Table of Contents

    De antwoorden op de vragen over de gevolgen van de brexit worden overgenomen uit verschillende nationale (federale, gewestelijke ...) en internationale bronnen. Zij hebben betrekking op de situatie na het einde van de overgangsperiode (vanaf 1 januari 2021). Ze zijn gebaseerd op het vooruitzicht van een brexit zonder akkoord (harde brexit of “no deal”). De FOD Economie stelt alles in het werk om de teksten van zijn website zo snel mogelijk aan te passen wanneer er iets verandert. Bij twijfel primeert de authentieke bron van de informatie. 

    Wat de uitkomst van de lopende onderhandelingen over een nieuw partnerschap met de Europese Unie ook is, het Verenigd Koninkrijk wordt een derde land. Dat resulteert in de toepassing van nieuwe regels.

    Het gevaar van een brexit zonder overeenkomst blijft bestaan.

    Vervoer over de weg

    Het goederenvervoer voor rekening van derden van/naar/door het Verenigd Koninkrijk blijft voorlopig verder toegelaten onder dekking van een communautaire vervoersvergunning. Ook het cabotagevervoer in het Verenigd Koninkrijk blijft toegelaten na 31 december 2020, en dat onder dezelfde voorwaarden als in de EU-Lidstaten.

    Dat geldt ook voor het reguliere personenvervoer.

    Na 31 december 2020 zullen de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde wegvervoerders echter niet langer over een communautaire vergunning beschikken. Zij zullen dus niet langer profiteren van de automatische toegangsrechten tot de eengemaakte markt die door een dergelijke vergunning worden verleend, met inbegrip van het recht van EU-ondernemers om in de hele Unie te reizen en goederen te vervoeren.

    Zonder overeenkomst tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk zullen vervoersondernemingen na 31 december 2020 dus een CEMT-vergunning (Europese Conferentie van Ministers van Verkeer) moeten aanvragen om vervoer van/naar het Verenigd Koninkrijk te mogen verrichten. De beperkte quota die er al zijn in het kader van het CEMT-mechanisme zullen beschikbaar zijn voor EU-operatoren voor reizen naar het Verenigd Koninkrijk en voor Britse operatoren voor reizen naar de EU.

    Wat het ongeregeld personenvervoer betreft zal het busvervoer onder de Interbusovereenkomst vallen. Dat houdt in dat quasi al het ongeregeld vervoer verder kan worden verricht onder dekking van een communautaire vervoersvergunning. Het EU-reisblad moet echter worden vervangen door het Interbus-reisblad.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 

    De Britse chauffeur moet eerst controleren of zijn getuigschrift van vakbekwaamheid in de Europese Unie geldig is. Na 31 december 2020 zijn de door het Verenigd Koninkrijk of een in het VK erkend opleidingscentrum verleende getuigschriften van vakbekwaamheid niet meer geldig in de EU27. Chauffeurs die:

    • Britse onderdanen zijn, maar in dienst van een in de Europese Unie gevestigde onderneming, of
    • EU-onderdanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, maar in dienst zijn van een in de EU gevestigde onderneming,

    zullen de opleiding voor beroepschauffeurs moeten volgen in de EU27-lidstaat waar het bedrijf dat hen in dienst heeft, gevestigd is. 

    Ook in het volgende cumulatieve geval moet de vrachtwagenchauffeur in het bezit zijn van een bestuurdersattest:

    • als hij een Brits onderdaan is zonder een langdurig ingezetene van de Europese Unie te zijn geweest in de zin van richtlijn 2003/109/EG van de Raad, en
    • als hij werkt voor een vervoerder uit de Europese Unie die in het bezit is van een communautaire vergunning.

    De Britse rijbewijzen blijven geldig in lidstaten die deelnemen aan het Verdrag van Wenen of van Genève inzake het wegverkeer. Als uw Britse werknemer echter in België woont, wordt hem aangeraden om vóór 31 december 2020 naar zijn gemeente te gaan om zijn Britse rijbewijs in te ruilen voor een Belgisch rijbewijs, via een eenvoudige inruilprocedure. Hierdoor vermijdt hij dat de termijn voor het inwisselen van niet-Europese rijbewijzen wordt verlengd. Vanaf 1 januari 2021 mogen houders van een Brits rijbewijs die 185 dagen of meer in een Belgische gemeente zijn ingeschreven alleen nog maar rijden met een Belgisch of Europees rijbewijs.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Nee, na 31 december 2020 zijn de getuigschriften van vakbekwaamheid die door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk of door het VK gemachtigde instanties zijn verleend, niet langer geldig in de EU-27.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Luchtvervoer

    Na 31 december 2020 zal het Verenigd Koninkrijk als een derde land worden beschouwd voor de Europese Unie. Bijgevolg zullen de luchtvaartbetrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie moeten worden geregeld in nieuwe overeenkomsten die tegen die datum moeten worden vastgelegd.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Ja, op voorwaarde dat er vóór 1 januari 2021 nieuwe overeenkomsten tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie en/of haar lidstaten in werking treden. De verkeersrechten die aan de luchtvaartmaatschappijen in het Verenigd Koninkrijk worden verleend, zijn afhankelijk van de inhoud van die overeenkomsten.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Dat zal afhangen van de overeenkomsten die na 31 december 2020 zullen gelden. Er bestaat een reëel risico dat de door Belgische maatschappijen geëxploiteerde luchtdiensten naar het Verenigd Koninkrijk beperkt blijven tot de luchtdiensten tussen België en het Verenigd Koninkrijk.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Om in het bezit te zijn van een geldige EU-exploitatievergunning moet een onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • haar hoofdvestiging hebben in een lidstaat van de Unie;
    • voor meer dan 50 % in handen zijn van lidstaten en/of onderdanen van lidstaten; en
    • effectief gecontroleerd worden door lidstaten en/of onderdanen van lidstaten.

    Indien niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan doordat het Verenigd Koninkrijk een derde land wordt, dan is de exploitatievergunning die door een bevoegde EU-autoriteit is verleend niet langer geldig.

    Bovendien zullen de exploitatievergunningen die door de Britse burgerluchtvaartautoriteit aan luchtvaartmaatschappijen worden verleend niet langer geldige EU-exploitatievergunning zijn na 31 december 2020.

    Bron: Europese Commissie

    De door de Britse autoriteiten verleende certificaten zullen vanaf 1 januari 2021 niet meer als zodanig worden erkend als dat niet is voorzien in een bilaterale overeenkomst met de Britten. De door de Britse autoriteiten verleende certificaten voldoen echter nog steeds aan de regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), zodat deze vliegtuigen zonder probleem tot het Europese luchtruim zullen worden toegelaten. Hetzelfde geldt voor vliegtuigen die het Britse luchtruim binnenkomen en waarvan de certificaten door België worden verleend via het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Ja, de Belgische luchtvaartmaatschappij moet ervoor zorgen dat haar luchtvaartpersoneel vanaf 1 januari 2020 aan de EU-certificeringseisen voldoet door certificaten die door het Verenigd Koninkrijk zijn verleend over te dragen aan een EU-autoriteit zoals de Belgische burgerluchtvaartautoriteit, zijnde het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

    Meer informatie over hoe u uw UKCAA-pilotenlicentie kunt overdragen naar een BCAA-licentie en hoe u uw UKCAA-maintenance engineerslicentie kunt overdragen naar een BCAA-licentie.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Zeevervoer

    Het recht van de Europese Unie voorziet in een reeks rechten voor passagiers, met inbegrip van scheepspassagiers. Die rechten hebben betrekking op

    • informatie;
    • terugbetaling en omboeking;
    • schadeloosstelling;
    • hulp en zorgverlening;
    • het recht op beroep; en
    • de bijzondere rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

    Na 31 december 2020 zullen de passagiersrechten van de EU mogelijk niet langer gelden voor reizen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, of worden ze mogelijk beperkt.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Na 31 december 2020 zal het Verenigd Koninkrijk als een derde land worden beschouwd voor de Europese Unie. Er zijn dus enkele wijzigingen nodig in het verrichten van diensten op het zeevervoer.

    Zeevervoer binnen de Unie en handel met derde landen

    In verordening (EEG) nr. 4055/86 is het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen vastgelegd:

    • 'onderdanen van lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan in die van degene voor wie de diensten worden verricht.'; en
    • 'onderdanen van lidstaten die buiten de Unie zijn gevestigd' en 'scheepvaartondernemingen die buiten de Unie zijn gevestigd en worden gecontroleerd door onderdanen van een lidstaat worden gecontroleerd, indien hun schepen in een lidstaat zijn geregistreerd overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat'.

    Personen en ondernemingen die na 31 december 2020 niet langer aan deze criteria voldoen, zullen niet langer van die verordening profiteren, met name wat betreft de niet-discriminerende behandeling van internationale zeeverbindingen.

    Cabotage

    Overeenkomstig artikel 1, lid 1, van verordening (EEG) nr. 3577/92 is de mogelijkheid om binnen de lidstaten van de EU zeevervoerdiensten te verrichten (cabotage in het zeevervoer) voorbehouden aan communautaire reders (zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van de verordening). Na 31 december 2020 zal wie niet voldoet aan de voorwaarden om als een communautaire reder te worden beschouwd geen zeevervoerdiensten mogen verrichten in het kader van deze verordening, tenzij de nationale wetgeving de toegang tot cabotage toestaat voor schepen die onder de vlag van een derde land varen.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk als zodanig heeft geen gevolgen voor de erkenningen die de Commissie overeenkomstig artikel 4 van verordening (EG) nr. 391/2009 heeft verleend aan organisaties in de zin van artikel 2, onder c), van die verordening. Overeenkomstig artikel 8 van verordening (EG) nr. 391/2009 moeten erkende organisaties echter regelmatig (ten minste om de twee jaar) door de Commissie worden beoordeeld, in samenwerking met de lidstaat die de betreffende erkenningsaanvraag heeft ingediend. Dat geldt ook voor organisaties die oorspronkelijk door de bevoegde lidstaat werden erkend en nu zijn erkend op grond van artikel 15 van verordening (EG) nr. 391/2009. Vanaf 1 januari 2021 zal het Verenigd Koninkrijk niet meer kunnen deelnemen aan de beoordelingen van de organisaties die oorspronkelijk door het VK werden erkend. Aangezien het om een substantiële vorm gaat, overweegt de Commissie de nodige en passende maatregelen te nemen om een beoordeling mogelijk te maken overeenkomstig de bepalingen van die verordening.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Krachtens richtlijn 2009/16/EG moeten de lidstaten buitenlandse schepen laten inspecteren door ambtenaren van de havenstaatcontrole om erop toe te zien dat de staat van de schepen en hun uitrusting voldoet aan de eisen van de internationale verdragen en dat de schepen worden bemand en geëxploiteerd in overeenstemming met het internationaal recht. Richtlijn 2009/16/EG voorziet ook in de controle op de naleving van een aantal op het recht van de Unie gebaseerde eisen, met name de controle van het krachtens richtlijn 2009/20/EG vereiste verzekeringscertificaat. Lidstaten van de EU-27 zullen schepen uit het VK die EU-havens aandoen, blijven controleren, maar het krachtens richtlijn 2009/16/EG ingestelde havenstaatcontrolesysteem zal vanaf 1 januari 2021 niet langer van toepassing zijn op het VK. De relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie inzake havenstaatcontrole zal worden geregeld in het Memorandum van Overeenstemming van Parijs inzake havenstaatcontrole.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6 van richtlijn 1999/35/EG van de Raad moeten de staten van ontvangst in de zin van de richtlijn verplichte inspecties uitvoeren om de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen van en naar EU-havens te waarborgen. Hoewel deze schepen onderworpen zullen blijven aan dergelijke inspecties in de EU27-lidstaten van waaruit of waarnaar zij varen, zal het Verenigd Koninkrijk vanaf 1 januari 2021 niet langer verplicht zijn de in richtlijn 1999/35/EG bedoelde inspecties uit te voeren.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Vanaf 1 januari 2021 zal het Verenigd Koninkrijk als een derde land worden beschouwd voor de Europese Unie. Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van richtlijn 97/70/EG verbieden de lidstaten de exploitatie van vissersvaartuigen die onder de vlag van een derde land varen in de territoriale wateren of binnenwateren van de lidstaten dienst te doen of hun vangst in een van de havens van de lidstaten aan te landen, tenzij de administratie van hun vlaggenstaat heeft verklaard dat zij voldoen aan de technische voorschriften van die richtlijn. Bovendien is in artikel 7, lid 3, van richtlijn 97/70/EG bepaald dat vissersvaartuigen die die onder de vlag van een derde staat varen, onderworpen aan controle door die lidstaat om na te gaan of zij voldoen aan het Protocol van Torremolinos, zodra dat in werking is getreden.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Spoorvervoer

    Vanaf 1 januari 2021 zal de Europese spoorwegwetgeving niet langer van toepassing zijn in het Verenigd Koninkrijk. Als gevolg daarvan zullen vergunningen voor spoorwegondernemingen, veiligheidscertificaten, machinistenvergunningen enzovoort die door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk zijn verleend, niet langer geldig zijn.

    Deze situatie heeft vooral betrekking op Eurostar, dat reeds de nodige maatregelen heeft genomen om elke onderbreking van zijn dienstverlening na de brexit te voorkomen, door op Frans grondgebied een nieuwe maatschappij op te richten die voldoet aan de eisen van de Europese spoorwegwetgeving.

    Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

    Of u nu zaken doet met het Verenigd Koninkrijk of niet, uw onderneming kan rechtstreeks of onrechtstreeks een weerslag van de brexit ondervinden. Daarom nodigen wij u uit om de Brexit Impact Scan te doen. Aan de hand van een paar eenvoudige vragen ontdekt u welke gebieden van uw activiteit een weerslag dreigen te ondervinden en krijgt u advies om daarmee om te gaan.

    Brexit Impact Scan

    De FOD Economie stelt alles in het werk om de teksten van zijn site zo snel mogelijk aan te passen wanneer er iets verandert. In geval van twijfel of verschil primeert informatie die door de authentieke bron gepubliceerd werd. Aarzel niet om ons via info.eco@economie.fgov.be op de hoogte te brengen van afwijkingen die u zou vaststellen.

    Veelgestelde vragen door ondernemingen over goederen en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over douane en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over intellectuele eigendom en de brexit  Veelgestelde vragen door ondernemingen over diensten en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over beroepsmobiliteit en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over Burgerlijk recht en de brexit Veelgestelde algemene vragen over de brexit

    Laatst bijgewerkt
    21 oktober 2020