Waarover gaat het?

De Europese verordening 1151/2012 legt voor landbouwproducten en levensmiddelen drie beschermingssystemen vast, elk met hun specifieke eigenschappen.

Beschermde Oorsprongsbenaming

De Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) kan worden toegekend aan landbouwproducten of levensmiddelen die afkomstig zijn uit een bepaalde regio en waarvan de kwaliteit of de eigenschappen hoofdzakelijk of uitsluitend toe te schrijven zijn aan natuurlijke en menselijke factoren (zoals het klimaat, de bodemgesteldheid, lokale knowhow). Bovendien moeten de productie, de verwerking en de bereiding plaatsvinden in een afgebakend geografisch gebied.

Voorbeelden: “Beurre d’Ardenne”, “Kaas van Herve”, “Feta”, “Camembert de Normandie”.

Beschermde Geografische Aanduiding

Een Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) kan worden toegekend aan een landbouwproduct of levensmiddel dat afkomstig is uit een bepaalde regio en waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven. De productie en/of de verwerking en/of de bereiding moeten in dat bepaald geografisch gebied geschieden.

De voorwaarden om een beschermde geografische aanduiding te genieten zijn soepeler in vergelijking met de beschermde oorsprongsbenamingen. Een BGA kan bijvoorbeeld worden erkend wanneer alleen de reputatie van een bepaald product valt toe te wijzen aan de herkomst uit een bepaalde streek. Bovendien moeten productie, verwerking en bereiding niet alle drie in die bepaalde regio geschieden, maar volstaat het dat dit voor slechts één van deze aspecten het geval is.

Voorbeelden zijn “Geraardsbergse mattentaarten”, “Brussels grondwitloof”, “Jambon d’Ardenne”.

Gegarandeerde Traditionele Specialiteit

De erkenning als Gegarandeerde Traditionele Specialiteit (GTS) staat open voor levensmiddelen en landbouwproducten zonder enige link met een geografisch gebied. Deze erkenning is gebaseerd op de specificiteit van het product, die voortvloeit uit de productiewijze, de verwerking of de samenstelling die overeenstemt met een traditionele werkwijze of met traditioneel gebruikte ingrediënten. De specialiteit moet dus bijvoorbeeld geproduceerd zijn op basis van een bepaald recept of productiemethode, maar dit kan dan overal gebeuren, zonder enige geografische connotatie.

Ook moet de benaming traditioneel in gebruik zijn om te verwijzen naar de specifieke specialiteit, of moet ze het traditionele karakter van het product of de specifieke kenmerken ervan aanduiden.

Voorbeelden zijn “Geuze”, “Faro”, “Kriek”.

Registratie

Een oorsprongsbenaming, een geografische aanduiding of een gegarandeerde traditionele specialiteit verleent een exclusief gebruiksrecht aan de producenten van dat product. Om die bescherming te verkrijgen, moet men de benaming laten registreren. Daartoe moet een productdossier worden ingediend, waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder de beschermde aanduiding mag worden gebruikt (geografische afbakening, vereiste productiemethode, bewijs van het verband tussen de kwaliteit van het product en het geografisch milieu, enz.).

De aanvraag moet worden ingediend door een nationale groepering van producenten of verwerkers van het betrokken product (veelal landbouworganisaties). Deze aanduidingen zijn immers niet vatbaar voor individuele toe-eigening, maar dienen een collectief belang. Al wie voldoet aan de objectieve voorwaarden van het productiedossier, heeft bijgevolg het recht om de beschermde aanduiding te gebruiken.

De registratieprocedure verloopt in twee fasen.

  1. In eerste instantie zijn de gewesten bevoegd om een bepaalde aanduiding al dan niet te aanvaarden.
  2. In de tweede fase wordt de aanvraag doorgestuurd naar de Europese Commissie, die verder onderzoek verricht en de definitieve beslissing neemt om de gevraagde benaming te erkennen. Het Waalse Gewest kent reeds na afloop van de eerste fase een voorlopige bescherming toe.

Voor wijnen en gedistilleerde dranken gelden specifieke regelingen.

Voor meer informatie:

Andere kwaliteitslabels

Er bestaat nog een grote verscheidenheid aan andere kwaliteitslabels. Het staat iedereen immers vrij om aan de hand van bepaalde tekens de afkomst of kwaliteit van zijn producten of diensten aan te duiden, zolang de wetgeving en de rechten van derden worden gerespecteerd. Zo mag men geen inbreuk plegen op de regelgeving rond etikettering en reclame, of op het merkenrecht en het auteursrecht. Ook federale en regionale overheden hebben de mogelijkheid om kwaliteitslabels in te voeren.

Een bekend voorbeeld van een kwaliteitslabel zijn de ISO-normen.

Let op, ook certificeringsmerken kunnen als kwaliteitslabel dienen. In dat geval gelden specifieke beschermingsvoorwaarden en een specifieke procedure.

Laatst bijgewerkt
8 januari 2021