Juridische aspecten en aandachtspunten van de elektronische handtekening

Table of Contents

    Op 23 juli 2014 heeft de Europese Unie de verordening over elektronische identificatie en vertrouwensdiensten (eIDAS) goedgekeurd. Ze vervangt sinds 1 juli 2016 Richtlijn 1999/93/EG over de elektronische handtekening en de verstrekkers van certificatiediensten.

    Twee jaar na de aanvaarding van de eIDAS-verordening en enkele dagen na de inwerkingtreding ervan (1 juli 2016), heeft de Belgische wetgever de wet van 21 juli 2016 aangenomen, die deze verordening uitvoert en aanvult door het vastleggen van bepalingen die een volledig en samenhangend kader willen scheppen voor het elektronische archiveren.

    De Verordening eIDAS

    De hoofddoelstelling van deze eIDAS-verordening is om een juridisch kader te scheppen om het vertrouwen in elektronische transacties op de interne markt te vergroten.

    Hoewel deze verordening de richtlijn van 1999 intrekt, neemt ze toch de meeste bepalingen over de elektronische handtekening over, met enkele wijzigingen. Daarnaast vult ze laatstgenoemde bepalingen aan met nieuwe bepalingen over enerzijds de wederzijdse erkenning op het niveau van de Europese Unie van aangemelde stelsels voor elektronische identificatie en anderzijds de vertrouwensdiensten die een aanvulling vormen op de elektronische handtekening (zegel, tijdstempel en diensten van elektronische aangetekende zending, alsook de authenticatie van websites).

    Voorstelling van de eIDAS verordening (PDF, 164.89 KB)

    De toevoegingen van de wet van 21 juli 2016

    De wet van 21 juli 2016 voegt een titel 2 toe in “Bepaalde regels in verband met het juridische kader voor vertrouwensdiensten” in boek XII “Recht van de Elektronische Economie” van het Wetboek van economisch recht. Deze wet, ook Digital Act genoemd door de minister van Digitale Agenda, werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is in werking getreden op 28 september 2016.

    Hoewel een Europese verordening technisch gezien geen omzetting in nationaal recht vereist, wat wel het geval is bij een richtlijn, is het toch zo dat hoofdstuk III van de eIDAS-verordening over vertrouwensdiensten een wetgevende tussenkomst noodzakelijk maakt om te zorgen voor de uitvoering ervan. Zo bepaalt de wetgever op precieze wijze de toepasselijke sancties in geval van niet-naleving van de bepalingen van de verordening en van de Belgische wet in verband met de hiervoor genoemde vertrouwensdiensten. Hij wijst ook officieel de toezichthoudende instantie aan en bepaalt de bevoegdheden ervan. Deze instantie speelt een essentiële rol in de opstartprocedure voor “gekwalificeerde” vertrouwensdiensten, bij de controle van de dienstverleners die ze aanbieden, alsook tijdens de overgangsperiode die dienstverleners, gekwalificeerd onder het stelsel van de richtlijn van 1999, in staat stelt om zich te “regulariseren”. Diezelfde wetgever maakt van de gelegenheid gebruik om orde op zaken te stellen en zo de wet van 9 juli 2001 in te trekken die bepaalde regels vastlegt over het juridische kader voor elektronische handtekeningen en vertrouwensdiensten, alsook de wet van 15 mei 2007, die een juridisch kader vaststelt voor sommige verleners van vertrouwensdiensten.

    De Belgische wetgever heeft ook een volledig en samenhangend geheel van regels vastgelegd die als doel hebben om het aanbod en het gebruik van elektronische archiveringsdiensten juridisch te omkaderen.

    Als men voor het sluiten, het overdragen en het bewaren van een juridische akte een elektronische procedure overweegt, lijkt het inderdaad belangrijk om voor al deze procedurefasen een juridisch kader te voorzien, ook voor de laatste fase, die bestaat uit de archivering van de akte, en niet alleen de handtekening, datering en verzending ervan. Met de wet van 21 juli 2016 omkadert de Belgische wetgever de laatste schakel in de ketting, wat niet is gebeurd in de Europese verordening.

    De Belgische regels sluiten aan bij de doelstellingen en de gedachtengang van de eIDAS-verordening. Ze nemen dezelfde principes over als vastgesteld door deze verordening voor de andere vertrouwensdiensten (elektronische handtekening, zegel, datumstempel, aangetekende zending). Zij beogen om zowel de elektronische archivering van origineel elektronische documenten als de elektronische archivering van documenten op papier (in het kader van het digitaliseren/inscannen) te omvatten.

    Naast het oorspronkelijke stelsel in verband met elektronische archivering, legt de Belgische wet ook bepalingen vast over hybride aangetekende zendingen, de intrekking, schorsing en het verval van gekwalificeerde certificaten van elektronische handtekening en van elektronisch zegel, de vertrouwende partij van een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, de stopzetting van de activiteiten van een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een of meer gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent, alsook de mogelijkheid een natuurlijke persoon te identificeren die zich schuilhoudt achter een pseudoniem of een elektronisch zegel.

    De beoogde bepalingen streven duidelijk naar een evenwicht tussen soepelheid en veiligheid. Naar het voorbeeld van het stelsel dat al van toepassing is op de andere vertrouwensdiensten in het kader van de verordening 910/2014, wordt het juridische kader over elektronische archivering gezien als een “juridische gereedschapskist” die de gebruikers toelaat om een beroep te doen op deze dienst om hun risico’s te beheren, voornamelijk voor gegevens of documenten die juridische waarde bezitten. Met het oog hierop wordt in een aantal vermoedens voorzien ten voordele van diensten van elektronische archivering die in de zin van de wet als “gekwalificeerd” worden beschouwd, alsook voor andere gekwalificeerde vertrouwensdiensten in de zin van de verordening.

    Voorstelling van de eIDAS en elektronische archivering wet (PDF, 219.06 KB)

    Veelgestelde vragen (FAQ) over vertrouwensdiensten (PDF, 734.84 KB)

    Laatst bijgewerkt
    9 februari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Online

      Barometer van de Informatiemaatschappij 2018: digitale kloof zakt voor het eerst onder de 10%