Table of Contents

    De Metrologische Dienst controleert tellers van openbaar nut: gasmeters, elektriciteitsmeters en watermeters die in een woning worden geïnstalleerd bij de aansluiting op het respectieve distributienet. Die meters blijven eigendom van de beheerder van het net, die ervoor moet zorgen dat de meters correct werken.

    De meerderheid van die meters voldoet aan de vereisten van de Europese Richtlijn 2014/32/EU (omgezet met het KB van 15 april 2016 ) en moet dus voorzien zijn van het CE-merk en de bijkomende metrologische markering. Er zijn nog steeds oude meters in gebruik zonder CE-merk.

    Ze worden bovendien tijdens het gebruik ervan in het distributiecircuit onderworpen aan statistische controles, die variëren naargelang het soort meter.

    Metrologische controle van gasmeters voor distributienetten

    Bij de aansluiting van een woning op het distributienet voor aardgas installeert de netbeheerder een gasmeter. De gasmeter blijft eigendom van de netbeheerder die instaat voor het beheer en de opvolging ervan.

    Nieuwe meters

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 15 april 2016 betreffende meetinstrumenten).

    Nieuwe meters moeten voldoen aan de bepalingen van de Europese Richtlijn 2014/32/EU (omgezet met het KB van 15 april 2016) en moeten dus voorzien zijn van het CE-merk en de bijkomende metrologische markering.

    Controle van meters in gebruik

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de opvolging in bedrijf van de gasmeters voor huishoudelijk gebruik, handelsgebruik en lichtindustrieel gebruik).

    De gasmeters worden tijdens hun gebruik onderworpen aan een statistische technische controle. De gasmeters worden hiervoor ingedeeld in verschillende loten op basis van hun merk, type, meetbereik en bouwjaar. Elk lot wordt onderworpen aan een controle, de eerste keer in het tiende jaar na fabricatie en vervolgens om de vijf jaar. Van elk lot wordt een bepaald aantal gasmeters (de steekproef) uitgebouwd bij de gebruiker en gecontroleerd in een laboratorium. Bij de controle in het laboratorium mag de meetfout van de meter in principe niet groter zijn dan 3 % (de maximaal toegelaten fout kan in bepaalde gevallen groter of kleiner zijn dan 3 %. Voor de juiste waarde verwijzen we naar artikel 6 van het KB van 3 augustus 2012).
    Indien het aantal meters met een te grote meetfout een vooraf gedefinieerd maximumaantal niet overschrijdt, dan kan het lot, ongeacht de leeftijd van de gasmeters, in gebruik blijven en wordt het na vijf jaar opnieuw onderworpen aan de statistische technische controle (de grootte van de steekproef en het maximumaantal slechte meters worden bepaald in functie van de oorspronkelijke grootte van het lot).

    Indien het aantal slechte meters daarentegen het vooraf gedefinieerde maximum overschrijdt, dan wordt het hele lot afgekeurd. In dat geval wordt de distributienetbeheerder verwittigd van de afkeuring en is hij verplicht om alle meters van het betreffende lot bij de gebruikers te vervangen binnen een termijn van twee jaar.

    De statistische technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Afdeling Metrologie van de FOD Economie, in samenwerking met Synergrid, de koepelorganisatie van distributienetbeheerders in België.

    Tussentijdse technische controle

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de opvolging in bedrijf van de gasmeters voor huishoudelijk gebruik, handelsgebruik en lichtindustrieel gebruik).

    Indien er een vermoeden bestaat dat een gasmeter niet langer correct meet, dan kan de gebruiker een technische controle aanvragen bij de netbeheerder, die in dat geval de meter zal vervangen en overmaken aan een laboratorium. De technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Metrologische Dienst die het uiteindelijke resultaat van de controle vaststelt. Indien de meter niet correct werkt, dan worden de kosten van de technische controle gedragen door de distributienetbeheerder. Indien de meter echter correct werkt, dan zal de aanvrager de kosten voor de technische controle moeten vergoeden. 

    Metrologische controle van kilowattuurmeters voor distributienetten

    Bij de aansluiting van een woning op het distributienet voor elektriciteit installeert de netbeheerder een kilowattuurmeter. Die meter blijft eigendom van de netbeheerder die instaat voor het beheer en de opvolging van de goede werking ervan.

    Nieuwe meters

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 15 april 2016 betreffende meetinstrumenten). Nieuwe meters moeten voldoen aan de bepalingen van de Europese Richtlijn 2014/32/EU (omgezet met het KB van 15 april 2016) en moeten dus voorzien zijn van het CE-merk en de bijkomende metrologische markering.

    Controle van meters in gebruik

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 6 juli 1981 betreffende de instrumenten bestemd voor het meten van de elektrische energie).

    De kilowattuurmeters worden tijdens hun gebruik onderworpen aan een statistische technische controle. De kilowattuurmeters worden hiervoor ingedeeld in verschillende loten op basis van hun merk, type, meetbereik en bouwjaar. Elk lot wordt onderworpen aan een controle, de eerste keer in het 25e jaar na fabricatie en vervolgens om de vijf jaar. Van elk lot wordt een bepaald aantal meters (de steekproef) uitgebouwd bij de gebruiker en gecontroleerd in een laboratorium. Bij de controle in het laboratorium moet de meetfout van de kilowattuurmeter gelegen zijn tussen -6 % (te weinig gemeten) en +4 % (te veel gemeten).

    Indien het aantal meters met een te grote meetfout een vooraf gedefinieerd maximumaantal niet overschrijdt, dan kan het lot, ongeacht de leeftijd van de kilowattuurmeters, in gebruik blijven en wordt het na vijf jaar opnieuw onderworpen aan de statistische technische controle (de grootte van de steekproef en het maximumaantal slechte meters wordt bepaald in functie van de oorspronkelijke grootte van het lot).

    Indien het aantal slechte meters daarentegen het vooraf gedefinieerde maximum overschrijdt, dan wordt het hele lot afgekeurd. In dat geval wordt de distributienetbeheerder verwittigd van de afkeuring en is hij verplicht om alle meters van het betreffende lot bij de gebruikers te vervangen binnen een termijn van vier jaar.

    De statistische technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Metrologische Dienst van de FOD Economie, in samenwerking met Synergrid, de koepelorganisatie van distributienetbeheerders in België.

    In bepaalde gevallen is een lot onvoldoende groot om aan een statistische controle te worden onderworpen of verkiest de distributienetbeheerder om een lot niet aan te bieden voor de statistische technische controle. In dat geval moeten de kilowattuurmeters van het betreffende lot na 25 jaar zo snel mogelijk, en in elk geval voor hun 29e levensjaar, vervangen worden.

    Tussentijdse technische controle

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 6 juli 1981 betreffende de instrumenten bestemd voor het meten van de elektrische energie).

    Indien er een vermoeden bestaat dat een kilowattuurmeter niet langer correct meet, dan kan de gebruiker een technische controle aanvragen bij de netbeheerder, die in dat geval de meter zal vervangen en overmaken aan een laboratorium. De technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Afdeling Metrologie van de FOD Economie die het uiteindelijke resultaat van de controle vaststelt. Indien de meter niet correct werkt, dan worden de kosten van de technische controle gedragen door de distributienetbeheerder. Indien de meter echter correct werkt, dan moet de aanvrager de kosten voor de technische controle vergoeden. 

    Herstelde meters

    Indien de netbeheerder de herstelde kilowattuurmeters opnieuw in gebruik wil nemen, dan moeten die meters eerst door een individuele technische controle aantonen dat de maximaal toegelaten meetfout niet wordt overschreden. Die individuele technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Afdeling Metrologie van de FOD Economie.

    Metrologische controle van watermeters voor distributienetten

    Bij de aansluiting van een woning of een andere verbruiker op het distributienet voor water installeert het nutsbedrijf een watermeter. De watermeter blijft eigendom van de netbeheerder die instaat voor het correct beheer en de opvolging ervan.

    Nieuwe meters

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 15 april  2016 betreffende meetinstrumenten).

    Nieuwe meters moeten voldoen aan de bepalingen van de Europese Richtlijn 2014/32/EU (omgezet met het KB van 15 april 2016) en moeten dus voorzien zijn van het CE-merk en de bijkomende metrologische markering.

    Controle van meters in gebruik

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 25 maart 2016 betreffende de opvolging in bedrijf van de koudwatermeters).

    De watermeters zijn tijdens hun gebruik onderworpen aan een herijk. De periode voor deze herijk is 16 of 8 jaar naargelang de capaciteit van de meter. Voor het herijken van een watermeter wordt de meter meestal uitgebouwd en vervangen, en verzonden naar een laboratorium of een keuringsinstelling voor het testen van de meter. Bij de herijk wordt nagegaan of de meter voldoet aan de wettelijke eisen en of de meter nog correct meet. Indien dit niet geval is, is de meter niet langer geschikt voor verder gebruik. De meter moet hersteld en correct geijkt worden alvorens terug in gebruik te worden genomen.

    De netbeheerder kan ervoor kiezen om de watermeters, bij het verstrijken van de termijn voor herijk, te vervangen door een nieuwe meter en geen herijk uit te voeren (omdat in bepaalde gevallen de kosten die gepaard gaan met de herijk hoger zijn dan de kosten voor een eenvoudige vervanging van de meter).

    Voor de watermeters die deel uitmaken van eenzelfde lot kan de netbeheerder ervoor kiezen om een statistische technische controle toe te passen op de loten van de watermeters. In dat geval worden de individuele watermeters niet langer onderworpen aan de herijkverplichting, maar worden de meters gecontroleerd op basis van representatieve steekproeven. De watermeters worden ingedeeld in verschillende loten op basis van hun merk, type, meetbereik en bouwjaar. Elk lot wordt onderworpen aan een controle, de eerste keer in het vijftiende (of zevende) jaar na fabricatie en vervolgens om de vier jaar. Van elk lot wordt een bepaald aantal watermeters (de steekproef) uitgebouwd bij de gebruiker en gecontroleerd in een laboratorium. Bij de controle in het laboratorium mag de meetfout van de meter in principe niet groter zijn dan 4 % (de maximaal toegelaten fout kan in bepaalde gevallen groter zijn dan 4 %. Voor de juiste waarde verwijzen we naar bijlage II van het KB van 25 maart 2016).

    Indien het aantal meters met een te grote meetfout een vooraf vastgesteld maximumaantal niet overschrijdt, dan kan het lot, ongeacht de leeftijd van de watermeters, in gebruik blijven en wordt het na vier jaar opnieuw onderworpen aan de statistische technische controle (de grootte van de steekproef en het maximumaantal slechte meters worden bepaald in functie van de oorspronkelijke grootte van het lot).

    Indien het aantal slechte meters daarentegen het vooraf gedefinieerde maximum overschrijdt, dan wordt het hele lot afgekeurd. In dat geval wordt het nutsbedrijf verwittigd van de afkeuring en is zij verplicht om alle meters van het betreffende lot bij de gebruikers te vervangen binnen een termijn van twee jaar.

    De statistische technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Metrologische Dienst van de FOD Economie, in samenwerking met de nutsbedrijven in België.

    Tussentijdse technische controle

    (voornaamste regelgeving: koninklijk besluit van 25 maart 2016 betreffende de opvolging in bedrijf van de koudwatermeters - artikel 6).

    Indien er een vermoeden bestaat dat een watermeter niet langer correct meet, dan kan de gebruiker een technische controle aanvragen bij de netbeheerder, die in dat geval de meter zal vervangen en overmaken aan een laboratorium. De technische controle wordt uitgevoerd onder toezicht van de Metrologische Dienst van de FOD Economie, die het uiteindelijke resultaat van de controle vaststelt. Indien de meter niet correct werkt, dan worden de kosten van de technische controle gedragen door het nutsbedrijf. Indien de meter echter correct werkt, dan moet de aanvrager de kosten voor de technische controle vergoeden. 

    Laatst bijgewerkt
    23 maart 2020