In het kader van de invoering van de kmo-strategie en de SBA (Small Business Act) schetst de Europese Commissie aan de hand van kwantitatieve indicatoren een beeld van het ondernemerschap in elke lidstaat. Die indicatoren worden jaarlijks gepubliceerd in het Europees kmo-rapport en in de landeninformatiefiches (SME-factsheets) waarin meer specifiek de prestaties van kmo's,  gedefinieerd door Eurostat, die actief zijn in de niet-financiële bedrijfseconomie worden geanalyseerd.

Om een internationale vergelijking mogelijk te maken, zijn er vergelijkbare gegevens nodig voor de verschillende landen, aangezien elk land zijn eigen definitie heeft van kmo’s. Zo kunnen twee ondernemingen in een a priori gelijkaardige sociaaleconomische situatie dan niet als kmo’s worden beschouwd, afhankelijk van de reglementering in het land van verblijf. Om dat probleem te voorkomen, voert Eurostat jaarlijks de enquête naar de structuur van de ondernemingen (ESO) uit. Daarbij wordt informatie ingezameld over de activiteit, de werkgelegenheid, de opbrengsten, de kosten en de investeringen van het voorgaande boekjaar bij de ondernemingen in elke lidstaat van de Europese Unie met een telkens gelijkaardige methodologie.

Die methode leidt echter tot verschillen tussen enerzijds de nationale administratieve statistieken, die gedetailleerder zijn, maar geen internationale vergelijkingen mogelijk maken, en anderzijds de statistieken van de Europese enquête naar de structuur van de ondernemingen (ESO), die zo’n vergelijking mogelijk maken.

De informatiefiches kmo geven dus een raming per land van het aantal kmo’s actief in de niet-financiële bedrijfseconomie, die in 2020 in België 646.886 ondernemingen bedraagt. Ter vergelijking: volgens diezelfde berekeningswijze telt Duitsland 2.573.946 ondernemingen, Frankrijk 2.838.671, Nederland 1.241.703 en Luxemburg 36.317.

De meeste daarvan zijn micro-ondernemingen, zeker in België, Frankrijk en Nederland, waar die laatste goed zijn voor 95% van de kmo's. Luxemburg en Duitsland hebben dan weer een groter aandeel van kleine en middelgrote ondernemingen: respectievelijk 11,9 % (9,9 % + 2 %) en 15,8 % (13,7 % + 2,1 %).

Ondanks de gezondheidscrisis is het aantal kmo’s in Belgische tussen 2019 en 2020 gestegen met +0,6 %. Die toename is kleiner dan in Luxemburg (+2,4 %) maar veel groter dan het Europese gemiddelde, dat daalt (-1,3 %). Ook in grote landen als Duitsland en Frankrijk is het aantal kmo’s gedaald (respectievelijk -0,8 % en -1,2 %).

Op het vlak van dichtheid telt België in 2020 68 kmo's per 1.000 inwoners, wat iets hoger is dan het gemiddelde van de Europese Unie (EU) dat 59 kmo's per 1.000 inwoners bedraagt. België neemt daarmee van de 27 EU-lidstaten de 16de plaats in. Bepaalde landen halen zelfs een dichtheid van meer dan 100 kmo's per 1.000 inwoners zoals dat het geval is in Tsjechië (114) en in Slowakije (106). Andere landen halen daarentegen zelfs geen 40 kmo's per 1.000 inwoners zoals in Duitsland (36) en in Roemenië (32). In vergelijking met de buurlanden is België vergelijkbaar met Luxemburg (69) en Frankrijk (51), maar verschilt het eerder van Nederland (85) en Duitsland (36).

Laatst bijgewerkt
5 mei 2022