Table of Contents

    Bbp vanuit uitgavenoptiek

    In 2022 vertraagde de jaargroei van het bbp in België met 3 % ten opzichte van 2021, het jaar van de opleving van de economische bedrijvigheid. De binnenlandse vraag exclusief voorraden droeg bij tot de groei van de Belgische economische bedrijvigheid met 2,6 procentpunt. De particuliere consumptieve bestedingen droegen sterk bij tot de toename van het bbp in 2022 (+1,6 procentpunt), terwijl de consumptieve overheidsbestedingen voor 1 procentpunt bijdroegen. De investeringen hadden daarentegen geen enkele invloed op de economische groei in 2022. De bijdrage aan de groei van de netto uitvoer, tot slot, hoewel nog steeds positief, nam fors af ten opzichte van 2021 en zakte naar 0,1 procentpunt. De voorraadwijziging steunde de Belgische economische groei in 2022 met 0,3 procentpunt.

    Vergeleken met het jaar ervoor groeide het bbp met 1,4 % in het derde kwartaal van 2023 na een groei van 1,3 % in het tweede kwartaal. Deze groei wordt volledig geschraagd door de binnenlandse vraag, die bijdraagt met 2 procentpunt (1,9 procentpunt voor de binnenlandse vraag zonder voorraden). 

    De investeringen trokken de economische groei naar omhoog in het derde kwartaal van 2023, en wel met 1,4 procentpunt. Dat is een lichte daling ten opzichte van het voorgaande kwartaal, toen die factor tot de groei van het bbp bijdroeg voor 1,5 procentpunt.

    De consumptiebestedingen (overheid en privé) hadden eveneens een positieve invloed op de economische groei in het derde kwartaal van 2023, maar in een mindere mate dan de investeringen, met een bijdrage van 0,5 procentpunt. Die waarde betekent een lichte daling ten opzichte van het kwartaal ervoor, toen die 0,6 procentpunt bedroeg.

    Binnen die component noteert men enkel voor de particuliere consumptiebestedingen een positieve bijdrage, meer bepaald 0,4 procentpunt, een daling ten opzichte van de waarde van 0,6 procentpunt die een kwartaal eerder werd opgetekend. Terwijl de invloed van de consumptiebestedingen van de overheid nihil was tijdens de eerste twee kwartalen van 2023, was hun effect terug positief in het derde kwartaal, meer bepaald 0,1 procentpunt.

    De bijdrage tot de economische groei van de voorraadwijziging bedroeg op zijn beurt 0,1 procentpunt in het derde kwartaal van 2023, dat is minder dan in het tweede kwartaal van 2023 (+0,2 procentpunt).

    De netto uitvoer daarnaast beknotte de groei van de economische bedrijvigheid met 0,6 procentpunt in het derde kwartaal van 2023, hetgeen dan toch een lichte verbetering is van de bijdrage van de netto uitvoer tot de groei (-1 procentpunt in het tweede kwartaal van 2023). De netto uitvoer levert daarmee voor de vierde keer op rij een negatieve bijdrage aan de groei van het bbp, en het is een van de slechtste resultaten sinds 2019.

    Besluit. De Belgische economie vervolgde haar economische groei in het derde kwartaal van 2023. In dit kwartaal was de groei iets sterker dan in het kwartaal ervoor, waardoor een eind kwam aan een reeks van vijf kwartalen van vertraging van de groei, met uitzondering van het eerste kwartaal van 2023.

    Bbp vanuit productieoptiek

    In 2022 groeide de economische bedrijvigheid met 3 %, tegenover 6,9 % in 2021.

    De diensten droegen bijna integraal bij tot de groei van de Belgische economie in 2022 en steunden die meer bepaald met 2,8 procentpunt. Terwijl de verwerkende nijverheid en de bouw redelijk hadden bijgedragen tot de economische groei in 2021, met respectievelijk 0,4 en 0,3 procentpunt, droeg de eerste nog slechts voor 0,1 procentpunt bij in 2022, terwijl de tweede de groei beknotte met 0,1 procentpunt. De bijdrage tot de groei van de landbouw was negatief in 2022 met -0,1 procentpunt tegenover nul bijdrage in 2021.

    In het derde kwartaal van 2023 groeide de economische bedrijvigheid met 1,4 % op jaarbasis, dat is een sneller groei dan in het tweede kwartaal van 2023, toen een groei van 1,3 % op jaarbasis werd opgetekend.

    De activiteit in de verwerkende nijverheid (exclusief bouw) daalt verder voor het derde achtereenvolgende kwartaal. Hierdoor daalde de bbp-groei in het derde kwartaal van 2023 met 0,6 procentpunt, na een bijdrage van -0,5 procentpunt in het voorgaande kwartaal.

    De diensten droegen in het derde kwartaal van 2023 bij tot de groei met 1,8 procentpunt, een stijging ten opzichte van de bijdrage van 1,6 procentpunt in het kwartaal ervoor. De diensten blijven de rol van groeimotor van het bbp spelen in het derde kwartaal van 2023.

    Na enkele kwartalen van negatieve groei steeg de bouwsector voor het derde achtereenvolgende kwartaal. Net als in het vorige kwartaal droeg de bouwsector 0,1 procentpunt bij aan de groei van de economische activiteit.

    De groei in de landbouwsector, die in het tweede kwartaal van 2023 begon, hield aan in het derde kwartaal, maar was niet sterk genoeg om een positieve bijdrage te leveren aan de bbp-groei.

    Na vijf kwartalen van achteruitgang als gevolg van de forse stijging van de energie- en grondstofprijzen vertoonde het ondernemersvertrouwen een schuchter herstel in het eerste kwartaal van 2023. Hoewel die verbetering in het tweede kwartaal van 2023 verder aanhield, verslechterde het ondernemersvertrouwen weer in het derde kwartaal van 2023 en bereikte het niveaus die vergelijkbaar zijn met die op het dieptepunt eind 2022. Dezelfde trend is te zien bij ondernemers in de verwerkende nijverheid.

    Ondernemersvertrouwen

    In 2023 verslechterde opnieuw het ondernemersvertrouwen in België, met een daling van 7,7 punten ten opzichte van 2022. Hiermee wordt de dalende trend van het ondernemersvertrouwen sinds de post-covid heropleving verdergezet voor alle sectoren, hoewel in verschillende mate. Het is echter de verwerkende nijverheid die de sterkste vertrouwensdaling in 2023 kende, wat te wijten was aan de verslechtering van de werkgelegenheidsvooruitzichten en een daling van de verwachte vraag.

    Doorheen 2022 ging het  ondernemersvertrouwen achteruit van 1,8 punten in het eerste kwartaal naar -15,2 in het laatste kwartaal. In 2023 bleef het ondernemersvertrouwen bij alle vier de kwartalen in het rood in België. In het eerste kwartaal van 2023 bedroeg het totale vertrouwen -11,3 punten, en na een kleine heropleving in het tweede kwartaal van 2023, zakte het vertrouwen opnieuw weg naar - 14,8 punten in het laatste kwartaal van 2023. Hiermee wordt de dalende trend van het ondernemersvertrouwen sinds de post-covid heropleving verdergezet in 2023. Zoals gewoonlijk bleef het ondernemersvertrouwen in de diensten het grootst, en in het laatste kwartaal van 2023 bedroeg dit -0,7 punten. Het ondernemersvertrouwen in die periode was veel lager in de handel (-18,4 punten) en de industrie (-18,3 punten).

    Industriële productie

    Na een opvallend herstel in 2021 als gevolg van de economische opleving kende de productie van de verwerkende nijverheid zonder de bouw (secties B+C+D) een lichte daling in 2022 (-0,7 %) maar bleef die toch nog op een hoog peil. De daling hield evenwel nog verder aan in 2023. De productie kende namelijk nog een verdere daling in het derde kwartaal van 2023, meer bepaald met 6,9 % en de zesde daling op rij. De productie in de verwerkende nijverheid (sectie C) nam met 3,2 % af in het tweede kwartaal van 2023 en met 5,5 % in het daaropvolgende kwartaal.

    Na een recordpeil gehaald te hebben in 2021 kende de productie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht (sectie D) een daling in 2022 (-5 %). De productie in die sector vertoonde een verdere daling in 2023 en zakte voor de vierde opeenvolgende keer in het derde kwartaal van 2023 (-20 % tegenover -16,6 % in het kwartaal ervoor, op jaarbasis).

    Net als in de andere sectoren kende, tot slot, ook de activiteit in de bouwsector (sectie F) een herstel in 2021, hoewel in mindere mate. Anders dan in de andere sectoren echter bleef de productie in de bouwsector groeien in 2022 en in 2023, met uitzondering van het eerste kwartaal van 2023. De productie van die sector daalde weliswaar met 2,2 % in het eerste kwartaal van 2023, maar die daling was slechts van korte duur, want de productie ging opnieuw in stijgende lijn in de tweede en derde kwartaal van 2023 (respectievelijk met +2,8 % en +0,3 %).

     

    Bezettingsgraad productiecapaciteit

    De bezettingsgraad van de productiecapaciteit (PCU) van de verwerkende nijverheid schommelde doorheen de jaren. Er wordt een beduidende daling vastgesteld in 2020, wat verband houdt met de COVID-19-pandemie. In 2023 zakte de PCU van de totale verwerkende nijverheid door een nieuwe daling naar het laagste peil van de periode 2014-2023, meer bepaald 75,45 %.

    De PCU van de voedingsindustrie vertoont een licht stijgende trend voor de periode 2014-2022. Die sector is onder de beschouwde sectoren de stabielste sector over de lange periode. In 2023 ging de PCU van de voedingssector er enigszins op vooruit ten opzichte van 2022 en benaderde hij zijn gemiddelde over 9 jaar (2014-2022)

    De evolutie van de PCU van de textielindustrie was volatieler, met aanzienlijke schommelingen van het ene jaar tot het andere. In 2023 nam de PCU van deie sector opnieuw af om te zakken naar zijn laagste peil van de periode (63,35 %), waarbij hij zich steeds verder verwijderde van zijn gemiddelde over 9 jaar (2014-2022). Die sector is samengesteld uit de textiel (C13) en de kleding (C14) die verschillen in hun activiteiten vertonen, zowel op sectorniveau als binnen de subsectoren die ze omvatten.

    De PCU van de chemische industrie vervolgt zijn algemeen dalende trend voor de periode 2014-2022. In 2023 verslechterde de PCU van deze sector opnieuw, waarbij hij zich steeds verder verwijderde van zijn 9 jaar-gemiddelde, om uit te komen op 69,1 %.

    Globaal genomen ligt de PCU van de technologische industrie ver boven die van de totale verwerkende nijverheid en van de andere hier besproken sectoren. Hij kent evenwel een licht dalend verloop. In 2023 vertoont de PCU van de technologische industrie een nieuwe krimp, waarmee hij zich nog verder van zijn 9 jaar-gemiddelde verwijdert, om uit te komen op 78,2 %.

    Oprichtingen en stopzettingen van ondernemingen

    In 2022 vertoonde de ondernemingsdemografie alleen voor de oprichting van nieuwe bedrijven een gunstige trend ten opzichte van 2021. Het aantal oprichtingen steeg met 9,7 %, terwijl het aantal stopzettingen met 8,7 % toenam.

    Met een netto saldo van 48.796 bedrijven in 2022, 4.957 meer dan in 2021, blijft het netto saldo van oprichtingen en opheffingen van bedrijven positief.

    In het derde kwartaal van 2023 werden 28.270 nieuwe bedrijven opgericht, 1.499 meer dan in het overeenkomstige kwartaal van 2022. Van die nieuwe bedrijven was 89,2 % een eerste belastingaanvrager (waarvan 43,8 % natuurlijke personen en 45,4 % rechtspersonen) en 10,8 % een nieuwe belastingaanvrager (waarvan 9,3 % natuurlijke personen en 1,5 % rechtspersonen).

    Daarnaast staakten 21.036 bedrijven hun activiteiten in het derde kwartaal van 2023, (waarvan 66,6 % particulieren en 33,4 % rechtspersonen), dus 3.178 meer dan in het derde kwartaal van 2022.

    In het derde kwartaal van 2023 is het saldo van starters en stopzettingen met 7.234 bedrijven echter positief. Het saldo lag toch 1.679 lager dan in het overeenkomstige kwartaal van 2022 (-18,8%) en is daarmee het zwakste resultaat voor een derde kwartaal sinds 2015.

     

    Faillissementen

    <div class="infogram-embed" data-id="77e0eae4-5cb8-438b-8070-9a562e194116" data-type="interactive" data-title="Chap.2_Gra.07 - Faillites (NL)"></div><script>!function(e,n,i,s){var d="InfogramEmbeds";var o=e.getElementsByTagName(n)[0];if(window[d]&&window[d].initialized)window[d].process&&window[d].process();else if(!e.getElementById(i)){var r=e.createElement(n);r.async=1,r.id=i,r.src=s,o.parentNode.insertBefore(r,o)}}(document,"script","infogram-async","https://e.infogram.com/js/dist/embed-loader-min.js");</script>

    In 2023 werden er in totaal 10.243 faillissementen vastgesteld in België. Dat waren er 978 (+10,6 %) meer dan in 2022. De grootste procentuele stijger voor het aantal faillissementen in 2023 was in de bouwsector (F), dat 2.230 faillissementen liet optekenen. Dat zijn er 277 (+14,2 %) meer dan in 2022. De laagste stijger in procent was in de landbouw, bosbouw en visserij (A) met 3,8 %; goed voor een stijging van 80 naar 83 faillissementen. De dienstensector, de grootste sector van de economie, is ook de sector waarin het aantal faillissementen in 2023 het sterkste toenam in absolute zin (+654 faillissementen; +9,6 %).

    In 2020 en 2021 waren er minder faillissementen dan in de jaren voordien en nadien, hierbij moet men rekening houden met de moratoria van overheidswege op de faillissementen, als respons op de covid-crisis.

    In 2023 steeg het totaal aantal faillissementen van 2.544 in het eerste kwartaal naar 2.842 in het laatste kwartaal. Als we de verschillende kwartalen van 2023 vergelijken met dezelfde kwartalen van 2022, merken we een opwaartse beweging. Het totale aantal faillissementen stijgt met 10,4 % in het eerste kwartaal van 2023 op jaarbasis, en 14 % in de laatste kwartaal. Alle sectoren behalve de landbouw, bosbouw en visserij (A) volgden die trend (met uitzondering van het derde kwartaal voor de industrie). De landbouw, bosbouw en visserij (A) kende een daling van het aantal faillissementen op jaarbasis gedurende de eerste semester van 2023 gevold door een stijging gedurende de tweede deel van het jaar.

    Tewerkstellingsgraad en werkloosheidsgraad

    In 2022 vertonen alle tewerkstellings- en werkloosheidsindicatoren een gunstige evolutie vergeleken met het jaar ervoor. Met 66,5 % haalde de tewerkstellingsgraad in 2022 namelijk een piek over 10 jaar, een toename met 1,2 procentpunt ten opzichte van 2021. De werkloosheidsgraad van de jongeren bedroeg 16,3 % in 2022, een vermindering met 2 procentpunt ten opzichte van 2021. De totale werkloosheidsgraad (bruto gegevens) zakte daarnaast met 0,7 procentpunt naar 5,6 % in 2022.

    De verbetering van de werkloosheidsgraad die men vaststelde in 2022 werd kort onderbroken in het eerste kwartaal van 2023 alvorens zich voort te zetten in het tweede kwartaal en in het derde kwartaal van 2023. Zo bedroeg de totale werkloosheidsgraad 5,4 % in het derde kwartaal van 2023 tegenover 5,5 % in dezelfde periode van 2022 (-0,1 procentpunt), terwijl de werkloosheidsgraad bij de minder dan 25-jarigen van 17,2 % in het derde kwartaal van 2022 lichte zakte naar 17,1 % in het derde kwartaal van 2023 (-0,1 procentpunt).

    De in 2022 vastgestelde verbetering van de tewerkstellingsgraad werd onderbroken vanaf het tweede kwartaal van 2023. De tewerkstellingsgraad bedroeg 66,8 % in het derde kwartaal van 2023 tegenover 66,9 % in dezelfde periode van 2022, dat is 0,1 procentpunt minder. Het is de tweede opeenvolgende verslechtering tegenover het jaar ervoor.

    Niet-werkende werkzoekenden

    In 2023 kwam een einde aan een jarenlang gunstige evolutie van het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ), met een stijging van 7,8 % naar 488.858. Hetzelfde geldt voor de NWWZ onder de 25 jaar, waarvan het aantal met 9,7 % gestegen is naar 85.157.

    Die ongunstige trend werd bevestigd sinds het vierde kwartaal van 2022. Het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) bleef namelijk van kwartaal tot kwartaal toenemen vergeleken met het jaar ervoor, zowel in het algemeen als voor jongeren onder de 25 jaar. Zo kende in het vierde kwartaal van 2023 het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) een toename met 10,3 % naar 509.794 eenheden, net als het aantal NWWZ jonger dan 25 jaar (+8,1 % op jaarbasis) naar 91.119 eenheden.

     

    Buitenlandse handel

    Volgens het nationaal concept is de buitenlandse handel in 2022 in snel tempo blijven groeien, nadat die in 2021 al sterk was toegenomen als gevolg van het economisch herstel. De uitvoer van goederen steeg met 35 % en de invoer met 32,3 %, en bereikte recordniveaus van respectievelijk 440,5 miljard euro en 441,1 miljard euro waarbij het saldo van de handelsbalans in 2022 is verbeterd. We wijzen er wel op dat het om de uitvoer en invoer tegen werkelijke prijzen gaat en dat de forse inflatie die België kende in 2022 naar alle waarschijnlijkheid een rol gespeeld heeft bij het halen van die recordcijfers. Terwijl de handelsbalans in 2021 een tekort van 6,9 miljard euro vertoonde, zakte dit in 2022 naar 0,6 miljard euro.

    De totale uitvoer van goederen in waarde is in het derde kwartaal van 2023 met 25 % gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2022 en bedraagt 87,2 miljard euro, tegenover 116,2 miljard euro in het derde kwartaal van 2022. Die daling is toe te schrijven aan zowel de uitvoer binnen de EU27, die met 27,4 % in het derde kwartaal van 2023 op jaarbasis is verminderd, als de uitvoer buiten de EU27, die in dezelfde periode met 19,9 % is gedaald.

    De Belgische invoer van goederen in waarde verminderde ook in het derde kwartaal van 2023 jaar-op-jaar, met een daling van 22,3 %. Ze bedraagt daarmee 93,8 miljard euro, tegenover 120,8 miljard euro een jaar eerder. Terwijl de invoer buiten de EU27 in het derde kwartaal met 37,7 % op jaarbasis afnam, daalde de invoer binnen de EU27 lichter (-11,8 %).

    Dat resulteerde in een tekort op de handelsbalans in het derde kwartaal van 2023 (-6,6 miljard euro). Dat is een verbetering ten opzichte van het saldo van het vorige kwartaal (-9,1 miljard euro) maar een verslechtering ten opzichte van het saldo van het overeenkomstige kwartaal van 2022 (-4,6 miljard euro).

    Inflatie

    De inflatie, gemeten aan de hand van het geharmoniseerde indexcijfer der consumptieprijzen (HICP), zet haar vertraging voort die was ingezet in het eerste kwartaal van 2023 naar -0,6 % in het vierde kwartaal van 2023. Het HICP van het volledige jaar 2023 bedroeg daarmee 2,4 %, wat een duidelijke daling is ten opzichte van de inflatie van 2022 (10,3 %). Het is de energiecomponent die die indicator naar beneden trekt (-4,2 procentpunt), terwijl de bijdrage tot de inflatie van de 4 andere productgroepen positief is voor het volledige jaar 2023 (+ 6,6 procentpunt).

    De stijging van de consumptieprijzen voor niet-bewerkte levensmiddelen bleef eveneens verder vertragen, van 16,7 % in het eerste kwartaal van 2023 naar 8 % in het vierde kwartaal. Hoewel die een bescheiden aandeel in de consumptiekorf hebben, lag hun bijdrage tot de totale inflatie van het vierde kwartaal van 2023 bij 0,3 procentpunt. Over het volledige jaar 2023 droegen de niet-bewerkte levensmiddelen voor 0,5 procentpunt bij tot de totale inflatie.

    De inflatie van de bewerkte levensmiddelen vertraagde in de loop van 2023, van een stijging met 17 % in het eerste kwartaal van 2023 naar een stijging met 8,4 % in het vierde kwartaal van 2023, waardoor ze met 1,4 procentpunt bijdroeg tot de totale inflatie van dit kwartaal. Over het hele jaar 2023 droegen de bewerkte levensmiddelen met 2,2 procentpunt bij tot de totale inflatie.

    Na 8 kwartalen van opeenvolgende versnellingen van de inflatie kenden de diensten een eerste vertraging van de inflatie in het vierde kwartaal van 2023 (+6,1 % stijging, tegenover 6,7 % in het kwartaal ervoor). De diensten dragen aldus met 2,4 procentpunt bij aan de totale inflatie van het laatste kwartaal van 2023 en met 2,5 procentpunt aan de totale inflatie van het volledige jaar.

    De vierde productgroep, die van de niet-energetische industriële producten, kende een derde vertraging in de prijsstijgingen, van een stijging met 6,8 % in het eerste kwartaal van 2023 naar 3,6 % in het vierde kwartaal van 2023. De bijdrage van die productgroep tot de totale inflatie zakte daarmee 1,8 procentpunt in het eerste kwartaal van 2023 naar 0,9 procentpunt in het vierde kwartaal van 2023, een bijdrage van 1,4 procentpunt aan de totale inflatie van het volledige jaar 2023.

    Na een piek van 65,9 % in het eerste kwartaal van 2022 als gevolg van het Oekraïne-conflict kende de categorie van energieproducten een vertraging van haar inflatie in de loop van de volgende kwartalen, om dat in de negatieve zone te belangen in 2023. De inflatie daalde opnieuw in het vierde kwartaal van 2023 en kwam uit op 36,4 %. De bijdrage van die productcategorie tot de totale inflatie van het laatste kwartaal van 2023 is daarmee negatief (-5,6 procentpunt), waardoor de inflatoire druk verlicht werd die uitgeoefend werd door de andere productcategorieën. Zonder de energieproducten zou de inflatie van het vierde kwartaal 5 % bedragen hebben in plaats van -0,6 %. Over het hele jaar 2023 verminderden de energieproducten de totale inflatie met 4,2 procentpunt.

    Laatst bijgewerkt
    4 maart 2024