In december 2019 brak het coronavirus (COVID-19) voor het eerst uit in de Chinese stad Wuhan, in de provincie Hubei (in het centrum van China). De aanhoudende verspreiding geeft aan dat Amerika als continent, in november, het middelpunt is van de pandemie (42,3 % van de gevallen), gevolgd door Europa (26,6 % van de gevallen) terwijl Zuidoost-Azië naar de derde plaats zakte (19,3 % van de gevallen). Individueel gezien, registreren de Verenigde Staten, gevolgd door India en Brazilië, het hoogste aantal besmette personen. In Europa zijn Rusland, Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Duitsland en Polen de meest getroffen Europese landen.

Op 9 november 2020 bedroeg de officiële balans van de Wereldgezondheidsorganisatie 1.254.567 doden en 50.266.033 besmette personen. Buiten China neemt de verspreiding toe: verspreid over 195 landen zijn er 50.173.791 personen besmet, vooral in de Verenigde Staten (9.763.730), India (8.553.657), Brazilië (5.653.561) en Rusland (1.796.132). In West-Europa sloeg de pandemie vooral toe in Frankrijk (1.752.980), Spanje (1.328.832), het Verenigd Koninkrijk (1.192.017), Italië (935.104) en Duitsland (671.868) waar een toename werd vastgesteld van respectievelijk 38.619, 0, 20.572, 32.614 en 13.363 nieuwe gevallen in 24 uur . Er vielen 1.249.819 doden buiten China (8.311 meer in 24 uur).

Terwijl het aantal nieuwe geregistreerde gevallen in China aanzienlijk is gedaald, blijkt uit de balansen dat het aantal nieuwe geregistreerde gevallen per dag sinds 26 februari in de rest van de wereld hoger ligt dan in China. Op 9 november waren er in totaal 677.759 nieuwe gevallen in de rest van de wereld en 47 gevallen in China. In de Europese Unie worden, zoals reeds vermeld, vooral Frankrijk, Spanje en Italië (met een oudere populatie) fors getroffen, met op 9 november respectievelijk 40.119, 38.833 en 41.394 mensen die overleden waren aan de gevolgen van het virus.

België onderscheidt zich echter met een veel hoger aantal doden per miljoen inwoners (1.145), waar Spanje, Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten op 9 november respectievelijk 832, 620, 684 en 792 doden telden en India (93) en China (3) opvallend minder. In België testten, volgens de laatste gegevens van de FOD Volksgezondheid (10 november), 503.182 patiënten positief. Het aantal nieuwe gevallen per dag, dat sinds het begin van de herfst opnieuw stijgt, blijft hoog, ondanks een vertraging de laatste dagen. Het gemiddelde aantal nieuwe gevallen per dag (van de laatste 7 dagen, van 31 oktober tot 6 november) ligt nog steeds hoog, en bedraagt 8.422 (tegenover 15.269 voorheen), een daling van -46 %. Het aantal nieuwe ziekenhuisopnames (voor de periode 3 tot 9 november) bedroeg op zijn beurt gemiddeld 573,3 per dag (tegenover 665,7 voordien), een afname van -14 %.

De impact van het virus op de Belgische economie

De economische impact laat zich voelen via meerdere kanalen. Door de opgelegde sluitingen van handelszaken en fysieke winkels en andere noodmaatregelen, om de verspreiding van het virus in te dijken, worden heel wat sectoren waaronder de detailhandel, vrijetijdsbesteding, toerisme, horeca, transport en evenementen sterk getroffen. Daarbovenop komen ook de niet-essentiële bedrijven die geen telewerk kunnen voorzien en waar het niet mogelijk is om de fysieke afstand te respecteren. Hoewel alle sectoren gemiddeld negatief worden beïnvloed, brengt de daling van de verkoop of de stopzetting van de verkoop door een gebrek aan e-commerce, bedrijven en zelfstandigen in gevaar, in het bijzonder de kleinste structuren die niet over voldoende cashflow beschikken om een dergelijke aanhoudende crisis het hoofd te bieden.

Volgens de recentste enquête (publicatie 26 oktober) van de Economic Risk Management Group (ERMG) ramen Belgische ondernemingen (rekening houdend met de grootte van de ondernemingen en met de toegevoegde waarde van de sectoren) hun omzet nog steeds 14 % lager dan normaal. Het omzetherstel is sinds augustus dus stilgevallen. Bovendien werd de enquête gevoerd voor de tweede lockdown die opnieuw leidde tot de sluiting van niet-essentiële winkels (enkel cafés en restaurants waren reeds recent gesloten). Er wordt bijgevolg verwacht dat de omzet in november opnieuw sterk zal terugvallen. Bij de enquête gaf bijna één onderneming op twee aan dat zij een tweede lockdown enkel kunnen overleven met steunmaatregelen van de overheid.

De voorlopige omzetcijfers op basis van de btw-aangiften (Statbel) voor het tweede kwartaal van 2020 wijzen op een daling van de totale Belgische omzet van bijna 20 % ten opzichte van dezelfde periode in 2019. De sterkst getroffen sectoren zijn

  • de reisbureaus, -organisatoren e.d. (NACE 79)
  • de horeca (NACE 55-56)
  • de luchtvaart (NACE 51)
  • de cultuursector (NACE 90 en 93)

met afnames van de omzet van 55 tot meer dan 85 % in het tweede kwartaal van 2020 ten opzichte van die periode in 2019. Bepaalde sectoren zagen hun omzet daarentegen stijgen, zoals bijvoorbeeld de verkoop op afstand, postdiensten en vervoer over water.

Uit een enquête van de Nationale Bank van België in samenwerking met het Microsoft Innovation Center, die gehouden werd van 14 juli tot 21 juli (dus voor de heropflakkering van het aantal besmettingen en de daaropvolgende maatregelen), blijkt dat de gezinsconsumptie nog niet hersteld is tot het niveau van voor de lockdown. Van de deelnemers aan de enquête gaf 68 % immers te kennen dat ze zich minder vaak naar winkels begaven, terwijl 20 % verklaarde er helemaal niet meer heen te gaan. Bovendien meldt de helft van de ondervraagden dat ze minder hebben uitgegeven dan voordien. De uitgavencategorieën die lager liggen dan vóór de lockdown zijn vooral te vinden in de recreatie (bioscoop, theater, enz.), de horeca en de kleding en dat voor meer dan de helft van de respondenten; het gaat dus om uitgaven in de bedrijfstakken die het hardst werden getroffen door de beperkende maatregelen. De daling van de consumptie-uitgaven lijkt hoofdzakelijk samen te hangen met de gezondheidsmaatregelen en de vrees voor de epidemie.

Behalve met een daling van de consumptie-uitgaven en de investeringen (vraagschok) krijgen bedrijven uit verschillende sectoren eveneens te maken met een verstoring van het aanbod (toeleveringsproblemen, voorraadtekort, liquiditeitsproblemen), zo blijkt onder meer uit enquêtes door sectorfederaties.

Voor de buitenlandse handel staat de directe handel van goederen en diensten tussen besmette gebieden en België onder druk. Onze buitenlandse handel focust zich traditioneel vooral op de landen van de Europese Unie, in het bijzonder Duitsland, Frankrijk en Nederland. Maar ook Italië, het sterkst getroffen Europese land, vormt een belangrijke handelspartner: voor invoer bevindt het land zich op de 7e plaats, met vooral

  • producten van de chemische en van de aanverwante industrieën (37 %)
  • machines, toestellen en elektrotechnisch materieel (17 %)  
  • vervoersmaterieel (11 %)

Op het vlak van uitvoer staat Italië 6e, met onder meer

  • producten van de chemische en van de aanverwante industrieën (36 %)
  • onedele metalen en werken daarvan (12 %)
  • kunststof en werken daarvan; rubber en werken daarvan (11 %)

De uitgesproken integratie van de Belgische economie in de mondiale waardenketens ligt ook aan de oorsprong van een watervaleffect: wanneer de groei van de economische activiteit elders vertraagt, sijpelt dit, eventueel via tussenschakels, ook door naar ons land. De Franse finale vraag is bijvoorbeeld goed voor 6,2 % van de Belgische toegevoegde waarde, de Duitse vraag voor 5,6 % en de Nederlandse vraag voor 4,0 %. Italië, momenteel zelf hard getroffen door het virus, genereert 2,4 % van onze toegevoegde waarde, terwijl de totale finale vraag uit China goed is voor 1,9 % van de Belgische toegevoegde waarde.

Op de arbeidsmarkt worden bedrijven geconfronteerd met meerdere uitdagingen op het vlak van arbeidsorganisatie. Enerzijds wordt telewerken waar mogelijk de regel, anderzijds kan er een afname van het personeel volgen wanneer het personeel besmet raakt.

Sinds februari kunnen Belgische bedrijven die getroffen zijn door COVID-19 een beroep doen op het systeem van tijdelijke werkloosheid. Volgens de gegevens van de RVA van 5 oktober over de maand september, hebben 29.982 werkgevers een dergelijk verzoek ingediend, wat neerkomt op een potentieel totaal van 165.785 werknemers. Volgende sectoren dienden het hoogste aantal aanvragen voor tijdelijke werkloosheid in, ten opzichte van het totaal aantal aanvragen:

  • diensten in verband met gebouwen; landschapsverzorging (NACE 81) (10,7 %)
  • de eet- en drinkgelegenheden (NACE 56) (9,5 %)
  • de detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen (NACE 47) (7,0 %)

De ramingen van het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) van 29 oktober voor het derde kwartaal van 2020 wijzen op een stevige groei van het bbp van 10,7 % ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020. In vergelijking met het derde kwartaal van 2019 is het bbp met 5,2 % afgenomen. De uitsplitsing per bedrijfstak laat een sterke stijging zien van de toegevoegde waarde in de bouw (+18 %), de verwerkende nijverheid (+12 %) en de dienstensector (+9,9 %) in vergelijking met het tweede kwartaal van 2020.

Terwijl de negatieve impact van de verspreiding van het coronavirus op de economische groei in het eerste kwartaal relatief beperkt bleef, heeft de daling van de vraag en van het aanbod, door verstoringen in de mondiale toeleveringsketens, de economische gevolgen vanaf het tweede kwartaal versterkt. De index van de aankoopmanagers (Purchasing Managers Index (PMI) van IHS Markit) voor de totale activiteit in de eurozone geeft een sterke indicatie van een bijkomende vertraging van de bedrijvigheid, met een daling tot 50,4 in september (tegenover 51,9 in augustus en 54,9 in juli). Hoewel de industriesector zich opnieuw lijkt te herpakken, met een index die stijgt naar 53,7 na 51,7 in augustus, verzwakt de dienstensector de groei in de eurozone, met een daling van de index naar 48,0 (tegenover 50,5 in augustus en 54,7 in juli).

Volgens de Business Cycle Monitor van september 2020 zou de bbp-kwartaalgroei van België naar verwachting met 8 % moeten heropleven in het derde kwartaal van 2020, na een daling van respectievelijk 3,5 % en 12,1 % in de eerste twee kwartalen.

Het Federaal Planbureau voorziet in zijn prognoses van 10 september 2020 een krimp van het bbp voor de Belgische economie van -7,4 % voor 2020 in plaats van de in juni geraamde -10,6 % in de Economische Begroting (INR, 5 juni 2020). In 2021 zou het bbp naar verwachting met 6,5 % groeien (tegenover +8,2 % volgens de vorige raming van juni). Dat scenario is gebaseerd op de veronderstelling dat het herstel van de activiteit in België en in het buitenland niet in gevaar wordt gebracht door nieuwe inperkingsmaatregelen die zouden worden opgelegd door een heropleving van de pandemie.

Van haar kant ontwikkelt de OESO in haar Economic Outlook van 10 juni 2020 een tweeledig scenario, waarvan het eerste overeenkomt met een situatie waarin het virus verder afneemt en onder controle blijft, en het tweede met een tweede golf van snelle besmetting later in 2020. In het eerste scenario zou het Belgische bbp in 2020 met 8,9 % krimpen (tegenover -11,9 % in het tweede scenario) en in 2021 opnieuw een groei van 6,4 % vertonen (tegenover +3,4 % in het tweede scenario).

De Europese Commissie wijst er in haar landenspecifieke aanbevelingen op dat de activering van de algemene ontsnappingsclausule het tijdelijk mogelijk maakt om af te wijken van het aanpassingstraject in de richting van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn. Dat moet onze overheid de ruimte geven om de pandemie doeltreffend aan te pakken (o.a. door de veerkracht van het gezondheidsstelsel te versterken), de economie te stimuleren en herstel te ondersteunen. Om de economische schade te beperken en het herstel te bevorderen moet het investeringsapparaat worden aangewakkerd: mature publieke investeringsprojecten (met focus op een digitale en groene transitie) kunnen worden vervroegd en private investeringen worden aangemoedigd.

Hoe het virus de mondiale economie raakt

China, waar de epidemie uitbrak, werd als eerste land economisch sterk geraakt door het coronavirus. Het land groeide de afgelopen decennia uit tot een belangrijke economische wereldspeler waardoor het land sterk verweven raakte in de globale waardenketens. China werd de 2e grootste mondiale economie met een aandeel van 15,8 % in het wereldwijde bbp (berekeningen FOD Economie op basis van World Bank Data) en een marktaandeel van 12,8 % in de wereldwijde goederenuitvoer (gegevens Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling - Unctad). Cijfers van de PMI index wijzen echter op een herstel van de economische situatie in China: de gegevens van de verwerkende nijverheid (General Manufacturing PMI) voor september (53 vergeleken met 53,1 in augustus) bevestigen de voortzetting van het herstel en een verbetering van de productieomstandigheden. Verder bereikte de PMI index voor de diensten (China General Services PMI Index) 54,8 in september, tegenover 54,0 in augustus, een vijfde opeenvolgende maandelijkse stijging van de productie van de dienstensector.

De economische weerslag bleef echter niet beperkt tot China. Als gevolg van het exponentiële verloop van het aantal besmettingen in andere geografische gebieden, zijn er maatregelen genomen om deze ongekende wereldwijde gezondheids-, economische en menselijke crisis aan te pakken.

De Economist Intelligence Unit (juli 2020) verwacht een heropleving van het bbp in de Verenigde Staten in het derde kwartaal van 2020 met +13,3 % (na -31,4 % in het tweede kwartaal). Wat onze belangrijkste Europese handelspartners betreft, wordt voor het derde kwartaal van 2020 een groei van het bbp verwacht van +4,1 % voor Duitsland (na -8,4 % in het tweede kwartaal), +11,5 % voor Italië (na -15 %) en +12,6 % voor Frankrijk (na -15,5 %).

Het is echter nog te vroeg om exact de neerwaartse gevolgen van de pandemie op de wereldeconomie te meten. Er blijft immers nog heel wat onzekerheid over zowel de duur als de amplitude van de crisis, net als over het effect van de genomen maatregelen. Het IMF voorziet (13 oktober 2020) in 2020 een daling van de mondiale bbp-groei (-4,4 %), wat minder uitgesproken in de eurozone (-8,3 %), gelijkaardig aan de VS (-4,3 %) maar in fors contrast met de positieve groei in China (+1,9 %).

Mc Kinsey & Oxford Economics herzagen (6 juli 2020) de wereldwijde bbp-groei voor het jaar 2020 naar -3,5 % volgens het beste scenario (snelle en doeltreffende controle over de verspreiding van het virus, gedeeltelijk doeltreffende economische interventies, terugkeer van de economische groei) en naar -9,7 % volgens het slechtste scenario (heropleving van het virus, zwakke economische groei op lange termijn ontoereikend voor een volledig economisch herstel, ondoeltreffende economische interventies). De groei van de eurozone werd herzien naar respectievelijk -5,4 % en -13,5 %. In de Verenigde Staten zou de economische groei volgens het eerste scenario -3,5% bedragen en -11,3 % volgens het tweede, voor China wordt de groei geraamd op +0,1 % in het beste scenario en -5,1 % in het slechtste.

De Europese Commissie (november 2020) van haar kant schat dat de COVID-19-crisis in 2020 een zeer aanzienlijke negatieve economische impact zal hebben op de EU en de eurozone. Die zal leiden tot een daling van het reële bbp van de EU (-7,4 %) en van de eurozone (-7,8 %). Voor 2021 voorspelt de Europese Commissie daarentegen een heropleving van +4,1 % voor de EU en +4,2 % voor de eurozone.

Volgens de economische vooruitzichten van de OESO van 16 september 2020 zal de mondiale economische activiteit in 2020 krimpen (-4,5 %) om zich in 2021 te herstellen (+5,0 %). Het bbp van de eurozone zal met 7,9 % afnemen, alvorens opnieuw te stijgen tot +5,1 % in 2021. De verwachte dalingen voor Frankrijk (-9,5 %) en Italië (-10,5 %) in 2020 zijn ernstiger dan voor de Duitse economie (-4,6 %). Anderzijds zullen Frankrijk en Italië in 2021 een grotere stijging van hun bbp (+5,8 % en +5,4 %) laten optekenen dan Duitsland (+4,6 %). Voor de Verenigde Staten verwacht de OESO een afname van het bbp met 3,8 % in 2020 en een heropleving met 4,0 % in 2021. Voor China blijven de groeiverwachtingen positief: +1,8 % in 2020 en +8 % in 2021.

De analyse werd afgesloten op 10 november 2020

De FOD Economie volgt, aan de hand van officiële statistieken, de economische ontwikkelingen door het coronavirus van nabij op, en werkt die analyse frequent bij.

Laatst bijgewerkt
24 november 2020