Onder “thuiswerk” verstaan we het werk dat de werknemer thuis verricht. Het gaat niet noodzakelijk om telewerk, dat wordt verricht met behulp van telecommunicatie.

De gegevens zijn afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK), in het Engels ook “Labour Force Survey (LFS)” genoemd. In het kader van die enquête wordt aan werknemers gevraagd of zij tijdens de maand voorafgaand aan de enquête nooit, soms (minder dan 50 % van de werkdagen), gewoonlijk (50 % van de werkdagen of meer) of altijd (elke dag) thuis hebben gewerkt. De categorie van personen die “gewoonlijk” thuis hebben gewerkt, omvat ook de personen die altijd thuis hebben gewerkt.

Thuiswerk in België

In 2020 heeft bijna 30 % van de werknemers soms of gewoonlijk thuisgewerkt. Vanwege de coronacrisis zien we een stijging met meer dan 10 procentpunt in vergelijking met 2019.

Vrouwen werken vaker thuis dan mannen. Bovendien stellen we vast dat het fenomeen is toegenomen tussen 2018 en 2020.

Er is een sterk verband tussen het opleidingsniveau en de frequentie van thuiswerk. Het percentage werknemers dat soms of gewoonlijk thuiswerkt, is immers beduidend hoger bij personen met een hoog opleidingsniveau in vergelijking met werknemers die laag en gemiddeld geschoold zijn. Dat valt waarschijnlijk te verklaren door het feit dat werknemers met een hoog opleidingsniveau functies bekleden die zich veel beter lenen tot thuiswerk dat in casu vergelijkbaar is met telewerk.

Het hoeft niet te verbazen dat werknemers die het meest geneigd zijn om thuis te werken, terug te vinden zijn in de beroepen met de hoogste kwalificaties. Bijna één werknemer op de twee die een intellectueel, wetenschappelijk of artistiek beroep dan wel een leidinggevend beroep uitoefent, werkt soms of regelmatig van thuis uit.

Het percentage werknemers dat thuiswerkt, verschilt ook sterk naargelang de bedrijfssector. De sector van “extraterritoriale” activiteiten (internationale organisaties en extraterritoriale organismen) bevat het grootste aandeel werknemers die soms of gewoonlijk thuiswerken (69,6 %), gevolgd door de sector van financiële activiteiten en verzekeringen (66,8 %) en de informatie- en communicatiesector (63,9 %). Het verbaast niet dat in 2020 de onderwijssector op de vierde plaats komt. Dat wordt verklaard door het feit dat leerkrachten thuis hun lessen voorbereiden en toetsen verbeteren, wat wordt opgenomen in de cijfers.

Thuiswerk in de Europese Unie

De weergegeven cijfers voor de Europese Unie komen uit de databank van Eurostat.

Er zijn binnen Europa grote verschillen wat betreft het percentage werknemers dat soms of gewoonlijk thuiswerkt. In 2020 had Luxemburg het hoogste percentage thuiswerkers (45,8 %), gevolgd door Nederland (36 %). Finland volgt op de derde plaats (35,7 %). België staat op de zesde plaats in 2020 met een percentage van 29 %, vóór onze Franse zuiderburen (26,1 %). Voor Zweden zijn er nog geen cijfers beschikbaar.

Laatst bijgewerkt
8 maart 2022