Table of Contents

    Een zelfstandige oefent een winstgevende beroepsactiviteit uit zonder daarbij gebonden te zijn aan een werkgever door een arbeidsovereenkomst. Een zelfstandige is in zekere zin zijn eigen baas.

    Precieze definitie van een zelfstandige

    Elke natuurlijke persoon die in België een beroepsactiviteit uitoefent zonder daarbij gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst of statuut, wordt beschouwd als “zelfstandige”. Die persoon voert zijn werk uit zonder enige onderworpenheid (FOD Economie en koninklijk besluit van 27 juli 1967). De zelfstandige is een man of vrouw die zijn of haar zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent in de rechtsvorm van een eenmanszaak (zelfstandige natuurlijk persoon) of een vennootschap (rechtspersoon). De zelfstandige beschikt over een eigen sociaal statuut en een specifiek sociale zekerheidsstelsel.

    Volgens het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) is een zelfstandige ondernemer iemand die werkt en die is aangesloten bij een sociaal verzekeringsfonds als zelfstandige. Het RSVZ onderscheidt meerdere categorieën:

    • zelfstandigen in hoofdberoep (hun hoofdactiviteit bindt hen niet aan een werkgever door een arbeidsovereenkomst)
    • zelfstandigen in bijberoep (ze behouden hun sociale rechten die verbonden zijn aan hun hoofdactiviteit als loontrekkende of ambtenaar),
    • meewerkende echtgenoten (als partner van een zelfstandige) en de actieven na pensioen (ze behouden hun sociale rechten die verbonden zijn aan hun statuut van gepensioneerde).

    Het begrip “zelfstandige helper”

    Meestal heeft de zelfstandige helper ook het sociaal statuut van zelfstandige. Een zelfstandige helper is een persoon die, in België, een zelfstandige bijstaat of vervangt bij de uitoefening van zijn activiteit. Hij is echter niet gebonden door een arbeidsovereenkomst. Een zelfstandige helper moet niet noodzakelijkerwijs een verwante zijn van de zelfstandige.

    Meer dan één miljoen zelfstandigen in België

    België telt meer dan een miljoen zelfstandigen en zelfstandige helpers. Dit is de verdeling per gewest:

    • Meer dan 60% in het Vlaams Gewest
    • Bijna 10% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
    • Minder dan 30% in het Waals Gewest

    Het aantal zelfstandigen en zelfstandige helpers groeit gestaag in de loop van de laatste tien jaar.

    Die groei is onder meer te danken aan de vele voordelen van het werken als zelfstandige: autonomie in de werkorganisatie, keuze van de opdrachten en klanten, vrije werkuren en flexibel loon. 

    Tegelijk ondervinden zelfstandigen ook moeilijkheden zoals een gebrek aan stabiliteit (opdrachten volgen elkaar niet automatisch op, waardoor ook het loon uitblijft) en een onzekere arbeidssituatie.

    De cijfers in detail

    Op 31 december 2020 waren 1.182.747 zelfstandige ondernemers en helpers (zoals gedefinieerd door RSVZ) aangesloten bij sociale verzekeringsfondsen. Het aantal zelfstandigen en helpers vertoont een onafgebroken groei gedurende de laatste tien jaar. Die trend werd in 2020 verdergezet met een jaarlijkse groei van +3,3 %.

    Van de 1.170.340 zelfstandigen en helpers die in België wonen, bevindt het merendeel zich in het Vlaamse Gewest (730.228, of 62,4 % van het totaal op 31 december 2020). Het aantal zelfstandigen per 1.000 inwoners is ook het hoogst in Vlaanderen (109,8).

    Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest telt 118.143 zelfstandigen en helpers (of 10,1 % van het totaal) en neemt qua dichtheid per 1.000 inwoners (96,8) de tweede plaats in.

    Het Waalse Gewest telt 321.969 zelfstandigen en helpers (of 27,5 % van het totaal) en kent een dichtheid van 88,3 zelfstandigen per 1.000 inwoners.

    Ten slotte wonen 12.407 zelfstandigen en helpers die aangesloten zijn bij sociale verzekeringsfondsen in het buitenland.

    In de periode 2010-2020 vertoont het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest het hoogste gemiddeld jaarlijks groeipercentage (+3,2 %). In diezelfde periode kent Vlaanderen een sterkere groei (+2,1%) dan Wallonië (+1,9%), dankzij de sterke toename tijdens de laatste vijf jaar (+2,8 % in Vlaanderen tegenover +2,3 % in Wallonië in de periode 2015-2020).

    Laatst bijgewerkt
    18 oktober 2021