Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) publiceert jaarlijks statistieken over het aantal starters en stoppers. De starters zijn zelfstandigen en helpers die aangesloten zijn bij een sociaal verzekeringsfonds en die hun beroepsactiviteit in de loop van het jaar in kwestie zijn begonnen. Dat kan een eerste aansluiting zijn of een hervatting van een activiteit. Een zelfstandige of een helper kan twee keer worden meegerekend in de starterspopulatie als hij een activiteit begint en daarna minstens een kwartaal inactief is alvorens die activiteit in hetzelfde jaar nog te hervatten. De stoppers zijn de zelfstandigen die hun beroepsactiviteit in de loop van het jaar in kwestie stopzetten.

Begin en einde van de zelfstandige activiteit: evolutie in 2024

2024 kende een gunstige evolutie wat betreft het aantal vrouwen dat een zelfstandige activiteit opstart, en kan daarmee een mogelijk keerpunt vormen na enkele minder gunstige jaren. Het jaar markeert een herstel – weliswaar bescheiden (+2,4 %) – in het aantal vrouwelijke starters, na twee opeenvolgende jaren van daling. Die positieve ontwikkeling gaat echter gepaard met een verdere stijging van het aantal stopzettingen bij vrouwelijke zelfstandigen. Hoewel de toename in 2024 (+0,9 %) duidelijk beperkter is dan in de voorgaande jaren, zet ze wel een opwaartse trend van drie opeenvolgende jaren voort.

In 2024 waren er 123.088 startende zelfstandigen of helpers, verdeeld over 46.809 (38,0 %) vrouwen en 76.279 (62,0 %) mannen. Vergeleken met vorig jaar wordt daarmee een stagnatie opgetekend, die weliswaar genuanceerd is wanneer specifiek per gender gekeken wordt. Zo is er een stijging (+2,4 %) van het aantal vrouwelijke starters, terwijl er bij de mannelijke equivalenten een daling (-1,7 %) is ten opzichte van 2023. De toename van het aantal vrouwelijke starters doorbreekt de dalende trend van de afgelopen twee jaar.

Net als bij de mannen, begint het leeuwendeel van de vrouwelijke starters (95,4 %) hun zelfstandige activiteit ook effectief als zelfstandige en niet als helper. In 2024 waren er 2,7 % meer vrouwelijke zelfstandige starters (helpers uitgesloten) dan het jaar ervoor, waardoor het doorbreken van de dalende trend van de twee voorgaande jaren in dat geval duidelijk te zien is. Bij de mannelijke zelfstandige starters (helpers uitgesloten) daarentegen is er een daling van -0,6 %.

Naast de startende zelfstandigen waren er in 2024 ook 25.143 vrouwelijke zelfstandigen en helpers die een zelfstandige activiteit hebben gestopt. Dat is 37,4 % van de 67.188 stoppers in 2024. Vergeleken met de cijfers van het jaar ervoor was dat een lichte stijging van het aantal stoppers, zowel bij vrouwen (+0,9 %) als bij mannen (+2,2 %).

Het aandeel helpers bij de stoppende zelfstandigen in 2024 was bij vrouwen (6,9 %) groter dan bij de mannelijke zelfstandigen (5,7 %).

Starters en stoppers volgens bedrijfstak

Zelfstandige vrouwen en helpers starten hun activiteit voornamelijk binnen de vrije beroepen (45,6 %) en de handel (24,8 %). Die twee sectoren zijn goed voor zeven op de tien van de vrouwen die in 2024 hun zelfstandige activiteit startten. De industrie (11,6 %) en dienstensector (11,3 %) volgen, samen goed voor een vijfde van de startende zelfstandige vrouwen. De landbouw was goed voor slechts 2,6 % van de starters.

Omgekeerd vestigen mannelijke zelfstandige starters zich vooral in de industrie (39,4 %), vrije beroepen (26,2 %) en handel (22,7 %).

De vrije beroepen (37,5 %) en de handel (31,2 %) waren ook de twee sectoren waarin het grootste aantal vrouwelijke zelfstandigen en helpers hun zelfstandige activiteit in 2024 hebben stopgezet. De industrie en de dienstensector waren elk goed voor ongeveer 12 % van zelfstandige vrouwen die stopten met werken. Ter vergelijking: zelfstandige mannen die stopten waren vooral werkzaam in de industrie (40,6 %) en de handel (27 %).

Starters en stoppers volgens leeftijd

66,1 % van de vrouwen die in 2024 een zelfstandige activiteit startten waren jonger dan 40 jaar. Het grootste aandeel (35,5 %) vrouwelijke zelfstandige starters bevond zich in de leeftijdscategorie 18-30 jaar. De leeftijdscategorie 40-50 jaar bevatte een vijfde (20,2 %) van de vrouwelijke zelfstandige starters, dat is dubbel zoveel als de categorie 50-60 jaar (10,2 %). Die leeftijdstendensen vinden we ook terug bij de mannelijke zelfstandige starters.

De vrouwelijke stoppende zelfstandigen bevinden zich net zoals de starters in de jongere leeftijdscategorieën. Het grootste aandeel vrouwelijke stoppers bevindt zich in de leeftijdscategorie 30-40 jaar (26,6 %) en in totaal is twee derde van de stoppers jonger dan 50 jaar. De vrouwelijke stoppers zijn echter jonger dan de mannelijke tegenhangers: zo is 48,7 % van de vrouwelijke zelfstandige stoppers jonger dan 40 jaar, terwijl dat bij de mannen 45,4 % is. Ook zijn 21,1 % van de mannen die hun zelfstandige activiteit in 2024 stopzetten ouder dan 60, terwijl dat bij vrouwelijke zelfstandigen 14,0 % bedraagt. 

Laatst bijgewerkt
11 september 2025