Personen die een plantenras gekweekt of ontdekt en ontwikkeld hebben, kunnen bescherming door het kwekersrecht bekomen, na indiening van een aanvraag voor kwekersrecht bij de Dienst voor de Intellectuele Eigendom (DIE).

Indien de kweker het plantenras heeft verkregen in het kader van een dienstverband (in een onderneming of een overheidsdienst), dan komt het kwekersrecht met betrekking tot dat ras toe aan de werkgever, tenzij anders is overeengekomen. Zie Creaties in dienstverband.

Indien het nieuwe ras door twee of meer personen werd gekweekt of ontdekt en ontwikkeld, dan komt het recht in onverdeeldheid toe aan deze personen of hun respectievelijke rechthebbenden of rechtverkrijgenden, tenzij anders is overeengekomen.

Wanneer het plantenras gekweekt of ontdekt en ontwikkeld werd door verschillende personen die onafhankelijk zijn van elkaar, dan komen de rechten toe aan de eerste persoon die bescherming vraagt, door een indiening bij de DIE, volgens de regels. De eerste aanvrager wordt geacht de persoon te zijn die gemachtigd is om de aanvraag in te dienen. Die veronderstelling geldt echter slechts tot bewijs van het tegendeel.

Als blijkt dat het kwekersrecht aangevraagd werd door, of toegekend werd aan iemand die er geen recht op had, kan dit via een gerechtelijke procedure (“revindicatievordering”) worden opgeëist.

Het toegekende kwekersrecht kan worden overgedragen of in licentie gegeven aan andere personen dan de eerste houder van het recht, zie overdracht en contractuele licentie.

Laatst bijgewerkt
16 oktober 2020