Table of Contents

    Het Wetboek van economisch recht (WER) bevat verschillende definities van het begrip “onderneming” die naast elkaar bestaan. Dat is een rechtstreeks gevolg van de wet op de hervorming van het ondernemingsrecht.

    Zo werd in 2018 een nieuwe definitie van het begrip “onderneming” ingevoerd, die in principe dienstdoet als basisdefinitie voor het hele WER. In de praktijk is dat echter niet het geval: het begrip “bestaande onderneming” werd in de definities van de verschillende boeken van het WER behouden als uitzondering op deze nieuwe definitie.

    Wat is een “onderneming” in de zin van artikel I van boek I van het WER?

    De wet op de hervorming van het ondernemingsrecht heeft een modernere opvatting van het begrip “onderneming” in het Belgische recht geïntroduceerd. De begrippen “handelaar” of “koopman” werden afgeschaft omdat ze niet langer overeenstemmen met de huidige economische realiteit. Tegelijkertijd werd de definitie van “onderneming” uitgebreid.

    De “onderneming” in de zin van artikel I van boek I van het WER verwijst naar:

    • iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent (bv. een eenmanszaak, een zaakvoerder vennootschap, een kunstenaar);
    • iedere rechtspersoon (elke vennootschap, vzw of stichting);
    • iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid (bv. een maatschap).

    Wat wordt niet als een “onderneming” beschouwd in de zin van artikel I van boek I van het WER?

    Het WER verduidelijkt welke actoren niet als “ondernemingen” worden beschouwd, meer bepaald:

    • iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie (bv. een feitelijke vereniging);
    • iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt op een markt;
    • overheden: de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

    Waarop is het begrip “onderneming” in de zin van artikel I van boek I van het WER van toepassing?

    De definitie in artikel I van boek I is enkel van toepassing op:

    • bepaalde delen van boek III (Kruispuntbank van Ondernemingen en boekhoudrecht);
    • boek XX, inzonderheid artikel I.22, 7/1 (insolventierecht);
    • de algemene bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank.

    Wat zijn de andere definities van “onderneming” in het WER?

    Naast de definitie van artikel I van boek I van het WER worden er per afzonderlijk boek nog andere, specifieke definities gehanteerd, naargelang de activiteit die wordt uitgeoefend. Die definities zijn grotendeels geïnspireerd op de definitie die in het WER van 28 februari 2013 wordt vermeld.

    Een onderneming is:

    • elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, evenals zijn verenigingen.

    Wie of wat wordt in deze specifieke definities als een “onderneming” beschouwd?

    De volgende vier categorieën worden als ondernemingen beschouwd:

    1. Iedere natuurlijke persoon die:

      • een beroepsactiviteit als zelfstandige in hoofd- of bijberoep uitoefent (bv. handelaar, ambachtsman, arts, advocaat, architect, zaakvoerder vennootschap);
      • een activiteit uitoefent in het kader van de collaboratieve economie, wanneer daar een inkomen, en dus een beroepsactiviteit, uit voortkomt.
         

      Uitzondering: sommige activiteiten die door een natuurlijke persoon worden uitgeoefend, vallen niet onder het begrip “onderneming”. Bijvoorbeeld het feit dat een natuurlijke persoon inschrijft op aandelen, effecten of participaties in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, of deze verwerft of aanhoudt.
       

    2. Iedere rechtspersoon.

      Uitzondering: iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt op een markt.
       

    3. Privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals verenigingen (vzw's en ivzw's) en stichtingen, ook als zij geen economisch doel of economische activiteit nastreven.
       
    4. Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid die ten minste tot doel hebben een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te verschaffen aan hun leden, evenals verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die een dergelijk voordeel uitkeren of verschaffen aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie.

    Op welke boeken van het WER zijn deze specifieke definities van “onderneming” van toepassing?

    De specifieke definities zijn van toepassing op:

    • boek III, hoofdstuk 1 (transparantieverplichtingen van ondernemingen),
    • boek IV (bescherming van de mededinging),
    • boek V (de mededinging en de prijsevoluties),
    • boek VI (marktpraktijken en consumentenbescherming),
    • boek XV (rechtshandhaving),
    • boek XVI (buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen),
    • boek XVII (bijzondere rechtsprocedures, inzonderheid de vordering tot staking).

    Definitie van “onderneming” en de Kruispuntbank van Ondernemingen

    Hoewel de wetgever een eenduidige definitie van het begrip “onderneming” wilde opstellen die van toepassing is op alle wetgeving, voldoen niet alle ondernemingen bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) aan deze nieuwe definitie. Daarom wordt sinds 1 november 2018 niet langer gesproken van een “onderneming”, maar wel van een “geregistreerde entiteit”.

    Daarnaast werd de wet op de hervorming van het ondernemingsrecht uitgebreid met:

    • de verplichte inschrijving van vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid bij de KBO,
    • de gegevens die in de KBO moeten worden opgenomen.

    Alle “geregistreerde entiteiten” die zich moeten inschrijven bij de KBO worden opgelijst in artikel III.16 van het WER.

    Meer informatie over de KBO

    Wet op de hervorming van het ondernemingsrecht

    De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht werd op 27 april 2018 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en is op 1 november 2018 in werking getreden.

    Die wet houdt verschillende wijzigingen in van de geldende regelgeving op het niveau van het WER, meer bepaald:

    • wijzigingen in de inschrijving en registratie bij de Kruispuntbank van Ondernemingen,
    • een uitbreiding van de boekhoudkundige verplichtingen en de insolventiewetgeving.

    De wet introduceert ook wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

    Laatst bijgewerkt
    11 december 2020