Kmo’s en overheidsopdrachten

Table of Contents

    Kmo’s en overheidsopdrachten vormen geen vanzelfsprekend huwelijk.

    Gegevens over de periode 2009-2012 tonen niettemin aan dat, in vergelijking met de andere Europese landen, België geen moeilijkere toegang van kmo’s tot overheidsopdrachten vertoont. Op basis van een statistische analyse van de Belgische overheidsopdrachten tussen 2009 en 2015 kunnen we vaststellen dat:

    • grote bedrijven een groot deel van de overheidsopdrachten met een hoge contractwaarde veroveren, het omgekeerde geldt voor de kleine ondernemingen;
    • van alle overheden en semioverheidsinstellingen het de lokale autoriteiten zijn die in verhouding het minst gebruikmaken van kmo’s om hun overheidsopdrachten te vervullen en
    • de nieuw opgerichte bedrijven (start-ups) ondervertegenwoordigd zijn in hun rechtstreekse deelname aan overheidsopdrachten in vergelijking met hun aandeel in het totaal aantal kmo’s in België.

    Uit de praktijkervaring van betrokken partijen bleek dat een aantal elementen de toegang van kmo’s tot overheidsopdrachten verhindert, zoals

    1. een aanzienlijke administratieve last,
    2. te lange betalingstermijnen,
    3. een gebrek aan informatie of kennis (zowel van onderneming als van overheid) en te complexe overheidsopdrachten.

    Richten we ons op de nabije toekomst, dan kunnen we vaststellen dat veranderingen en verbeteringen op komst zijn en/of geïmplementeerd worden: maatregelen en initiatieven worden genomen, en dat zowel op Europees als nationaal vlak. Op Europees vlak verwijzen we naar de Richtlijn 2014/24/EU. De Europese wetgever is van mening dat – gezien het potentieel van de kmo voor het scheppen van banen, groei en innovatie – het van belang is de kmo tot deelname aan overheidsopdrachten te stimuleren. In de richtlijn wordt expliciet gesteld dat aanbestedingen moeten worden aangepast aan de behoeften van de kmo.

    Op federaal niveau werd de Europese wetgeving omgezet en aangevuld met de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en, onder andere, het koninklijk besluit van 18 april 2017 inzake plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren. Praktisch gezien, kunnen volgende maatregelen aangehaald worden:

    1. de verdeling van overheidsopdrachten in percelen boven de drempel van 144.000 euro als leidend principe (drempels die vermeld worden in het charter zijn herzienbare drempels, de Europese drempels worden bv. tweejaarlijks herzien. De laatste aanpassing van de Europese drempels is in werking getreden op 01.01.2018);
    2. de versoepeling geboden via de eenmalige regularisatiemogelijkheid van sociale en fiscale schulden, wat neerkomt op een minder streng regime voor onder meer de kmo en
    3. de voortschrijdende dematerialisatie en digitalisering, die onder meer de transparantie, de mededinging en de eerbiediging van de gelijkheid ten goede komt, en die een vermindering van de administratieve lasten bevordert.

    Het door de federale overheid aangenomen kmo-plan voorziet in een verbeterde toegang van kmo’s tot overheidsopdrachten. Om de toepassing van de wetgeving te ondersteunen, heeft de FOD Economie een charter opgesteld, bestaande uit 13 principes en geformuleerd vanuit een juridisch perspectief, met bijhorende doelstellingen.

    Het doelpubliek bestaat in eerste instantie uit de federale aanbestedende overheden. In een eerste fase focust het charter op de “klassieke” sectoren, dus exclusief de speciale sectoren (water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten). Het charter kan beschouwd worden als een opstap waarbij in eerste instantie de focus ligt op het federale niveau. De overige aanbestedende overheden zullen worden uitgenodigd om deze principes toe te passen.

    Overheidsopdrachten moeten toegankelijk zijn voor elke ondernemingsgrootte. Het charter wenst bestaande onevenwichten recht te trekken en elke onderneming gelijke kansen te bieden zodat zij kan deelnemen aan overheidsopdrachten.

    Het charter behandelt volgende thema’s:

    • de verdeling in percelen,
    • een gepaste bekendmaking van opdrachten,
    • een gepaste en effectieve mededinging verzekeren bij onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking,
    • de gunning op basis van de economisch meest voordelige offerte,
    • het gebruik van varianten,
    • een adequate bescherming van de rechten op intellectuele eigendom van innovatieve kmo’s,
    • het gebruik van elektronische communicatiemiddelen optimaliseren,
    • de terugkoppeling naar inschrijvers die niet geselecteerd / niet weerhouden zijn,
    • proportionele minimumeisen,
    • proportionaliteit bij selectiecriteria, financiële garanties en betalingsmodaliteiten,
    • het gebruik van procedures met onderhandelings- of dialoogelementen,
    • de aanvaarde factuur voor overheidsopdrachten van beperkte waarde,
    • een monitoring van de toegang van kmo’s tot overheidsopdrachten.

    Er worden twee versies van het charter gelanceerd: het eigenlijke charter (PDF, 518.03 KB) en een verkorte versie (PDF, 677.32 KB). Die verkorte versie kan worden beschouwd als een geheugensteun en een samenvatting van het charter met een focus op de kernpunten.

    Laatst bijgewerkt
    8 februari 2018