Table of Contents

    In België zijn ongeveer 35 % van de zelfstandigen vrouw, een percentage dat sinds meerdere jaren gestaag toeneemt. In 2021 waren er 435.128 actieve vrouwelijke zelfstandigen en helpsters op een totaal van 1.230.419 zelfstandigen en helpers. 405.274 vrouwen waren actief als zelfstandige (93,1 %) en 29.854 als helpster (6,9 %).

    Evolutie van het aantal vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen in 2021

    In 2021 waren er 19.507 meer vrouwelijke zelfstandigen en helpsters dan in 2020. De toename van het aantal vrouwelijke zelfstandigen was verhoudingsgewijs groter dan die van het aantal mannelijke zelfstandigen (+4,7 % bij de vrouwen, +3,7 % bij de mannen). In absolute cijfers blijft de groei echter sterker bij de mannen (+28.165). Die sterkere opwaartse trend bij vrouwen is ook in de voorgaande jaren waargenomen, waardoor het aandeel vrouwen in het aantal zelfstandigen is gestegen van 33,7 % in 2007 tot 35,4 % in 2021.

    Als er geen rekening wordt gehouden met de helpers, die zowel bij de mannen als bij de vrouwen een dalende trend vertonen, bedraagt de toename van vrouwelijke zelfstandigen +5,4 % (+20.737) tussen 2020 en 2021. Over dezelfde periode bedraagt de toename van de mannelijke zelfstandigen +3,8 % (+28.375).

    De neerwaartse trend van het aantal helpsters (-4 %) zet zich in 2021 voort. Het aantal mannelijke helpers is sterker gedaald met -0,7. Die daling is echter nog steeds kleiner dan die bij de vrouwen.

     

    Nettocreaties

    Het aantal zelfstandigen en meewerkende mannen en vrouwen neemt sinds 2007 toe. In 2007 telde België 602.754 mannelijke en 302.200 vrouwelijke zelfstandigen en helpers, tegen respectievelijk 795.291 en 435.128 in 2021. De stijging is verhoudingsgewijs groter voor vrouwen, met een groei van +44 % voor vrouwen en +31,9 % voor mannen in 14 jaar. Sinds 2008 is het jaarlijkse groeipercentage hoger bij vrouwelijke zelfstandigen en helpers dan bij hun mannelijke tegenhangers. Dat percentage vertoont daarenboven sinds 2007 een stijgende tendens, zowel voor mannen als voor vrouwen. Het aantal nettocreaties blijft nochtans hoger voor mannen.

    Leeftijd

    In 2021 is een kwart van de vrouwelijke zelfstandigen (inclusief helpsters) tussen 40 en 50 jaar oud. De leeftijdscategorieën 30 tot 40 jaar en 50 tot 60 jaar maken elk ongeveer 23 % van de vrouwelijke zelfstandigen en helpsters uit. Bijna driekwart van de actieve vrouwelijke zelfstandigen is dus tussen 30 en 60 jaar oud. Hoewel dat profiel in de loop van de jongste vijf jaar vrij stabiel is gebleven, tekent zich toch een lichte daling af van het aandeel veertigers sinds 2016, toen dat nog 27,4 % bedroeg.

    Vrouwelijke zelfstandigen (inclusief helpsters) hebben een iets jonger profiel dan de mannelijke zelfstandigen: zo is 12,9 % van hen jonger dan 30 jaar (tegenover 11 % bij de mannen) en 23 % tussen 30 en 40 jaar oud (tegenover 21,4 % bij de mannen). In het totaal is bijna 85 % van de vrouwelijke zelfstandigen jonger dan 60 jaar, terwijl dat percentage bij mannen 80 % bedraagt. In 2021 telt het RSVZ 3 mannelijke en 2 vrouwelijke zelfstandigen onder de 18 jaar.

    Aard van de activiteit

    Uit een analyse van het profiel van vrouwelijke zelfstandigen of helpsters volgens de aard van de uitgeoefende activiteit blijkt dat de meesten van hen actief zijn in hoofdberoep. In vergelijking met mannelijke zelfstandigen zijn vrouwen verhoudingsgewijs meer actief als zelfstandigen in bijberoep.

    In 2021 oefent 61,4 % van de vrouwelijke zelfstandigen of helpsters hun activiteit uit in hoofdberoep, terwijl 31,2 % dat in bijberoep doet en 7,5 % na de pensioenleeftijd. Ter vergelijking: 65,3 % van de mannelijke zelfstandigen of helpers oefent hun activiteit uit in hoofdberoep, terwijl 22,4 % dat in bijberoep en 12,2 % na hun pensioenleeftijd uitoefent.

    Laatst bijgewerkt
    9 september 2022