Table of Contents

    Afname van het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames

    Het coronavirus (COVID-19) deed zijn intrede in december 2019 in de Chinese stad Wuhan, gelegen in de provincie Hubei (centrum van China).

    De huidige verspreiding van het coronavirus (Covid-19), in februari  2022, wijst erop dat de belangrijkste  besmettingshaarden van de pandemie zich bevinden in:

    • Europa als geheel (37 % van de gevallen)
    • Amerika (35 %)
    • Zuidoost-Azië (13 % van de gevallen)

    De analyse van de evolutie van de besmettingen leidt tot de volgende vaststellingen:

    • Sinds de vaccins beschikbaar zijn, richtten de meeste landen vaccinatiecampagnes in, die nog steeds aan de gang zijn.
    • Op 16 februari 2022 had in Belgïe 79,8 % (64,2 % op 6 juli 2021) van de totale bevolking en 89,7 % (79,3 % op 6 juli 2021) van 18 jaar en ouder al ten minste één dosis van het vaccin gekregen. Anderzijds is 78,0 % (36,2 % op 6 juli 2021) van de totale bevolking en 88,8 % (45,2 % op 6 juli) van de bevolking van 18 jaar en ouder volledig gevaccineerd.
    • Volgens de gegevens van de FOD Volksgezondheid op 16 februari 2022 daalde het gemiddelde aantal nieuwe gevallen per dag (van de laatste 7 dagen, van 6 tot 12 februari 2022), en bedroeg dat 14.822 (tegenover 27.338 voordien), dat is een daling van 46 %. Het aantal nieuwe hospitalisaties (tijdens de periode van 9 tot 15 februari) bedroeg gemiddeld 260,3 per dag (tegenover 325,7 voordien), dat is een daling van 20 %.

    Economische verspreidingskanalen

    De uitgesproken integratie van de Belgische economie in de mondiale waardeketens ligt ook aan de oorsprong van een watervaleffect. Elke economische vertraging in China of de Verenigde Staten wordt immers onrechtstreeks ook aan ons land doorgegeven via de daling van de vraag in de voornoemde economieën. De Franse finale vraag is bijvoorbeeld goed voor 6,3 % van de Belgische toegevoegde waarde, de Duitse vraag voor 5,8 % en de Nederlandse vraag voor 4,4 %. Het Verenigd Koninkrijk, dat hard getroffen is door het virus, genereert 3,6 % van onze toegevoegde waarde en Italië 2,7 %, terwijl de totale finale vraag uit China goed is voor 1,9 % van de Belgische toegevoegde waarde, met 4,5 % voor de Verenigde Staten en 0,6 % voor Rusland.

    Naast de daling van de consumptie- en investeringsuitgaven (vraagschok) worden de ondernemingen van verschillende sectoren op korte termijn  geconfronteerd met verstoringen van het aanbod (toeleveringsproblemen, voorraadtekorten, liquiditeitsproblemen, schaarste aan arbeidskrachten).

    Op langere termijn hangt de impact op de productiviteit af van de omvang en de doeltreffendheid van de reallocaties tussen sectoren en ondernemingen en van de veranderingen in de organisatie van de productie.

    Als maatregelen om de verspreiding van het virus in te dijken, noemen we op de eerste plaats de opgelegde sluitingen van handelszaken en fysieke winkels en andere noodmaatregelen waardoor de detailhandel, de vrijetijdsbesteding, het toerisme, de horeca, het transport en de evenementen werden getroffen. Daarbovenop komen ook, ongeacht de sectoren, de niet-essentiële bedrijven die niet in telewerk kunnen voorzien en waar het niet mogelijk is om de fysieke afstand te respecteren. Niettemin hebben de steunmaatregelen het inkomensverlies en de vernietiging van banen beperkt.

    In de eerste drie kwartalen van 2021 overschrijdt de totale omzet het niveau van vóór de crisis

    Tijdens de eerste drie kwartalen van 2020 daalde de omzet van de btw-plichtige ondernemingen met 10,3 % ten opzichte van het jaar ervoor.

    Met een globale stijging van de omzet met 5,2 % tijdens de eerste drie kwartalen van 2021 ten opzichte van 2019 is 2021 het jaar van het economische herstel.

    Uit de analyse van de 12 sectoren die samen marktdiensten vormen, blijkt dat 7 sectoren in de eerste drie kwartalen van 2021 nog niet zijn teruggekeerd naar de omzetniveaus van voor de crisis. De evenementensector (RR) en Horeca (II) werden in 2020 bijzonder hard getroffen en blijven dat ook in 2021. De omzet van de bouwnijverheid lag in de eerste drie kwartalen van 2021 8,9 % boven het niveau van 2019, na een lichte daling van 3,4 % in 2020.

    De omzet van de industrie heeft in de eerste drie kwartalen van 2021 haar niveau van vóór de crisis overtroffen (+3,6 % ten opzichte van 2019), nadat ze in 2020 hard was getroffen (-13,5 % ten opzichte van 2019).

    Van de 13 sectoren die samen de industrie vormen, is de omzet voor 4 ervan nog niet teruggekeerd naar het niveau van voor de crisis, waaronder sectoren die technologieën gebruiken die in Azië geproduceerd worden, zoals halfgeleiders, die momenteel met leveringsproblemen kampen.

    Bedrijfsinvesteringen in de eerste drie kwartelen van 2021 gestegen

    Door  de coronacrisis daalden  de investeringen volgens de btw-aangiften globaal met 11,5 % tussen de eerste drie kwartalen van 2019 en die van 2020. Alle grote bedrijfstakken hadden hun investeringen beperkt.

    Voor de eerste drie kwartalen van 2021 bracht het economische herstel het investeringspeil boven het peil van voor de crisis  in 2019 (+2,7 %). De investeringen daarentegen waren afgenomen in het derde kwartaal van 2021 vergeleken met het kwartaal ervoor. Niet alle sectoren investeerden echter even veel als voor de crisis, zoals de sectoren die nog steeds zwaar getroffen werden, met name de horeca (-18 % ten opzichte van de eerste drie kwartalen van 2019) en de evenementensector (-15 % ten opzichte van de eerste drie kwartalen van 2019).

    Economisch herstel, bevoorradingsproblemen en energiekosten

    Het economische herstel dat in 2021 is ingezet, wordt al enkele maanden gehinderd door toeleveringsproblemen, personeelstekort en sterk stijgende energieprijzen. De aanbodbeperkingen komen tot uiting in de snel stijgende inflatie, die in september 2021 begon en in januari 2022 7,59 % bereikte, dat is het hoogste niveau sinds augustus 1983. De energieprijsinflatie bedroeg in januari 60,86 % en droeg volgens Statbel 4,97 procentpunten bij aan de totale inflatie. De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 2,98 % in januari 2022. Die inflatiestijging zal de economische activiteit in de komende maanden waarschijnlijk verzwakken, zowel doordat de consumptie van de huishoudens wordt afgeremd als doordat de manoeuvreerruimte van de ondernemingen, en met name van de energie-intensieve ondernemingen, wordt beperkt.

    Leveringsproblemen zijn het gevolg van verschillende dynamieken. In de eerste plaats maakte de plotselinge stijging van de vraag, die gepaard ging met de versterking van de economische activiteit, het voor de ondernemingen moeilijk om hun productiemiddelen na een lange periode van stilstand weer op gang te brengen. Ten tweede is de samenstelling van de vraag veranderd door de crisis, waarbij de consumptie van goederen is toegenomen ten koste van de consumptie van diensten, aldus de Nationale Bank van België (NBB). Tenslotte hebben de sanitaire maatregelen de economische activiteit afgeremd, zowel bij de productie als bij het vervoer van goederen. Zo is de goederenstroom in de havens vertraagd, wat heeft geleid tot knelpunten en een tekort aan beschikbare containers. Als gevolg daarvan is de prijs van het goederenvervoer gestegen, terwijl de beschikbaarheid van sommige inputs is verminderd.

    Het personeelstekort is voor sommige sectoren al langer een probleem, zoals blijkt uit de laatste enquête van de Economic Risk Management Group (ERMG) en de Nationale Bank, die in oktober 2021 is gepubliceerd. 57 % van de bevraagde bedrijven zag een personeelstekort als een reden die hun vermogen om de productie weer op gang te brengen, beperkt. Die tekorten zouden hebben geleid tot een daling van de productie met 5 % in de maand die aan de enquête voorafging.

    De gas- en elektriciteitsprijzen op de groothandelsmarkten zijn vanaf de tweede helft van 2021 explosief gestegen.

    Door het economisch herstel - eerst in Azië en vervolgens in Europa - is de vraag naar aardgas voor allerlei doeleinden gestegen, of het nu gaat om de productie van goederen, diensten of elektriciteit, terwijl de weersomstandigheden gas voor verwarming nodig maakten. Het aanbod werd echter beperkt door logistieke factoren (onderhoud van gasopslaginstallaties, vervoer van vloeibaar aardgas van verder weg) of geopolitieke factoren (spanningen tussen Oekraïne en Rusland die een invloed hebben op het opstarten van de NordStream 2-pijplijn). Nu de vraag duidelijk groter is dan het aanbod, hebben de gasprijzen op de groothandelsmarkten zich hersteld.

    Om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen, is de infrastructuur voor de opwekking van elektriciteit met gas- en kolengestookte centrales massaal opnieuw in gebruik genomen. Dat heeft geleid tot druk op de vraag naar gas en druk op de emissieprijs per ton CO2 in het kader van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) voor vervuilende opwekkingsinfrastructuur. Als gevolg daarvan ontstond een zichzelf in stand houdende cirkel tussen stijgende gas- en elektriciteitsprijzen. Het aanbod van elektriciteit was des te beperkter omdat hernieuwbare energiebronnen - zonne- en windenergie - niet goed presteerden als gevolg van ongunstige weersomstandigheden. De vraag die het aanbod overtreft, in combinatie met de hogere productiekosten, heeft de elektriciteitsprijzen in Europa dan ook opgedreven. 

    Goederenhandel in het derde kwartaal van 2021 toegenomen

    Tussen 2019 en 2020 daalde de Belgische invoer en uitvoer van goederen in waarde met respectievelijk 7 % en 10 %. Volgens het Instituut voor de Nationale Rekeningen  (INR, nationaal concept) nam de buitenlandse handel in het derde kwartaal van 2021 toe(+33 % op jaarbasis en +23,6% op twee jaar) als gevolg van de toename van de uitvoer intra-EU (+27,4 % op jaarbasis en +20,9 % op twee jaar). Onze handel in goederen is voornamelijk op de interne markt gericht, met name op Duitsland, Frankrijk en Nederland. In 2020 waren de uitvoer en de invoer intra-EU goed voor respectievelijk 63 % en 67 % van onze handel.

    Hetzelfde geldt voor de invoer, die in het derde kwartaal van 2021 steeg (+23,7 % op jaarbasis  en +14,1% op twee jaar). Dat resultaat is te danken aan de stijging van de invoer binnen de EU (+19,9 % op jaarbasis en +14,3 % op twee jaar) en de invoer buiten de EU (+32 % op jaarbasis en +13,8% op twee jaar).

    Het coronavirus heeft voor sommige productcategorieën ernstige gevolgen gehad voor de uitvoer en/of de invoer. De producten van de chemische industrieën,  die een groot deel van onze handel uitmaken, hebben in het derde kwartaal van 2021 een sterke herstel opgetekend. Anderzijds vertoonden het vervoermaterieel een negatieve groei zowel over een als over twee jaar, zowel aan de invoerzijde (-5 % en -22 %) als aan de uitvoerzijde (-9 % en -14 %).

    Versterking van de ondernemingsdynamiek in november 2021

    Het aantal btw-plichtige bedrijven is in november 2021 met 0,4 % gestegen ten opzichte van oktober 2021 en met 4,1% ten opzichte van november 2020. Die toename van het aantal ondernemingen is het resultaat van een groter aantal oprichtingen (8.617, +10,3 % op jaarbasis) dan stopzettingen (4.594, +12,6 % op jaarbasis). In de vorige maand daalden zowel de oprichtingen als het aantal stopzettingen op jaarbasis. De ondernemingsdynamiek is eind 2021 dus versterkt ten opzichte van het voorgaande jaar.

    Tussen augustus en oktober 2021 lag het aantal oprichtingen van btw-plichtige bedrijven namelijk lager dan in de overeenkomstige maand van het voorgaande jaar. Het aantal stopzettingen nam daarentegen toe, behalve in oktober.

    Herstel van de groei van de werkgelegenheid bijna wijdverbreid

    Terwijl het aantal werkenden volgens het INR in 2018 en in 2019 jaarlijks met respectievelijk 1,5 en met 1,6% was toegenomen, stak het coronavirus een stokje voor die dynamiek. In weerwil van de economische en gezondheidscrisis zijn er in 2020 slechts weinig banen verloren gegaan: de beroepsbevolking is op jaarbasis immers met slechts 0,02 % gedaald.

    Herstel van de groei van de werkgelegenheid bijna wijdverbreid

    Terwijl het aantal werkenden volgens het INR in 2018 en in 2019 jaarlijks met respectievelijk 1,5 en met 1,6% was toegenomen, stak het coronavirus een stokje voor die dynamiek. In weerwil van de economische en gezondheidscrisis zijn er in 2020 slechts weinig banen verloren gegaan: de beroepsbevolking is op jaarbasis immers met slechts 0,02 % gedaald. Van de 38 bedrijfstakken van de Europese nomenclatuur van de economische bedrijvigheid noteerden er 16 een daling van het aantal werknemers, zoals de vervaardiging van elektrische apparatuur (-8,2 % ten opzichte van het jaar ervoor) en de horeca (-7,6 % ten opzichte van het jaar ervoor).

    De ontwikkeling van het volume van de door werknemers gewerkte uren (INR) vertoont in 2018 en 2019 een vergelijkbaar profiel als dat van het aantal werknemers (+1,6 % en +1,4 %). Evenwel daalt het totale arbeidsvolume van de werknemers in 2020 (-8,5 %) naar -41,0 % in de horeca en -15,4 % in de vervaardiging van elektrische apparatuur. In het derde kwartaal van 2021 nam het aantal werknemers toe met 0,6 % ten opzichte van het kwartaal ervoor en met 2,4 % ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het aantal werknemers nam vooral toe op kwartaalbasis bij de handel en vervoer en horeca (+1,6%), terwijl de werknemers daalden in de financiële activiteiten en verzekeringen (-0,5 %). Op jaarbasis nam het aantal werknemers het sterkst toe bij de vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten en de administratieve en ondersteunende activiteiten (+5,1 %), terwijl de grootste afname van werknemers was voor de financiële activiteiten en verzekeringen (-1,1 %).

    Uit een vergelijking met de overeenkomstige periode twee jaar later blijkt dat de werkgelegenheidssituatie in het derde kwartaal van 2021 positiever is (+1,9 %). Slechts twee sectoren vertonen nog een daling van de werkgelegenheid:

      • financiële activiteiten en verzekeringen (-3,1 %)
      • industrie, winning van delfstoffen en overige (-0,1 %)

    Voor de arbeidsmarkt tonen de resultaten van de enquête over arbeidskrachten (EAK) voor het jaar 2020 dat de COVID-19-crisis een eerder beperkte impact had op de werkgelegenheid uitgedrukt in aantal werkende personen: de tewerkstellingsgraad van de 20-64-jarigen daalde van 65,3 % in 2019 naar 64,7 % in 2020, terwijl de werkloosheidsgraad licht toename van 5,4 % in 2019 naar 5,6 % in 2020. In het derde kwartaal van 2021 steeg de tewerkstellingsgraad tot 71,7 %, tegen 70,5 % in het vorige kwartaal (70,2 % op jaarbasis en 70,7 % op twee jaar). De werkloosheidsgraad steeg van 6,2 % in het tweede kwartaal tot 6,5 % (6,5% op jaarbasis en 5,4 % op twee jaar).  Er moet worden opgemerkt dat vanaf 2001 personen in tijdelijke werkloosheid voor langer dan drie maanden niet meer bij de werkenden gerekend mogen worden, maar bij de werklozen of inactieven.

    In het derde kwartaal van 2021 is de niet vervulde vraag naar arbeid toegenomen. Toen waren er 196.227 vacatures bij Belgische ondernemingen, tegenover 172.437 in het tweede kwartaal van 2021 en 131.378 in het derde kwartaal van 2020, wat neerkomt op een stijging van respectievelijk 14 % en 49 %. In vergelijking met het derde kwartaal van 2020 is de vacaturegraad vooral gestegen in de sector accommodatie en maaltijden (+6,1 procentpunten), bouwnijverheid (+4,1 procentpunten) en kunst, amusement en recreatie (+3,2 procentpunten). Daarentegen is de vacaturegraad bij de overheid licht gedaald (-0,1 procentpunt).

    Na tussen maart en oktober 2021 te zijn gedaald, is het aantal tijdelijke werkloosheidsclaims van werknemers bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) in november opnieuw gestegen. De stijging heeft zich vanaf november zowel bij de werkgevers als bij de werknemers voortgezet. Het aantal aanvragen in januari 2022 (56.434 werkgevers voor 310.032 werknemers) was sinds mei 2021 niet meer zo hoog geweest (62.088 werkgevers voor 316.001 werknemers). De volgende activiteiten vertegenwoordigen de sectoren met het hoogste aantal tijdelijke werkloosheidsclaims als percentage van het totale aantal claims in januari 2022:

    • diensten in verband met gebouwen; landschapsverzorging (NACE 81) (18,86 %)
    • eet-en drinkgelegenheden (NACE 56) (7,38 %)
    • gespecialiseerde bouwwerkzaamheden (NACE 43) (5,83 %)

    Aanhoudende groei van de industriële bedrijvigheid

    Na het herstel dat in januari 2021 is ingezet (+7,0 %), versnelde de productiegroei van de verwerkende industrie op jaarbasis in heel 2021 om in juni een hoogtepunt te bereiken (+36,5  %).

    In december 2021 (voorlopige resultaten) steeg de productiegroei van de verwerkende industrie met 14,4 % op jaarbasis, na in dezelfde periode in 2020 te zijn gekrompen (-4,5 %).  Die ontwikkeling is vooral te danken aan de sterke stijging op jaarbasis van de productie van consumptiegoederen (+51,7 %), terwijl de productie van investeringsgoederen (-9 %) en intermediaire goederen (-0,2 %) daalde.

    Evolutie van het BBP: onze economie is terug op het niveau van voor de crisis

    Het reële bruto binnenlands product (bbp) is in het vierde kwartaal van 2021 met 0,5 % gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal en met 5,6 % ten opzichte van het vierde kwartaal van 2020. Voor het eerst sinds het begin van de COVID-19-pandemie is de economische activiteit teruggekeerd naar het niveau van vóór de crisis en heeft dat niveau zelfs licht overschreden in het derde kwartaal. In vergelijking met het vorige kwartaal is de toegevoegde waarde toegenomen in de industrie (+3,3 %) en de dienstensector (+0,3 %), terwijl de activiteit is afgenomen in de bouwnijverheid (-0,6 %).

    Prognoses voor het bbp

    De verschillende instellingen (IMF, OESO, EC, FPB) stelden de meeste van hun groeiprognoses voor 2022 naar omlaag bij, met name door de onzekerheid in verband met de COVID-19-pandemie, de opflakkering van de inflatie, de spanningen in de bevoorradingsketens.

    Deze analyse werd afgesloten op 24 februari 2022. Het gaat om de laatste analyse van de economische impact van de coronapandemie door de FOD Economie.

    Laatst bijgewerkt
    28 maart 2022