De domeinnaam is geen onderscheidend teken op zich zoals een merk- of vennootschapsnaam. De onderneming kan zich hiermee weliswaar op het internet identificeren en zich van haar concurrenten onderscheiden maar de domeinnaam onderscheidt zich van het merk omdat het geen intellectuele eigendomstitel is en van de vennootschapsnaam omdat hij niet noodzakelijk de onderneming identificeert waarmee hij verbonden is. De stam kan evenwel een beschermd onderscheidend teken vormen zoals een merk.

Als u het slachtoffer bent van een onrechtmatige registratie van een domeinnaam, beschikt u over verschillende rechtsmiddelen om onder bepaalde voorwaarden de omstreden domeinnaam te blokkeren of de domeinnaam waarop u recht heeft terug te winnen.

Drie van deze rechtsmiddelen verdienen bijzondere aandacht

De alternatieve geschillenprocedure “Alternative Dispute Resolution” (ADR) werd door het “Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie” (CEPANI) ontwikkeld voor geschillen over “.be” domeinnamen.

De procedure kan worden gestart voor geschillen over merk- en handelsnamen, vennootschapsnamen, handelsvennootschapsnamen, plaatsnamen, persoonsnamen en geografische namen. Om ze te gebruiken, moeten drie voorwaarden worden vervuld:

  • de domeinnaam van de domeinnaamhouder moet identiek of vergelijkbaar zijn;
  • de domeinnaamhouder heeft geen afdwingbare rechten ten opzichte van de domeinnaam; en
  • de domeinnaam werd te kwader trouw geregistreerd of gebruikt.

De artikelen XII.22, XII.23 en XVII.23 van het Wetboek van economisch recht hebben betrekking op de onrechtmatige registratie van domeinnamen.

Op grond van deze artikelen kan staking van de registratie van een domeinnaam en doorhaling ervan of overdracht door de houder bekomen worden. De desbetreffende vordering is enerzijds van toepassing op elke registratie van een domeinnaam “.be” en anderzijds op elke persoon met woonplaats of vestiging in België die een domeinnaam heeft geregistreerd. In dit tweede geval gaat het dan ook over de andere extensies dan “.be”.

De procedure wordt gevoerd zoals een vordering in kort geding bij de rechtbank van eerste aanleg of van koophandel. Er moet aan drie voorwaarden worden voldaan:

  • de domeinnaam is identiek aan (of stemt er zodanig mee overeen dat hij verwarring kan stichten) een merk, een geografische aanduiding of een benaming van oorsprong, een handelsnaam, een origineel werk, een naam van een vennootschap of van een vereniging, een familienaam of de naam van een geografische entiteit die aan iemand anders toebehoort;
  • de domeinnaamhouder heeft geen rechten noch legitieme belangen op de domeinnaam; en
  • de domeinnaamhouder handelde met de bedoeling een derde te schaden of om hier een ongerechtvaardigd voordeel uit te halen.
  • Wanneer de domeinnaam het merk van een derde omvat, kan ook een rechtsvordering worden ingesteld op basis van het merkenrecht. De houder van een merkenrecht (Benelux of communautair) beschikt over een rechtsvordering waarbij hij kan bekomen dat een derde niet langer gebruikt maakt van zijn merk, ongeacht of die derde al dan niet te kwader trouw handelt. De stopzetting van het gebruik van het merk maakt echter niet noodzakelijk de overdracht van de domeinnaam mogelijk.         

Er bestaat ook een alternatieve wijze om geschillen over de gTLDs (bijvoorbeeld “.com”, “.vlaanderen”, “.info”) en over bepaalde ccTLDs (bijvoorbeeld “.nu”) te regelen: de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP). Meer informatie vindt u op de website van ICANN en van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom .

ICANN heeft naar aanleiding van zijn beslissing om de delegatie van nieuwe generische extensies (“New gTLD Program”) mogelijk te maken, een preventief mechanisme ingevoerd (de “Trademark Clearinghouse”). Hierbij geniet de merkhouder gedurende een “sunrise”-periode een prioritair registratierecht en ontvangt “trademark claims period” notificaties voor elke poging tot registratie van het betrokken merk. U vindt hierover meer informatie op de website  van ICANN.

Laatst bijgewerkt
3 november 2020