Table of Contents

    Als men een beschermd werk of beschermde prestatie wil gebruiken, is het van belang om te kunnen achterhalen wie de rechten op een werk heeft/hebben: de houders van rechten. Naast deze houders van rechten bestaan er eveneens collectieve beheersvennootschappen die door houders de rechten gemachtigd zijn om hun rechten te beheren.

    Bij die personen of bij de collectieve beheersvennootschappen kunnen gebruikers die een werk willen reproduceren, aan het publiek meedelen of verspreiden, de noodzakelijke toestemming krijgen en eventueel met hen een prijs onderhandelen.

    Houders van rechten

    De auteursrechten op een literair of artistiek werk ontstaan bij de auteur van dit werk.

    Deze rechten of een gedeelte ervan worden soms overgedragen aan derden, zoals een uitgever of een producent, of aan de werkgever van de auteur of aan een klant.

    De auteur: eerste houder van de rechten

    De fysieke persoon die het werk heeft gecreëerd is de eerste houder van de auteursrechten. Die rechten ontstaan bij zijn persoon en zodra hij het werk gecreëerd heeft. 

    In het geval van anonieme werken en werken onder pseudoniem wordt de uitgever ten aanzien van derden geacht de auteur te zijn, tenzij er geen twijfel bestaat over de werkelijke identiteit van de auteur.

    Voor een audiovisueel werk wordt ervan uitgegaan dat de exploitatierechten overgedragen zijn aan de producent.

    Overdracht van auteursrechten

    Overdracht van auteursrechten aan een tussenpersoon

    Ook al komen de auteursrechten in de eerste plaats toe aan de auteur, toch kan hij die rechten steeds overdragen aan andere personen of aan bedrijven. Auteurs die eerste houders van rechten zijn hoeven niet noodzakelijk zelf hun werk economisch te exploiteren. Ze kunnen de exploitatie aan één of meerdere concessiehouders toevertrouwen, bijvoorbeeld aan een producent of een uitgever. Die kunnen echter pas tot de exploitatie van het werk overgaan nadat de auteurs hun de volledige auteursrechten of een gedeelte ervan hebben overgedragen tegen vergoeding.

    In een dergelijk geval beschikken de auteurs zelf niet meer over de overgedragen rechten. Als bijvoorbeeld de auteur van een roman zijn reproductie- en distributierecht exclusief heeft overgedragen aan een uitgever, zodat die kan overgaan tot het drukken van exemplaren voor verkoop, dan zal deze auteur zelf niet meer het recht hebben om aan andere personen toestemming te geven voor het uitgeven en verdelen van zijn werk. Alleen de uitgever kan dan nog een dergelijke toestemming geven.

    Let op, om geldig te zijn, moet de overdracht van auteursrechten door de oorspronkelijke auteur (dus de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd) aan een aantal strikte voorwaarden voldoen. De auteur behoudt ook altijd zijn morele recht, aangezien dat gekoppeld is aan zijn persoon.

    Overdracht van auteursrechten aan de werkgever

    Wanneer de auteur een werk tot stand heeft gebracht in het kader van zijn arbeidsovereenkomst, kunnen de vermogensrechten op dit werk aan de werkgever worden overgedragen. Er gelden inderdaad bijzondere regels in het geval van een arbeidsovereenkomst.

    Indien de vermogensrechten aan de werkgever zijn overgedragen en in de mate waarin ze zijn overgedragen, is de werkgever degene die gerechtigd is om toestemmingen te geven. De werknemer zelf kan zonder toestemming van de werkgever niet meer over het werk beschikken.

    Overdracht van auteursrechten aan de opdrachtgever van een werk

    Wanneer de auteur een werk tot stand heeft gebracht in het kader van een bestelling, kunnen de vermogensrechten op dit werk worden overgedragen aan de opdrachtgever. Er gelden inderdaad bijzondere regels in het geval van een contract betreffende een bestelling.

    Indien de vermogensrechten aan de opdrachtgever zijn overgedragen en in de mate waarin ze zijn overgedragen, is de opdrachtgever degene die gerechtigd is om toestemmingen te geven. De werknemer zelf kan zonder toestemming van de opdrachtgever niet meer over het werk beschikken.

    Collectief beheer

    Sommige auteurs zijn lid van een auteursvennootschap, ook wel vennootschapen voor collectief beheer van auteursrechten genoemd, die hun rechten in naam beheren. Elke vraag om het werk te exploiteren moet dan aan die vennootschap worden gericht. Er bestaan ook exploitatietypes waarvoor de tussenkomst van een collectieve beheersvennootschap verplicht is.

    Wanneer de houders van het auteursrecht niet kunnen worden geïdentificeerd of gelokaliseerd

    Het kan gebeuren dat men de houders van het auteursrecht op een werk niet kan achterhalen of lokaliseren om hun toestemming te vragen om het werk te gebruiken. Men spreekt dan van verweesde werken. 

    In de huidige stand van de wetgeving ontslaat het feit dat men de houder van het auteursrecht niet kan contacteren de gebruiker niet van de verplichting om zijn voorafgaande toestemming te vragen voor het exploiteren van het werk. Op 25 oktober 2012 werd evenwel de Europese Richtlijn 2012/28/EU inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken goedgekeurd. 

    Die richtlijn werd in Belgisch recht omgezet door de wet van 20 juli 2015 houdende de omzetting van de richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken. 

    Verweesde werken, dit wil zeggen werken waarvan men de rechthebbende niet kan identificeren of lokaliseren, mogen soms gebruikt worden. Meer bepaald mogen

    • openbare bibliotheken,
    • onderwijsinstellingen en musea,
    • archieven,
    • instellingen voor cinematografisch- of geluidserfgoed, en
    • publieke omroeporganisaties

    onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van verweesde werken zonder daarvoor toestemming te hebben van de rechthebbende. De doeleinden waarvoor deze werken bestemd zijn, moeten in de wet opgesomd zijn. 

    Deze instellingen moeten zorgvuldig zoeken naar de rechthebbende. Als ze die niet kunnen vinden, moeten ze het betreffende werk als verweesd werk registreren in een databank die wordt beheerd door het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie.

    Wanneer de rechthebbende van een verweesd werk opduikt, kan hij een einde maken aan de status van verweesd werk en heeft hij recht op een vergoeding voor het gebruik van zijn verweesd werk door voornoemde instellingen en organisaties. 

    Opgelet, indien men niet tot een van de hiervoor opgesomde instellingen en organisaties behoort en een werk wil gebruiken van een auteur die men niet kent of niet kan opsporen, dan moet men de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen en neemt men het beste de volgende aanbevelingen in acht:

    • men moet de houder van het recht zoeken. Dit houdt op zijn minst een zoektocht in naar de personen die aangegeven zijn als:
      • auteurs,
      • uitgevers, of
      • producenten.

    Er moet contact worden opgenomen met een collectieve beheersvennootschap in de betrokken sector, alsook met de nationale bibliotheek die instaat voor het wettelijk depot.

    De gebruiker moet kunnen bewijzen dat hij alles in het werk heeft gesteld om de houder van het recht te vinden. 

    • Indien de houder van het auteursrecht na deze zoektocht
      • niet identificeerbaar of onvindbaar blijft, en
      • indien de gebruiker geen wettelijke uitzondering kan inroepen,

    dan mag de gebruiker het werk niet exploiteren zonder voorafgaande toestemming. Doet hij dit toch, dan stelt de gebruiker zich bloot aan burgerrechtelijke en strafrechtelijke sancties en aan de betaling van een schadevergoeding.

    Laatst bijgewerkt
    22 september 2020