Computerprogramma’s, databanken en topografieën van halfgeleiderproducten

Ofschoon de wetgeving rond de intellectuele eigendomsrechten op computerprogramma’s, databanken en topografieën van halfgeleiderproducten (computerchips) sterk aanleunt bij het auteursrecht, is het vraagstuk van creaties in dienst- of statutair verband helemaal anders geregeld. Het beginsel is hier dat de werkgever wordt geacht de vermogensrechten te verwerven op computerprogramma's, databanken en topografieën van halfgeleiderproducten, tenzij werkgever en werknemer anders zijn overeengekomen. Er geldt dus een wettelijk vermoeden van overdracht dat deze intellectuele eigendomsrechten aan de werkgever toekomen. Het is aan de werknemer om het bewijs te leveren dat het vermoeden niet speelt. Enkel voor databanken in de culturele sector geldt deze regeling niet en moet men de oplossing voor gewone auteurswerken toepassen.

Voor het sui generis databankrecht stelt dit probleem zich minder, omdat het in beginsel de producent (d.i. diegene die investeert) is aan wie de vermogensrechten toekomen. Dat zal in de meerderheid van de gevallen ook de werkgever zijn.

Indien al deze creaties door externe derden op bestelling zouden worden gemaakt, dan zal de opdrachtgever deze intellectuele rechten enkel kunnen verwerven indien dit uitdrukkelijk in een overeenkomst (met de maker of diens werkgever) werd afgesproken.

Laatst bijgewerkt
15 januari 2018