Vordering tot collectief herstel voor kmo’s

Kmo’s die te maken hebben met collectieve schade, kunnen een vordering tot collectief herstel opstarten. Die maatregel wil het herstel van het evenwicht in het economisch recht waarborgen voor de kmo’s en zelfstandigen die het slachtoffer zijn van collectieve schade. Ze vergemakkelijkt de toegang tot het gerecht voor de kmo’s. De groepsvertegenwoordiger speelt een cruciale rol.

Wat is een vordering tot collectief herstel?

In het gemeen recht wordt een gerechtelijke procedure in het algemeen op individuele basis opgestart. Daarom kan een individu enkel handelen voor zijn persoonlijk nadeel en is een groepsactie slechts uitzonderlijk mogelijk.

Om dat probleem op te lossen, voorziet het Wetboek van economisch recht de mogelijkheid van een vordering tot collectief herstel (Boek XVII, Titel 2).

De vordering tot collectief herstel wil de individuele schade herstellen die leden van een groep hebben ondergaan en die een gemeenschappelijke oorzaak heeft. Bij inbreuken op de contractuele verplichtingen of op de regels voor consumentenbescherming kunnen de groepsleden collectief een vergoeding krijgen voor de collectieve schade zonder zelf individueel een rechtszaak te moeten opstarten. De vordering wordt opgestart door een groepsvertegenwoordiger.

Oorspronkelijk was dit mechanisme beperkt tot het consumentenrecht en konden enkel consumenten er gebruik van maken. Door een wijziging van het Wetboek van economisch recht staat de vordering tot collectief herstel nu ook open voor kmo’s.

Onder welke voorwaarden kan een onderneming een vordering tot collectief herstel opstarten?

De hoofdvoorwaarde om een vordering tot collectief herstel op te starten, is te maken hebben met collectieve schade. Het Wetboek van economisch recht definieert collectieve schade als “het geheel van alle individuele schade die een gemeenschappelijke oorzaak heeft en die leden van een groep hebben geleden”.

Het voordeel wordt dus toegekend omwille van twee redenen:

  • het gaat om rechtzoekenden die slachtoffer zijn van schade met een gemeenschappelijke oorzaak;
  • elk lid apart is niet sterk genoeg om zich te verzetten tegen het foutieve gedrag terwijl de groep in zijn geheel dat wel kan zijn.

Welke ondernemingen kunnen deelnemen aan de vordering?

Kan deelnemen aan de vordering tot collectief herstel, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon:

  • die een economische activiteit uitoefent;
  • die minder dan 250 personen tewerkstelt;
  • met een jaaromzet van minder dan 50 miljoen euro of met een balanstotaal van minder dan 43 miljoen euro.

Wie maakt deel uit van de groep die een vordering tot collectief herstel indient?

Er bestaan twee manieren om te bepalen welke leden deel zullen uitmaken van de groep die een vordering tot collectief herstel indient:

  • optiesysteem met inclusie: een kmo die slachtoffer is van de schade wordt geacht deel uit te maken van de groep behalve wanneer zij duidelijk te kennen geeft er geen deel van uit te willen maken.
  • optiesysteem met exclusie: een kmo die slachtoffer is van de schade moet duidelijk te kennen geven dat ze deel wil uitmaken van de groep.

De groepsvertegenwoordiger kiest het optiesysteem voor de vordering die hij indient.

De groepsvertegenwoordiger

De groep van kmo’s moet een beroep doen op een groepsvertegenwoordiger die een cruciale rol speelt in de volledige procedure. De groepsvertegenwoordiger is de vereniging die in naam van de groep handelt gedurende een vordering tot collectief herstel.

Kan optreden als groepsvertegenwoordiger:

  • een interprofessionele organisatie ter verdediging van de belangen van de kmo’s die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO vertegenwoordigd is of door de minister van Economie erkend is; 
  • een vereniging met rechtspersoonlijkheid gedurende minstens drie jaar die door de minister van Economie erkend is, waarvan het maatschappelijk doel in rechtstreeks verband staat met de collectieve schade die door de groep is geleden en die niet op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
  • een vertegenwoordigende instantie erkend door een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.

Hoe een vordering tot collectief herstel indienen?

Een vordering tot collectief herstel voor een groep van kmo’s moet ingediend worden bij de handelsrechtsbank (ondernemingsrechtbank vanaf 1 november 2018) van Brussel. Het Hof van Beroep Brussel is bevoegd in beroep.

De aanvraag bevat de volgende informatie:

  • het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden inzake ontvankelijkheid;
  • de beschrijving van de collectieve schade die aan de basis ligt van de vordering tot collectief herstel;
  • het voorgestelde optiesysteem (inclusie of exclusie) en de redenen voor die keuze;
  • de beschrijving van de groep waarvoor de groepsvertegenwoordiger wil optreden, samen met een schatting van het aantal personen.

Om ontvankelijk te zijn, moet de vordering tot collectief herstel aan drie voorwaarden voldoen:

  • de aangehaalde reden vormt een mogelijke schending door de onderneming van een van de contractuele verplichtingen, van een van de Europese verordeningen of een van de wetten bedoeld in artikel XVII.37 van het Wetboek van economisch recht of hun uitvoeringsbesluiten;
  • de vordering wordt ingediend door een aanvrager die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel XVII.39 van het Wetboek van economisch recht en die geschikt wordt verklaard door de rechter;
  • een beroep doen op een vordering tot collectief herstel lijkt efficiënter dan een actie volgens gemeen recht.

Deze voorwaarden zijn cumulatief: er moet aan alle drie voldaan worden opdat de rechtbank de vordering tot collectief herstel ontvankelijk kan verklaren.

Het akkoord rond het herstel van de collectieve schade

Om oplossingen in onderling overleg te bevorderen, verplicht het Wetboek van economisch recht de vertegenwoordiger van de kmo’s en de verdediger nog voor het rechtsgeding te onderhandelen over een akkoord rond het herstel van de collectieve schade.

Wanneer de partijen niet tot een akkoord komen, gaat de procedure over in een rechtsgeding. Wanneer de partijen wel tot een akkoord komen, wordt dat ter goedkeuring voorgelegd aan de handelsrechtbank.

Meer informatie?

Contact Center
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie 
Vooruitgangstraat 50 
1210 Brussel
Tel. (gratis): +32 800 120 33
Fax (gratis): +32 800 120 57

of 

Dienst Intellectuele Beroepen en Wetgeving: info.intelber@economie.fgov.be.
 

Laatst bijgewerkt
30 juli 2018

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Ondernemingen

    European Enterprise Awards - Belgisch project in de shortlist

  2. Ondernemingen

    Verslag over de economische conjunctuur in de voedings- en drankenindustrie

  3. Ondernemingen

    Ondernemen 2.0: alles om te ondernemen onder een dak!