Table of Contents

    Sinds de toetreding van de Russische Federatie tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op 22 augustus 2012, zijn er voor de Russische uitvoer van bepaalde soorten ruw naaldhout tariefcontingenten van toepassing. Een deel hiervan is voorbehouden voor uitvoer naar de Europese Unie (EU). Dit zijn de bepalingen van EU-verordening Nr. 498/2012.

    Producten

    De producten waarop de tariefcontingenten van toepassing zijn, zijn:

    • Dennenhout (GN-code: 4403 2110 10, 4403 2190 10 en 4403 2200 10);
    • Sparhout (GN-code: 4403 2310 10, 4403 2390 10 en 4403 2400 10),

    Procedure

    De Europese Unie beheert haar aandeel in de tariefcontingenten. Op basis van de in de EU afgegeven “Contingentvergunningen” aan een importeur uit één van de EU-lidstaten, levert de Russische Federatie uitvoervergunningen af aan Russische exporteurs. 

    Indienen van een aanvraag voor contingentvergunningen

    De importeur moet een aanvraag per tariefcontingent indienen. Hij kan het model in bijlage II van uitvoeringsverordening nr. 498/2012 gebruiken.

    Hij stuurt naar de dienst Vergunningen van de FOD Economie (zie adres hieronder)

    • zijn aanvraag,
    • een beëdigde verklaring,
    • het contract of het precontract.

    Toekenningsbeginselen

    De methode voor de toekenning van de tariefcontingenten hangt af van de datum van indiening van de aanvraag door de importeur.

    Voor aanvragen die worden ingediend uiterlijk 31 juli van elk jaar kent de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van het protocol tariefcontingenten toe overeenkomstig de categorieën “traditionele” of “nieuwe” importeurs.

    Voor aanvragen die vanaf 1 augustus worden ingediend kent de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder a), van het protocol de resterende hoeveelheden van de tariefcontingenten toe volgens de chronologische volgorde van ontvangst door de Commissie van kennisgevingen door de bevoegde instanties van de lidstaten van de aanvragen die door de individuele importeurs zijn ingediend.

    Bewijs werkelijke invoer

    Uiterlijk 15 kalenderdagen na het eind van elke derde maand moeten de importeurs de vergunningsinstantie informeren over hun werkelijke invoer gedurende de laatste drie maanden (aan de hand van een kopie van de douaneaangiften).

    Wanneer de hoeveelheid die in de douaneaangifte is vermeld zonder schors is gemeten en de hoeveelheid die in vak 9 van de contingentvergunning is vermeld ook de schors omvat, verstrekt de importeur de vergunningsinstantie de correcte invoerhoeveelheden voor elke douaneaangifte waarbij de schors is meegerekend. De juiste hoeveelheden worden berekend door de vastgestelde correctiecoëfficiënten toe te passen.

    Ongebruikte contingentvergunningen

    Wanneer een contingentvergunning zes maanden na afgifte nog niet werd gebruikt,

    • stelt de importeur de vergunningsinstantie ervan in kennis dat hij van plan is die te gebruiken tijdens de resterende contingentperiode, of
    • retourneert de importeur de contingentvergunning aan de vergunningsinstantie.

    Meer info en contingentvergunning aanvragen?

    Voor meer informatie of voor een vergunning aan te vragen kunt u contact opnemen met:

    FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
    Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie
    Dienst Vergunningen
    Vooruitgangstraat 50
    1210 Brussel

    Vincent Wuyts

    Tel.: +32 2 277 65 12
    E-mail: Vincent.wuyts@economie.fgov.be

    Marijke Maleve

    Tel.: +32 2 277 69 61
    E-mail: Marijke.maleve@economie.fgov.be

    Laatst bijgewerkt
    23 september 2020