Alle informatie die u in onze veelgestelde vragen over brexit voor ondernemingen vindt, is gebaseerd op het vooruitzicht van een harde brexit, d.w.z. zonder een terugtrekkingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie.

We nodigen elke ondernemer uit om de Brexit Impact Scan te doen. Op deze manier weet u als ondernemer snel  voor welke domeinen van uw bedrijf de brexit gevolgen kan hebben en krijgt u advies over hoe hiermee om te gaan.

Doe de Brexit Impact Scan

De onderstaande informatie is een aanvulling op de Brexit Impact Scan.

Het internationaal privaatrecht van de EU regelt dat uitspraken van een rechter in de ene lidstaat eenvoudig kunnen worden uitgevoerd in een andere lidstaat. Soms is daar een aanvullend verlof voor nodig. Dat heet een exequatur. Als er een uitspraak is gedaan voordat de brexit inging, en er is ook al een exequatur afgegeven, dan kan de uitspraak nog steeds in België ten uitvoer worden gelegd.

Anders is het als er wel al een uitspraak is, maar nog geen exequatur. Of als de uitspraak pas na de brexit wordt gedaan. Dan gelden de huidige EU-regels niet meer, want het VK is daar dan geen lid meer van. U kunt zich dan richten tot een gespecialiseerde advocaat die u kan adviseren over de te volgen procedure.

Bij een brexit met deal

Tijdens de overgangsperiode zal er niets veranderen. Na de overgangsperiode zal een nieuwe situatie ontstaan. De onderhandelingen over deze situatie starten na terugtrekking van het VK uit de EU.

Bij een brexit zonder deal

Ja. Voor lopende zaken blijft de Belgische rechter bevoegd.

Bevoegdheden bij een brexit met een deal

Tijdens de overgangsperiode zal er niets veranderen aan de bevoegdheid van de Belgische rechter. Na de overgangsperiode zal een nieuwe situatie ontstaan. De onderhandelingen over deze situatie starten na terugtrekking van het VK uit de EU.

Bevoegdheden bij een brexit zonder deal

Dat kan per geval verschillend zijn. In principe gelden dan niet meer de EU-regels voor internationale rechterlijke bevoegdheid. Het VK is immers geen lid meer van de EU. Maar in sommige gevallen is dat anders. Een advocaat die is gespecialiseerd in internationaal recht kan hierover uitsluitsel bieden.

Binnen de EU bepaalt de Rome I-verordening welk recht op een internationaal contract van toepassing is. Deze verordening geeft als hoofdregel dat het recht van het land dat partijen hebben gekozen van toepassing is. Hebben partijen geen afspraken gemaakt over het toepasselijke recht, dan bepaalt de Rome I-verordening hoe bekeken wordt welk recht van toepassing is.

Vergeten partijen te bepalen welk recht op het contract van toepassing is, dan kan nu nog steeds vrij eenvoudig op basis van de Rome I -verordening worden bepaald welk recht van toepassing is op een contract tussen een Belgische en een Britse onderneming.

Na de brexit wordt dit een stuk lastiger. Vanaf dat moment geldt de Rome I-verordening niet meer in het Verenigd Koninkrijk. Dat leidt tot onzekerheid. Start een Britse ondernemer een procedure bij de Britse rechter tegen een Belgische ondernemer, dan beoordeelt de Britse rechter welk recht van toepassing is op basis van het eigen internationaal privaatrecht.

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/civil-justice-qa_nl.pdf

Procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid

Artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken bevat de regels inzake internationale bevoegdheid in verzekeringszaken. Die regels bepalen de bevoegdheid van de gerechten van de EU voor verzekeraars met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat. Dit betekent dat vanaf de terugtrekkingsdatum de mogelijkheid om de verzekeraar uit het VK voor een gerecht van een EU-lidstaat te dagen, afhankelijk is van het nationale recht van die EU-lidstaat.

Procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid

Wanneer een consument een overeenkomst sluit met een verkoper in een ander land die zich met zijn commerciële activiteiten, ongeacht met welke middelen, richt op het land van verblijf van de consument, wordt de overeenkomst volgens het EU-recht in het algemeen beheerst door het recht van het land waar de consument zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Het is mogelijk om een ander recht te kiezen, maar die keuze mag er niet toe leiden dat de consument de bescherming verliest die hij geniet op grond van bepalingen van het recht van zijn gewone verblijfplaats waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken. Op grond daarvan zal de rechter in de EU de EU-regels inzake consumentenbescherming blijven toepassen, ook als de handelaar in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd.

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/consumer_protection_and_passenger_rights_nl.pdf

Met ingang van de terugtrekkingsdatum is de in artikel 29, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1215/2012 vastgestelde verplichting voor gerechten van de EU-27-lidstaten niet langer van toepassing ten aanzien van gerechten van het VK waarbij een zaak is aangebracht. Daarentegen wordt artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing op gerechten van het VK waarbij een zaak het eerst is aangebracht.

Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) zorgt ervoor dat, ongeacht het recht dat de partijen hebben gekozen of dat bij gebreke aan een rechtskeuze van toepassing is, consumenten met een gewone verblijfplaats in een EU-lidstaat de dwingende bescherming van dat recht genieten wanneer handelaars uit derde landen hun activiteiten daar op hen richten. Vanaf de terugtrekkingsdatum zal dit ook gelden ten aanzien van handelaars in het VK .

Deze kwestie wordt behandeld in de Kennisgeving: de EU-regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging zullen niet van toepassing zijn op een beslissing van een gerecht van het VK, ook niet wanneer de beslissing voor de terugtrekkingsdatum werd gegeven of de tenuitvoerleggingsprocedure voor de terugtrekkingsdatum werd ingeleid. De enige uitzondering op deze regel geldt voor een beslissing van een gerecht van het VK waarvoor voor de terugtrekkingsdatum een exequatur is verkregen. De reden hiervoor is dat een dergelijke rechterlijke beslissing reeds voor de terugtrekkingsdatum in een specifieke lidstaat van de EU door de gerechten van die lidstaat uitvoerbaar is verklaard. Het feit dat de beslissing oorspronkelijk door een gerecht van het VK werd gegeven, is daardoor irrelevant geworden. Deze uitzondering geldt ook voor authentieke akten en overeenkomsten die voor de terugtrekkingsdatum in een EU-27-lidstaat uitvoerbaar zijn verklaard.

De beschreven regel dat er niet langer sprake is van tenuitvoerlegging op grond van het EU-recht, is ook van toepassing op de afgifte van een certificaat in de lidstaat van oorsprong overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) nr. 1215/2012. De afgifte van een dergelijk certificaat in de lidstaat van oorsprong is niet vergelijkbaar met een verklaring van uitvoerbaarheid (“exequatur”) afgegeven in de lidstaat van tenuitvoerlegging voor de terugtrekkingsdatum. De lidstaat kan op grond van het nationale recht besluiten om in wezen dezelfde regels als die welke nu gelden toe te passen op een beslissing uit het VK waarvoor op grond van Verordening (EU) nr. 1215/2012 een certificaat is afgegeven voor de terugtrekkingsdatum.

Procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid

Op 28 december 2018 heeft het VK het Haags Verdrag van 2005 inzake bedingen van forumkeuze ondertekend en geratificeerd. Het zal van toepassing zijn op het VK wanneer het zich zonder terugtrekkingsakkoord uit de EU terugtrekt. Overeenkomstig artikel 16, lid 1 van dat verdrag zal het echter alleen van toepassing zijn op exclusieve forumkeuzebedingen die zijn gemaakt nadat het verdrag voor het VK in werking is getreden, dat wil zeggen nadat het VK partij is geworden bij het verdrag.

Een door een gerecht van het VK voor de terugtrekkingsdatum gegeven echtscheidingsbeslissing die niet het voorwerp uitmaakt van een erkenningsprocedure op grond van artikel 21, lid 3 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid.
Een echtscheidingsbeslissing die reeds van kracht is geworden voor de terugtrekkingsdatum zal haar geldigheid niet verliezen op de terugtrekkingsdatum. Een dergelijke beslissing wijzigt de status van de echtgenoten van gehuwd in gescheiden, welke in alle EU-27-lidstaten geacht wordt dezelfde te zijn. Indien de statuswijziging zich heeft voorgedaan voor de terugtrekkingsdatum, blijft deze geldig in alle EU-27-lidstaten, tenzij en totdat er een rechterlijke beslissing over niet-erkenning is gegeven. Het feit dat de rechtsregeling later verandert, zal de gevolgen van een dergelijke statusbeslissing niet tenietdoen. Indien een echtscheidingsbeslissing op of na de terugtrekkingsdatum in de EU wordt aangevochten, zullen de EU-regels over gronden voor niet-erkenning van een echtscheidingsbeslissing echter niet langer gelden, maar zullen de gronden voor niet-erkenning door het nationale recht worden beheerst.

Procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid

Het Haags Verdrag van 1970 inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed regelt deze kwestie op internationaal niveau. Het VK is partij bij dat verdrag, maar momenteel zijn slechts 12 van de EU-27-lidstaten partij. Elke EU-lidstaat die tot het verdrag wil toetreden, heeft daarvoor een machtiging van de EU nodig.

Procedures die op de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten aanhangig zijn

Voor kwesties betreffende procedures die op de terugtrekkingsdatum aanhangig zijn, wordt verwezen naar de Kennisgeving. Erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing uit het VK inzake onderhoudsverplichtingen procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid. Het Haags Verdrag van 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud ten behoeve van kinderen en andere familieleden regelt die kwestie op internationaal niveau. Het VK heeft dat verdrag op 28 december 2018 ondertekend en geratificeerd. Het zal van toepassing zijn op het VK wanneer het zich zonder terugtrekkingsakkoord uit de EU terugtrekt. Op grond van artikel 56, lid 1 van dat verdrag zal het echter alleen van toepassing zijn op verzoeken die worden ontvangen nadat het VK partij is geworden bij het verdrag.

Procedures die op de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten aanhangig zijn

Voor kwesties over procedures die op de terugtrekkingsdatum aanhangig zijn, wordt verwezen naar de Kennisgeving. In het geval van procedures die op de terugtrekkingsdatum bij gerechten van de EU-lidstaten aanhangig zijn en waarbij een partij met woonplaats in het VK betrokken is, zijn de EU-rechtelijke bepalingen inzake erkenning en tenuitvoerlegging met ingang van de terugtrekkingsdatum niet meer van toepassing. Die specifieke bepalingen zijn alleen van toepassing in grensoverschrijdende zaken als omschreven in de verordening, dat wil zeggen wanneer om de erkenning of tenuitvoerlegging van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen van één lidstaat wordt verzocht in een andere lidstaat. Vanaf de terugtrekkingsdatum zal niet langer aan deze vereiste zijn voldaan voor partijen die hun woonplaats of gewone verblijfplaats in het VK hebben. In dat geval zal het aan de EU-27-lidstaten zijn om te beslissen hoe zij dergelijke zaken uit procedureel oogpunt zullen behandelen: hetzij de zaak verder afhandelen overeenkomstig het nationale procesrecht, hetzij de zaak beëindigen en de eisers verplichten om een nieuwe procedure in te leiden overeenkomstig het nationale procesrecht. De verordeningen voorzien niet in een uniforme oplossing voor dergelijke zaken.

Hoofd- of secundaire procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid
Vanaf de terugtrekkingsdatum kan het VK niet langer een procedure inleiden op grond van Verordening (EU) 2015/848. De EU-27-lidstaten blijven Verordening (EU) 2015/848 toepassen, waarbij het VK moet worden beschouwd als derde land waarop die verordening niet van toepassing is.

Hoofd- of secundaire procedures die op de terugtrekkingsdatum in de EU-27- lidstaten aanhangig zijn
De EU-regels inzake rechterlijke bevoegdheid blijven van toepassing. Indien voor de terugtrekkingsdatum een hoofdprocedure is ingeleid in het VK en een secundaire procedure is ingeleid in een of meer EU-27-lidstaten, behouden de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaten hun internationale bevoegdheid overeenkomstig Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures.

In het VK ingeleide insolventieprocedures die op de terugtrekkingsdatum aanhangig zijn, worden met ingang van de terugtrekkingsdatum niet langer door de EU-27-lidstaten erkend op grond van Verordening (EU) 2015/848.

Procedures die op of na de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten worden ingeleid
Voor zaken waarbij een verweerder met woonplaats in het VK betrokken is en die in EU-lidstaten worden ingeleid op of na de terugtrekkingsdatum, zullen de specifieke EU-procedures niet meer beschikbaar zijn.

Procedures die op de terugtrekkingsdatum in de EU-27-lidstaten aanhangig zijn
De Europese betalingsbevelprocedure en de Europese procedure voor geringe vorderingen zijn alleen beschikbaar in grensoverschrijdende zaken zoals gedefinieerd in de desbetreffende verordeningen, namelijk wanneer ten minste één partij haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan die van het aangezochte gerecht.

Procedures die op de terugtrekkingsdatum bij rechterlijke instanties van de EU-lidstaten aanhangig zijn en waarbij een partij met woonplaats in het VK betrokken is, worden vanaf de terugtrekkingsdatum niet verder gevoerd op grond van het EU-recht. Het is aan elke EU-27-lidstaat om op basis van het nationale procesrecht te besluiten of:

  • de aanhangige procedure wordt voortgezet. Het EUrecht belet dit niet;
  • de procedure wordt beëindigd, wat betekent dat de eiser een nieuwe procedure moet inleiden op grond van het nationale procesrecht.

Vanaf de terugtrekkingsdatum is Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen in de EU-27-lidstaten niet langer van toepassing ten aanzien van het VK. Er bestaat geen internationaalrechtelijk instrument dat deze kwestie regelt. Vanaf de terugtrekkingsdatum is het nationale recht van toepassing op rechtsbijstand bij grensoverschrijdende geschillen.

Vanaf de terugtrekkingsdatum zullen de autoriteiten van de EU-27-lidstaten een apostille kunnen verlangen op grond van het Haags Apostilleverdrag van 1961 en hun nationaal recht kunnen toepassen op vertalingen van alle door de autoriteiten van het VK afgegeven documenten die vanaf de terugtrekkingsdatum worden overgelegd.

Veelgestelde vragen door ondernemingen over goederen en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over diensten en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over douane en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over vervoer en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over intellectuele eigendom en de brexit Veelgestelde vragen door ondernemingen over vestiging en de brexitVeelgestelde vragen door ondernemingen over beroepsmobiliteit en de brexit

Laatst bijgewerkt
20 december 2019