Niet-preferentiële oorsprong

De niet-preferentiële oorsprong is onder meer van belang:

  1. voor de toepassing van eventuele quota waarover informatie kan worden gevonden op de website van de Europese Commissie;
  2. voor de toepassing van antidumpingrechten;
  3. wanneer er een oorsprongsaanduiding werd aangebracht op het product of op de verpakking ervan (bv. “made in Belgium”);
  4. wanneer er politieke maatregelen worden genomen zoals een boycot of embargo.

Het oorsprongscertificaat is een officieel administratief document dat het land van oorsprong van het product weergeeft. Bij de invoer moet dit document soms worden voorgelegd aan de douaneautoriteiten van bepaalde derde landen. In het kader van een documentair krediet is het nodig om de betaling van de zending te kunnen bekomen.

De oorsprongscertificaten worden in België afgegeven door instanties die door de federale minister van Economie daartoe gemachtigd zijn:

Het bepalen van het land van oorsprong is vrij eenvoudig, wanneer het product geheel en al verkregen wordt in één land. Hieronder vallen bijvoorbeeld land- en tuinbouwproducten.

Wanneer grondstoffen en/of onderdelen voor de vervaardiging van producten van oorsprong zijn uit twee of meer landen, kan dit problemen opleveren voor het bepalen van het land van oorsprong.

Dank zij de oorsprongsregels, of het geheel van methodes gebaseerd op de samenstelling van de producten, op de productiewijze, op een “verandering van tariefpost" en/of op het realiseren van een zekere meerwaarde kan men de oorsprong van de goederen ook in dit geval bepalen.

Wetgeving

Op internationaal niveau

Op Europees niveau

Sinds 1 mei 2016 is de wetgeving van de Europese Unie met betrekking tot niet-preferentiële oorsprong de volgende:

  • Algemene bepalingen:
    Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, PB L269 van 10 oktober 2013 (artikelen 59-63, pagina 31).
  • Uitvoeringsbepalingen voor de oorsprongsregels:
    Gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de vorm van enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie, PB L343 van 29 december 2015
    => Artikelen 31-36, pagina’s 20-22: algemene bepalingen
    => Bijlage 22-01, pagina’s 279-337: Inleidende aantekeningen en lijst van de bewerkingen of ingrijpende verwerkingen die de niet-preferentiële oorsprong toekennen (= specifieke oorsprongsregels voor de producten).
  • Uitvoeringsbepalingen voor de oorsprongsbewijzen:
    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van sommige bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, PB L343 van 29 december 2015 (artikelen 57-59, pagina’s 587-588).

Alle bepalingen over oorsprong in de bovengenoemde teksten met uitzondering van artikel 61 van de verordening 952/2013 hebben uitsluitend  betrekking op goederen ingevoerd in de Europese Unie. Enkel artikel 61 heeft betrekking op de uitvoer.

Op nationaal niveau

Op nationaal niveau is de wetgeving de volgende :

Laatst bijgewerkt
15 januari 2018