Alleen de houder van een Belgisch kwekersrecht heeft het recht om  een aantal handelingen te stellen met betrekking tot het materiaal  van een beschermd ras (zie beschermingsomvang).

Er zijn echter uitzonderingen waarvoor de toelating van de houder niet nodig is.

Privégebruik

U mag zonder toestemming handelingen verrichten in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden met betrekking tot het materiaal van een beschermd ras.

Als particulier mag u dus zonder toestemming bloemen planten en vermeerderen in uw tuin, of het nu om een kwekersrechtelijk beschermd ras gaat of niet. 

Handelingen verricht voor experimentele doeleinden

U hebt geen toestemming nodig wanneer het vermeerderen of in stand houden van het teeltmateriaal uitsluitend voor experimentele doeleinden wordt verricht.

Kweken van nieuwe rassen: vrijstelling van de kweker

U heeft geen toestemming nodig voor handelingen met als doel andere rassen te kweken of te ontdekken en te ontwikkelen.

Er is ook geen toestemming vereist van de houder voor exploitatiehandelingen die normaal gesproken zijn voorbehouden aan de houder van het kwekersrecht, met betrekking tot deze andere rassen, tenzij:

  • het voortgebrachte ras  een ras is dat in wezen afgeleid is van het oorspronkelijke ras, zoals bepaald in het Wetboek van economisch recht of

  • het voortgebrachte ras zich niet duidelijk onderscheidt van het oorspronkelijke ras of

  • het herhaald gebruik van het oorspronkelijke ras vereist is voor de voortbrenging van het ras. 

‘Farmer’s privilege

Van de volgende landbouwrassen:

  • haver (Avena sativa),
  • gerst (Hordeum vulgare L.),
  • spelt (Triticum spelta L.), en
  • aardappelen (Solanum tuberosum)

mogen landbouwers een deel van hun oogst hergebruiken (de zogenaamde «  hoevezaden ») om het volgende seizoen hun velden te bewerken mits een billijke vergoeding aan de houder van het kweekrecht te betalen. 

Uitputting van het recht

Een belangrijke beperking van elk intellectueel eigendomsrecht is uitputting. Dit is niet anders voor kwekersrechten. Van zodra  de kweker het  materiaal van het beschermde ras of van het afgeleide materiaal gecommercialiseerd heeft, of de commercialisatie ervan op het grondgebied van de Unie heeft toegelaten, kan hij er zich niet tegen verzetten dat derden handelingen verrichten die in principe zijn toestemming vergen (zie beschermingsomvang).

Er gelden evenwel twee uitzonderingen op het uitputtingsprincipe. Het kwekersrecht is niet uitgeput wanneer:

  • het materiaal van het beschermde ras vermeerderd is;.

  • wanneer materiaal van het ras dat de vermeerdering van het ras mogelijk maakt, wordt uitgevoerd naar een land waar de kweker geen bescherming voor zijn ras kan bekomen omdat het betrokken land geen wetgeving ter zake kent. 

Dwanglicenties

Het staat de houder van een kwekersrecht niet altijd vrij om een licentie te weigeren. In bepaalde gevallen kan de minister dwanglicenties toestaan:

  • om redenen van algemeen belang bijvoorbeeld, of

  • in geval van een biotechnologische uitvinding die een grote technische vooruitgang van aanzienlijk economisch belang inhoudt.

Laatst bijgewerkt
10 november 2020