De relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk is veranderd nu het Verenigd Koninkrijk op 1 februari 2020 een derde land is geworden.

Er was voorzien in een overgangsperiode tot 31 december 2020 om beide partijen in staat te stellen te werken aan de totstandkoming van een ambitieus toekomstig partnerschap dat hun politieke en geografische nabijheid en hun onderlinge economische afhankelijkheid in een overeenkomst vat.

Dit toekomstige partnerschap werd op 24 december 2020 gesloten tussen de onderhandelaars van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Dit akkoord kreeg de naam 'Handels- en samenwerkingsovereenkomst' ('Trade and Cooperation Agreement' of TCA) en is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 31 december 2020.

Om het Europees Parlement de tijd te gunnen het akkoord te ratificeren, is het tijdelijk in werking getreden tot 28 februari 2021.

Handels- en samenwerkingsovereenkomst

Na lange maanden van lastige onderhandelingen zijn de onderhandelaars van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk erin geslaagd een akkoord te sluiten dat hun economische en commerciële relaties regelt. Dit akkoord wordt 'Handels- en samenwerkingsovereenkomst' genoemd. De onderhandelaars hebben ook overeenstemming bereikt over een voorlopige inwerkingtreding van dit akkoord tussen 1 januari en 28 februari 2021 om het Europees Parlement de kans te bieden het akkoord te ratificeren. Een 'no-deal-brexit' op 1 januari 2021 is zo op het nippertje vermeden.

Het is wel belangrijk voor de Belgische ondernemers om na te gaan wat dat akkoord vanaf 1 januari 2021 voor hun onderneming kan betekenen en uit te zoeken in welke fase van hun waardeketen zij de gevolgen ervan zullen ondervinden.

  • Welke impact kan de brexit hebben op uw onderneming?
  • Met welke extra administratieve processen moet u rekening houden?
  • Wat wijzigt er voor uw logistiek, uw personeel, uw software?
  • Wat verandert er aan de grens?
  • Heeft het zin een vestiging in het Verenigd Koninkrijk te openen?
  • Of er voorraden aan te leggen of aan te houden?
  • ...

Een markt in beweging

De landen van de Europese Unie hebben onderling een open markt. Bedrijven handelen relatief gemakkelijk met elkaar. Daarnaast heeft de Europese Unie ook (handels)verdragen gesloten met een aantal landen die geen EU-lidstaat zijn. Bedrijven uit die landen kunnen dus ook gemakkelijker zaken doen met EU-landen. De regels die overeengekomen worden in EU-vrijhandelsakkoorden met derde landen, gaan verder dan de multilaterale regels van de WHO. Sinds het einde van de overgangsperiode (met name 31 december 2020) kunnen de Britse ondernemingen niet langer een beroep doen op deze gunstigere Europese akkoorden. Daarom hebben de onderhandelaars in extremis de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk gesloten. Dankzij deze overeenkomst kunnen producten die afkomstig zijn uit de Europese Unie, zonder extra tarieven uitgevoerd worden naar het Verenigd Koninkrijk. Aangezien het Verenigd Koninkrijk niet langer deel uitmaakt van de interne markt, zijn er wel opnieuw douanecontroles ingevoerd aan de grenzen.

Het Verenigd Koninkrijk heeft ook aangekondigd dat het van plan is om zelf afspraken voor zijn ondernemingen te maken met derde landen die geen deel uitmaken van de EU. Door al die veranderingen komt de markt waarop de Belgische ondernemingen actief zijn, in beweging (ook als ze zelf niet rechtstreeks met het Verenigd Koninkrijk handelen). De brexit heeft dus niet alleen gevolgen voor de Belgische bedrijven binnen de Europese markt, maar mogelijk ook op hun handelsrelaties met andere landen buiten de EU.

Rapporten en EU-documenten

Sinds het brexitreferendum op 23 juni 2016 besteedt de FOD Economie bijzondere aandacht aan de mogelijke gevolgen van die uitstap voor de Belgische economie. De Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie volgt de (economische) ontwikkelingen in verband met de brexit van nabij op.

Op 20 juni 2016 werd een High Level Group (HLG) opgericht om België zo goed mogelijk voor te bereiden op de Britse terugtrekking uit de Europese Unie. Sindsdien publiceerde de HLG meerdere rapporten in samenwerking met de FOD Economie, de Nationale Bank en het Federaal Planbureau. Uit analyses en raadpleging van de betrokken sectoren is onder meer gebleken dat de levensmiddelen-, de textiel-, de farmaceutische en de havensector bijzondere aandacht verdienen vanwege het belang van het Verenigd Koninkrijk voor die sectoren, zowel als klant en toeleverancier.

Naast de studies van de HLG verzorgt de FOD Economie ook follow-upverslagen van de brexit (brexitmonitoring), in samenwerking met de Nationale Bank en het Federaal Planbureau. Deze rapporten bestaan uit drie delen:

  • stand van de onderhandelingen,
  • analyse van kortetermijnindicatoren en kernboodschappen,
  • analyse van de belangrijkste recente studies in verband met de brexit.

Naast de monitoring van de economische kortetermijnindicatoren wordt speciaal gefocust op de handelsgegevens en de sectoren die het meest kwetsbaar lijken.

Ook de  Europese Commissie informeert het publiek over de brexit. U vindt er nog meer relevante informatie over gevolgen van de brexit en de implementatie van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst.

Laatst bijgewerkt
22 januari 2021