Rechtsvordering voor schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht: principes

In navolging van de Richtlijn 2014/104/EU, strekt de wet van 6 juni 2017 ertoe, te garanderen dat slachtoffers van inbreuken op het mededingingsrecht op effectieve wijze rechtsvorderingen tot schadevergoeding kunnen instellen.

Naleving van het mededingingsrecht – meer bepaald de artikelen 101 en 102 van het Verdrag over de werking van de Europese Unie (hierna “VWEU”) – wordt gegarandeerd

  • de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten (in België, de Belgische Mededingingsautoriteit), en
  • de nationale gerechtsinstanties van de lidstaten.

De Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten kunnen inbreuken op het mededingingsrecht vaststellen en geldboetes opleggen aan de betrokken ondernemingen, maar ze kunnen geen schadevergoedingen toekennen aan de ondernemingen en burgers die slachtoffer zijn van dergelijke inbreuken.

De bevoegdheid om uitspraak te doen over verzoeken tot herstel van de schade veroorzaakt door mededingingsinbreuken komt toe aan de nationale rechtscolleges. Zo kunnen de slachtoffers die schade hebben geleden als gevolg van een mededingingsinbreuk zich tot de bevoegde rechtscolleges wenden om aan de onderneming of de ondernemingsvereniging die de inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd, de betaling van de schadevergoeding te vragen.

Middelen vastgesteld bij de wet van 6 juni 2017, overeenkomstig de Richtlijn 2014/104/EU

  • het recht op volledige vergoeding voor de geleden schade;
  • het weerlegbare vermoeden dat de kartels schade berokkenen;
  • het rechterlijke bevel aan de procespartijen of aan derden tot het verlenen van toegang tot bepaalde bewijsstukken of relevante categorieën bewijsmateriaal die zo nauwkeurig en eng mogelijk zijn omschreven en binnen de perken van het evenredige;
  • de bescherming van sommige categorieën bewijsmateriaal vervat in het dossier van een mededingingsautoriteit nadat zij de procedure heeft beëindigd;
  • absolute bescherming van de clementieverklaringen en de voorstellen met het oog op een schikking;
  • het opleggen van sancties in geval van niet naleving van de verplichtingen die verband houden met de regels voor bewijsvoering bedoeld in de wet; 
  • het onweerlegbaar vermoeden verbonden aan de inbreuk vastgesteld in een definitieve beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit of, in voorkomend geval, in een arrest van het Marktenhof dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit in overeenstemming met artikel IV.79 WER;
  • het principe van de doorberekening van de meerkosten, waardoor,
    • enerzijds, de inbreukpleger op het mededingingsrecht voor de rechter kan doen gelden dat een direct slachtoffer de meerkosten van de inbreuk heeft doorberekend, en,
    • anderzijds, het bewijs van schade door een indirect slachtoffer gemakkelijker kan worden geleverd;
  • het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid, met specifieke regelingen voor de kmo en de begunstigde van een volledige vrijstelling van geldboeten;
  • de beperking van het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de inbreukpleger op het mededingingsrecht, die overgaat tot een minnelijke schikking met het slachtoffer van die inbreuk;
  • de schorsing voor een maximumduur van twee jaar van een procedure met betrekking tot een rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht, in geval van een minnelijke oplossing van geschillen;
  • het toepassen van verjaringstermijnen waardoor het mogelijk wordt, rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht effectief in te stellen;
  • de schorsing van de verjaringstermijnen vastgesteld om de rechtsvordering tot schadevergoeding in te leiden gedurende de hele procedure van minnelijke oplossing van geschillen.

Zo heeft de wet van 6 juni 2017 een nieuwe titel 3 “De rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht” toegevoegd in boek XVII en wijzigingen aangebracht in boek I, boek IV en boek XVII, titel 2 van het Wetboek van economisch recht.

Het algemene kader ingevoerd door de wet van 6 juni 2017 maakt een effectieve toepassing van de rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht mogelijk en bijgevolg ook een effectieve toepassing van het mededingingsrecht.

Laatst bijgewerkt
15 januari 2018