Table of Contents

    Voor kmo’s is het niet altijd eenvoudig om een professioneel krediet te verkrijgen bij een bank of kredietbemiddelaar. De wet over kmo-financiering voorziet kmo’s van een aantal rechten die hen helpen en beschermen tijdens het proces van kredietverlening.  

    Naast die rechten die in de wet verankerd zitten, beschikken kmo’s ook over tools en begeleiding om hen te ondersteunen bij hun financieringsaanvragen. Verdere uitleg is te vinden op de pagina Welke ondersteuning krijgen kmo’s?

    Een algemeen overzicht over de rechten en tools van kmo’s bij een kredietaanvraag is te vinden op de pagina Krediet aanvragen voor uw kmo: rechten en tools.

    Impact van de wet over kmo-financiering tijdens 4 financieringsfasen

    De wet van 21 december 2013 betreffende de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen beschermt kmo’s in alle fasen van de financiering via kredietverstrekkers (banken en bemiddelaars):

    1. de kredietaanvraag
    2. het kredietaanbod
    3. de voorwaarden van de overeenkomst (bv. bij een vervroegde terugbetaling)
    4. de weigering van een krediet

    Een gedragscode, ondertekend door de federatie van de Belgische financiële sector (Febelfin) en de interprofessionele organisaties (UCM, UNIZO, NSZ), vervolledigt de wet.  De gedragscode bepaalt:

    • de inhoud van de bij de kredietaanvraag verstrekte schriftelijke toelichting
    • de inhoud van het summier informatiedocument bij de overhandiging van de ontwerpkredietovereenkomst
    • het soort informatie dat van de onderneming wordt verlangd om haar financiële situatie te beoordelen
    • de berekeningsmodaliteiten van de wederbeleggingsvergoeding
    • de informatie die moet worden gegeven bij weigering van een krediet

    Kredietaanvraag

    • Inwinnen van inlichtingen: de kredietgever vraagt aan de onderneming de inlichtingen die hij nodig acht om de haalbaarheid van het project waarvoor het krediet wordt aangevraagd te beoordelen. Die inlichtingen kunnen betrekking hebben op de financiële situatie, de terugbetalingscapaciteit en de lopende financiële verbintenissen. Hetzelfde soort informatie wordt gevraagd aan de persoon die een persoonlijke zekerheid biedt. De onderneming en, in voorkomend geval, de persoon die persoonlijke zekerheid biedt, zijn verplicht om nauwkeurig en volledig te antwoorden.
    • Zoeken naar de gepaste kredietvorm: de kredietgever zoekt het meest geschikte type krediet, rekening houdend met de financiële situatie van de aanvrager en het doel van het krediet.
    • Schriftelijke toelichting: de aanvrager ontvangt een schriftelijke toelichting met de verschillende kredietvormen die voor hem/haar mogelijk geschikt zijn en de openbare voorzieningen ter bevordering van de toegang tot financiering van ondernemingen.
    • Informatie over de toegang tot financiering: de aanvrager krijgt de nodige informatie en instrumenten die bedoeld zijn om de toegang tot financiering voor ondernemingen en de mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties te verbeteren. Die informatie is te vinden op de website financieringvanondernemingen.be.
    Welke gegevens zijn nodig?

    De gedragscode geeft een gedetailleerde toelichting over de informatie en documenten die de onderneming aan de kredietgever moet voorleggen om haar financiële toestand aan te tonen.

    Omdat elke kredietaanvraag anders is, is de opgestelde lijst niet-exhaustief.

    De kredietgever, of in voorkomend geval de kredietbemiddelaar, vraagt minimaal volgende informatie aan de onderneming bij de kredietaanvraag, voor zover van toepassing in functie van het gevraagde krediet (uiteraard enkel voor zover hij die nog niet in zijn bezit heeft of voor zover die niet beschikbaar is in de Kruispuntbank van Ondernemingen):

    • identiteit van de onderneming
    • indien van toepassing, de betreffende groepsstructuur en de aandeelhoudersstructuur
    • activiteit, alsook, indien van toepassing, minimale informatie over de positionering van de onderneming in de sector waarin zij actief is
    • actuele (tussentijdse en gedetailleerde) financiële resultaten en het financieel plan
    • doel van het krediet
    • bestaande informatie van de kredietrelaties tussen onderneming en kredietgever – wisselwerking tussen beide partijen
    • indien van toepassing, uitstaande financieringen op ondernemings- en groepsniveau (desgevallend bij andere financiële instellingen)
    • bestaande persoonlijke en zakelijke zekerheden en beschikbare activa voor zekerheidsstelling (binnen en buiten de onderneming);
    • indien van toepassing, de negatieve verbintenissen (negative pledge) en andere engagementen die direct of indirect de kredietrelatie kunnen beïnvloeden
    • de statuten van de onderneming alsook de wijzigingen die gepubliceerd werden in het Belgisch Staatsblad
    • in voorkomend geval, de sociale balans

    De onderneming zal zelf gehouden zijn om andere nuttige en beschikbare informatie (waarvan zij redelijkerwijze moet veronderstellen dat die relevant is in het kader van de kredietbeslissing) aan te leveren, die de kredietgever in staat stelt om een correcte inschatting te nemen van de kredietpositie van de onderneming en bij te dragen tot de selectie van gepaste kredietvormen.

    De kredietgever, of in voorkomend geval de kredietbemiddelaar, vraagt minimaal volgende informatie aan de persoonlijke zekerheidssteller (uiteraard enkel voor zover hij die nog niet in zijn bezit heeft of voor zover die niet beschikbaar is in de Kruispuntbank van Ondernemingen):

    • identiteit
    • overzicht vermogenstoestand
    Inhoud van de schriftelijke toelichting

    De gedragscode bepaalt dat de schriftelijke toelichting informatie van algemene aard bevat aangezien die bij de kredietaanvraag wordt verstrekt zonder volledige dossierstudie.

    Die informatie moet met name het volgende omvatten:

    • de kredietvorm (bv. kaskrediet, straight loan, investeringskrediet, roll-over, ...)
    • algemene kenmerken en modaliteiten van de betreffende kredietvorm
    • beschikbare looptijden (bepaalde of onbepaalde duur)
    • mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling
    • mogelijke kosten
    • typevoorbeeld(en) waarvoor de beschreven kredietvorm wordt gebruikt
    • een weblink die verwijst naar de informatie en de nuttige instrumenten bedoeld om de toegang tot financiering voor ondernemingen te verbeteren en de mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties
    • naam en adres van de bevoegde instantie aangewezen in de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten

      Kredietaanbod

      • Ontwerpkredietovereenkomst: op het ogenblik van het kredietaanbod ontvangt de aanvrager kosteloos een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst en een summier informatiedocument met een overzicht van de belangrijkste kenmerken van het voorgestelde krediet.
      • Garanties en zekerheden: ingeval de kredietgever de toekenning van het krediet onderwerpt aan de vestiging van een zekerheid of een waarborg, informeert de kredietgever over de belangrijkste kenmerken van die waarborg en de impact ervan op de kredietaanvraag. De derde die een zekerheid of waarborg stelt kan op eerste aanvraag en kosteloos een kopie van de ontwerpkredietovereenkomst opvragen.
      Inhoud van het summier informatiedocument

      Volgens de gedragscode heeft het beknopte informatiedocument tot doel de onderneming toe te laten zonder veel moeite de nodige kenmerken en modaliteiten van het aangeboden krediet terug te vinden. Op basis van de informatie in het informatiedocument moet de kredietnemer in staat zijn om twee of meerdere kredietaanbiedingen bij dezelfde of bij een andere kredietgever of kredietbemiddelaar, op eenvoudige wijze en voor wat betreft de belangrijkste punten, te vergelijken.

      Die informatie moet met name het volgende omvatten:

      • identiteit en contactgegevens van de kredietgever(s)
      • soort krediet, zijnde de (commerciële) benaming zoals gebruikt in de toelichting en de belangrijkste kenmerken van de betreffende kredietsoort
      • looptijd van de overeenkomst
      • kredietbedrag
      • interestvoet (incl. belangrijkste voorwaarden, mogelijkheid tot wijziging, enz. )
      • alle gebruikelijke kosten m.b.t. het aangaan en de normale uitvoering van een kredietcontract die door de kredietgever kunnen worden aangerekend en aan hem moeten worden betaald: de reserveringscommissie, dossierkosten, ... Hierin zijn hoe dan ook niet opgenomen: kosten verbonden aan de wijziging/opzeg van het krediet, mogelijke andere kosten die worden aangerekend door derden bv. registratierechten in het kader van het vestigen van een waarborg, ...
      • terbeschikkingstellingvergoeding verschuldigd bij vervroegde terugbetaling:
        • kredieten tot 2 miljoen euro: maximaal 6 maanden contractuele interest op het vervroegd terugbetaald kapitaal
        • kredieten van meer dan 2 miljoen euro: maximaal het resultaat van de berekeningswijze die voorzien is in de Gedragscode (zie hierna “berekeningsmodaliteiten wederbeleggingsvergoeding”)
      • in voorkomend geval: een opsomming van alle (persoonlijke en zakelijke) zekerheden (soort en bedrag) die bijkomend gevraagd worden n.a.v. het kredietaanbod dat onderhavig summier informatiedocument vergezelt (met inbegrip van de overheidswaarborgen)
      • gestanddoeningstermijn, d.w.z. de periode waarvoor de in het document opgenomen informatie geldig is
      • een weblink die verwijst naar informatie over de kenmerken van de voornaamste zekerheden die kunnen worden genomen en de impact ervan op de kredietaanvraag

        Voorwaarden bij een vervroegde terugbetaling

        • Vervroegde terugbetaling van het verschuldigde kapitaalsaldo: het is te allen tijde toegestaan om het verschuldigde kapitaalsaldo geheel of gedeeltelijk vervroegd terug te betalen, door de kredietgever daarvan ten minste tien werkdagen voor de terugbetaling per aangetekende brief in kennis te stellen. Er kunnen geen voorwaarden aan verbonden worden, met uitzondering van de wederbeleggingsvergoeding.
        • Plafond van de wederbeleggingsvergoeding: voor kredieten van minder dan 2 miljoen euro mag de wederbeleggingsvergoeding niet hoger zijn dan 6 maanden interesten.
        • Berekeningsmodaliteiten wederbeleggingsvergoeding: voor kredieten van meer dan 2 miljoen euro wordt het bedrag van de wederbeleggingsvergoeding contractueel vastgelegd tussen de kredietgever en de onderneming, en geplafonneerd volgens de berekeningsmodaliteiten die voorzien zijn in de gedragscode (zie hieronder).
        • Vrijgave van zekerheid of waarborg: na de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een krediet kan de aanvrager de gehele of gedeeltelijke vrijgave van de gevestigde zekerheid of waarborg vragen. Ingeval van weigering informeren de kredietgever of de kredietbemiddelaar de onderneming of de belanghebbende derde schriftelijk over de belangrijkste elementen waarop die weigering gebaseerd is.
        Hoe wordt de wederbeleggingsvergoeding berekend?

        De gedragscode bepaalt de berekeningsmodaliteiten van de wederbeleggingsvergoeding. De berekening is gebaseerd op het verschil tussen:

        • enerzijds de interesten die de kredietgever, of de kredietbemiddelaar, van de kredietnemer zou hebben ontvangen mits de kredietnemer de ontleende fondsen volgens de contractueel vastgelegde modaliteiten zou hebben terugbetaald
        • en anderzijds de interesten die de kredietgever, of de kredietbemiddelaar, in plaats daarvan zou ontvangen bij de herplaatsing van ie fondsen, aan de hierna bepaalde referentie-interestvoet. De referentie-interestvoet die met elke vervaldag overeenkomt is gebaseerd op:
          • Voor betaalstromen t.e.m. 1 jaar: Euribor
          • Voor betaalstromen op meer dan 1 jaar: IRS

        Elke kredietgever of kredietbemiddelaar behoudt de mogelijkheid om aanpassingen aan te brengen in plus of in min aan de bovenvermelde interestvoeten op voorwaarde dat dat duidelijk gecommuniceerd wordt op het ogenblik van het afsluiten van het contract.

        De periode die in acht wordt genomen loopt tot aan de volgende contractuele herziening van de interestvoet of, bij het ontbreken daarvan, tot aan de eindvervaldag van het krediet.

        De wederbeleggingsvergoeding kan eveneens worden aangerekend in alle gevallen waarin de kredietgever, of de kredietbemiddelaar, het krediet opzegt op grond van een wanprestatie vanwege de onderneming.

        Een theoretisch voorbeeld van de berekening van een wederbeleggingsvergoeding

        Gegevens van het krediet:

        • datum vervroegde terugbetaling:  08.11.2013
        • uitstaand saldo: 1.205.684,00 euro
        • rentevoet: 2,59 %
        • eindvervaldag: 01.01.2017

        Benaderende berekening:

        • restlooptijd: 4 jaar en 2 maanden, maar gezien degressief krediet (vaste kapitaalaflossingen), gemiddeld 2 jaar en 1 maand
        • IRS rente op 2 jaar en 1 maand is ongeveer 0,54 % (IRS op 2 jaar = 0,531 % en IRS op 3 jaar = 0,709 %)
        • verlies voor de bank is: 1.205.684 euro * (2,59 % - 0,54 %) * 2 jaar en 1 maand = 51.492,75 euro. Het exacte resultaat zal waarschijnlijk lager zijn door rekening te houden met de tijdswaarde van het geld (= actualisatie)
        Wordt de vrijgave van uw waarborg of zekerheid geweigerd?

        Het krediet moet volledig of gedeeltelijk terugbetaald zijn vooraleer een vrijgave van de zekerheid of waarborg gevraagd kan worden. Ingeval van weigering informeert de kredietgever, of de kredietbemiddelaar, de onderneming of de belanghebbende derde schriftelijk over de belangrijkste elementen waarop die weigering gebaseerd is of die de risico-inschatting beïnvloed hebben, en dat op transparante wijze en in voor de onderneming verstaanbare bewoordingen.

        Volgende informatie kan  gegeven worden (geen exhaustieve lijst): 

        • er zijn nog openstaande engagementen die door de zekerheid/waarborg worden gedekt
        • er zijn tegenaanwijzingen in de financiële cijfers (zwakke solvabiliteit, onvoldoende terugbetalingscapaciteit, liquiditeitsrisico, ... )
        • er staat negatieve informatie in het Register van kredieten aan ondernemingen (RKO) of bij een andere leverancier van handelsinformatie
        • de kredietgever heeft weet van betalingsachterstand (bij de overheid, de kredietgever of derden)
        • er hebben ingebrekestellingen plaatsgevonden in het kader van andere kredietovereenkomsten bij de kredietgever of bij andere bestaande kredietgevers
        • er is sprake van een verslechtering van de economische omgeving of marktomstandigheden
        • er is een lopende procedure van gerechtelijke reorganisatie
        • de waarborg moet behouden worden omwille van verlies van andere waarborgen, bv. overheidswaarborgen
        • omwille van afwezigheid van een alternatieve evenwaardige waarborg of zekerheid ter indekking van het krediet

        Indien de onderneming hierom verzoekt, geeft de kredietgever, of de kredietbemiddelaar, mondeling of schriftelijk nog bijkomende uitleg waarom een of meerdere van bovenstaande redenen specifiek worden ingeroepen.

        Weigering van een krediet

        Schriftelijke weigering: als hij het krediet weigert, moet de kredietgever die hierom wordt gevraagd de redenen voor die weigering schriftelijk of mondeling meedelen. De onderneming kan de mondelinge kennisgeving schriftelijk laten verduidelijken.

        Een schriftelijk gemotiveerde kredietweigering

        De gedragscode bepaalt dat de kredietgever of kredietbemiddelaar de onderneming mondeling toelicht waarom de kredietaanvraag geweigerd werd. Enkel indien de onderneming dit uitdrukkelijk vraagt en dit binnen maximaal zes maanden na de kredietaanvraag, zal hij gehouden zijn om een schriftelijke verklaring van kredietweigering af te leveren. De bewijslast van de aanvraag van een schriftelijke verklaring van kredietweigering bevindt zich bij de onderneming.

        Volgende informatie kan  gegeven worden (geen exhaustieve lijst):

        • onvoldoende informatie en documentatie over de financiële toestand van de onderneming, het project en in het bijzonder de slaagkansen en de terugbetalingscapaciteit
        • negatieve informatie in het Register van Kredieten aan Ondernemingen of bij een leverancier van handelsinformatie
        • gebrek aan beschikbare (persoonlijke of zakelijke) zekerheden, eigen inbreng in het project en/of onvoldoende eigen vermogen in algemene zin
        • weet van betalingsachterstand (overheid/kredietgever/derden)
        • ingebrekestellingen in andere kredietovereenkomsten bij de kredietgever of bij andere bestaande kredietgevers
        • onvoldoende overtuigende financiële positie of een onvoldoende overtuigend business of financieel plan van de onderneming om het gevraagde krediet te rechtvaardigen
        • past niet binnen het beleid van de kredietgever
        • historiek van de onderneming of haar vertegenwoordigers
        • het beleid en het bestuur van de onderneming
        • het gebrek aan gepaste opleiding, ervaring of bekwaamheid binnen de onderneming

        Ondanks het verstrekken van een dergelijke motivatie is de kredietgever, of de kredietbemiddelaar, niet verplicht om bijkomend een weigering te rechtvaardigen of om een nieuwe aanvraag ingediend door dezelfde onderneming te onderzoeken.

        De motivering van de weigering is enkel bedoeld om de onderneming bij te staan in een juist begrip van de redenen van weigering.

        Bovendien doet die verplichting geen enkele afbreuk aan de contractvrijheid en heeft de kredietgever te allen tijde het recht om te beslissen niet tot contracteren over te gaan.

        Laatst bijgewerkt
        15 december 2023