Op het niveau van de Europese Unie worden een aantal intellectuele eigendomsrechten verleend die geldig zijn in alle lidstaten. Deze rechten worden beheerst door EU-wetgeving en bieden de houder ervan dezelfde rechten, ongeacht de lidstaat waar hij ze inroept. Op die manier verleent het Bureau voor intellectuele eigendom van de EU (EUIPO) unitaire merken en modellen, terwijl het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) unitaire kwekersrechten uitreikt. Ten slotte is het mogelijk geografische benamingen (zoals oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen) door de Europese Commissie te laten registreren voor unitaire bescherming.

De uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU heeft in beginsel tot gevolg dat de unitaire intellectuele eigendomsrechten niet langer geldig zijn op het grondgebied van het VK na de overgangsperiode. Zij blijven echter wel geldig op het grondgebied van de resterende 27 lidstaten en de staten waar de EU-wetgeving met betrekking tot het intellectueel eigendomsrecht wordt toegepast, zoals Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Aanvragen voor unitaire rechten die nog hangende zijn op het einde van de overgangsperiode kunnen nog steeds tot een verlening leiden, maar het recht zal niet geldig zijn in het VK.

Om na de overgangsperiode van dezelfde geografische bescherming te genieten, zou u als gebruiker van de unitaire systemen voor de bescherming van intellectueel eigendomsrecht zowel een unitair recht als een Brits nationaal recht moeten aanvragen. Dat leidt tot hogere kosten en kan u ontmoedigen bescherming in het VK aan te vragen, met een mogelijke impact op de export van de EU naar het VK tot gevolg.

Voor reeds verleende unitaire intellectuele eigendomsrechten en hangende aanvragen op het einde van de overgangsperiode, voorziet het Terugtrekkingsakkoord overgangsmaatregelen.

Bij de Brexit Impact Scan krijgt u nog meer uitleg over mogelijke gevolgen van de brexit voor uw eigendomsrechten.

Doe de brexit Impact Scan

Laatst bijgewerkt
12 maart 2020