In december 2019 brak het coronavirus (Covid-19) voor het eerst uit in de Chinese stad Wuhan, in de provincie Hubei (in het centrum van China).

Op 18 maart 2020, bedroeg de officiële balans van de Wereldgezondheidsorganisatie 7.807 doden en 191.127 besmette personen. Buiten China neemt de verspreiding toe: verspreid over 159 landen zijn er 110.011 personen besmet, vooral in Italië (31.506) en Iran (16.169) waar een toename werd vastgesteld van respectievelijk 3.526 en 1.178 nieuwe gevallen ten opzichte van een dag eerder. Er vielen 4.576 doden buiten China (381 meer dan een dag eerder).  

Terwijl het aantal nieuwe geregistreerde gevallen in China aanzienlijk is gedaald, blijkt uit de balansen dat het aantal nieuwe geregistreerde gevallen in de rest van de wereld sinds 26 februari hoger ligt dan in China. Op 18 maart waren er geen gevallen in China en 12.016 nieuwe gevallen in de rest van de wereld. In de Europese Unie wordt vooral Italië fors getroffen, met op 18 maart 31.506 positieve gevallen en (met een oudere bevolking) 2.503 mensen die overleden aan de gevolgen van het virus. In België testten, volgens de laatste gegevens van de FOD Volksgezondheid (19 maart, 11.30 u.), 1.795 patiënten positief.

Is de impact van het virus al voelbaar voor de Belgische economie?

De economische impact zal zich op meerdere fronten laten voelen. Door de opgelegde sluitingen, om de verspreiding van het virus in te dijken, zijn heel wat sectoren sterk getroffen, waaronder de detailhandel, vrijetijdsbesteding, toerisme, horeca, transport en evenementen. Daarbij komt, ongeacht de sector, de sluiting van bedrijven die geen telewerk kunnen voorzien en waar het niet mogelijk is om de maatregel van social distancing te respecteren.

Bovendien zal de grote openheid van België en de sterke verwevenheid van ons land in de wereldeconomie de economische weerslag van het virus in ons land versterken. Enerzijds staat de directe handel van goederen en diensten tussen besmette gebieden en België onder druk. Hoewel de transportsector actief blijft, valt het maritiem en luchttransport toch fors terug. Bedrijven uit verschillende sectoren hebben te maken met een afgenomen vraag of toeleveringsproblemen, zo blijkt onder meer uit enquêtes door sectorfederaties Agoria en Fevia. Anderzijds is er ook een watervaleffect via onze uitgesproken integratie in de mondiale waardenketens: wanneer de economische activiteit elders vertraagt, sijpelt dat, eventueel via tussenschakels, ook door naar ons land.

Op de arbeidsmarkt worden bedrijven geconfronteerd met meerdere uitdagingen: enerzijds wordt telewerk, waar mogelijk, de norm. Ondernemingen die geen telewerk kunnen voorzien, moeten de regels van social distancing respecteren, anders moeten zij sluiten. Anderzijds kunnen Belgische bedrijven ook te kampen krijgen met problemen op het vlak van personeelsbezetting als hun personeelsleden getroffen worden door het virus.

De eerste voorspellingen van de Nationale Bank van België (NBB) over de economische groei in het kader van haar "business cycle monitor" wijzen op een vertraging van de bbp-groei gaande van 0,4 % op kwartaalbasis in het laatste kwartaal van 2019 tot 0,2 % in het eerste kwartaal van 2020. In die context zou de groei van de particuliere en de overheidsconsumptie bestendigd blijven, terwijl de groei van de bedrijfs- en residentiële investeringen zou vertragen en de bijdrage van de netto-uitvoer aan de groei van het bbp negatief zou blijven.

Hoewel de negatieve impact van de verspreiding van het coronavirus op de groei in het eerste kwartaal beperkt lijkt, zou het effect in het tweede kwartaal aanzienlijker kunnen worden. Zowel de terugvallende vraag als aan aanbodzijde de verstoringen in de wereldwijde bevoorradingsketens die leiden tot productieonderbrekingen, zullen de economische gevolgen aanscherpen.

Hoe sterk is België verankerd in de wereldeconomie?

De Belgische buitenlandse handel focust zich traditioneel vooral op de landen van de Europese Unie, met Duitsland, Frankrijk en Nederland als belangrijkste handelspartners. De Chinese economie heeft eerder een minder uitgesproken invloed op de Belgische: de totale finale vraag uit China is immers goed voor 1,9 % van de Belgische toegevoegde waarde. Die 1,9 % kan opgesplitst worden in 1,5 % die voorkomt uit de Chinese binnenlandse vraag en 0,4 % die voorkomt uit de door China verder uitgevoerde producten.

Ter vergelijking, de Franse finale vraag is goed voor 6,2 % van de Belgische toegevoegde waarde, de Duitse vraag voor 5,6 % en de Nederlandse vraag voor 4,0 %. Italië, momenteel zelf hard getroffen door het virus, genereert 2,4 % van onze toegevoegde waarde.

Die cijfers illustreren de kwetsbaarheid van de open Belgische economie, door zijn grote verwevenheid in de mondiale waardeketen. Wanneer de economische impact van het virus (door een stilvallende productie of door handel met China of met een ander besmet land) doordringt bij onze belangrijkste handelspartners, zal ook de Belgische economie snel de negatieve gevolgen ondervinden.

Een aantal Belgische ondernemingen kunnen ook directe effecten ondervinden via hun handel met China. De Chinese markt was in 2019 goed voor 1,8 % van onze goederenuitvoer, terwijl de invoer uit China 2,8 % van de totale Belgische goedereninvoer bedroeg. Onze handelsbalans ten opzichte van China vertoont nog steeds een tekort. België voerde de afgelopen vijf jaar voornamelijk volgende producten uit naar China:

  • producten van de chemische en van de aanverwante industrieën (36 %)
  • machines, toestellen en elektrotechnisch materieel (14 %) en
  • kunststof en werken daarvan en rubber en werken daarvan (10 %)

De invoer uit China bestond de laatste vijf jaar voor de helft uit de categorieën

  • machines, toestellen en elektrotechnisch materieel (31 %)
  • producten van de chemische en van de aanverwante industrieën (13 %)
  • diverse goederen en producten (o.a. meubels, verlichting & speelgoed) (10 %)

Ook de handel tussen België en andere besmette gebieden kan onder druk komen te staan. Italië vormt een belangrijke handelspartner: wat betreft invoer bevindt het land zich op de 7e plaats, met vooral

  • producten van de chemische en van de aanverwante industrieën (37 %)
  • machines, toestellen en elektrotechnisch materieel (17 %)
  • vervoersmaterieel (11 %).

Op het vlak van uitvoer staat Italië 6e, met onder meer

  • producten van de chemische en van de aanverwante industrieën (36 %)
  • onedele metalen en werken daarvan (12 %)
  • kunststof en werken daarvan; rubber en werken daarvan (11 %)

Wat weten we over de economische impact in China?

Tot nog toe is de economische weerslag, via een vraag- én aanbodschok, vooral voelbaar in China zelf. Net als bij de SARS-epidemie (negatieve impact op het bbp van 2003 van 1,05 procentpunt) zal ook het coronavirus de groei van de Chinese economie op korte termijn neerwaarts beïnvloeden.

Het spreekt voor zich dat de private consumptie-uitgaven (transport, vrije tijd en kleinhandel) getroffen worden tijdens het eerste kwartaal van 2020. Ook de industriële activiteit, onder meer de productie van auto’s en onderdelen ervan (heel wat internationale autoproducenten bevinden zich in Wuhan), hardware, elektrische apparatuur… viel in bepaalde Chinese provincies haast volledig stil.

Uit de eerste cijfers van de PMI (Purchasing Managers Index) voor februari 2020 blijkt dat de coronaepidemie een sterke weerslag had op de Chinese industrie, door verminderde productievolumes en verstoringen in de bevoorradingsketen. De negatieve gevolgen zijn naar verwachting weliswaar tijdelijk, aangezien de bedrijven verwachten dat de productie snel zal worden hervat zodra de beperkingen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zijn opgeheven.

Het is moeilijk om, op dit ogenblik, de impact van het coronavirus op het Chinese bbp in 2020 te schatten. Volgens verschillende scenario’s van The Economist Intelligence Unit, zou de jaar-op-jaar-groei van het bbp van China in 2020 omwille van het coronavirus uitkomen tussen de 4,5 en 5,7 %, en niet op de eerder geschatte 5,9 %. Volgens de recentste vooruitzichten van de OESO voor 2020 (2 maart 2020) zal de groei van China 4,9 % bedragen, een daling met 0,8 procentpunt ten opzichte van de vooruitzichten van november 2019.

Kan het virus de wereldeconomie impacteren?

Er worden wereldwijd beperkende maatregelen opgelegd om de verspreiding van het coronavirus af te remmen. Dat zal ongetwijfeld een impact hebben op de wereldeconomie. Bovendien groeide China, waar het virus uitbrak en dat economisch sterk geraakt werd, de afgelopen decennia uit tot een belangrijke economische wereldspeler.

De Chinese economie werd de 2e grootste mondiale economie (met een aandeel van 15,8 % in het wereldwijde bbp (berekeningen FOD Economie op basis van World Bank Data) en een marktaandeel van 12,8 % in de wereldwijde goederenuitvoer (gegevens Unctad)), met een sterke verwevenheid in de mondiale waardenketen. De verspreiding van het virus in andere geografische zones zal leiden tot bijkomende economische verstoringen.

Het is echter nog te vroeg om de neerwaartse gevolgen van de corona-epidemie op de wereldeconomie te meten. De Wereldbank kondigde wel al aan dat ze haar groeiverwachtingen naar beneden zal herzien. Oxford Economics herziet de wereldwijde bbp-groei voor het jaar 2020 naar 2,3 % (afname van 0,2 procentpunt (Financial Times), het laagste groeipeil sinds de financiële crisis van 2008-2009, en corrigeert ook de voorspelde groei van de eurozone voor 2020 met 0,2 procentpunt (tot 0,8 %). Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wijst erop dat de verspreiding van het virus het herstel van de wereldeconomie in gevaar kan brengen.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verwacht momenteel dat de wereldwijde bbp-groei slechts 2,4 % zal bedragen in 2020, 0,5 procentpunt lager dan haar vorige prognose. De neerwaartse herziening van de groei was groter voor de eurozone (-0,3 procentpunt) dan voor de Verenigde Staten (-0,1 procentpunt). De OESO waarschuwde echter voor een nog slechter scenario als de epidemie zou verergeren. Het verlies van een half procentpunt is immers gebaseerd op de veronderstelling dat "de epidemiepiek in China in het eerste kwartaal van 2020 zal worden bereikt en dat in andere landen de epidemie gematigder en beperkter zal blijken te zijn". Een meer aanhoudende epidemie, die zich op grote schaal zou verspreiden in Azië-Pacific, Europa en Noord-Amerika, zou de wereldwijde groei dit jaar kunnen halveren, waarschuwt de organisatie. De United Nations Conference on Trade and Development (Unctad) schat dat de wereldwijde uitvoer van 2020 met 2 % zal dalen. De Europese Unie wordt daarbij sterk getroffen.

De financiële markten, de wisselkoersen en noteringen van grondstoffen zijn momenteel eveneens opnieuw onderhevig aan sterke schommelingen ten gevolge van het coronavirus, al is die impact mogelijk van korte duur. Door de afnemende Chinese vraag daalde ook de wereldwijde olieprijs (Brent oil). Doordat de Europese economie nauwer dan de Amerikaanse economie verbonden is met de Chinese, staat de euro sterker onder druk dan de dollar.

De analyse werd afgesloten op 19 maart 2020

De FOD Economie volgt, aan de hand van officiële statistieken, de economische ontwikkelingen van het coronavirus van nabij op en werkt die analyse frequent bij.

Laatst bijgewerkt
23 maart 2020