Alle informatie die u in onze brexit FAQ's voor ondernemingen vindt, is gebaseerd op het perspectief van een harde brexit, d.w.z. zonder uitstapakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie.

Wij vragen elke ondernemer om de Brexit Impact Scan te doen. Zo weet hij snel op welke domeinen van zijn onderneming de brexit waarschijnlijk invloed zal hebben en krijgt hij advies over hoe hij daarmee om moet gaan.

Doe de Brexit Impact Scan

Onderstaande informatie is een aanvulling op de Brexit Impact Scan.

Ja, producten zijn bij in- en uitvoer onderworpen aan douaneprocedures en bepaalde producten moeten gecontroleerd worden door het FAVV bij invoer en uitvoer

Bron: http://www.favv-afsca.fgov.be/brexit/nl/algemeen/faq/

Als het gaat om Belgische rijbewijzen, is er geen probleem: die blijven erkend in het VK ook na de brexit.

Als het gaat om een Brits rijbewijs zal dat in België erkend zijn krachtens de Conventie van Wenen over het Wegverkeer, maar kan het ook , onder welbepaalde voorwaarden, omgewisseld worden voor een Belgisch rijbewijs.

Zodra je 185 dagen in België ingeschreven bent, moet je houder zijn van een Belgisch of een Europees rijbewijs

Het goederenvervoer voor rekening van derden van / naar / door het Verenigd Koninkrijk blijft tot 31/07/2020 verder toegelaten onder dekking van een communautaire vervoersvergunning, zelfs wanneer het Verenigd Koninkrijk  op 31 oktober 2019 de Europese Unie zonder akkoord zou verlaten. Er gelden wel beperkingen qua cabotage. In het VK blijven de cabotagemogelijkheden dezelfde als voorheen.

Vervoerondernemingen hoeven dus voorlopig geen ECMT-vergunningen aan te vragen om vervoer naar het Verenigd Koninkrijk te verrichten.

Wanneer het Verenigd Koninkrijk op 31 oktober 2019 de Europese Unie zou verlaten zonder akkoord, zullen de autocarreizen onder het regime van de Interbus-overeenkomst vallen.  Dit houdt in dat quasi al het ongeregeld vervoer verder zal kunnen verricht worden onder dekking van een communautaire vervoersvergunning.  In de plaats van het EU-reisblad zal dan echter gebruik moeten worden gemaakt van het Interbus-reisblad.

Bron: https://mobilit.belgium.be/nl/brexit

  • Getuigschrift van vakbekwaamheid voor wegvervoerondernemers/vervoersmanagers: Overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder d), artikel 4, lid 1, en artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 moeten natuurlijke personen die het beroep van wegvervoerondernemer in de EU uitoefenen en vervoersmanagers die in dienst zijn van een onderneming die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefent in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid dat is afgegeven door de autoriteiten van een EU-lidstaat of door instanties die daar door een EU-lidstaat naar behoren toe zijn gemachtigd. Bij een no deal brexit zijn getuigschriften van vakbekwaamheid die zijn afgegeven door een instantie van het Verenigd Koninkrijk of een door het Verenigd Koninkrijk gemachtigde instantie niet langer geldig in de EU-27.
  • Bestuurdersattest voor chauffeurs uit derde landen: Op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt internationaal goederenvervoer uitgevoerd onder dekking van een communautaire vergunning, in combinatie met een bestuurdersattest indien de bestuurder een onderdaan van een derde land is. Bij een no deal brexit moeten bestuurders die onderdaan zijn van het Verenigd Koninkrijk maar geen langdurig ingezetene van de EU zijn in de zin van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad en die in dienst zijn van een EU vervoerder met een communautaire vergunning, over een bestuurdersattest beschikken. Overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt dit bestuurdersattest afgegeven door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat van vestiging van de vervoerder.

Overeenkomstig richtlijn 2003/59/EG dienen bestuurders van een vrachtwagen (categorieën C1, C1E, C en CE) of een bus/autocar (categorieën D1, D1E, D en DE) in de EU houder te zijn van een bewijs van vakbekwaamheid. Deze verplichting geldt voor alle bestuurders die wonen en werken in de EU, maar ook voor bestuurders uit derde landen die werken in de EU.

EU-burgers behalen de basiskwalificatie in de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben. De nascholing wordt gevolgd in de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft of in de lidstaat waar hij werkt. Bestuurders uit derde landen behalen de basiskwalificatie in de lidstaat waar zij een werkvergunning hebben gekregen.

Het bewijs van vakbekwaamheid wordt uitgereikt onder de vorm van Uniecode 95, vermeld op het rijbewijs of op een kwalificatiekaart.

Bestuurders van derde landen die in de EU werken, verkrijgen code 95 op het bestuurdersattest voor vrachtvervoer of op het daartoe bestemde certificaat voor personenvervoer.

Vanaf de terugtrekkingsdatum zijn bewijzen van vakbekwaamheid of getuigschriften van nascholing die zijn afgegeven door het Verenigd Koninkrijk niet langer geldig in de EU-27. Met ingang van de terugtrekkingsdatum zullen bestuurders die onderdaan zijn van het Verenigd Koninkrijk maar in dienst zijn van een onderneming die in de Unie is gevestigd of EU-onderdanen die hun woonplaats in het Verenigd Koninkrijk hebben maar in dienst zijn van een in de Unie gevestigde onderneming, de basiskwalificatie en de nascholing moeten voltooien in de lidstaat van de EU-27 waar hun werkgever is gevestigd.

Rijbewijs

Op grond van artikel 2 van Richtlijn 2006/126/EG worden door de EU-lidstaten afgegeven rijbewijzen onderling erkend. Met ingang van de terugtrekkingsdatum wordt een door het Verenigd Koninkrijk afgegeven rijbewijs niet langer door de lidstaten erkend op basis van die wetgeving. De erkenning van door derde landen afgegeven rijbewijzen wordt niet geregeld door het EU-recht, maar door het internationaal recht en door de nationale wetgeving van de lidstaten. In de lidstaten die partij zijn bij het Verdrag van Genève van 1949 nopens het wegverkeer is dat verdrag van toepassing.

Woonplaats van de vervoersmanager

Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 dient een onderneming die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefent een vervoersmanager aan te wijzen. Overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder c), van die verordening dient de vervoersmanager zijn woonplaats in de Unie te hebben. Bij een no deal brexit voldoen vervoersmanagers die hun woonplaats in het Verenigd Koninkrijk hebben en die voor een EU wegvervoerondernemer werken niet langer aan die voorwaarde. In de Unie gevestigde ondernemingen die uitsluitend een vervoersmanager in dienst hebben die woonachtig is in het Verenigd Koninkrijk kunnen in de EU-27 niet langer het beroep van wegvervoerondernemer uitoefenen.

De voorbereiding op de terugtrekking is niet alleen een zaak van de Unie en de nationale overheden, maar ook van bedrijven en burgers. Op de website van de Commissie (https://ec.europa.eu/transport/modes/road_en) over het wegvervoer staat algemene informatie over de regels voor wegvervoer in de Unie. Die webpagina's zullen zo nodig worden geactualiseerd.

Sinds 1 maart 2005 legt de EU de behandeling volgens de ISPM 15- norm en het ISPM 15- merkteken op voor de invoer van houten verpakkingsmateriaal uit derde landen

Deze norm legt op dat houten verpakkingsmateriaal dat bestemd is voor de internationale handel moet worden ontschorst en nadien moet worden onderworpen aan een thermische behandeling (HT: heat treated -56°C/30 minuten) door diëlektrische verwarming (DH) of door fumigatie met methylbromide (MB: methylbromide – deze behandeling is sinds 2010 niet meer toegelaten in de Europese Unie) om fytosanitaire risico's uit te sluiten.

De ISPM 15-norm vereist ook een merkteken op het houten verpakkingsmateriaal. Dit merk moet goed zichtbaar zijn en mag niet rood of oranje zijn. Het merkteken moet de volgende aanduidingen bevatten:

ISPM 15

 

Het logo van de IPPC (International Plant Protection Convention)

XX: de ISO-code van het land

000: het erkenningsnummer van het bedrijf dat is goedgekeurd door de NPPO (National Plant Protection Organization)

YY: de behandelingscode

Behandelingscode

 Type van behandeling

HT

Thermische

MB

behandeling Methylbromide

DH

Diëlektrische verwarming

Dit zijn de eisen voor de EU, het is nog niet bekend wat de eisen in het VK gaan zijn.

Bron: http://www.favv-afsca.be/exportderdelanden/planten/_documents/2017-06-12_berichtverpakkingshout_NL_Final_juin2017.pdf

Om een EU-exploitatievergunning te krijgen en te behouden en om gebruik te kunnen maken van luchtverkeersrechten binnen de EU, moeten luchtvaartmaatschappijen te allen tijde voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1008/2008 inzake luchtdiensten .

Die voorwaarden zijn, onder meer, dat de hoofdvestiging van de luchtvaartmaatschappij zich in een EU-lidstaat moet bevinden en dat lidstaten en/of ingezetenen van lidstaten meerderheidseigenaar van de luchtvaartmaatschappij moeten zijn en er daadwerkelijk controle over moeten uitoefenen. Wanneer de voorwaarden niet meer vervuld zijn omdat het Verenigd Koninkrijk een derde land wordt, is de exploitatievergunning niet meer geldig behalve indien er gebruik kan gemaakt worden van het gunstregime zoals vervat in Verordening (EU) n° 502/2019 waarbij een overgangsperiode van 6 maanden wordt verleend.

In het geval van een no-deal brexit zullen vanaf  de terugtrekkingsdatum zijn de exploitatievergunningen die door de burgerluchtvaartautoriteit van het Verenigd Koninkrijk aan luchtvaartmaatschappijen zijn afgegeven, geen geldige EU exploitatievergunningen meer.

Vanaf de terugtrekkingsdatum , en bij afwezigheid van een akkoord , valt het Verenigd Koninkrijk automatisch niet langer onder luchtvervoersovereenkomsten van de Unie, ongeacht of deze door de Unie alleen zijn gesloten (bijv. de luchtvervoersovereenkomst met Zwitserland) of gezamenlijk door de Unie en haar lidstaten (bijv. de luchtvervoersovereenkomst met de VS). Dit heeft met name gevolgen voor de toegang tot aanwijzingen/verkeersrechten en andere gebieden die onder die overeenkomsten vallen.

Luchtvaartmaatschappijen van de EU-lidstaten genieten niet langer verkeersrechten naar of van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk die door een derde land aan luchtvaartmaatschappijen uit de Unie zijn verleend uit hoofde van een luchtvervoersovereenkomst waarbij de Unie partij is. Op basis van die overeenkomsten verleende rechten met betrekking tot, onder meer, coöperatieve marktregelingen zoals leasing, intermodale diensten of operationele flexibiliteit, kunnen gevolgen ondervinden van de terugtrekking indien, en voor zover, zij worden uitgeoefend op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk of in samenhang met luchtvaartmaatschappijen van het Verenigd Koninkrijk.

Luchtvaartmaatschappijen van EU-lidstaten hebben niet langer toegang tot aanwijzingen/verkeersrechten die tot dusver beschikbaar waren uit hoofde van bilaterale luchtvervoersovereenkomsten tussen het Verenigd Koninkrijk en een derde land op grond van het door het desbetreffende derde land aanvaarde beginsel van EU-aanwijzing.

Luchtvaartmaatschappijen van de EU-lidstaten genieten niet langer verkeersrechten naar of van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk die door een derde land aan luchtvaartmaatschappijen uit de Unie zijn verleend uit hoofde van een luchtvervoersovereenkomst waarbij de Unie partij is. Op basis van die overeenkomsten verleende rechten met betrekking tot, onder meer, coöperatieve marktregelingen zoals leasing, intermodale diensten of operationele flexibiliteit, kunnen gevolgen ondervinden van de terugtrekking indien, en voor zover, zij worden uitgeoefend op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk of in samenhang met luchtvaartmaatschappijen van het Verenigd Koninkrijk.

Luchtvaartmaatschappijen van EU-lidstaten hebben niet langer toegang tot aanwijzingen/verkeersrechten die tot dusver beschikbaar waren uit hoofde van bilaterale luchtvervoersovereenkomsten tussen het Verenigd Koninkrijk en een derde land op grond van het door het desbetreffende derde land aanvaarde beginsel van EU-aanwijzing.

Luchtvaartmaatschappijen van landen die geen lidstaat van de EU zijn, hebben niet langer toegang tot verkeersrechten naar of van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, noch tot andere rechten die aan hun land zijn verleend uit hoofde van een luchtvervoersovereenkomst waarbij de Unie partij is.

Nadere informatie over luchtvaartcertificaten en -vergunningen en andere kwesties die verband houden met de veiligheid van de luchtvaart, met inbegrip van overeenkomsten inzake veiligheid van de luchtvaart, wordt bekendgemaakt op de website van het EASA: https://www.easa.europa.eu/brexit. De voorbereiding op de terugtrekking is niet alleen een zaak van de Unie en de nationale overheden, maar ook van bedrijven en burgers. Algemene informatie vindt u op de website van de Commissie over het luchtvervoer

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/aviation_safety_en.pdf

https://europa.eu/rapid/press-release_IP-18-6403_en.htm

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:52018DC0880&from=FR

 https://ec.europa.eu/transport/modes/air_en).

Die webpagina’s zullen zo nodig worden geactualiseerd.

Informations publiées par l’autorité du Royaume Uni.

https://mobilit.belgium.be/sites/default/files/DGLV/naa_brexit_letter_060219_email_version.pdf?language=nl

https://mobilit.belgium.be/sites/default/files/DGLV/naa_pack_eu_exit_february_2019_final.pdf?language=nl

https://www.gov.uk/guidance/air-services-from-the-eu-to-the-uk-in-the-event-of-no-deal

  • Scheepvaartdiensten binnen de Unie en verkeer met derde landen: in Verordening (EEG) nr. 4055/865 is het vrij verrichten van zeevervoerdiensten tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen vastgelegd wat betreft:  
    • "de onderdanen van de lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan in die van degene voor wie de diensten worden verricht"; en
    • "onderdanen van de lidstaten die buiten de Gemeenschap zijn gevestigd" of "scheepvaartondernemingen die buiten de Gemeenschap zijn gevestigd en worden gecontroleerd door onderdanen van een lidstaat, indien hun schepen in deze lidstaat zijn geregistreerd overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat."

Personen of ondernemingen die vanaf de terugtrekkingsdatum niet aan die criteria voldoen, kunnen zich niet langer op deze verordening beroepen, met name wat betreft de niet-discriminerende behandeling op het vlak van internationale zeevaartverbindingen.

  • Cabotage: volgens artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3577/928 is het verrichten van zeevervoerdiensten binnen lidstaten van de EU (cabotage in het zeevervoer) beperkt tot reders uit de Gemeenschap (zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van die verordening). Vanaf de terugtrekkingsdatum zal het niet langer mogelijk zijn om in overeenstemming met die verordening zeevervoerdiensten te verrichten als niet is voldaan aan de voorwaarden voor een reder uit de Gemeenschap, tenzij de nationale wetgeving toegang tot cabotage verleent aan schepen die onder de vlag van een derde land varen.

Bron : https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/maritime_transport_nl.pdf

  • Erkenning van organisaties: de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk heeft op zich geen invloed op de erkenning door de Commissie overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 391/2009 van de in artikel 2, onder c), van die verordening bedoelde organisaties. Volgens artikel 8 van Verordening (EG) nr. 391/2009 moeten erkende organisaties echter regelmatig (ten minste om de twee jaar) worden beoordeeld door de Commissie samen met de lidstaat die de erkenningsaanvraag van de desbetreffende organisatie oorspronkelijk heeft ingediend. Dat geldt ook voor organisaties die oorspronkelijk door de desbetreffende lidstaat zijn erkend en hun erkenning behouden op grond van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 391/2009. Vanaf de terugtrekkingsdatum zal het Verenigd Koninkrijk niet langer kunnen deelnemen aan de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 391/2009 uitgevoerde beoordelingen van organisaties die het oorspronkelijk heeft erkend. Wat die procedurele eis betreft, overweegt de Commissie de nodige gepaste stappen om beoordelingen in overeenstemming met de bepalingen van de verordening mogelijk te maken.
  • Controle door de havenstaat: in Richtlijn 2009/16/EG is het EU-systeem voor controle door de havenstaat vastgelegd. Volgens die richtlijn zijn de lidstaten verplicht om buitenlandse schepen in hun havens te laten controleren door met havenstaatcontrole belaste inspecteurs om te verifiëren dat de toestand van een schip en zijn uitrusting voldoen aan de voorschriften van de internationale overeenkomsten en dat het vaartuig wordt bemand en geëxploiteerd volgens het toepasselijke internationale recht. Volgens Richtlijn 2009/16/EG moet ook de naleving worden gecontroleerd van een aantal andere op het EU-recht gebaseerde voorschriften, waaronder de volgens Richtlijn 2009/20/EG verplichte verzekeringscertificaten. Hoewel de lidstaten van de EU-27 schepen uit het Verenigd Koninkrijk die havens in de EU aandoen, zullen blijven controleren, is het systeem voor havenstaatcontrole van Richtlijn 2009/16/EG vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. De betrekkingen inzake havenstaatcontrole tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU zullen worden geregeld door het Memorandum van overeenstemming van Parijs inzake toezicht op schepen door de havenstaat.
  • Exploitatie van passagiersschepen: volgens de artikelen 4, 5 en 6 van Richtlijn 1999/35/EG moeten als dusdanig in die richtlijn gedefinieerde staten van ontvangst verplichte inspecties uitvoeren om een veilige exploitatie te verzekeren van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen van of naar havens in de EU. Hoewel deze schepen onderworpen blijven aan dergelijke inspecties in de lidstaten van de EU-27 van waaruit zij actief zijn of waar zij naartoe varen, hoeft het Verenigd Koninkrijk vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer dergelijke onderzoeken overeenkomstig Richtlijn 1999/35/EG uit te voeren.
  • Veiligheid van vissersvaartuigen: volgens artikel 3, lid 5, van Richtlijn 97/70/EG moeten de lidstaten vissersvaartuigen die onder de vlag van een derde land varen, verbieden om dienst te doen in hun binnenwateren of territoriale wateren of om hun vangst in hun havens aan te landen, tenzij de administratie van hun vlaggenstaat heeft verklaard dat zij voldoen aan de in artikel 3, leden 1 tot en met 4, en artikel 5 van Richtlijn 97/70/EG bedoelde voorschriften, namelijk de technische bepalingen van die richtlijn. Bovendien moeten vissersvaartuigen die onder de vlag van een derde land varen, volgens artikel 7, lid 3, van Richtlijn 97/70/EG in havens van lidstaten worden gecontroleerd op de naleving van het Protocol van Torremolinos, zodra dat in werking is getreden.

Bron : https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/maritime_transport_nl.pdf

Wat verandert er op vlak van scheepvaart?

Het EU recht voorziet in een reeks rechten voor passagiers, onder andere voor passagiers van schepen. Deze rechten hebben betrekking op informatie, vergoeding en omleiding, compensatie, bijstand en zorg, verhaalrecht en speciale rechten voor personen met een handicap en met beperkte mobiliteit.

Vanaf de terugtrekkingsdatum zijn EU-passagiersrechten mogelijk niet langer van toepassing op reizen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, of kunnen deze worden beperkt.

Bron: https://mobilit.belgium.be/nl/brexit

Scheepspassagiersrechten in afwachting van brexit-regelgeving:

EU - passagiersrechten voor schepen blijven van toepassing waar

  • de inschepingshaven ligt in de EU-27 of;
  • de inschepingshaven zich in het Verenigd Koninkrijk bevindt; indien de inschepingshaven zich in de EU-27 bevindt en de dienst wordt geëxploiteerd door een op het grondgebied van een lidstaat gevestigde vervoerder die passagiersvervoerdiensten aanbiedt van of naar een lid Staat ("Union carrier").

Reizigers moeten zich ervan bewust zijn dat, afhankelijk van de gekozen vervoerder, EU-passagiersrechten mogelijk niet langer van toepassing zijn op reizen naar de EU.

Wat cruisepassagiers betreft, blijft de huidige EU-passagiersrechten van toepassing indien de inschepingshaven zich in een lidstaat bevindt.

Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee en de binnenwateren reizen, PB L 334 van 17.12.2010, p. 1.

Bron: https://mobilit.belgium.be/nl/brexit

De passagiersrechten kunnen niet langer toegepast worden op de vluchten uitgevoerd door een niet-Europese luchtvaartmaatschappij vertrekkend vanaf een Britse luchthaven en met een luchthaven in de EU als bestemming (volgens Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten).

  Deze Verordening blijft echter nog steeds van toepassing bij:

  • vluchten uitgevoerd door een communautaire luchtvaartmaatschappij die vertrekken vanop een luchthaven in het Verenigd Koninkrijk met als bestemming een luchthaven in de EU;
  • vluchten uitgevoerd door gelijk welke luchtvaartmaatschappij vanuit de EU naar een luchthaven in het Verenigd Koninkrijk.

Bron: https://mobilit.belgium.be/nl/brexit

Vanaf de dag dat het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat (“brexit”) zullen onderdanen van bepaalde landen die reizen vanuit een niet-Schengenland naar het Verenigd Koninkrijk via een Schengen-luchthaven een luchthaventransitvisum nodig hebben.

Voor meer informatie kan u de volgende website raadplegen:

https://dofi.ibz.be/sites/dvzoe/NL/Gidsvandeprocedures/Pages/Luchthaventransit.aspx  

Bron: https://mobilit.belgium.be/nl/brexit

Aangezien Britse onderdanen niet langer zullen worden beschouwd als Unieburgers na de terugtrekking, geniet u niet langer de faciliteiten die aan de grenzen worden aangeboden aan EU-onderdanen, de lidstaten van de Europese Economische Ruimte en Zwitserland (hierna 'burgers uit de EU/EER/CH') wat betreft het recht op vrij verkeer. U hebt meer bepaald niet langer het recht om gebruik te maken van de aparte gangen die zijn voorbehouden voor burgers uit de EU/EER/CH voor controles op de grensovergangen en u zult bij binnenkomst onderworpen worden aan een grondige controle van alle toegangsvoorwaarden waaraan de burgers van derde landen moeten voldoen.

De toegangscontroles zullen onder meer bestaan uit een controle op de volgende punten:

  • het bezit van een geldig reisdocument om de grens over te steken. De geldigheidsduur van het document mag niet langer zijn dan tien jaar en het document moet nog minstens drie maanden na de datum waarop u van plan bent het grondgebied van de lidstaten te verlaten, geldig blijven;
  • de duur van uw verblijf;
  • uw identiteit en uw nationaliteit, alsook de authenticiteit en geldigheid van het reisdocument waarmee u de grens mag oversteken, en meer bepaald of u in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd staat met het oog op weigering van toegang en met het oog op het opsporen van mogelijke bedreigingen voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de volksgezondheid en de internationale betrekkingen;
  • het doel (bijvoorbeeld toerisme of werk) en de geplande verblijfsomstandigheden (bijvoorbeeld accommodatie en binnenlandse verplaatsingen);
  • het bewijs dat u over voldoende bestaansmiddelen beschikt (zowel voor de duur van het geplande verblijf als voor de terugreis).

De controles bij vertrek bestaan onder meer uit een controle op de volgende punten:

  • het bezit van een geldig reisdocument om de buitengrens over te steken;
  • controle of u de maximale verblijfsduur op het grondgebied van de EU-lidstaten niet hebt overschreden;
  • de relevante databanken, op dezelfde manier als bij de toegangscontroles.

Onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die Brits staatsburger zijn, worden vrijgesteld van de visumplicht wanneer zij naar het grondgebied van de lidstaten reizen, op voorwaarde dat het Verenigd Koninkrijk volledige wederkerigheid op visumgebied toekent aan de onderdanen van alle EU-lidstaten.

Na binnenkomst mag de Brit in de Schengenzone visumvrij verblijven voor een periode van 90 dagen op 180 dagen. Indien hij in een EU-lidstaat langer dan 90 dagen wenst te verblijven, zal hij op basis van de nationaal geldende wetgeving een verblijfsrecht moeten aanvragen

Bron : https://dofi.ibz.be/sites/dvzoe/NL/Gidsvandeprocedures/Pages/brexit-No-deal.aspx

Om de EU binnen te reizen vanuit het Verenigd Koninkrijk na de brexit, moet een huisdier aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het moet een ingeplante identificatiechip hebben;
  • het moet gevaccineerd zijn tegen rabiës en minimaal drie maanden voor de binnenkomst in de EU een titreringstest op rabiësantilichamen hebben ondergaan;
  • het moet een specifiek gezondheidscertificaat hebben voor de binnenkomst van gezelschapsdieren op het grondgebied van de EU.

Bovendien moeten huisdieren verplicht de EU binnenkomen via een van de specifieke door de lidstaten aangeduide toegangspunten.

Luchtvaartpassagiers: Passagiers die reizen met een vliegtuigmaatschappij van de EU blijven beschermd door de Europese regelgeving bij vluchten van het VK naar de EU en van de EU naar het VK. Passagiers die met andere vliegtuigmaatschappijen reizen, zijn enkel beschermd wat betreft vluchten vanuit de EU naar het VK.

Vanaf de effectieve ingangsdatum van de brexit zullen bepaalde passagiers die van een niet-Europees land naar het Verenigd Koninkrijk reizen (en omgekeerd) via een Europese luchthaven in bepaalde gevallen een luchthaventransitvisum moeten aanvragen. Meer uitgebreide informatie vindt u op de volgende website:

https://dofi.ibz.be/sites/dvzoe/NL/Gidsvandeprocedures/Pages/Luchthaventransit.aspx

Bootpassagiers: U blijft beschermd door de Uniewetgeving wat betreft uw rechten op ferry's voor elke reis die begint of eindigt in een haven van de EU.

Buspassagiers: U blijft beschermd door de Uniewetgeving voor autobus- en touringcarreizen voor routes naar of van het VK, als u bent in- of uitgestapt in het VK, en als de geplande afstand van de reis minstens 250 km bedraagt.

Treinpassagiers: U blijft beschermd door de Uniewetgeving wat betreft de rechten voor treinpassagiers voor treindiensten binnen de EU, op voorwaarde dat de treinmaatschappij vergund is volgens de EU-regelgeving.

Voor onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die naar de EU gaan:

Als onderdaan van het Verenigd Koninkrijk hebt u niet langer het recht om gebruik te maken van de aparte gangen met de vermelding 'EU/EER/CH' op de grenspunten van de EU en zult u worden onderworpen aan extra controles, waar u niet toe verplicht was vóór het uittreden van het Verenigd Koninkrijk. De grenswachters kunnen u vragen om informatie te verstrekken, bijvoorbeeld over de duur en het doel van uw verblijf, en over uw bestaansmiddelen tijdens dat verblijf. U moet in het bezit zijn van een paspoort dat werd uitgereikt tijdens de tien jaar voorafgaand aan de datum van de reis en dat minstens drie maanden na de datum waarop u van plan bent de EU te verlaten, geldig blijft.

De Europese Unie heeft beslist dat de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk zonder visum in de EU kunnen reizen voor korte verblijven (dit wil zeggen verblijven van maximaal 90 dagen over een periode van 180 dagen), op voorwaarde dat het Verenigd Koninkrijk dezelfde regeling toepast op de burgers van alle EU-lidstaten. Er zal een stempel worden geplaatst op uw paspoort wanneer u de EU binnenkomt en wanneer u de EU verlaat, om u in staat te stellen die periode van 90 dagen zonder visum te berekenen.

Indien de Brit langer dan negentig dagen wenst te verblijven in een EU-lidstaat, zal betrokkene een verblijfsaanvraag moeten indienen volgens de in die lidstaat geldende wetgeving van toepassing op derdelanders.

Voor EU-onderdanen die naar het Verenigd Koninkrijk gaan:

Het Verenigd Koninkrijk heeft aangekondigd dat EU-burgers zonder visa naar het Verenigd Koninkrijk zouden kunnen reizen voor korte verblijven van maximaal drie maanden. Als EU-burger zou u dus de toelating hebben om naar het Verenigd Koninkrijk te reizen met uw paspoort of, voor het ogenblik, uw nationale identiteitskaart. Na 31 december 2020 zou het gebruik van identiteitskaarten niet langer mogelijk zijn. De Britse consulaire instanties van het land waar u woont, zijn het best geplaatst om u meer informatie te verstrekken.

Wanneer u van het Verenigd Koninkrijk naar de EU reist, moet u zich bewust zijn van het volgende:

  • Uw bagage en andere goederen zullen worden gecontroleerd door de douane. Het Verenigd Koninkrijk kan vergelijkbare eisen toepassen op EU-burgers die het Verenigd Koninkrijk binnenreizen.
  • Bepaalde goederen mag u niet invoeren in de EU, of slechts in beperkte hoeveelheden. Deze beperking geldt bijvoorbeeld voor producten van dierlijke oorsprong (zoals vlees, melk, ham of kaas), op contante bedragen van meer dan 10.000 euro, op bepaalde cultuurgoederen, op bepaalde planten en plantaardige producten, of op bepaalde dieren. Het is mogelijk dat vergelijkbare beperkingen van toepassing zijn op EU-burgers die naar het Verenigd Koninkrijk reizen.

Als u goederen in uw bagage of handbagage vervoert, hebt u recht op douanevrijstelling [dat wil zeggen dat de goederen zullen worden vrijgesteld van invoerrechten en van de belasting op de toegevoegde waarde (btw) en, indien van toepassing, van accijnzen]. Informatie over de betrokken goederen en de overeenkomstige vrijstellingen is beschikbaar op de website van de Europese Commissie

Als u een Brits rijbewijs hebt, raden we u bijgevolg aan om u tijdig voor te bereiden en vóór 31 oktober 2019 naar uw gemeente te gaan om uw Brits rijbewijs in te ruilen voor een Belgisch rijbewijs via een eenvoudige ruilprocedure. Ook na 31 oktober 2019 kunt u uw rijbewijs nog inruilen. Het inruilen van een niet-Europees rijbewijs neemt wel meer tijd in beslag, we raden u dus ten stelligste aan om uw rijbewijs vóór 31 oktober 2019 in te ruilen.

Nee, bij de ruil van het Britse rijbewijs zal dit door de Belgische gemeente worden bewaard.

Zolang het Britse rijbewijs wordt beschouwd als een EU-rijbewijs, kunt u in België rijden met uw Britse rijbewijs.

Zodra het Britse rijbewijs wordt beschouwd als een niet-EU-rijbewijs en zolang u niet in België bent ingeschreven, kunt u tijdens een zakenreis of vakantie in België rijden met uw nationale rijbewijs indien het conform een van deze modellen is.

Zodra u sinds 185 dagen in België bent ingeschreven, moet u houder zijn van een Belgisch of een Europees rijbewijs.

Goedervervoerders (80% van de zendingen in Zeebrugge zijn uitvoeren vanuit de EU27, vooral uit Centraal- en Oost-Europa) die vertrokken zullen zijn voor een eventuele no-deal op 31 oktober zullen geen uitvoerdocumenten kunnen opstellen bij vertrek, aangezien het VK tot dan nog steeds een EULS is. Vanaf 1/11 kunnen pas de juiste documenten worden opgesteld. Tijdens de gemeenschappelijke outreach-oefening door NL-FR_BE kan de aandacht hierop worden gevestigd;

De Contingency-verordening (loopt t.e.m. 31 juli 2020) vrijwaart de basisconnectiviteit inzake wegvervoer (goederenvervoer, geregeld personenvervoer , cabotage) tussen het VK en de EU op voorwaarde van reciprociteit. Na afloop van de termijn van de contingency-verordening zou men terugvallen op de ECMT-vergunningen. Meer informatie bevindt zich in de EU Notice to stakeholders inzake wegvervoer.

Op Belgisch federaal niveau analyseert men de mogelijkheid om de Belgische rechten aan te wenden op de ECMT-vervoersvergunningen (indien de contingency- verordening in werking treedt is er gedurende de looptijd van de verordening geen nood meer voor de ECMT-vergunningen).

De Contingency-verordening inzake luchtvaart stipuleert dat tot 24 oktober 2020  luchtvaartmaatschappijen met een Britse vergunning bepaalde luchtvervoersdiensten tussen het VK en de EU zullen kunnen blijven verrichten op voorwaarde van reciprociteit. Daarnaast krijgen de luchtvaartmaatschappijen 6 maanden de tijd vanaf de uitstap van het Verenigd Koninkrijk zonder een voorafgaand akkoord om te voldoen aan de eigendoms- en zeggenschapsvereisten (meerderheid van aandelen in handen van EU-actoren), mits bepaalde voorwaarden worden gerespecteerd (o.m. het voorleggen van een plan met corrigerende maatregelen binnen 2 weken na de inwerkintreding van de verordening). Dit allemaal op voorwaarde van reciprociteit van het VK;

De Contingency-verordening inzake luchtvaartveiligheid stipuleert dat geldige certificaten van Britse aangemelde instanties blijven gedurende een periode van 9 maanden geldig na de inwerkingtreding van de verordening op voorwaarde van reciprociteit van VK. Verver bevindt zich meer informatie in de Uitvoeringshandeling inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart, de Notices to stakeholders (o.m. omtrent luchtvaartveiligheid,) en de brexit-webpagina van EASA.

Wat verandert als ik de Eurostar wil nemen?

De Contingency-verordening voorziet dat vergunningen van Eurostar, Britse veiligheidscertificaten (A en B), vergunningen voor treinbestuurders geldig blijven gedurende 9 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening. Meer informatie bevindt zich in het Notice to stakeholders spoorvervoer. Sinds 30 maart beschikt Eurostar France, een dochteronderneming van Eurostar, over alle nodige vergunningen en certificaten om zijn activiteiten van passagiersvervoer per spoor voort te zetten, en dit in alle continuïteit.

Het personeel van de Eurostar die vóór het einde van de overgangsperiode in België actief waren, zijn vrijgesteld van inreisvisa of andere soortgelijke formaliteiten.

In het geval van een brexit zonder terugtrekkingsakkoord

Het personeel van de Eurostar is vrijgesteld van het aanvragen van een toelating tot arbeid bij het bevoegde Gewest. Mits aanmelding bij de gemeente waar zij hun hoofdactiviteit hebben om de nodige documenten af te halen, kunnen zij verder werken..

Maritiem vervoer

Er is een Contingency-verordening die ervoor zorgt dat Ierland verbonden blijft met het Europese vasteland door nieuwe zeeverbindingen tussen de Ierse havens en havens in België, Nederland en Frankrijk op te nemen in de kernnetwerkcorridor Noordzee-Middellandse zee. Meer informatie kan men terugvinden in de Notices to stakeholders (omtrent maritiem transport en inland waterways) en de Contingency-verordening inzake schipinspecties.

Ik ben visser. Wat gebeurt er voor mij?

Voor de vissers kan er in de praktijk een probleem zijn op vlak van beroepskwalificaties, omdat VK geen lid is van het STCW-F verdrag (Internationaal Verdrag betreffende de normen voor de bemanning van vissersvaartuigen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst ).

Veelgestelde vragen door ondernemingen over goederen en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over diensten en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over douane en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over intellectuele eigendom en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over vestiging en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over beroepsmobiliteit en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over Burgerlijk recht en de brexit

Laatst bijgewerkt
5 november 2019

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Ondernemingen

    Actieve deeleconomieplatforms in België

  2. Ondernemingen

    Welke verplichte informatie moet op de website van uw onderneming staan?

  3. Ondernemingen

    Overheidsopdrachten nu toegankelijker voor kmo’s!