Table of Contents

    Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

    De statistieken van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) tonen de evolutie van de tewerkstelling in de Belgische privésector. Hoewel de RSZ alle werkgevers in de privésector inventariseert, beschikt zij niet over gegevens over de zelfstandigen en de bedrijven zonder werknemers. Die laatste categorieën zijn echter ook kleine en middelgrote ondernemingen.

    De gegevens van de RSZ die in deze studie worden gebruikt, gaan over drie kerncijfers:

    • het aantal werkgevers in de privésector
    • het aantal arbeidsplaatsen
    • het arbeidsvolume in voltijdse equivalenten (vte).

    De statistiek van het aantal werknemers in de privésector telt op het einde van het kwartaal de ondernemingen in de privésector die minstens een loontrekkende werknemer hebben die is aangesloten bij de RSZ. Ondernemingen zonder loontrekkenden worden dus niet meegerekend. De verdeling van het aantal werkgevers volgens kmo-categorieën wordt gegeven in de online- statistieken van de kleine en middelgrote ondernemingen.

    De statistieken van de arbeidsplaatsen registreren het aantal werknemers dat in dienst is bij elke werkgever aan het eind van een kwartaal. Werknemers die aan het einde van een kwartaal bij meer dan één werkgever in dienst zijn, worden ook meer dan één keer meegeteld.

    Voor de statistieken van het arbeidsvolume in termen van voltijdsequivalenten (vte), wordt de verhouding berekend, voor een volledig kwartaal, tussen de arbeidsprestaties (bezoldigde- en vakantieprestaties) van de werknemer t.o.v. de prestaties van de fictieve referentiepersoon, die voltijds is tewerkgesteld in dezelfde onderneming of, bij gebrek daaraan, in dezelfde bedrijfstak, in een functie gelijkaardig aan deze van de werknemer. Met andere woorden, het arbeidsvolume in voltijdequivalenten vertegenwoordigt een fictief gemiddeld aantal voltijdbanen over een kwartaal. Die definitie van voltijdequivalenten is niet gebaseerd op de in de arbeidsovereenkomst voorziene arbeidsduur maar op de aangegeven prestaties. Een voorbeeld: twee halftijdse arbeidsplaatsen komen overeen met een arbeidsvolume van een voltijdequivalent (vte).

    De grootte van het bedrijf van de werkgever in die statistieken is afhankelijk van het aantal arbeidsplaatsen. De RSZ hanteert verschillende grootteklassen van werkgevers om micro- en kleine bedrijven te analyseren.

    De opsplitsing volgens sectorale groep gebeurt volgens het paritair comité dat door de werkgever wordt vermeld. Een werkgever valt theoretisch slechts onder één paritair comité, dat bepaald wordt in functie van zijn hoofdactiviteit.

    Naast de werkgelegenheidsstatistieken verstrekt de RSZ het Kmo-observatorium ook geaggregeerde gegevens over het gebruik van de maatregel eerste aanwervingen die een doelgroepvermindering is die aan nieuwe werkgevers wordt toegekend die nog nooit personeel aangeworven hebben of die al een jaar geen personeel meer in dienst hadden. De maatregel, die op 1 januari 2016 in werking trad, verleent nieuwe werkgevers een volledige vrijstelling van patronale bijdragen, onbeperkt in tijd, in het kader van eerste aanwerving.

    Die vrijstelling betekent dus niet dat de werkgever voor zijn eerste aanwerving niets aan de RSZ hoeft te betalen: de maatregel heeft geen betrekking op bepaalde specifieke bijdragen die door RSZ worden toegepast (bijdragen voor vakantiedagen van werknemers, bijdragen aan de sluitingsfondsen of het Sociaal Fonds van de sector, enz.). De kwartaalgegevens gepubliceerd per Statbel gaan over het aantal werkgevers dat van die maatregel gebruikmaakt, per activiteitensector en per gewest.

    Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid

    De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) is een openbare instelling die de uitwisseling van gegevens tussen verschillende sociale zekerheidsinstellingen in België centraliseert. Zo kunnen onder meer de RSZ, de RSVZ, de RVA, het RIZIV en de FOD Sociale Zekerheid via een beveiligd computernetwerk en onder strikte voorwaarden toegang krijgen tot de informatie in hun respectieve databanken. De KSZ is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bescherming van de privacy en de veiligheid van de gegevens bij die uitwisselingen. Hij stelt ook bepaalde informatie ter beschikking van de politieke autoriteiten en onderzoekers.

    De gegevens in het onderdeel “diversiteit” van de rubriek “Zelfstandigen in België” zijn afkomstig van de studie Ondernemerschap en diversiteit - Een studie naar de herkomst van de zelfstandige in België (februari 2019) van de FOD Economie. Die is gebaseerd op de databank Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming van de KSZ. Het gaat dus om administratieve gegevens over de gehele populatie en niet op een steekproef.

    Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen

    Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) beheert de sociale zekerheid van de zelfstandige ondernemers. Het beschikt over twee verschillende databanken: één met btw-plichtige personen (natuurlijke personen) en één met aangesloten vennootschappen (rechtspersonen). De gegevens in Kmo’s en zelfstandigen in cijfers zijn afkomstig van de eerste databank. Het zijn de statistieken van personen die onder het sociale statuut van zelfstandige vallen (bestuurders van vennootschappen zijn inbegrepen in die cijfers).

    De personen die onder dat statuut vallen, zijn de natuurlijke personen die onder het sociale statuut van zelfstandige vallen door de uitoefening van een beroepsactiviteit als zelfstandige of als helper (hoedanigheid). De helper is een natuurlijke persoon die de zelfstandige bijstaat of vervangt bij de uitoefening van zijn activiteit, zonder dat hij gebonden is door een arbeidsovereenkomst. Het betreft vaak, maar niet noodzakelijk, een familielid.

    Die twee groepen worden verder onderverdeeld volgens de aard van de activiteit. De aard van de activiteit geeft aan of zij hun beroep uitoefenen als hoofdberoep, bijberoep of na de pensioenleeftijd. Als de zelfstandige activiteit de enige bron van inkomsten is, wordt de werker beschouwd als een zelfstandige in hoofdberoep. Zelfstandigen in bijberoep oefenen tegelijk en hoofdzakelijk nog een andere beroepsactiviteit uit. Actieven na pensioen zijn ofwel zelfstandigen die een pensioen (kan een overlevingspensioen zijn) ontvangen, ongeacht hun leeftijd en een zelfstandige activiteit uitoefenen, ofwel zelfstandigen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en hun activiteit uitoefenen, ongeacht of ze een pensioen trekken of niet. Een persoon is echter niet verplicht om zijn pensioen op te nemen en kan ervoor kiezen om hun activiteit verder te zetten.

    Die gegevens kunnen gerangschikt worden per bedrijfstak die overeenstemt met de belangrijkste groepen van de nomenclatuur van het sociale statuut van de zelfstandigen. Die codering van beroepen verschilt van de NACE-BEL 2008 sectorenverdeling.

    De databank van belastingplichtigen bevat met name statistieken over het aantal belastingplichtigen, starters en stoppers. Het totale aantal belastingplichtigen omvat de zelfstandigen en actieve helpers in het vierde kwartaal van het jaar in kwestie. Een zelfstandige die zijn activiteiten in het vierde kwartaal heeft stopgezet, wordt dus beschouwd als actief in dat jaar. De starters zijn belastingplichtige zelfstandigen en helpers die hun beroepsactiviteit in de loop van het jaar in kwestie zijn begonnen. Dat kan een eerste aansluiting zijn of een hervatting van een activiteit. Een zelfstandige of een helper kan dus twee keer worden meegerekend in de starterspopulatie als hij een activiteit begint, minstens een kwartaal inactief is en die activiteit in hetzelfde jaar nog hervat. De stoppers en helpers zijn de belastbare zelfstandigen die hun beroepsactiviteit in de loop van het jaar in kwestie stopzetten.

    Het RSVZ beheert sinds kort de Commissie voor vrijstelling van bijdragen. Die commissie kan zelfstandigen een tijdelijke vrijstelling van betaling van de sociale bijdragen toekennen, als zij in moeilijkheden verkeren. Het RSVZ beschikt ook over statistieken over het bedrag van de sociale bijdragen die door de zelfstandigen betaald werden, maar deze gegevens maken het niet mogelijk om het bedrag van de bijdragen op te splitsen volgens het geslacht van de bijdrager. Die taken vielen vroeger onder de verantwoordelijkheid van de FOD Sociale Zekerheid.

    Tot slot verstrekt het RSVZ het Kmo-observatorium gegevens over de status van student-zelfstandigen. Ze zijn beschikbaar sinds 1 januari 2017. Die status en de eerste resultaten van het gebruik ervan worden in de rubriek "Zelfstandigen in België" besproken.

    Het ambachtenregister (FOD Economie)

    Het ambachtenregister is de databank waarin de hoofdkenmerken staan vermeld van de personen (natuurlijke of rechtspersonen) die een wettelijke erkenning hebben gekregen (naam, adres, activiteitensector ...).

    De economische sector van de ambachtsman/-vrouw is afkomstig van een nomenclatuur van economische activiteiten eigen aan het ambachtenregister. Die nomenclatuur splitst het universum van de economische activiteiten op in 17 rubrieken (hout, keramiek, muziek, papier, steen, voedingsproducten, glas ...). De toekenning van de economische sector vindt plaats op het moment van de wettelijke erkenning.

    Laatst bijgewerkt
    30 november 2022