De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) verzamelt en publiceert gegevens over alle werkgevers uit de privésector op het einde van het kwartaal. Zelfstandigen en kleine ondernemingen zonder loontrekkend personeel zijn daar niet bij. De kmo-werkgever die onder het RSZ valt, is dus een onderneming die tussen 1 en 250 werknemers telt en is aangesloten bij de RSZ. De privésector gaat over alle ondernemingen en organisaties die niet worden beheerd of geleid door de overheid.

Cijfers over de tewerkstelling bij kmo’s

Op 31 december 2024 waren 225.374 werkgevende ondernemingen in de privésector in België kmo's (< 250 werknemers), dat is 99,3 % van de ondernemingen die ook werkgever zijn bij de RSZ. Dat is opnieuw een daling van 1,1 % ten opzichte van 2023 na de periode tussen 2022 en 2023. Het jaar 2021, getekend door de post-covidperiode, blijft zo het jaar met het hoogste aantal kmo-werkgevers.

De meeste kmo’s-werkgevers zijn gevestigd in het Vlaamse Gewest: 129.368 op 31 december 2024 (57,4 % van het totaal) tegen 63.988 in het Waalse Gewest (28,4 %) en 30.406 in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (13,5 %).

Van de kmo-werkgevers zijn er 186.097 micro-ondernemingen (< 10 werknemers), die 82,6 % van het totaal vertegenwoordigen. Ze vormen in de drie gewesten de meerderheid:

  • 81,9 % in het Vlaams Gewest
  • 83,8 % in het Waals Gewest
  • 83,2 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Het Vlaamse Gewest huisvest het grootste deel van de kmo-werkgevers (129.368; 57,4 % van het totaal op 31 december 2024) in alle grootteklassen:

  • 106.003 micro-ondernemingen (57 % van het totaal van de micro-ondernemingen)
  • 19.438 kleine ondernemingen met 10 tot 50 werknemers (59,2 % van het totaal van de kleine ondernemingen)
  • 3.927 middelgrote ondernemingen met 50 tot 250 werknemers (60,7 % van het totaal van de middelgrote ondernemingen)

De daling van het aantal werkgevers tussen 2023 en 2024 van 1,1 % in de privésector was vooral te wijten aan de moeilijkheden waarmee micro-ondernemingen geconfronteerd werden. Het aantal micro-ondernemingen daalde met 1,5 %, terwijl het aantal kleine ondernemingen met 0,6 % toenam en het aantal middelgrote ondernemingen met 1,8 % groeide in dezelfde periode. Dat resultaat komt voort uit een groter aandeel kmo’s in de categorie van de micro-ondernemingen.

Die evolutie volgt de trend van de laatste drie jaar (2021 tot 2024) waarin micro-ondernemingen minder goed lijken te weerstaan aan de economische onzekerheid die het gevolg is van de oorlog in Oekraïne. Die leidde tot hoge energieprijzen en historisch hoge inflatiecijfers, en belangrijke verstoringen van de toeleveringsketen. Het aantal micro-ondernemingen is de laatste drie jaar gemiddeld met 0,9 % gedaald, terwijl de kleine en middelgrote ondernemingen tussen 2021 en 2024 gemiddeld met respectievelijk 1,1 % en 1,8 % zijn toegenomen.

De verdeling tussen gewesten toont een daling van het aantal kmo-werkgevers voor de drie gewesten tussen 2023 en 2024 als gevolg van het overwicht van micro-ondernemingen:

  • -1,4 % in Brussel
  • -1,1 % in Vlaanderen en in Wallonië

De categorie van micro-ondernemingen is de enige grootteklasse van kmo's die een daling kent tussen 2023 en 2024:

  • -2 % in Brussel
  • -1,5 % in Vlaanderen
  • -1,6 % in Wallonië

Op 31 december 2024 vertegenwoordigen vier sectoren de meerderheid van de kleine en middelgrote werkgevers in de privésector:

  • handel (49.329; 21,9 % van het totaal)
  • bouwnijverheid (29.230; 13 % van het totaal)
  • horeca (25.137; 11,2 % van het totaal)
  • gespecialiseerde wetenschappelijke en technische activiteiten (21.548; 9,6 % van het totaal)

De meeste kleine en middelgrote werkgevers in de privésector bevinden zich in de grootteklasse micro-ondernemingen (82,6 % van het totaal), maar hun aandeel verschilt per sector. Ze maken:

  • 89,3 % van het totaal uit in de overige diensten
  • 86,6 % van het totaal uit in de horecasector
  • 74,7 % van het totaal uit in de transportsector
  • 64,6 % van het totaal uit in de industrie
Laatst bijgewerkt
15 september 2025