blijft.

Volgens een begin 2018 uitgevoerde enquête zouden slechts 3 van de 10 handelaars dat doen. Uit dat onderzoek blijkt ook dat 8 van de 10 detailhandelaars en 7 van de 10 consumenten voorstander zijn van afronding. De meeste handelaarsorganisaties zijn vragende partijen van de verplichte afronding van contante betalingen.

Door voor alle contante betalingen de verplichte afronding in te voeren, wil de Belgische regering het aantal munten van 1 en 2 cent dat in ons land in omloop is, doen afnemen. Daarmee komt ze tegemoet aan de verwachtingen van de meerderheid van de ondernemingen en de consumenten.

België kan niet beslissen om deze munten niet meer te gebruiken: alleen de Europese regelgever kan dat doen.

Laatst bijgewerkt
22 augustus 2019

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Verkoop

    Zomersolden: van 1 tot en met 31 juli 2019