De oorsprongsaanduiding kan verschillende vormen aannemen. De bekendste vermeldingen zijn:

  • “Made in UE”, “made in + de naam van een lidstaat van de EU”, “made in + de naam van een derde land”. De vermelding (het land van oorsprong) die volgt op de formulering “made in” beantwoordt aan dezelfde regels als die die gelden bij de certificering van de niet-preferentiële oorsprong.
    Opgelet: zoals bij de certificering moet gelet worden op de eisen van de landen van bestemming van de goederen. Sommige landen erkennen de oorsprong “EU” niet. Dat is onder meer het geval voor de Verenigde Staten die willen dat de oorsprongsbenaming op de ingevoerde producten aanwezig is.
  • “Belgian product”, “Dutch product”, “Chinese product”, enz.
  • “Produced/manufactured by + de naam van een bedrijf en zijn adres”. Die vermelding komt overeen met de verklaring van eigen productie (op de keerzijde van het aanvraagformulier van het oorsprongscertificaat) met uitzondering van het feit dat er niet toegevoegd werd dat de oorsprong vastgesteld is op basis van de niet-preferentiële oorsprongsregels die van kracht zijn in de EU. Aangezien die vermelding de consumenten een boodschap van eigen productie geeft, wanneer ze niet in strijd is met andere informatie op de verpakking, wordt ze beschouwd als een oorsprongsaanduiding.

Wanneer geen enkele van de voornoemde vermeldingen op het goed staan, kunnen de volgende vermeldingen aanvaard worden:

  • “produced for + de naam van een bedrijf en zijn adres”
  • “de naam van een bedrijf + zijn adres” of een “website” zodat de consumenten een klantenservice kunnen contacteren.

Ten slotte kunnen de volgende vermeldingen niet gelijkgesteld worden met oorsprongsaanduiding hoewel ze soms de grenzen van het toelaatbare aftasten:

  • Belgian style,
  • Belgian design,
  • Belgian fashion,
  • Belgian recipe,
  • containing Belgian chocolate,
  • Made in Flanders,
  • Brussels bier, enz.
  • Opgelet: wanneer ze medische producten dekt, vormt de vermelding “manufactured by + de naam van een bedrijf en zijn adres” geen oorsprongsaanduiding zoals eerder aangehaald. In die erg precieze context moet de fabrikant verplicht op het goed/product vermeld worden en die moet overeenkomen met het bedrijf dat het product op de markt brengt (de verantwoordelijkheid op zich neemt om het op de markt te brengen).

Binnen de EU gebeurt de oorsprongsaanduiding over het algemeen op vrijwillige basis. Met andere woorden, naast enkele uitzonderingen moet die aanduiding niet verplicht op de goederen staan.

De goederen waarop EU-regelingen met bepalingen over oorsprongsaanduiding wel betrekking hebben, zijn:

In België kan de oorsprongsaanduiding gecontroleerd worden op basis van twee nationale wetgevingen:

  • De wet van 29 juli 1994 (Belgisch Staatsblad van 06.09.1994) tot bevordering van de transparantie in het handelsverkeer van goederen van oorsprong uit een land dat geen lidstaat is van de Europese Unie. Op basis van die wet is het verboden een goed te bezitten, te transporteren, in te voeren en te commercialiseren met een oorsprongsaanduiding die doet geloven dat het van oorsprong is uit de EU of uit een EU-lidstaat, terwijl het echte land van oorsprong een derde land is.
  • Artikel VI .97,2° CDE, de omzetting in Belgisch recht van het artikel 6 §1, b) van de richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van bedrijven jegens consumenten op de interne markt.

Volgens artikel 6 §1, b) wordt een handelspraktijk bedrieglijk geacht wanneer ze valse informatie bevat en ze dus onwaar is of wanneer ze op welke manier dan ook, inclusief door haar algemene voorstelling, de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, ook al is de voorgestelde informatie feitelijk correct wat betreft de belangrijkste kenmerken van het product, zoals “zijn geografische of commerciële oorsprong”, en brengt die hem of kan die hem brengen, zowel in het ene als in het andere geval, tot het nemen van een commerciële beslissing die hij anders niet genomen zou hebben.

In ieder geval, wanneer de oorsprongsaanduiding op een goed het voorwerp vormt van een onderzoek of een verificatie, moeten alle vermeldingen aanwezig op het goed of op zijn verpakking in aanmerking genomen worden. De douanebeambte en/of de inspecteur van de FOD Economie doen beroep op hun gezond verstand en waken erover dat de consument niet misleid kan worden.

Wanneer douanebeambten aan de grens een goed vinden met een niet-conforme aanduiding, wordt dat “geblokkeerd” (vastgezet). De FOD Economie kijkt dan met de importeur en/of de eigenaar hoe de aanduiding in kwestie kan verwijderd worden of in overeenstemming gebracht kan worden. Zodra de inbreuk gecorrigeerd is, wordt het goed vrijgegeven.

Laatst bijgewerkt
8 juni 2018