Table of Contents
Oproep tot indiening van blijken van belangstelling (OIB) van de Belgische federale en regionale autoriteiten (Vlaanderen en Wallonië) – Afsluitingsdatum: 13 april 2026
Nucleaire technologieën spelen een cruciale rol bij het aanpakken van de huidige maatschappelijke uitdagingen. Ze bieden een stabiele en koolstofarme energiebron, die essentieel is voor een grondige decarbonisatie. Dat is met name belangrijk voor energie-intensieve industrieën, die een betrouwbare en constante basislast nodig hebben om onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.
Door de energiezekerheid te waarborgen en de afhankelijkheid van externe leveringen te verminderen, terwijl de soevereiniteit van de lidstaten over hun energiemix wordt erkend, is en blijft kernenergie een essentiële pijler van de Europese strategie voor schone energie.
Kerntechnologieën kunnen dus bijdragen tot het aanpakken van drie belangrijke maatschappelijke uitdagingen voor de EU:
- klimaatneutraliteit, dankzij de productie van koolstofarme energie,
- strategische autonomie en voorzieningszekerheid, met name door afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te vermijden,
- gezondheid, dankzij medische toepassingen van kerntechnologieën.
Om die uitdagingen aan te pakken, hebben de Belgische federale en regionale (Vlaanderen en Wallonië) autoriteiten besloten om samen met verschillende andere lidstaten van de Europese Unie (EU) de oprichting van een mogelijk IPCEI (Important Project of Common European Interest) op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën (IPCEI NUC) te overwegen.
Dankzij IPCEI's moedigt de EU de lidstaten aan om hun middelen te bundelen in grote geïntegreerde projecten die bijdragen aan het concurrentievermogen van de EU. Die projecten maken het mogelijk om belangrijke tekortkomingen van de markt aan te pakken of grote maatschappelijke uitdagingen aan te gaan waarvoor geen andere oplossingen bestaan. Het IPCEI is geen Europees financieringsprogramma, maar een notificatie aan de EU waarmee de autoriteiten van de lidstaten de toestemming van de Europese Commissie kunnen krijgen om meer steun te verlenen dan op grond van de gebruikelijke regels over staatssteun is toegestaan.
Oproep tot indiening van blijken van belangstelling (OIB) van de Belgische federale en regionale (Vlaanderen en Wallonië) autoriteiten -
Een oproep tot indiening van blijken van belangstelling richt zich naar economische spelers die via diverse partnerschappen in de Europese economische waardeketen willen deelnemen aan innovatieve projecten op Europese schaal. Het doel is om de actoren te identificeren die op het grondgebied van de betrokken autoriteiten zouden kunnen deelnemen aan Europese projecten op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën.
Disclaimer
Deze oproep tot indiening van blijken van belangstelling impliceert op geen enkele wijze een betrokkenheid van België bij een of meerdere eventuele toekomstige IPCEI’s op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën.
Met deze oproep tot indiening van blijken van belangstelling stellen de federale en regionale Belgische autoriteiten zich proactief op en wensen zij in de eerste plaats potentiële projecten en partners identificeren, waarbij ze ervoor zorgen dat de potentiële projecten in overeenstemming zijn met de strategische doelstellingen van het IPCEI en de criteria van de IPCEI-mededeling. Aan deze oproep tot indiening van blijken van belangstelling is dus geen enkele financiering verbonden.
Bovendien zal de precieze richting van een of meer potentiële IPCEI’s op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën de komende maanden op Europees niveau worden besproken en kan deze dus nog evolueren.
Indien op basis van de ontvangen informatie wordt beslist om deel te nemen aan één of meer IPCEI’s op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën, is naleving van de procedures en indiening van de vereiste documenten noodzakelijk om een kandidatuur in aanmerking te nemen.
Doelstellingen van IPCEI NUC
Het IPCEI NUC kan bijdragen tot de versterking van de positie van Europa op het gebied van nieuwe nucleaire technologieën door zijn industriële en technologische soevereiniteit te versterken.
Het toepassingsgebied van het voorgestelde IPCEI omvat alle technologieën en activiteiten die essentieel zijn om het concurrentievermogen van de nucleaire toeleveringsketen van de EU te versterken. Het zal splijtings- en fusietechnologieën integreren en daarbij gebruikmaken van synergiën zoals vooruitgang op het gebied van materiaalkunde, modellering en digitale tweeling-simulaties, en hoog temperatuur toepassingen die intersectorale industriële kansen creëren, alsook synergiën tussen energetische en niet-energetische toepassingen, zoals medische isotopen.
Bovendien zullen investeringen in het ontwerp van reactoren van de nieuwe generatie, geavanceerde fabricage en de veiligheid van de splijtstofcyclus Europa in staat stellen om voorop te blijven lopen op het gebied van nucleaire innovatie. Zo wordt de afhankelijkheid van derde landen verminderd en een veerkrachtig en duurzaam energiesysteem bevorderd.
Het IPCEI voor innovatieve nucleaire technologieën zou voornamelijk betrekking hebben op O&O&I- en FID-projecten (first industrial development), overeenkomstig de punten 22 tot en met 24 van de IPCEI-mededeling. Infrastructuurprojecten (punt 25 van de IPCEI‑mededeling) zullen niet in aanmerking komen voor deze IPCEI.
De precieze richting van een of meer potentiële IPCEI’s op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën wordt momenteel op Europees niveau besproken en kan dus nog evolueren.
De voorlopig vastgestelde werkgebieden in dit stadium zijn:
- innovatieve productie van kernenergie (SMR's/AMR's) en ondersteunende activiteiten. Ondersteunende activiteiten zijn op zichzelf niet duurzaam, maar maken het mogelijk dat andere activiteiten bijdragen aan een of meer van de zes milieudoelstellingen uit de Europese groene taxonomie.
- uraniumverwerking en aanverwante brandstofdiensten, afvalbeheer en ontmanteling;
- ontwikkeling van de toeleveringsketen en transformatie van industriële locaties;
- de ontwikkeling en vooruitgang van kernfusietechnologieën;
- de verdere ontwikkeling en diversificatie van het productieproces van radio-isotopen voor medische toepassingen, met de nadruk op O&O&I-componenten.
Afhankelijk van het resultaat van de besprekingen kan het uiteindelijke toepassingsgebied van het IPCEI (of de IPCEI's) al dan niet alle in dit stadium geïdentificeerde technologische gebieden omvatten.
Basisvoorwaarden om als IPCEI te worden gedefinieerd
Een project ingediend door een Belgische speler kan worden erkend als onderdeel van een IPCEI mits het opgesteld is in overeenstemming met de regelgeving van de Mededeling van de Commissie, gepubliceerd in het PB van de EU op 30 december 2021 (2021/C 528/02).
In het bijzonder zal het aan de volgende cumulatieve vereisten voldoen:
- Het door de onderneming voorgestelde technische en industriële project moet zeer innovatief zijn en verder gaan dan de huidige spitstechnologieën en kennis op dat gebied (state of the art).
- Het project kan alleen worden ondersteund als het is ontworpen om tegemoet te komen aan een uitgesproken marktfalen, waardoor het niet kan worden uitgevoerd zonder dergelijke steun, en als met de andere reeds beschikbare steuninstrumenten niet hetzelfde resultaat kan worden bereikt. Het bestaan van marktfalen en de behoefte aan IPCEI-steun om dit te verhelpen moet worden aangetoond door de projecthouder.
- De onderneming moet aansluiten bij de gespecificeerde waardeketen.
- Het technische en industriële project van de onderneming kan gezamenlijk betrekking hebben op onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) evenals de eerste industriële toepassing in overeenstemming met de richtlijnen voor aanvaardbare kosten. Met eerste industriële toepassing wordt het opschalen van piloot faciliteiten bedoeld of de allereerste uitrusting en installaties die de fasen na de pilootlijn, met inbegrip van de testfase, omvatten, maar niet de massaproductie of de commerciële activiteiten.
- Het project moet een concrete, duidelijke en identificeerbare belangrijke bijdrage aan de doelstellingen of de strategieën van de EU vertegenwoordigen.
- Er moet een belangrijke samenwerkingsdynamiek zijn binnen de EU.
- De onderneming moet zich ertoe verbinden in het kader van de gefinancierde werkzaamheden nieuwe verworven kennis te verspreiden (Spillover), niet alleen onder haar klanten, leveranciers en projectpartners, maar in de hele EU; het IPCEI moet het mogelijk maken de verworven kennis op zeer grote schaal te verspreiden, ongeacht of die al dan niet beschermd is door een titel of een intellectueel eigendomsrecht. De mechanismen voor de kennisverspreiding moeten zeer duidelijk in de projectportfolio’s van de bedrijven worden uitgewerkt. De beschermde resultaten zullen onder eerlijke, redelijke en niet-discriminerende marktvoorwaarden worden verspreid. Het is belangrijk dat de aanvragers kunnen aantonen hoe andere spelers in het ecosysteem, i.h.b. kmo’s, baat hebben bij de steun aan het project, ook als deze spelers geen begunstigde zijn van steun in het project.
- Startende ondernemingen komen potentieel in aanmerking; in dat geval moet het dossier door de toekomstige aandeelhouders worden ingediend.
- De onderneming mag niet onderhevig zijn aan een terugvordering van steun die in een beschikking van de Europese Commissie als onrechtmatig en onverenigbaar wordt geacht.
- De onderneming mag niet in moeilijkheden verkeren in de zin van de Richtsnoeren van de Europese Commissie voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (punt 2.2.) op het moment dat het besluit over eventuele steun wordt genomen.
- Het technische project van de onderneming moet door de begunstigde onderneming worden medegefinancierd en kan eventueel ook met andere Europese fondsen worden gefinancierd.
Het is ook mogelijk om als indirecte of geassocieerde partner aan een IPCEI deel te nemen. Deze partners worden opgenomen in het IPCEI-netwerk en werken samen met de andere deelnemers, zonder dat zij financiering ontvangen uit hoofde van de IPCEI-mededeling (2021/C 528/02). Zij zijn dus niet onderworpen aan de specifieke kennisgevingsprocedure bij de Europese Commissie die in dit kader is vastgesteld. De indirecte partner financiert zijn project met eigen middelen. De geassocieerde partner kan daarentegen financiering krijgen van zijn regionale of nationale autoriteit, op voorwaarde dat deze steun voldoet aan de gebruikelijke regels inzake staatssteun, en met name aan de bepalingen van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), in het kader van bestaande steunregelingen.
Verduidelijking over type activiteiten afhankelijk van de locatie
Vlaanderen
Participatie (O&O&I + FID) als directe partner voor:
- innovatieve productie van kernenergie (SMR's/AMR's) en ondersteunende activiteiten;
- uraniumverwerking en aanverwante brandstofdiensten, afvalbeheer en ontmanteling;
- ontwikkeling van de toeleveringsketen en transformatie van industriële locaties;
Participatie als geassocieerde partner (O&O&I) voor:
- de ontwikkeling en vooruitgang van kernfusietechnologieën.
- de verdere ontwikkeling en diversificatie van het productieproces van radio-isotopen voor medische toepassingen, met de nadruk op O&O&I-componenten.
Opgelet: O&O&I-projecten van geassocieerde partners zijn beperkt tot een gevraagd subsidiebedrag van maximaal 3 miljoen euro. Er dient geen funding gap te worden aangetoond, en bijgevolg hoeft de Funding Gap template niet ingevuld te worden. In uitzonderlijke gevallen kan voor O&O&I-projecten een subsidiebedrag hoger dan 3 miljoen euro gevraagd worden. In dat geval dient de funding gap wel te worden aangetoond en zal de steun verder beperkt worden op basis van de funding gap. Bijgevolg dient naast de Application Template ook de Funding Gap template ingevuld te worden. Na selectie van de projecten dient het bedrijf een VLAIO-steunaanvraag in te dienen in het reguliere O&O-programma. Ook in die situatie wordt de steun finaal toegekend op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), waarbij de maxima vastgelegd in de AGVV voor projecten industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling niet mogen overschreden worden.
Wallonië
Deelname als directe partner (R&D&I + FID) of geassocieerde partner (alleen R&D&I) voor de 5 geïdentificeerde werkgebieden, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen.
Federale overheid
De projecten worden ook geanalyseerd door de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie om mogelijke steun te overwegen in overeenstemming met de federale bevoegdheden.
Tijdschema voor de verzending van de documenten
De indiening van de documenten gebeurt door ze per e-mail te zenden naar de FOD Economie (ipcei@economie.fgov.be), ter attentie van de eventueel financierende overheden.
Deadline op 13 april 2026 18.00 uur, Brusselse tijd
De intentie om deel te nemen moet binnen op 13 maart 2026 aan de financieringsautoriteiten worden meegedeeld in een document van één pagina met een beschrijving van het bedrijf, het project en het indicatieve type deelname (indirecte partner/geassocieerde partner/directe partner) via de contactpersonen die onderaan de pagina vermeld staan.
Optie a) Als indirecte/geassocieerde partner
- De ingevulde Associated Partner Template.
Download IPCEI Template Associated Partner (DOCX, 53.02 KB)
Optie b) Als direct partner
Wat betreft deelname als directe partner gaat het om de eerste stap van de oproep die in meerdere stappen zal verlopen. In deze eerste stap zijn bepaalde onderdelen van de formulieren op dit moment niet vereist, maar zullen zij in latere stappen moeten worden ingevuld.
- De ingevulde Direct Partner Template ("Project Portfolio") van het bedrijf met een omschrijving van de manier waarop het innovatieve project verder gaat dan de huidige “state of the art”, de beoogde samenwerkingen in de EU en de maatschappelijke voordelen zoals vermeld in de inleiding.
Download het document “IPCEI Template Direct Participant" (DOCX, 178.42 KB)
Verplichte onderdelen in deze stap: Samenvattende fiche; Project Portfolio : 1, 3, 4.4, 4.5, 4.6, 6, 7
- Een “Funding Gap”
Download “funding gap template” (EN) (XLSX, 325.4 KB)
De funding gap is in deze stap verplicht.
- Een beschrijving van de markt en het product ("Prodcom Analyse")
Download het document “prodcom template” (EN) (XLSX, 205.61 KB)
Voor meer informatie van de eventueel financierende overheden
- Vlaanderen:
VLAIO, Frank Verschraegen (frank.verschraegen@vlaio.be), Maarten Sileghem (maarten.sileghem@vlaio.be)
- Wallonië:
SPW, Cédric Morana (cedric.morana@spw.wallonie.be), Mohamed Amin Ali (mohamed.aminali@spw.wallonie.be)
- Federale overheid:
Algemene Directie Energie, nuclear@economie.fgov.be