De zelfstandigen die een activiteit opstarten (of starters) worden ingeschreven als zelfstandigen vanaf het ogenblik dat ze de wettelijke verplichtingen van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) naleven, meer bepaald zodra ze zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een ziekenfonds. De zelfstandigen die een activiteit stopzetten, verliezen het statuut van zelfstandige vanaf het moment van de stopzetting.
De bedrijfstak verwijst naar de belangrijkste groepen van de nomenclatuur van de beroepen, eigen aan het sociale statuut van de zelfstandigen bij het RSVZ. Er zijn zeven bedrijfstakken: landbouw, visserij, nijverheid en ambachten (productie), handel, vrije (en intellectuele beroepen), diensten en diversen.
Statistieken over zelfstandigen (RSVZ)
De gegevens die op deze pagina zijn vermeld, zijn afkomstig van de statistieken over zelfstandigen en hun helpers die elk jaar worden gepubliceerd door het RSVZ.
Verdeling van zelfstandigen en helpers
Van de 1.299.825 Belgische zelfstandigen en helpers die in het 4e kwartaal van 2024 waren aangesloten bij sociale verzekeringsfondsen, zijn er
- 801.544 (61,7 %) zelfstandigen in hoofdberoep
- 341.591 (26,3 %) zelfstandigen in bijberoep
- 156.690 (12 %) zelfstandigen actief na de pensioenleeftijd
De meeste zelfstandigen en helpers behoren tot de leeftijdsgroep van
- 30 tot 59 jaar: 307.822 (23,7 % van het totaal)
- 40 tot 49 jaar: 295.029 (22,7 % van het totaal)
- 50 tot 59 jaar: 291.412 (22,4 % van het totaal)
De meesten van hen zijn mannen (835.191; 64,3 % van het totaal), terwijl er een minderheid vrouwen actief is als zelfstandige of helper (464.634; 35,7 % van het totaal).
De zelfstandigen en helpers werken hoofdzakelijk in drie bedrijfstakken:
- vrije beroepen (443.490; 34,1 % van het totaal)
- handel (336.439; 25,9 % van het totaal)
- industrie (309.804; 23,8 % van het totaal)
Het aantal zelfstandigen en helpers steeg met 1,6 % tussen 2023 en 2024. Over de periode 2014-2024 is het gemiddelde jaarlijkse groeicijfer nog hoger (+2,5 %).
Die gemiddelde jaarlijkse stijging is voornamelijk te wijten aan de zelfstandigen die actief zijn na het pensioen (+5,7 %) en zelfstandigen in bijberoep (+3,9 %).
Bijgevolg heeft de groep zelfstandigen ouder dan 60 jaar over dezelfde periode ook hogere gemiddelde jaarlijkse groeipercentages (+4,7 % van 60 tot 69 jaar en +5,8 % van 70 jaar en ouder) dan de andere leeftijdscategorieën. Dat is met name opvallend in vergelijking met de zelfstandigen tussen 40 en 49 jaar (+0,9 %) en tussen 50 en 59 jaar (+1,9 %).
Tijdens de laatste tien jaar is het aantal vrouwelijke zelfstandigen iets sneller jaarlijks gestegen (+3 %) dan het aantal mannelijke zelfstandigen (+2,3 %). Een trend die zich ook tussen 2023 en 2024 heeft voortgezet, met een respectievelijke stijging van het aantal vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen van 2,1 % en 1,3 %.
Tot slot kenden vier bedrijfstakken een jaarlijkse stijging in de periode 2014-2024:
- de vrije beroepen (+4,5 %)
- de nijverheid (+3,4 %)
- de landbouw (+2 %)
- de diensten (+1 %)
Twee andere bedrijfstakken kenden jaarlijks een stagnatie of een daling in diezelfde periode
- de visserij (-1,3 %)
- de handel (+0,1 %)
In de afgelopen vijf jaar (2019-2024) bedroeg het gemiddelde jaarlijkse groeipercentage voor de landbouw +0 %. Het groeipercentage is zelfs negatief (-0,8 %) tussen 2023 en 2024.
De bedrijfstak "diversen", die onbekende beroepen en beroepen die niet onder een andere beroepscode vallen groepeert, is niet in de evolutiegrafieken opgenomen door het lage aantal en de verscheidenheid in de categorie.
De verdeling per leeftijd van de zelfstandigen volgens hun statuut toont aan dat bijna alle “actieven na de pensioenleeftijd” 60 jaar of ouder zijn:
- 53,8 % van hen zijn 60 tot 69 jaar oud
- 46,1 % zijn 70 jaar en ouder
Voor de zelfstandigen in hoofdberoep of bijberoep is de verhouding tussen de leeftijdsgroepen min of meer gelijk verdeeld:
- 13 % bevindt zich in de groep jonger dan 30 jaar
- tussen 23 % en 28 % in de groepen van 30 tot 39 jaar, 40 tot 49 jaar en 50 tot 59 jaar
Een opmerkelijk cijfer is dat 9,6 % van de zelfstandigen in hoofdberoep en 6,8 % van de zelfstandigen in bijberoep tussen 60 en 69 jaar oud zijn.
Ten slotte zijn vrouwelijke zelfstandigen in vergelijking met mannelijke zelfstandigen vaker aan de slag in bijberoep (151.743; 44,4 % van de categorie vrouwelijke zelfstandigen) dan in hoofdberoep (272.299; 34 % van die categorie) of als actieven na pensioen (40.592; 25,9 % van de categorie vrouwelijke zelfstandigen).
In 2024 startten 123.088 zelfstandigen en helpers.
- 71.739 starters kwamen uit Vlaanderen (58,3 % van het totaal)
- 29.710 starters kwamen uit Wallonië (24,1 % van het totaal)
- 19.330 kwamen uit Brussel(15,7 % van het totaal)
- 2.309 kwamen uit het buitenland (1,9 %)
Die startende zelfstandigen en helpers oefenden hun activiteit uit:
- in hoofdberoep (70.493; 57,3 % van het totaal in 2024)
- in bijberoep (49.564; 40,3 % van het totaal)
- als actief na pensioen (2,3 % van het totaal)
De verdeling van de startende zelfstandigen neemt in 2024 af met de leeftijd: 81.355 zijn jonger dan 40 jaar (66,1 % van het totaal) en maar 5.337 zijn 60 jaar of ouder (4,3 % van het totaal). De meeste van hen zijn mannen (76.279; 62 %) en werken in
- de vrije beroepen (41.319; 33,6 %)
- de industrie (35.437; 28,8 %)
- de handel (28.957; 23,5 %)
Het aantal nieuwe zelfstandigen en helpers tussen 2023 en 2024 is in dalende lijn (- 0,2 %). Die daling is vooral merkbaar in Vlaanderen (-1,6 %), terwijl het aantal nieuwe zelfstandigen in Wallonië en Brussel steeg (respectievelijk +2,1 % en +5,4 %).
Dat is een radicale verandering van de tendens ten opzichte van de laatste vijf jaar (2019-2024): de gemiddelde jaarlijkse groeipercentages zijn voor die periode negatief voor Wallonië en Brussel (-1,1 %) en positief voor Vlaanderen (+0,3 %). Over de laatste tien jaar (2014-2024) daarentegen zijn die percentages positief voor de drie gewesten:
- Vlaanderen (+3 %)
- Wallonië (+1,3 %)
- Brussel (+2 %)
De daling tussen 2023 en 2024 concentreerde zich vooral bij nieuwe zelfstandigen in hoofdbijberoep (-1,6 %) terwijl de andere twee categorieën toenamen (2 % bij de nieuwe zelfstandigen in bijberoep en 0,6 % bij de nieuwe actieven na pensioen). Over de afgelopen tien jaar is de sterkste groei te zien bij de nieuwe zelfstandigen in bijberoep (gemiddeld +4,3 % per jaar tussen 2014 en 2024 tegen +1,3 % bij de nieuwe zelfstandigen in hoofdbijberoep en +1,7 % bij de nieuwe actieven na pensioen).
Verder daalde het aantal nieuwe zelfstandigen tussen 2023 en 2024 vooral bij mannen (-1,7 %), terwijl het aantal vrouwen gelijk bleef (+2,4 %). De daling trof vooral de leeftijdscategorieën van personen tussen 30-39 jaar (-1,6 %) en personen van 70 jaar en ouder (-4,7 %) en de bedrijfstakken landbouw (-7,2 %) en nijverheid (-6 %).
In 2024 zetten 67.188 zelfstandigen en helpers hun activiteit stop:
- 39.333 in Vlaanderen (58,5 % van het totaal in 2024)
- 15.829 (23,6 % van het totaal) in Wallonië
- 8.857 (13,2 % van het totaal) in Brussel
- 3.139 (4,7 % van het totaal) in het buitenland
Net als bij de startende zelfstandigen ging het bij de zelfstandigen die hun activiteiten stopzetten om zelfstandigen
- in hoofdberoep (37.547; 55,9 % van het totaal in 2024)
- in bijberoep (22.061; 32,8 % van het totaal)
- actief na pensioen (7.580 ; 11,3 % van het totaal)
De groep die hun zelfstandige activiteit stopte, is vaak jonger dan 40 jaar: 16.368 (24,4 % van het totaal) waren tussen de 30 en 39 jaar en 14.963 (22,3 % van het totaal) waren jonger dan 30 jaar.
Daarnaast waren de meerderheid van mensen die in 2024 hun zelfstandige activiteiten stopzetten mannen (42.045; 62,6 %) en waren voornamelijk actief in de
- industrie (19.986; 29,7 %)
- handel (19.190; 28,6 %)
- vrije beroepen (17.670; 26,3 %)
Tot slot zijn de categorieën met de meeste zelfstandigen en helpers die een activiteit opstarten ook de categorieën met de meeste zelfstandigen en helpers die een activiteit stopzetten.
Het aantal zelfstandigen en helpers dat stopte tussen 2023 en 2024 is toegenomen (+1,7 %), na een eerste stijging tussen 2021 en 2022 (+21,7 %). Die groei volgt de trend van de laatste tien jaar, met een gemiddeld jaarlijks groeipercentage van +2,1 % in de periode 2014-2024.
De stijging van het aantal zelfstandigen en helpers dat stopte is groter
- in Vlaanderen (+4,5 %)
- in de categorie zelfstandigen in bijberoep (+4,6 %)
- bij zelfstandigen actief na pensioen (+6,5 %)
In de periode 2014-2024 blijven de gemiddelde jaarlijkse groeicijfers positief, met name voor zelfstandigen in bijberoep (+4,8 %).
De zelfstandigen die stopten tussen 2023 en 2024 zijn vooral
- mannen (+2,2 %)
- personen van 60 tot 69 jaar (+3,8 %)
- personen van 70 jaar en meer (+6,8 %)
Bijna alle bedrijfstakken zagen een stijging, behalve de industrie (-4 %).