Table of Contents

    Doel van het vrijwaringsbeleid van de Europese Unie (EU) is het verdedigen van EU-producenten die geconfronteerd worden met een onvoorziene, forse en plotse toename van de invoer uit derde landen.

    Vrijwaringsmaatregelen zijn uitzonderlijke maatregelen, bedoeld om de invoer van een bepaald product tijdelijk te beperken, om zo de EU-producenten de tijd te gunnen om zich aan te passen aan de gestegen invoer door zich te herstructureren.

    In tegenstelling tot antidumping en antisubsidie moet voor vrijwaringsmaatregelen geen oneerlijke handelspraktijk worden vastgesteld. De instelling ervan is dan ook aan striktere voorwaarden onderworpen en de EU heeft dit instrument tot op heden nog maar zelden aangewend.

    De vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing op alle invoer van een bepaald product ongeacht  land van oorsprong. Enkel ontwikkelingslanden die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) genieten een vrijstelling indien hun invoervolume de minimis is (Europese term om aan te geven dat het om een “geringe omvang” gaat). Ten aanzien van de ontwikkelingslanden die lid zijn van de WHO kunnen inderdaad geen vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld zolang het aandeel van het betrokken land in de invoer van het desbetreffende product in de EU niet hoger ligt dan 3 % en op voorwaarde dat de ontwikkelingslanden van de WHO met een aandeel in de invoer van minder dan 3 % samen niet meer dan 9 % van de totale invoer voor hun rekening nemen.

    Hoe verloopt een vrijwaringsprocedure?

    Een vrijwaringsprocedure kan worden opgestart op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief van de Europese Commissie. Ondernemingen uit de EU (een bedrijfstak) kunnen dus niet rechtstreeks een verzoek indienen.

    Indien er hiervoor voldoende bewijsmateriaal bestaat, start de Commissie binnen één maand na ontvangst van de door de lidstaat verstrekte informatie een vrijwaringsonderzoek. Tijdens dit onderzoek, gaat de Europese Commissie na of de volgende vier criteria voldaan zijn:

    1. Een onvoorziene, forse en plotse toename van de invoer wordt aangetoond.
    2. De EU-bedrijfstak lijdt ernstige schade of dreigt ernstige schade te lijden (hoger niveau van schade vereist dan bij antidumping en antisubsidie).
    3. Er is een oorzakelijk verband tussen de forse toename van de invoer en de schade aan de Europese industrie.
    4. Het treffen van vrijwaringsmaatregelen is in het belang van de Unie. Bij dit criterium worden de belangen bekeken van alle betrokkenen in de EU, waaronder de producenten, de toeleveranciers, de invoerders, de gebruikers en de consumenten, in ogenschouw genomen.

    Het onderzoek moet binnen de 9 maanden afgerond worden (maximaal 2 maanden verlengbaar).

    Instelling van vrijwaringsmaatregelen

    In kritieke omstandigheden, wanneer uitstel tot moeilijk te herstellen schade zou leiden, kunnen voorlopige vrijwaringsmaatregelen genomen worden in afwachting van de definitieve resultaten van het onderzoek. Voorlopige maatregelen nemen de vorm aan van extra invoerrechten en worden voor ten hoogste 200 dagen ingesteld.

    Indien uit het onderzoek blijkt dat de 4 bovenvermelde voorwaarden vervuld zijn worden definitieve vrijwaringsmaatregelen genomen, zoniet wordt de procedure beëindigd. Vrijwaringsmaatregelen worden voor maximaal 4 jaar ingesteld, looptijd van eventuele voorlopige maatregelen inbegrepen. Aan het einde van de eerste periode kunnen de maatregelen eventueel verlengd worden voor maximaal 4 jaar.

    Een definitieve vrijwaringsmaatregel kan bestaan uit een additioneel invoerrecht of een volumebeperking (quota of tariefcontingent). Tijdens de toepassingsperiode moet de maatregel geleidelijk geliberaliseerd worden. De WHO stipuleert dat het lid dat de maatregel toepast de exporterende landen die door de maatregel getroffen worden normaal een adequate compensatie moet aanbieden.

    De verschillende etappes van een procedure, zoals de start van een onderzoek, het instellen van voorlopige of definitieve maatregelen, enz. worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU.

    Hoe kan ik als bedrijf, beroepsfederatie of consumentenorganisatie mijn belangen laten gelden?

    Op Europees niveau

    Bent u betrokken bij een lopend onderzoek en wenst u hieraan deel te nemen om uw belangen te verdedigen?
    Contacteer rechtstreeks de Europese Commissie en laat u als belanghebbende registreren op het volgende e-mailadres: trade-tdi-information@ec.europa.eu

    U bent een kmo?
    U kunt voor alle info eveneens terecht bij de “SME Helpdesk” via: trade-defence-sme-helpdesk@ec.europa.eu

    Op Belgisch niveau

    Bij elke etappe van de procedure worden de Europese lidstaten door de Europese Commissie geconsulteerd. Dit gebeurt in het adviserende Vrijwaringscomité. België wordt er vertegenwoordigd door een expert van de FOD Economie.

    U kunt ook uw belangen laten gelden bij de FOD Economie:

    • stuur een e-mail naar: tradepolinfo@economie.fgov.be
    • neem contact op:
      • Jef De Proft (N), tel.: + 32 2 277 72 62 
      • Grégory Claude (F), tel.: +32 2 277 87 34
    Laatst bijgewerkt
    30 april 2020