Sinds 1 februari 2020 maakt het Verenigd Koninkrijk geen deel meer uit van de Europese Unie. De Britse en Europese overheden sloten daarover een terugtrekkingsverdrag.

Dat verdrag stelt een overgangsperiode in tot en met 31 december 2020. Tijdens die periode verandert er niets voor bedrijven en personen aan beide zijden van het Kanaal: het Verenigd Koninkrijk blijft zich houden aan de EU-regels, maar maakt niet langer deel uit van de EU-instellingen.

Sinds maart 2020 onderhandelen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk over een verdrag over hun toekomstige verhouding. Het is niet zeker dat zij erin zullen slagen om voor 1 januari 2021 zo’n verdrag te sluiten. In die zin blijft een zogenaamde ‘no-deal brexit’ mogelijk.

Maar vanaf 1 januari 2021 komt voor de burgers, bedrijven, overheden en andere belanghebbenden hoe dan ook een einde aan de huidige verhouding tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Ook indien de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk tijdig een partnerschapsverdrag sluiten zal er een einde komen aan het vrij verkeer van goederen, personen, diensten, en kapitaal zoals we dat nu kennen.

Vanaf 1 januari 2021 zal het Verenigd Koninkrijk immers geen deel meer uitmaken van de douane-unie en de interne markt. In die zin zal het tot 1 januari 2021 uitgestelde effect van de brexit hoe dan ook dat van een “harde brexit” zijn. 

Bedrijven en andere belanghebbenden, moeten zich op beide scenario’s – verdrag of geen verdrag - voorbereiden en hierover de nodige informatie inwinnen.

Wat gebeurt er als er geen partnerschapsakkoord is (zgn. ‘no-deal brexit’)?

Het is niet zeker dat de Europese Unie  en het Verenigd Koninkrijk er voor het einde van de overgangsperiode op 31 december in slagen een verdrag te sluiten dat de handels-economische verhoudingen vanaf 1 januari regelt. In dat geval spreken we van een “no-deal brexit” die op 1 januari 2021 ingaat.

Dan valt alle handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Uunie onder de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Naast de vanaf 1 januari 2021 hoe dan ook onvermijdelijke grenscontroles en douaneprocedures zullen dan bovendien ook importtarieven van toepassing zijn, wat de handel nog duurder maakt (stijgende kosten).

Het is belangrijk voor de Belgische ondernemers om na te gaan wat dat na 31 december 2020 voor hun zaak kan betekenen en precies na te gaan in welk stadium van hun waardeketen zij een impact zullen ondervinden

  • Welke gevolgen kan de brexit hebben op uw bedrijfsvoering? 
  • Met welke administratieve processen krijgt u te maken? 
  • Wat wijzigt er voor uw logistiek, uw personeel, uw software? 
  • Wat verandert er aan de grens? 
  • En in welke mate veranderen de kosten? 
  • Heeft het zin een vestiging in het VK te openen? 
  • Of voorraden aan te leggen of aan te houden? ...

Markt in beweging

De landen van de Europese Unie hebben onderling een open markt. Bedrijven handelen relatief gemakkelijk met elkaar. Daarnaast heeft de Europese Unie ook (handels)verdragen met een aantal niet-EU lidstaten gesloten. Bedrijven uit die landen kunnen dus ook gemakkelijker zaken doen met EU-landen. De regels die overeengekomen worden in EU vrijhandelsakkoorden met derde landen gaan verder dan de multilaterale regels van de WHO. Na de beëindiging van de overgangsperiode (op 31 december 2020) kunnen bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk geen gebruik meer maken van die voordelige Europese handelsafspraken.

Het Verenigd Koninkrijk heeft weliswaar al aangekondigd dat ze de intentie hebben om zelf afspraken te maken met derde niet-EU landen voor zijn bedrijfsleven. Door al die veranderingen komt de markt waarop de Belgische ondernemingen actief zijn, in beweging (ook als ze wellicht zelf niet direct met het Verenigd Koninkrijk handelen). De brexit heeft dus niet alleen gevolgen voor de Belgische bedrijven  binnen de Europese markt maar mogelijk ook op hun handelsrelaties met andere landen buiten de EU.

Rapporten en EU-documenten

Sinds het brexitreferendum op 23 juni 2016, besteedt de FOD Economie bijzondere aandacht aan de mogelijke gevolgen van die uitstap voor de Belgische economie. De Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie volgt de (economische) ontwikkelingen in aanloop naar de brexit van nabij op.

Op 20 juni 2016 werd er een High Level Group (HLG) opgericht om België zo goed mogelijk voor te bereiden op de Britse exit uit de Europese Unie. Sindsdien publiceerde de HLG meerdere rapporten in samenwerking met de FOD Economie, de Nationale Bank en het Federaal Planbureau. Uit analyses en raadpleging van de betrokken sectoren is onder meer gebleken dat de levensmiddelen-, de textiel-, de farmaceutische en de havensector bijzondere aandacht verdienen vanwege het belang van het Verenigd Koninkrijk voor die sectoren, als zowel klant als toeleverancier.

Naast de studies van de HLG verzorgt de FOD Economie ook follow-upverslagen van de brexit (monitoring brexit), in samenwerking met de Nationale Bank en het Federaal Planbureau. Deze rapporten bestaan uit drie delen:

  • stand van de onderhandelingen,
  • analyse van kortetermijnindicatoren en kernboodschappen,
  • analyse van de belangrijkste recente studies in verband met de brexit.

Buiten de monitoring van de economische kortetermijnindicatoren wordt speciaal gefocust op de handelsgegevens en de sectoren die het meest kwetsbaar lijken .
Ook de Europese Commissie informeert het publiek over de brexit. Daar vindt u nog meer relevante informatie over gevolgen van de brexit.

Laatst bijgewerkt
20 oktober 2020