Table of Contents

    Bron van de cijfers

    De cijfers op deze pagina zijn afkomstig van de Europese arbeidskrachtenenquête van Eurostat. Die statistieken hebben het voordeel dat ze zijn samengesteld volgens een methodologie die geharmoniseerd is tussen de verschillende lidstaten. Dat maakt vergelijkingen tussen de Europese landen mogelijk. Die internationale vergelijkbaarheid leidt er wel toe dat de gegevens van Eurostat en die van de nationale autoriteiten van elkaar kunnen verschillen. Het systeem van aansluiting van zelfstandigen verschilt immers van land tot land. Daardoor is het mogelijk dat twee beroepsmatig actieve personen in vergelijkbare arbeidssituaties in een bepaald land als zelfstandigen worden geregistreerd en in een ander land niet.

    Methodologische opmerking 

    Eurostat verduidelijkt dat de verordening (EU) 2019/1700 sinds 2021 het nieuwe kader voor de arbeidskrachtenenquête is. Enkele cruciale definities, met name de operationele definities van de drie arbeidsstatussen (werkend, werkloos en buiten de beroepsbevolking) zijn geactualiseerd, waardoor de tijdreeksen van de kwartaal- en jaarindicatoren voor 2021 een breuk vertonen. 

    Tewerkstellingsgraad bij vrouwen

    De tewerkstellingsgraad bij vrouwen tussen 15 en 64 jaar oud in België bedroeg 63,3 % in 2024. Dat is minder dan in de EU27 (66,2 %). De tewerkstellingsgraad bij vrouwen van 15 tot 64 jaar in België is de afgelopen jaren steeds lager dan die in onze buurlanden. Door de wijzigingen die Eurostat in 2021 aanbracht in de definities moet de analyse van de evolutie ten opzichte van de vorige jaren weliswaar met de nodige voorzichtigheid worden bekeken.

    In Nederland en Duitsland bedraagt de tewerkstellingsgraad van vrouwen respectievelijk 78,9 % en 74,0 %, terwijl Frankrijk en Luxemburg met 66,4 % en 67,2 % een iets hogere vrouwelijke tewerkstellingsgraad graad hebben dan België.

    Ter vergelijking: in 2024 is de tewerkstellingsgraad bij de mannen in de leeftijdsgroep van 15 tot 64 jaar in België (70,2 %) ook lager dan die in de EU27 (75,4 %) en de meeste buurlanden. Opnieuw kennen alleen Frankrijk (71,6 %) en, in mindere mate, Luxemburg (72,1 %) een graad die nagenoeg vergelijkbaar is met die van België.

    Ondernemerschapsgraad

    De ondernemerschapsgraad bij de Belgische vrouwen tussen 18 en 64 jaar bedroeg 10,0 % in 2024. Dat betekent dat in België 1 op de 10 vrouwen tussen 18 en 64 jaar verklaart een zelfstandige activiteit uit te oefenen in 2023. Dat is een daling met 0,1 procentpunt ten opzichte van 2023 (10,1 %). Aangezien Eurostat de methode voor het verzamelen van gegevens in 2021 heeft gewijzigd, is de analyse van de trend tussen 2021 en de voorgaande jaren twijfelachtig.

    Afgezien van die daling, blijft België een vrouwelijke ondernemerschapsgraad hebben boven de score van de EU27 (9,5 % in 2024). Van onze buurlanden hebben Frankrijk (10,6 %) en Nederland (10,4 %) een hogere ondernemingsgraad bij vrouwen. Anderzijds vertonen Luxemburg (8,0 %) en Duitsland (5,3 %) een lagere ondernemingsgraad bij vrouwen dan België.

    Ter vergelijking: in België is de ondernemerschapsgraad bij mannen van 18 tot 64 jaar met 17,1 % veel hoger dan die bij de vrouwen. De hogere ondernemerschapsgraad bij mannen geldt ook voor onze buurlanden en andere lidstaten van de Europese Unie.

    België ligt dicht bij het Europese gemiddelde wat betreft de genderkloof in de ondernemerschapsgraad, met een verschil van 7,1 procentpunten tussen de ondernemingsgraad van mannen en vrouwen in België, vergeleken met 6,5 % in de Europese Unie. In vergelijking met onze buurlanden vertoont België steevast een grotere genderkloof in de ondernemingsgraad: Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland hebben allen een kleiner verschil tussen de ondernemingsgraad van mannen en die van vrouwen.

    Zelfstandigen die ook werkgever zijn

    De arbeidskrachtenenquête van de Europese Unie biedt inzicht in het aandeel zelfstandigen met werknemers (werkgever-ondernemers) binnen het totale aantal ondernemers. Die gegevens worden verkregen door het aantal ondernemers met werknemers te delen door het totale aantal ondernemers weergegeven door Eurostat.

    In 2024 had één vijfde (21,1 %) van de vrouwelijke zelfstandigen in België ook werknemers in dienst. Door een wijziging in de gegevensverzamelingsmethode van Eurostat in 2021, moeten evolutieve analyses met de voorgaande jaren met de nodige voorzichtigheid worden bekeken.

    Het Belgische cijfer ligt lager dan het EU27-gemiddelde (25,4 %) en is tevens ook lager dan het percentage in onze buurlanden. Alleen Nederland heeft een lager percentage (15,6 %). Dat staat in contrast met Duitsland, waar van onze buurlanden het grootste percentage (36,9 %) is aan vrouwelijke zelfstandigen die ook werknemers in dienst hebben.

    Opnieuw toont een vergelijking met de mannelijke ondernemers die ook werkgever zijn een significant verschil tussen beide geslachten. In 2024 was 28,2 % van de Belgische mannelijke zelfstandigen tussen 15 en 64 jaar ook werkgever, een cijfer dat lager is dan het EU27-gemiddelde (34,7 %) en dat van de buurlanden, maar hoger dan dat van Nederland (24,9 %).

    Laatst bijgewerkt
    11 september 2025