De markt voor bouwproducten omvat veel verschillende tussenproducten die bestemd zijn voor blijvende verwerking in bouwwerken, zoals gebouwen, bruggen en wegen.

Voorbeelden van zulke producten zijn:

  • bakstenen
  • betonelementen
  • polymeren
  • dakpannen
  • mozaïeken
  • balken
  • deuren
  • ramen
  • sanitaire toestellen.

Bouwwerken moeten hun hele levenscyclus en gedurende een “economisch redelijke” levensduur aan fundamentele eisen voldoen. .

Om aan die eisen te voldoen is het essentieel om de prestaties van de gebruikte producten te garanderen, ongeacht of het gaat om:

  • gebouwen (privéwoning, gebouw, …) of
  • civieltechnische bouwwerken (brug, weg, stuwdam, …).

Wettelijk kader

Bouwproducten zijn onderworpen aan Verordening (EU) 305/2011, van kracht sinds 1 juli 2013.

Verordening (EU) 305/2011 legt de voorwaarden voor het op de markt brengen van bouwproducten vast en creëert een gemeenschappelijke taal (de geharmoniseerde technische specificaties) om de prestaties van de bouwproducten te beoordelen. Ze definieert ook de regels voor het aanbrengen van de CE-markering.

In december 2024 heeft de Europese Unie Verordening (EU) 2024/3110  aangenomen, die Verordening (EU) 305/2011 herziet. De toepassing van die nieuwe tekst zal geleidelijk verlopen, aangezien de twee verordeningen tot 2040 naast elkaar zullen bestaan.

Laatst bijgewerkt
19 augustus 2025